Z-route in de praktijk
Laatste update: 16 oktober 20251. Wettelijk kader Z-route
1.4 Omgaan met uitdagingen in de Z-route
Het organiseren van de Z-route leidt tot verschillende uitdagingen. Soms spelen er uitdagingen specifiek op regionaal of lokaal niveau, zoals het vinden van participatieplekken in plattelandsgebieden. Echter, gemeenten en aanbieders lopen ook tegen landelijke uitdagingen aan. Zo zijn er capaciteitstekorten in sectoren die de voortgang van de inburgeringstrajecten bemoeilijken, zoals het tekort aan NT2-docenten en het gebrek aan kinderopvangplekken.
Daarnaast worstelen veel regio’s met een aanbod voor jongeren, met name in de Z-route, dat beter aansluit bij de leefwereld van jongeren. Ook het realiseren van een individueel passende invulling van de 800 participatie-uren is complex, zeker wanneer inburgeraars tussentijds van B1-route naar de Z-route wisselen en minder tijd hebben om de uren te voltooien. De begeleiding van inburgeraars in de Z-route vraagt bovendien specifieke vaardigheden van professionals, bijvoorbeeld in het omgaan met zorgvragen, kwetsbaarheden en een vaak lage mate van zelfredzaamheid. Omdat een certificaat van de Z-route geen garantie geeft op naturalisatie (taalniveau A2 is nodig voor naturalisatie), is het voor uitvoerders lastig om met inburgeraars in gesprek te gaan over hun toekomst in Nederland. Toch moeten gemeenten samen met participatie- en taalaanbieders in deze context een passend aanbod ontwikkelen voor de diverse groep inburgeraars die deze leerroute volgt.
Tegen deze achtergrond inspireerden in het Divosa werkatelier vijf gemeenten en organisaties elkaar in het omgaan met uiteenlopende uitdagingen binnen de Z-route. Zo brengt Gouda overzicht aan in een versnipperd participatieaanbod en laat inburgeraars op meerdere plekken ervaring opdoen. Terwijl Maastricht inzet op groepsgewijze participatie en het gebruik van sleutelpersonen om vertrouwen te versterken. Elburg werkt aan het overwinnen van terughoudendheid bij werkgevers door hen persoonlijk te benaderen en uitleg te geven over cultuurverschillen. WSD toont hoe je met meerdere gemeenten tegelijk maatwerk kunt leveren door flexibel om te gaan met formats en de werkvloer te benutten als leeromgeving. En in Hoeksche Waard worden participatie en taalles geïntegreerd door middel van praktische opdrachten. Deze voorbeelden bieden concrete tips en lessen om de Z-route op lokaal en regionaal niveau succesvol uit te voeren.
Tip
Zorg dat participatie in alle leerroutes een belangrijke rol speelt en leg de gemaakte uren vast. Vooral als er tijdens de brede intake wordt afgesproken dat iemand de B1-route gaat volgen, maar er twijfel is of diegene alle examens gaat halen. Als hij/zij van de B1-route naar de Z-route wijzigt, is het belangrijk dat de al gemaakte participatie-uren zijn vastgelegd zodat de persoon niet in de knel komt met de urenverplichting. (Meer hierover lees je in het artikel Inburgering in de juiste leerroute)
Meer informatie en tips om met de uitdagingen in de praktijk om te gaan
- Publicatie Jongeren en inburgering: onderwijs voorop
- Handreiking Jongeren in de Z-route door KIS
- Q&A wijzigen leerroute
- Artikel Inburgeren in de juiste leerroute: ‘Kijk vooruit en bedenk welke scenario’s er mogelijk zijn’
- Handreiking Participatie in de inburgering
- Publicatie Grip op inkoop
- Praktijkgericht en duaal leren
- Handreiking Kwaliteit van taal in de inburgering
- IND.nl voor meer informatie over naturalisatie mogelijkheden
- Q&A Z-route
Inhoud
-
-
2. Z-route inburgering in Gouda
-
3. Z-route inburgering in Maastricht
-
4. Z-route inburgering in Elburg
-
5. Z-route inburgering bij WSD
-
6. Z-route inburgering in Hoeksche Waard
Z-route in de praktijk
Laatste update: 16 oktober 2025Inleiding
De Zelfredzaamheidsroute (Z-route) in de Wet inburgering 2021 streeft naar zelfredzaamheid, activering en participatie. Het is een intensieve route. Dit komt onder andere vanwege de hoge urenverplichting: inburgeraars die deze route volgen moeten 800 uur taalles en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) volgen. Voor asielstatushouders komt hier 800 uur aan participatie bij.
Alle activiteiten zijn erop gericht iemand zijn potentie te laten ontwikkelen. Onderstaande tijdlijn geeft inzicht in de onderdelen van de Z-route, hun intensiteit en de periode waarin deze in veel gemeenten plaatsvinden, verdeeld over de inburgeringstermijn van drie jaar.
Een voorbeeld van hoe de Z-route er van het begin van de inburgeringstermijn tot het eind uit kan zien.
In de praktijk moeten gemeenten keuzes maken in de invulling van het aanbod. Gaan ze voor vast aanbod, maatwerk, of allebei? Het aanbod toespitsen op een individu is niet altijd mogelijk als vast aanbod is ingekocht of als praktische zaken zoals lesroosters en reistijden meespelen. Het vraagt van inburgeringsprofessionals een goede organisatie en voldoende ruimte om in te spelen op de behoefte en capaciteiten van de diverse groep inburgeraars die deelneemt in deze leerroute.
