Tien tot vijftien jongeren met een psychische kwetsbaarheid kunnen in een pilotproject in de regio Eemland gebruikmaken van IPS-Onderwijs. Er is nu financiering voor het eerste jaar. Het blijken intensieve IPS-trajecten, die van grote betekenis zijn voor de jongeren zelf. Als spin-in-het-web die naast de jongere staat, kan een IPS-O trajectbegeleider echt van waarde zijn.
Individuele plaatsing en steun (IPS) is inmiddels een bewezen werkzame en breed ingezette methodiek bij de toeleiding van mensen met een psychische kwetsbaarheid naar betaald werk. Relatief nieuw is de inzet van IPS in het onderwijs (IPS-O). De methodiek van IPS-O is al wel uitgewerkt, maar de inzet ervan blijft nog achter, vooral door gebrek aan financiering van de trajecten.
Unieke samenwerking
In de regio Eemland, met centrumgemeente Amersfoort, is hier iets op gevonden: met overbruggingsgelden van het vorig jaar afgelopen Regionaal programma Aanpak Voortijdige Schoolverlaters (VSV) is een aantal IPS-O begeleidingstrajecten mogelijk gemaakt voor jongeren zonder startkwalificatie. De pilot is ondergebracht bij de opvolger van VSV: het regionale programma Werk maken van je toekomst en wordt geleid vanuit Hoofdzaak } Werk in de regio. De pilot is een unieke samenwerking tussen de domeinen zorg, werk en onderwijs. Nieuwe jongeren kunnen nog tot september instromen. Onderzocht wordt of IPS-O in de toekomst bekostigd kan worden door gemeenten en UWV.
Specifieke doelgroep
In totaal volgen nu 16 jongeren een IPS-O traject in de regio Eemland. Dertien van hen vallen onder de pilot, voor de andere drie zijn andere geldstromen aangeboord. De eisen voor toelating tot de pilot zijn namelijk strikt, om de resultaten zuiver te houden en omdat beschikbare gelden alleen beschikbaar zijn voor een specifieke doelgroep: jongeren van 12 tot 27 jaar zonder startkwalificatie, die onder behandeling zijn bij een GGZ-aanbieder, in de regio wonen én hier ook naar school gaan (of dat willen) bij een opleiding voor voortgezet onderwijs (VO) of middelbaar beroepsonderwijs (mbo).
Doen ze op het mbo een BBL-opleiding (drie of vier dagen werken en een dag naar school), dan komen ze niet in aanmerking voor IPS-O, maar mogelijk wel voor een IPS-traject voor begeleiding naar werk. Deelnemers krijgen een gecertificeerde IPS-trajectbegeleider van de GGZ-instellingen GGZ Centraal of Kwintes toegewezen. Tijdens stages kan de IPS-trajectbegeleider als jobcoach optreden.
Jongeren hebben nog een heel leven voor zich. Je wilt ze echt helpen om daar iets van te maken.
Intensief
IPS-Onderwijs is een intensieve manier van werken met kwetsbare jongeren, merkt Zelda Roskam, IPS-trajectbegeleider bij Kwintes. Zij begeleidt vier jongeren. ‘Jongeren hebben vaak het gevoel dat ze gefaald hebben, dat ze weinig toekomstperspectief hebben. Voor mij hebben deze jongeren een grote gunfactor. Ze hebben nog een heel leven voor zich. Je wilt ze echt helpen om daar iets van te maken. Ik vind dat heel uitdagend en zinvol werk.’
Je kunt niet rustig aan beginnen: opleidingen hebben vaste startmomenten, stellen toegangseisen en toetsen voortdurend de voortgang. Allemaal stressmomenten voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid. Maar, zegt Zelda: ‘Als spin-in-het-web die naast de jongere staat, kan ik als trajectbegeleider echt van waarde zijn.’
Jongeren ontglippen je snel. Ze moeten weten dat je niet loslaat, ook als zijzelf dreigen af te haken. Zo nodig ga ik thuis bij ze langs!
Continuïteit en verbinding
Het grote voordeel van IPS-O is dat de IPS-trajectbegeleider betrokken blijft, ook als het niet lukt op de opleiding en er een alternatief gezocht moet worden. Studieloopbaanbegeleiders en mentoren van de opleiding zelf verdwijnen uit beeld zodra een jongere daar niet meer naartoe gaat. De IPS-trajectbegeleider zorgt voor continuïteit en verbinding.
‘Je houdt als IPS-trajectbegeleider contact met alle betrokkenen: de school, de GGZ-behandelaar, maar bijvoorbeeld ook met de ouders en met de jongere zelf natuurlijk,’ vertelt Jeanine van Erkelens, IPS-trajectbegeleider bij GGz Centraal. Al valt dat soms niet mee, erkent Jeanine: ‘Jongeren ontglippen je snel. Ze moeten weten dat je niet loslaat, ook als zij zelf dreigen af te haken. Zo nodig ga ik thuis bij ze langs!’
