De ‘zure appel’ en de lange lijn: hoe Lansingerland koers houdt
We zijn al flink op weg met 2026: het beruchte 'ravijnjaar' waarin gemeenten miljarden minder ontvangen van het Rijk. De financiële druk op het sociaal domein is overal voelbaar. Hoe houd je in deze storm vast aan een voorspelbare koers? Divosa-voorzitter Victor Everhardt stelt deze vraag aan concerndirecteur Esther Boonstra van de gemeente Lansingerland. Ook praten ze over de noodzaak om nu door te bijten en te vertrouwen op ambtelijk vakmanschap.
Hoe borg je de continuïteit in het sociaal domein nu de financiële tekorten van het ravijnjaar zichtbaar worden?
‘Continuïteit is juist nu de verantwoordelijkheid van de ambtelijke organisatie. Wij zijn er voor de lange paden. Dat vraagt om ambtelijk vakmanschap: de kunde om over de grenzen van je eigen domein en over de grenzen van raadsperioden heen te kijken. En mee te kunnen bewegen met de politieke koers door op de lange paden ruimte te bieden aan het nieuwe college en raad hun eigen piketpalen te slaan. Als directieteam in Lansingerland werken we enkele jaren aan een eenduidige koers. Dat betekent ook dat we over domeinen heen dezelfde taal willen spreken. We gebruiken het “brede welvaartsdenken” als taal in zowel de samenlevings- als de omgevingsvisie. Zo begrijpen de collega’s van de “harde” kant en de “zachte” kant elkaar.
Onze Samenlevingsvisie is gebaseerd op de Divosapropositie “De winst van het sociaal domein”. Het is de visie van het college en de raad. Doordat beide organen deze visie hebben vormgegeven en geëvalueerd, voelen zij zich echt eigenaar. Nu met een nieuw college in het vooruitzicht, herijken we de Samenlevingsvisie, samen met de nieuwe raad en het college. Dit maakt de koers veel minder kwetsbaar voor politieke wisselingen of acute financiële gaten.’
Lansingerland groeit razendsnel naar een ‘ministad’. Is die bestendigheid extra hard nodig vanwege die dynamiek?
‘Absoluut. We zijn twintig jaar achter elkaar gegroeid en daar komen tot 2040 nog eens elfduizend woningen bij. We liggen strategisch tussen Rotterdam en Den Haag. Hoewel we van oorsprong dorps zijn, zien we dat de grootstedelijke problematiek toeneemt. Onze uitvoerende teams hebben simpelweg te maken met complexere vragen die bij een stad horen. In zo’n groeifase kun je het je niet veroorloven om bij elke politieke wisseling het roer volledig om te gooien; je moet bouwen op de fundamenten die er al staan.’
Nu het ravijnjaar 2026 een feit is, staan veel gemeenten voor pijnlijke besluiten. Wat is jullie advies aan het nieuwe college?
‘Bijt door de zure appel in het eerste jaar na de verkiezingen. We zien te vaak dat begrotingen telkens voor slechts één jaar sluitend worden gemaakt, waardoor we problemen voor ons uitschuiven. Dat is funest voor de uitvoering. Maatschappelijke partners bijvoorbeeld worden er moedeloos van: in de zomer hoor je dat er een miljoen bezuinigd moet worden en in november wordt het weer teruggedraaid.
Wij pleiten voor een voorspelbare overheid die keuzes durft te maken langs de lange lijn van de visie. Liever nu een scherpe keuze waar je de komende vier jaar op kunt bouwen, dan elk jaar onzekerheid. We moeten de financiering van de uitvoering wendbaar maken, met pakketten die we kunnen op- of afschalen, maar wel vanuit een gezamenlijke opgave.’
Hoe betrekken jullie de samenleving bij die lastige keuzes?
‘Wij werken veel met dialogen. Bestuurders en ambtenaren gaan de samenleving in om te horen wat er leeft. Wat moet in stand blijven en waar wegen keuzes het zwaarst? Het doel is luisteren en willen begrijpen wat mensen beweegt. Het is belangrijk vooraf de verwachtingen vooraf helder schetsen. Zo’n dialoog is soms spannend, bijvoorbeeld bij thema’s als asielopvang. Door het eerlijke gesprek aan te gaan, vanuit authenticiteit en waarden, proberen we het vertrouwen te behouden. In deze tijd waarin we scherpe keuzes hebben te maken vanwege gebrek aan financiele middelen helpt het om te weten wat je waarden en lange termijn opgaven zijn. Zodat je daar altijd op kan terugvallen, ook als het tegenzit om welke reden dan ook. Ik vergelijk onze visie vaak met het bouwen aan een kathedraal: we werken gezamenlijk aan iets mooi, soms ligt het werk stil door geldgebrek, maar het droombeeld blijft gelijk. Je past je tempo aan de middelen aan, maar je verandert niet je fundamentele waarden.’ Op deze manier hopen we dat we voor inwoners uitlegbare keuzes maken.
Petra Koenders van Werkplein stelt de estafettevraag: wat merkt een inwoner in de bijstand als eerste van de verkiezingsuitslag in Lansingerland?
‘Bestaanszekerheid is een van de opgaven waar we met het college en de raad in Lansingerland aan werken, als een van onze lange termijn opgaven. Ik verwacht eerlijk gezegd niet dat een inwoner in de bijstand per direct iets merkt van de verkiezingsuitslag. Natuurlijk kijkt het nieuwe college naar de beleidsvrijheid in de Participatiewet, maar de koers die we varen is niet afhankelijk van de waan van de dag. Hoewel de politieke kleur elk vier jaar kan verschuiven, staat de basis van onze uitvoering als een huis. We hebben een integrale verordening sociaal domein en een stevige set beleidsregels. Die rust en voorspelbaarheid is essentieel voor onze inwoners, juist nu het financieel spannend is.’
Binnenkort spreek ik met Tamara Schrör van gemeente Raalte, heb je een vraag voor haar?
‘Het convenant voor stevige lokale teams is onlangs gesloten. Een van de grote opgaven voor gemeenten de komende vier jaar is om dit goed neer te zetten. We spreken veel over de beweging naar een sterke sociale basis en meer samenhang. Wat vraagt het volgens jou om die beweging nu écht van papier naar de praktijk te maken?’
Esther Boonstra
Esther Boonstra is concerndirecteur Samenleving bij de gemeente Lansingerland (circa 66.600 inwoners). Ze gelooft sterk in de kracht van een gedeelde langetermijnvisie en ambtelijk vakmanschap om continuïteit te bieden aan inwoners, juist in een politiek dynamische omgeving.
Meer interviews
Dit interview is onderdeel van een reeks waarin Divosa-leden vertellen over de praktijk in verkiezingstijd.