In het Divosa werkatelier over de Z-route zijn vijf teams van gemeenten, cursusinstellingen en overige aanbieders aan de slag gegaan met een aanpak voor de uitdagingen waar zij in hun lokale context tegenaan liepen. De groepen bestonden uit gemeenten, taalaanbieders en participatie-aanbieders van Gouda, Maastricht, Elburg, WSD (Brabant) en Hoeksche Waard. Deze publicatie biedt een inkijkje in de lokale uitdagingen en hoe hiermee wordt omgegaan. In de publicatie komen goede voorbeelden en tips voor de uitvoering van de Z-route aan de orde en wordt ingegaan op hoe de participatiecomponent ingevuld kan worden.
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 wordt het wettelijk kader van de Z-route toegelicht. We staan stil bij de doelgroep waarvoor deze route bedoeld is, bespreken regionale verschillen maar ook landelijke uitdagingen en geven tips bij de uitvoering van deze leerroute.
In hoofdstukken 2 tot en met 6 lees je over de uitdagingen binnen de Z-route van de vijf teams die deelnamen aan het werkatelier en hoe zij hiermee omgaan. Ieder interview sluit af met tips voor anderen die worstelen met een soortgelijke uitdaging. Ook delen de teams in een visual hoe zij het participatie-aanbod voor Z-route kandidaten invulling geven.
1. Wettelijk kader Z-route
De Zelfredzaamheidsroute (Z-route) is een van de drie leerroutes van de Wet inburgering 2021 (Wi2021). De andere zijn de B1-route en de Onderwijsroute.
In dit hoofdstuk over de Z-route komen de volgende punten aan de orde:
- Doel en invulling van de Z-route
- Doelgroep van de Z-route
- De uitdagingen binnen de Z-route en hoe gemeenten en aanbieders hiermee om kunnen gaan
- De combinatie tussen participatie en taal, vast aanbod en maatwerk
1.1 Doel en invulling van de Z-route
Doel van de Z-route
Het doel van de Z-route is het opbouwen en versterken van zelfredzaamheid, activering en participatie. Naast activiteiten gericht op participatie is er binnen deze route aandacht voor taalverwerving. Hierbij gaat het om spreken, luisteren en voldoende toegerust zijn om in het dagelijks leven om te kunnen gaan met de geschreven taal, zodat deelnemers zelfstandig hun weg vinden in de maatschappij.
Invulling van de Z-route
Asielstatushouders moeten minimaal 800 uur aan NT2-lessen (1) en Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) − inclusief eventuele alfabetisering − volgen en daarnaast 800 uren aan activiteiten doen die bijdragen aan activering en participatie. Gezinsmigranten en overige migranten moeten alleen minimaal 800 uur NT2-lessen en KNM volgen. Voor deze groep geldt geen participatiecomponent van 800 uur, wel nemen zij deel aan het PVT en de MAP.
Het streefniveau op de vier taalonderdelen (lezen, luisteren, schrijven en spreken) is (ten minste) A1. Er hoeven geen examens te worden afgelegd. De invulling van de 800 uur aan participatieactiviteiten wordt zoveel mogelijk afgestemd op de capaciteiten en behoeften van de inburgeraar. Daarnaast moeten zowel asielstatushouders als gezins- en overige migranten ook het Participatieverklaringstraject (PVT) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) volgen.
De Z-route wordt niet afgesloten met centrale inburgeringsexamens, maar met een eindgesprek zodra de inburgeraar aan alle verplichtingen heeft voldaan. Er geldt een inspanningsverplichting: alle uren moeten gemaakt zijn. Als slot ontvangt de inburgeraar een certificaat waarmee wordt aangetoond dat de Z-route met succes is afgerond. Onderstaande tijdlijn geeft inzicht in de onderdelen van de Z-route, de intensiteit en de periode waarin deze in veel gemeenten plaatsvinden, verdeeld over de inburgeringstermijn van drie jaar.
Een voorbeeld van hoe de Z-route er van het begin van de inburgeringstermijn tot het eind uit kan zien.
Meer informatie
- Zie voor meer informatie en veelgestelde vragen over de Z-route de Q&A Z-route.
Voetnoot
- Het Europees referentiekader is een instrument om te bepalen op welk niveau iemand een taal beheerst. Op NT2 A2-niveau zijn personen bekend met alledaagse uitdrukkingen en kunnen ze gesprekken voeren over alledaagse zaken. Zie voor meer uitleg over dit referentiekader (A, B- en C-niveau) de website van de Taalunie.
1.2 Voor wie is de Z-route?
De Z-route is voor inburgeraars met een lage leerbaarheid en daardoor moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en die in beperkte mate zelfredzaam zijn. Hieronder vallen ook mensen die in hun land van herkomst weinig of geen scholing hebben gehad of het lastig vinden om te leren. Van deze mensen wordt verwacht – op basis van de brede intake en leerbaarheidstoets – dat zij taalniveau A2 niet binnen 3 jaar halen.