Tonny, Dahlia, Ilja en Peter
Om herkenning te voorkomen zijn de namen en persoonlijke gegevens van de jongeren aangepast. De feiten en omstandigheden kloppen.
Tonny liep vast tijdens zijn mbo-2 opleiding tot beveiliger. Te theoretisch, te weinig aansprekend, terwijl het toch altijd zijn grote droom was. Tonny kan zich lastig concentreren en raakt snel gedemotiveerd. Zijn IPS-trajectbegeleider heeft nu een werkplek voor hem geregeld bij een zeer betrokken werkgever. Hij kan er direct aan de slag in de praktijk en via een arbeidsontwikkelingstraject deelcertificaten halen, die hem in zijn eigen tempo een aantoonbaar bewijs geven van zijn ontwikkeling. Als zijn IPS-O traject na een jaar stopt, kan de trajectbegeleider direct doorschakelen naar IPS-A. Tonny houdt dan dezelfde begeleider, betaald uit een ander potje.
Dahlia was bijna klaar met haar mbo-2 opleiding retail medewerker. Tijdens haar stage namen haar angsten het over en kon ze nauwelijks functioneren. Haar IPS-trajectbegeleider heeft een rustiger stageplek gevonden, in een winkel die meer aansluit bij haar interesse. Die IPS-trajectbegeleider zelf is de eerste paar keer meegegaan in de rol als jobcoach, onder andere om Dahlia tips en trucs te leren hoe ze contact kan leggen met klanten. De school zelf zou die coaching op de stageplek niet kunnen bieden.
Ilja doet de mbo-1 opleiding servicedesk ICT. Inhoudelijk kan hij het prima aan. Maar door zijn autisme is het soms lastig met hem samenwerken. Hij heeft sterke overtuigingen en brengt die graag naar voren. Vindt hij dat hem of een ander onrecht wordt aangedaan, dan speelt hij het hoog op, niet zelden in formele klachtenprocedures. Ilja kan heel lastig overkomen en dat helpt hem niet bij het halen van zijn praktijkvakken. Zijn IPS-trajectbegeleider zet vooral in op het verbeteren van zijn sociale vaardigheden. Omdat hij inziet dat hij die vaardigheden nodig heeft om zijn diploma te halen, stort Ilja zich daar nu op met zijn kenmerkende gedrevenheid. Hij doet zijn best, dat zien mensen en daardoor kan zijn wat onbeholpen gedrag ineens juist innemend worden.
Petra zit in vwo-2. De school adviseert een overstap naar havo-3, maar daar hebben haar ouders grote moeite mee, vooral omdat te veel veranderingen Petra haar klachten verergeren. Petra zelf weet het allemaal niet meer. De IPS-trajectbegeleider constateert dat Petra op dit moment veel ruimte nodig heeft voor de behandeling van haar depressie. Ze onderhoudt bovendien contact met school, ouders, therapeut en Petra zelf over de mogelijkheden voor de toekomst, zodat er voor Petra uitzicht blijft op een gang naar hbo of universiteit.
Wie is wie in de pilot IPS-Onderwijs regio Amersfoort
In de pilot IPS-Onderwijs (IPS-O) in de regio Amersfoort werken verschillende partners samen.
Werk maken van je toekomst is een regionaal programma om schooluitval te voorkomen en ervoor te zorgen dat meer jongeren een startkwalificatie halen. De pilot IPS-O maakt deel uit van dit programma.
Hoofdzaak } Werk, onderdeel van de arbeidsmarktregio Amersfoort voert de regie over de pilot, brengt deskundigheid in en levert de projectleider. Hoofdzaak } Werk is ook verantwoordelijk voor de rapportage van de uitkomsten en het doen van aanbevelingen voor de toekomst.
De GGZ-instellingen GGz Centraal en Kwintes leveren IPS-trajectbegeleiders voor de uitvoering van de pilot IPS-O. Zij waren al gecertificeerd voor IPS-Arbeid, maar zijn dat inmiddels ook voor IPS-O. De trajectbegeleiders houden bovendien korte lijntjes met de behandelaren van de jongeren in de GGZ, ook als die bij andere instellingen in de regio werken.
IPS-Onderwijs wordt ontwikkeld en beheerd door kenniscentrum Phrenos.
Onderwijsinstellingen in de regio zijn formeel niet aangehaakt bij de pilot. Maar ze zijn wel goed geïnformeerd over de mogelijkheden. Veel deelnemers komen daardoor binnen via hun school of opleiding. Bovendien werken de trajectbegeleiders nauw samen met de functionarissen op de scholen die de leerlingen ondersteunen bij de schoolkeuze en in het onderwijs zelf.