Van de asielstatushouders onder de Wi2021 volgt 29% de Z-route en bij gezinsmigranten gaat het om 7% (Peildatum 31-12-2024, CBS statistiek). Deze groep is zeer divers. De diversiteit is één van de grootste uitdagingen bij het organiseren van een passend aanbod voor alle inburgeraars in de Z-route. Dit geldt zowel voor het aanbieden van 800 passende en zinvolle participatie-uren voor ieder individu, als voor het organiseren van taalaanbod, waarbij de agenda zo wordt ingericht dat er ook ruimte blijft om aan participatie te doen.
Iedereen die deze route volgt, moet een passend aanbod krijgen van de gemeente. Gemeenten hebben de regie en moeten hierbij keuzes maken, waarbij ze kunnen variëren tussen de mate van vast aanbod tot aan maatwerk. Hoe de 800 uren aan participatie worden ingevuld, verschilt per gemeente en per inburgeraar. Ter inspiratie staat in de volgende hoofdstukken een persoon en diens invulling van de participatiecomponent beschreven.
Tip
Zijn er inburgeraars die sneller de taal leren dan verwacht? Organiseer lokaal of regionaal een Z-route Plus klas voor cursisten die op sommige onderdelen A2-examens kunnen halen.
Meer informatie
- Zie voor meer informatie de Handreiking Leerroutes - Z-route
1.3 Participatie in combinatie met taal: maatwerk of vast aanbod
Het uitgangspunt van de Wi2021 is het duale karakter; de combinatie van taal leren en participeren. In de Z-route voor asielstatushouders is de combinatie zelfs verplicht en geldt een urennorm voor taal en voor participatie. Bij voorkeur worden de taallessen en participatie-activiteiten op elkaar afgestemd. Dan gaat het leren van de taal sneller.
In de praktijk is te zien dat de invulling van de participatiecomponent in de Z-route verschilt per gemeente (zie hoofdstukken 2 tot en met 6 en de Handreiking Participatie in de Inburgering). Gemeenten balanceren tussen vast aanbod en maatwerk, en hanteren verschillende manieren van urenregistratie (meer over de administratie van participatie-uren in Hoofdstuk 5.5 van de Handreiking participatie in de inburgering).
Omdat vaak verschillende aanbieders betrokken zijn, ieder met een eigen aanpak en expertise, vraagt dit om goede afstemming. Zowel voor de roosters als voor de inhoudelijke aansluiting van de taallessen op participatie-uren en vice versa.
Tip
Wacht niet met participatie in de Z-route, maar ga hier gelijk mee van start. Dit stimuleert inburgeraars de taal in de praktijk te leren: dit werkt activerend en stimuleert zelfredzaamheid door zo snel mogelijk mee te doen in de Nederlandse samenleving. Snel participeren biedt ondanks de praktische uitdagingen veel voordelen voor inburgeraars die deze leerroute volgen.
Tip
Zoek andere gemeenten in jouw regio op om uit te wisselen hoe je de taal en participatie beter op elkaar kan laten aansluiten.
1.4 Omgaan met uitdagingen in de Z-route
Het organiseren van de Z-route leidt tot verschillende uitdagingen. Soms spelen er uitdagingen specifiek op regionaal of lokaal niveau, zoals het vinden van participatieplekken in plattelandsgebieden. Echter, gemeenten en aanbieders lopen ook tegen landelijke uitdagingen aan. Zo zijn er capaciteitstekorten in sectoren die de voortgang van de inburgeringstrajecten bemoeilijken, zoals het tekort aan NT2-docenten en het gebrek aan kinderopvangplekken.
Daarnaast worstelen veel regio’s met een aanbod voor jongeren, met name in de Z-route, dat beter aansluit bij de leefwereld van jongeren. Ook het realiseren van een individueel passende invulling van de 800 participatie-uren is complex, zeker wanneer inburgeraars tussentijds van B1-route naar de Z-route wisselen en minder tijd hebben om de uren te voltooien. De begeleiding van inburgeraars in de Z-route vraagt bovendien specifieke vaardigheden van professionals, bijvoorbeeld in het omgaan met zorgvragen, kwetsbaarheden en een vaak lage mate van zelfredzaamheid. Omdat een certificaat van de Z-route geen garantie geeft op naturalisatie (taalniveau A2 is nodig voor naturalisatie), is het voor uitvoerders lastig om met inburgeraars in gesprek te gaan over hun toekomst in Nederland. Toch moeten gemeenten samen met participatie- en taalaanbieders in deze context een passend aanbod ontwikkelen voor de diverse groep inburgeraars die deze leerroute volgt.
Tegen deze achtergrond inspireerden in het Divosa werkatelier vijf gemeenten en organisaties elkaar in het omgaan met uiteenlopende uitdagingen binnen de Z-route. Zo brengt Gouda overzicht aan in een versnipperd participatieaanbod en laat inburgeraars op meerdere plekken ervaring opdoen. Terwijl Maastricht inzet op groepsgewijze participatie en het gebruik van sleutelpersonen om vertrouwen te versterken. Elburg werkt aan het overwinnen van terughoudendheid bij werkgevers door hen persoonlijk te benaderen en uitleg te geven over cultuurverschillen. WSD toont hoe je met meerdere gemeenten tegelijk maatwerk kunt leveren door flexibel om te gaan met formats en de werkvloer te benutten als leeromgeving. En in Hoeksche Waard worden participatie en taalles geïntegreerd door middel van praktische opdrachten. Deze voorbeelden bieden concrete tips en lessen om de Z-route op lokaal en regionaal niveau succesvol uit te voeren.
Tip
Zorg dat participatie in alle leerroutes een belangrijke rol speelt en leg de gemaakte uren vast. Vooral als er tijdens de brede intake wordt afgesproken dat iemand de B1-route gaat volgen, maar er twijfel is of diegene alle examens gaat halen. Als hij/zij van de B1-route naar de Z-route wijzigt, is het belangrijk dat de al gemaakte participatie-uren zijn vastgelegd zodat de persoon niet in de knel komt met de urenverplichting. (Meer hierover lees je in het artikel Inburgering in de juiste leerroute)
Meer informatie en tips om met de uitdagingen in de praktijk om te gaan
- Publicatie Jongeren en inburgering: onderwijs voorop
- Handreiking Jongeren in de Z-route door KIS
- Q&A wijzigen leerroute
- Artikel Inburgeren in de juiste leerroute: ‘Kijk vooruit en bedenk welke scenario’s er mogelijk zijn’
- Handreiking Participatie in de inburgering
- Publicatie Grip op inkoop
- Praktijkgericht en duaal leren
- Handreiking Kwaliteit van taal in de inburgering
- IND.nl voor meer informatie over naturalisatie mogelijkheden
- Q&A Z-route
2. Z-route inburgering in Gouda
2.1 Gouda creëert overzicht in versnipperd participatie-aanbod
In Gouda is er geen gebrek aan participatie-aanbod voor inburgeraars in de Z-route. Maar de uitdaging is dat het aanbod erg versnipperd is. Dat zorgde voor onduidelijkheid bij klantmanagers en inburgeraars. Teamleider inburgering Marjo van Loon: ‘We wilden een combinatie maken van ons sociaal werkbedrijf Promen en kleinere organisaties in bijvoorbeeld buurthuizen. Zodat inburgeraars op meerdere plekken ervaring opdoen. Maar daarmee hebben we het onszelf niet makkelijk gemaakt.’
Inburgeraars in Gouda bouwen bij drie à vier aanbieders hun participatie-uren op. ‘De grootste uitdaging is om deze stages logisch op elkaar te laten aansluiten’, vertelt consulent inburgering Amber Schoof. ‘Zo starten we het liefst op een plek waar taal niet zo belangrijk is. Daarnaast kijken we natuurlijk naar interesses, eventuele baankansen en de thuissituatie. Soms lopen we ertegenaan dat iemand het erg naar z’n zin heeft, maar toch moet doorstromen. Dan is het lastig om uit te leggen waarom diegene niet gewoon kan blijven. We benadrukken dan hoe belangrijk het is om op meerdere plekken ervaring op te doen.’
Vragenlijsten om aanbod in kaart te brengen
Om een beter overzicht te krijgen van het aanbod, ontwikkelde de gemeente vragenlijsten voor alle aanbieders. ‘Hiermee wilden we in kaart brengen wat alle organisaties precies aanbieden en voor welke doelgroep dit passend is’, licht Amber toe. ‘Wij kunnen dan weer kijken welke inburgeraars we hier het beste kunnen plaatsen.’ Marjo vult aan: ‘Met de uitkomst hebben we een compleet overzicht gemaakt en dit met alle aanbieders gedeeld. Zo kregen ze inzicht in elkaars werkwijze.’
Cafetariamodel
De inzichten uit de vragenlijsten vormden de basis voor een zogenaamd cafetariamodel: een flexibel overzicht van mogelijke participatie-activiteiten die inburgeraars kunnen volgen. Marjo: ‘Klantmanagers kunnen zo losse activiteiten vinden als aanvulling op het aanbod van de vier grote aanbieders. Bijvoorbeeld modules over omgaan met geld en rekenen.’ Overigens is het rooster ook hier weer een uitdaging. Het rooster van de taalschool is leidend, dus extra modules moeten daaromheen worden gepland. ‘Ook moeten we opletten dat we mensen niet overvragen’, zegt Amber. ‘Inburgeren combineren met een gezin is al stressvol genoeg.’
Slim gebruikmaken van wat er al is
Uit de vragenlijsten werd ook duidelijk waar nog gaten vallen. Om deze gaten op te vullen, zoekt Gouda de samenwerking met vrijwilligersorganisaties op. ‘We hebben bijvoorbeeld een heel actief Taalhuis’, vertelt Marjo. ‘We onderzoeken hoe we het aanbod daarvan geschikt kunnen maken voor statushouders. Ik wil niet steeds speciaal iets laten ontwikkelen voor statushouders, maar slim gebruikmaken van wat er al is. Dan pak je inburgering echt integraal aan. En dat is waar we in Gouda voor staan.’
Kleine aanbieders op een rij
Naast Promen werkt Gouda met deze kleine aanbieders:
- The Melting Shop: populair onder vrouwen die minder taalvaardig zijn. In het zogenaamde huiskamer naaiatelier starten ze elke dag met koffie en een praatje.
- Bizon/E25: populair bij veel mannen. De organisatie heeft onder andere ambachtelijke werkateliers waar mensen kunnen kennismaken met technische beroepen.
- Café Van Noord: een café-restaurant in een wijkcentrum waar mensen met affiniteit met horeca en koken ervaring kunnen opdoen.
In al deze projecten oefenen statushouders op een laagdrempelige manier de taal en bouwen ze een arbeidsritme op. ‘Soms kunnen ze vanuit hier ook doorstromen naar een re-integratietraject, via de Participatiewet’, vertelt Marjo. ‘Dat is natuurlijk helemaal een mooie uitkomst.’
3 tips van de gemeente Gouda
- Laat inburgeraars op meerdere plekken ervaring opdoen.
- Zorg voor een helder overzicht van participatie-activiteiten.
- Gebruik wat er al is en maak dit aanbod geschikt voor statushouders.
2.2 Participatie-uren inburgeraar Z-route in Gouda
In de visual hieronder is te zien hoe inburgeraars in gemeente Gouda de participatie in de Z-route invulling kunnen geven.
-
Man, 30 jaar, alleenstaand.
In zijn land van herkomst werkte hij op het land. Onderwijs heeft hij niet gevolgd. Hij vindt het leuk om fysiek bezig te zijn.
Zijn startniveau wat betreft taal is A0. Hij heeft geen ervaring met participeren en is in Nederland nog niet zelfredzaam.
Uren
Wat en hoe ziet dit eruit?
Door wie georganiseerd?
200
MAP (praktijk en theorie)
Door Promen, biedt tevens participatie aan en is werkontwikkelbedrijf
12
PVT
Door gemeente
10
Cursus Digivaardigheden
Door Taalhuis van de bibliotheek
10
Cursus Omgaan met geld
Door Vluchtelingenwerk
30
Diverse activiteiten (onder andere over gezondheid en sociale contacten)
Door het buurthuis
10
Training Bewegen werkt, mentale veerkracht
Door Bewegen Werkt
100
Taalstage
Door diverse stichtingen en verenigingen
200
Participatietraject Start Bizon
Door Bizon, participatie-aanbieder
30
Vaktaaltraining met fotoboekjes
Door Bizon
200
Ambachtsatelier Bizon, onder andere meubels opknappen
Door Bizon
= minimaal 800 uur
3. Z-route inburgering in Maastricht
3.1 De kracht van goede samenwerking in Maastricht
In Maastricht werken de gemeente en het VISTA college nauw samen bij taal en participatie in de Z-route. Samen ontwikkelden ze een introductieprogramma, gekoppeld aan de lesblokken van VISTA. ‘We zien het VISTA college echt als onze partner’, vertelt Zoë Cremers, senior beleidsmedewerker nieuwkomers bij de gemeente Maastricht. Judith Wolfs, onderwijskundig leider bij het VISTA college, beaamt dat: ‘Daarin zit volgens mij onze kracht. Ook al zijn we formeel opdrachtgever en opdrachtnemer, we lossen dingen altijd samen op.’
Tijdens het introductieprogramma van 40 uur maken deelnemers in groepsverband kennis met allerlei participatieactiviteiten. Denk aan een bezoek aan de bibliotheek of een sportclub. ‘Op deze manier proberen we te ontdekken wat iemand leuk vindt’, zegt Zoë. ‘Tijdens het afgelopen programma gingen de deelnemers bijvoorbeeld mee met de wandelclub, en een aantal van hen loopt nu structureel mee.’
Inzet van sleutelpersonen
Tijdens het introductieprogramma zet de gemeente sleutelpersonen in. Judith legt uit: ‘Dit zijn inburgeraars die zelf al wat verder zijn in het traject. Zo’n sleutelpersoon kan bijvoorbeeld makkelijk iets vertalen, maar ook culturele verschillen duiden. Dat helpt om vertrouwen op te bouwen.’ Ook Zoë is enthousiast over de sleutelpersonen. ‘Ze doen het nu op vrijwillige basis. Maar we zouden hier graag een structurele functie van maken want ze zijn echt hele waardevolle krachten.’
Volwaardig programma van drie jaar
Na het introductieprogramma moeten inburgeraars en consulenten de resterende 800 uur zelf invullen. ‘En dat is best lastig’, zegt Zoë. ‘Daarom willen we de introductie graag uitbreiden naar een volwaardig programma van drie jaar. Daarin combineren we de taallessen met lessen over hoe dingen in Nederland werken. Dat breiden we uit met snuffelstages en zo werken we toe naar betaald werk of vrijwilligerswerk, in samenwerking met mensontwikkelbedrijf MTB.’ Zo’n programma is niet goedkoop. Daarom heeft de gemeente hier subsidie voor aangevraagd. ‘Hiermee kunnen we het programma hopelijk uitvoeren.’
Drempels verlagen in de taalles
Intussen integreert het VISTA college participatie nu al zo veel mogelijk in de taallessen. ‘Deze doelgroep leert niet uit een boek, maar moet het echt gaan doen’, vertelt Judith. ‘Om drempels te verlagen, oefenen we een telefoongesprek eerst in de klas. Vervolgens bellen we een medewerker van school en daarna doen we het pas in het echt. Soms halen we de buitenwereld naar binnen, en nodigen we bijvoorbeeld een huisarts uit. Dat maakt de stap naar buiten minder spannend.’
Samenwerking moet je opzoeken
De gemeente en het VISTA college werken heel prettig samen, maar Zoë geeft aan dat dat niet vanzelfsprekend is. Volgens haar is samenwerking nog te vaak gebaseerd op toeval. Bijvoorbeeld omdat mensen elkaar al kennen. ‘Ik vind dat je die samenwerking actief moet opzoeken. Dat kost tijd, en daardoor schiet het er vaak bij in. Het heeft ons erg geholpen om samen met het VISTA college en MTB deel te nemen aan het werkatelier van Divosa. Dit heeft een impuls gegeven aan de samenwerking met de MTB en daardoor ligt er nu een plan voor een volwaardig participatieprogramma klaar.’
3 tips van de gemeente Maastricht
- Laat inburgeraars in groepsverband met participatie-activiteiten kennismaken.
- Zet sleutelpersonen in om begrip en vertrouwen op te bouwen.
- Zoek actief de samenwerking met partners op en neem hier de tijd voor
3.2 Participatie-uren inburgeraar Z-route in Maastricht
In de visual hieronder is te zien hoe inburgeraars in gemeente Maastricht de participatie in de Z-route invulling kunnen geven.
-
Man, 52 jaar, 2 jongvolwassen kinderen, alleenstaand.
Hij heeft in zijn land van herkomst geen onderwijs gevolgd. Hij had er diverse praktische werkzaamheden. Zijn kinderen hebben prioriteit, op hun beurt ondersteunen zij hem ook veel. Hij wil graag de taal leren en werknemersvaardigheden ontwikkelen.
Zijn startniveau wat betreft taal is Alfa A. Wat betreft participatie heeft hij weinig ervaring in Nederland en ook weinig zicht op de mogelijkheden.
Uren
Wat en hoe ziet dit eruit?
Door wie georganiseerd?
30
MAP
Door Base2Work en sleutelfiguren
40
Praktijkonderdeel MAP
Door Base2Work en sleutelfiguren
12
PVT
Door VluchtelingenWerk
40
Activiteitencarrousel
10 weken, 4 uur per weekKennismakingen met sport, cultuur en lokale voorzieningen zoals de bibliotheek
Door gemeente met sleutelfiguren
80
Sport
Door inburgeraar zelf
50
Oefenen met een taalmaatje
Door Humanitas
110
Lessen en werkbezoeken over ontmoeten, wonen, vrije tijd, gezondheid, scholing, kinderen en opvoeding, geld en werk
Door Vista college
50
Maatwerktraject gericht op duurzame uitstroom, onder andere gesprekken met uitstroomconsulent - alleen in derde jaar
Door Vista college
200
Groepsprogramma werknemersvaardigheden over werken, veiligheid en afdelingsspecifieke opleiding, bestaande uit (snuffel)stages, praktijkverklaringen etc.
Werkbegeleider leerwerkbedrijf MTB
200
Vrijwilligerswerk
Door gemeente
= minimaal 800 uur
4. Z-route inburgering in Elburg
4.1 Elburg moedigt werkgevers aan om statushouders een kans te geven
In Elburg is het niet eenvoudig om participatieplekken te vinden voor inburgeraars in de Z-route. De gemeente is klein en niet gewend aan nieuwkomers, waardoor werkgevers terughoudend zijn. Stichting WIEL, de lokale welzijnsorganisatie, voert het participatie-onderdeel van de Z-route uit. ‘Organisaties vinden het vooral heel spannend’, vertelt Willeke Mekelenkamp, sociaal werker bij de stichting. ‘Onbekend maakt onbemind. Maar als ze eenmaal over de streep zijn, gaat het meestal heel goed.’
Veel organisaties in Elburg zien beren op de weg. Ze vragen zich af hoe ze moeten communiceren met iemand die de taal niet spreekt. ‘We dagen ze dan uit om iemand toch een kans te geven’, vertelt Willeke. ‘Zo had ik onlangs een dame die graag in haar eigen woonplaats vrijwilligerswerk wilde doen. Dat zagen ze in haar dorp niet zitten. Maar na een kennismaking gaven ze haar toch een kans. Aan het begin moesten ze erg aan elkaar wennen. De vrijwilligers vonden bijvoorbeeld dat de vrouw te weinig initiatief nam. Ik legde uit dat dit in haar cultuur niet gebruikelijk is, wat voor meer begrip zorgde. En uiteindelijk bleek het een super leuke match. Toen de vrouw op een gegeven moment zwanger was, gingen de andere vrijwilligers zelfs babysokjes voor haar breien.’
Taalbarrière als excuus
Ook Parmis Sarmidani, consulent werk en participatie bij de gemeente Elburg, ziet hoe lastig het is om werkgevers enthousiast te krijgen. ‘Meestal gooien ze het op de taal, maar soms zit er meer achter.’ Zo werd een Turkse jongen afgewezen bij een supermarkt, terwijl hij perfect Nederlands spreekt. Toen Parmis navraag deed, zei de werkgever dat ze “iemand van zestien” zochten. ‘Gelukkig gaven ze hem bij een andere supermarkt wel een kans, en daar zijn ze nu hartstikke tevreden over hem.’
Beter contact met taalschool
Een andere uitdaging in Elburg is dat het taalonderwijs regionaal is georganiseerd. Parmis: ‘De taalschool zit in Harderwijk. Omdat Elburg geen treinstation heeft, is dit een hele reis.’ Lange tijd was er weinig contact tussen de gemeente, Stichting WIEL en de taalschool. Sinds het werkatelier van Divosa, waar de gemeente en WIEL samen aan meededen, is dat verbeterd. ‘We hebben nu af en toe mailcontact met de taalschool, dat is al heel fijn’, vertelt Willeke. ‘Soms denken we dat het goed met iemand gaat, omdat diegene voldoende participatie-uren maakt. Later blijkt dat diegene juist achterloopt met schooluren. Hoe eerder we dat weten, hoe eerder we die persoon kunnen stimuleren om de taallessen weer op te pakken.’
Vaker ja
Het contact met werkgevers en de taalschool kan nog beter, maar verder is er in Elburg al veel veranderd ten opzichte van een paar jaar geleden. ‘We krijgen vaker ja te horen van organisaties’, zegt Willeke. ‘Dat komt ook doordat we echt ons best doen om ze te laten inzien hoe waardevol het is om een statushouder een kans te geven. Bijvoorbeeld door te vragen of ze in elk geval willen kennismaken.’ Parmis vult aan: ‘Bij de gemeente doen we dit ook. Zo organiseren we na de zomer een werkgeverslunch waar al veel aanmeldingen voor zijn. Als werkgevers positieve verhalen over de inzet van statushouders horen, hoop ik dat het balletje gaat rollen. Want uiteindelijk wil ik deze mensen gewoon heel graag aan het werk helpen.’
3 tips van de gemeente Elburg
- Neem de tijd om werkgevers persoonlijk te benaderen en voor te lichten.
- Vraag door als de taalbarrière het bezwaar is. Soms zit er meer achter.
- Stem regelmatig af met de taalschool om signalen op tijd op te pikken.
4.2 Participatie-uren inburgeraar Z-route in Elburg
In de visual hieronder is te zien hoe inburgeraars in gemeente Elburg de participatie in de Z-route invulling kunnen geven.
-
Man, 60 jaar. Hij heeft gezondheidsproblemen.
In zijn land van herkomst heeft hij minimaal onderwijs gevolgd en praktisch werk verricht.
Hij is anders-alfabeet en zijn taalniveau is bij start van de Z-route alfa B. Hij kan deelnemen aan georganiseerde activiteiten, maar is nog niet klaar voor betaald of onbetaald werk (participatieladder niveau 3).
Uren
Wat en hoe ziet dit eruit?
Door wie georganiseerd?
18 uur
MAP
Woord van Kracht
40 uur
Praktijkonderdeel MAP (vrijwilligerswerk in de buurt)
Woord van Kracht
15 uur
PVT
Stichting WIEL en gemeente
20
Maatschappelijke begeleiding
Stichting WIEL
9
Voorlichting gezondheid
GGD
25
Groeitraining
Woord van Kracht
25
Voortgangsgesprekken met participatiebegeleiders
Stichting WIEL
310
Participatie-uren: deelname aan Z-route activiteiten (o.a. sport en koken), bezoek spreekuren en afspraken waar Nederlands gesproken wordt
Stichting WIEL
350
Vrijwilligerswerk in het groen
Stichting WIEL
= minimaal 800 uur
5. Z-route inburgering bij WSD
5.1 Hoe WSD de wensen van negen gemeenten vertaalt naar één programma
Werkontwikkelbedrijf Werk. Samen. Doen (WSD) begeleidt inburgeraars in de Z-route voor maar liefst negen gemeenten in Noord-Brabant. Een complexe opdracht, want elke gemeente heeft andere wensen en eisen. Manager Participatie Jan Burger en trajectconsulent Imke Cleutjens merken dagelijks hoe verschillend die verwachtingen kunnen zijn. Imke vertelt: ‘Consulenten van de ene gemeente willen bijvoorbeeld precies weten wie op welke plek stage loopt, terwijl consulenten bij andere gemeenten dit helemaal aan ons overlaten.’
Om alle rollen en afspraken goed af te bakenen, werkt WSD met een programma van eisen. ‘We proberen zoveel mogelijk uniformiteit in te bouwen’, vertelt Jan. ‘Maar er moet ruimte blijven voor de eigen wensen van gemeenten. Ik vind het eerlijk gezegd wel een leuke uitdaging om negen gemeenten tegelijk te bedienen. En als bepaalde casuïstiek vaker voorkomt, vind ik dat we moeten onderzoeken of we het programma kunnen aanpassen.’
Soms moet je flexibel zijn
Een voorbeeld van zo’n aanpassing gaat over de stage in de Z-route. WSD biedt een stage aan voor 312 uur. Vooraf is bepaald dat dit negen maanden lang acht uur per week is. Gemeenten vonden negen maanden te lang en vroegen zich af of iemand niet meer uren per week mag stage lopen. Jan: ‘Aan die wens wilden we tegemoetkomen. Daarom hebben we nu afgesproken dat meer uren per week prima is, zolang je uiteindelijk maar aan die 312 uur komt. Soms moet je flexibel kunnen zijn in het format en het resultaat leidend maken.’ Overigens komt het ook voor dat acht uur juist te veel is, vertelt Imke. ‘De meest kwetsbare mensen in onze doelgroep hebben nog helemaal geen werkervaring. Daarnaast zijn er mensen die vanwege traumaklachten niet veel kunnen werken. Ook bij hen moeten we flexibel kunnen zijn en de uren langzaam opbouwen.’
Laagdrempelig contact
WSD overlegt vier keer per jaar met de beleidsmedewerkers inburgering van de negen gemeenten en organiseert twee keer per jaar een klantreis met alle gemeenten. ‘We bespreken meer strategische thema’s en pijnpunten in de klantreis, los van de casuïstiek in het beleidsoverleg’, vertelt Jan. Imke en haar collega’s werken daarnaast regelmatig op locatie bij gemeenten. ‘Zo houden we het contact met de klantmanagers laagdrempelig. We kunnen dan bijvoorbeeld meteen overleggen als bij iemand de stage niet soepel verloopt.’
Waardevolle discussies
Al met al lukt het WSD en de gemeenten steeds beter om alle wensen op elkaar af te stemmen. ‘We hebben echt wel eens discussies met elkaar over de uitvoering, maar dat mag ook’, vindt Jan. ‘Zolang je elkaars belangen maar begrijpt en zo’n discussie ergens toe leidt. Als we negen keer hetzelfde signaal krijgen over ons programma, moeten we daar iets mee. Soms lukt het ons om die signalen om te zetten in een constructieve aanpassing of uitbreiding van onze diensten. Kijk bijvoorbeeld naar die uren aanpassing in de stages. Dat vind ik heel waardevol.’
Taalles op de werkvloer
WSD combineert leren en werken onder één dak. Daarom is de organisatie steeds op zoek naar manieren om beide onderdelen zo goed mogelijk met elkaar te verbinden. Zo startte WSD in juni 2024 met de pilot Taalles op de werkvloer. In deze pilot krijgt een groep inburgeraars taalles op de werkvloer bij kringloopwarenhuis Het Goed in Boxtel. Zo ontwikkelen ze tegelijk taalvaardigheden en werknemersvaardigheden.
Het werken gebeurt altijd in combinatie met andere inburgeringsactiviteiten. De focus op werk zorgt dat meer statushouders een baan krijgen, zowel bij WSD als bij andere werkgevers. Tegelijkertijd worden zij minder afhankelijk van een uitkering.
Video’s in de eigen taal
Om inburgeraars goed voor te bereiden op hun traject, werkt WSD veel met visuele ondersteuning. Jan: ‘Met hulp van AI ontwikkelen we video’s in de taal van de inburgeraar waarin we bijvoorbeeld onze werkplekken introduceren. Zo voorkomen we dat iemand volledig bleu het programma instapt. Ook laten we zien dat we het samen doen. Ik vind het belangrijk om af en toe net die extra stap te zetten om zo de inburgeraars en de gemeenten beter te helpen.’
3 tips van WSD
- Werk met een programma van eisen, maar houd ruimte voor maatwerk.
- Zorg voor laagdrempelig contact met beleidsmedewerkers en klantmanagers.
- Neem signalen over het programma serieus en kijk wat je kunt aanpassen.
5.2 Participatie-uren inburgeraar Z-route bij WSD (Brabant)
In de visual hieronder is te zien hoe inburgeraars bij WSD in Noord-Brabant de participatie in de Z-route invulling kunnen geven.
-
Vrouw, 30 jaar, heeft een partner en drie kinderen.
Ze was huisvrouw in haar land van herkomst en heeft geen onderwijs gevolgd. Ze is analfabeet is haar eigen taal en heeft een lage leerbaarheid. Daarom is het startniveau wat betreft taal Alfa A.
Haar prioriteit ligt bij de zorg voor de kinderen, ze krijgt hierin weinig ondersteuning van haar partner. Om goed voor haar kinderen te kunnen zorgen, is haar bereidheid om zelfredzaam te worden groot. Door het gebrek aan kinderopvang en tegengestelde roosters is participatie lastig te organiseren.
Uren
Wat en hoe ziet dit eruit?
Door wie georganiseerd?
30 uur
MAP
Door werkontwikkelbedrijf WSD
312 uur
Praktijkonderdeel MAP - inburgeringsstage binnen WSD
Door WSD
24 uur
PVT
Door WSD
24 uur
KNM (extra KNM vindt plaats in taallessen)
Door WSD
390 uur
Parttime werk. In de werkleerlijn zorg van WSD.
Via WSD individueel bemiddeld bij externe werkgever
Door WSD en werkgever (met loonkostensubsidie)
15
Fietsles
Door gemeente
20
Maatschappelijke begeleiding eventueel met coaching
Door gemeente eventueel met inzet Yalla coaching via WSD
= minimaal 800 uur
6. Z-route inburgering in Hoeksche Waard
6.1 Hoeksche Waard stimuleert inburgeraars om zelf de regie te nemen
In de gemeente Hoeksche Waard werken gemeente en taalschool nauw samen bij de begeleiding van inburgeraars in de Z-route. ‘De invulling van de participatie-uren is onze grootste uitdaging’, zegt adviseur inburgering Renata van Tilborgh. ‘Inburgeraars moeten al zoveel. Hoe bouw je die uren ook nog in hun dagelijks leven in?’ NT2-docent Jacco Steen beaamt dit: ‘Ik integreer participatie daarom in mijn lessen, zodat mijn cursisten meteen zien wat ze eraan hebben.’
‘Zeker in het eerste jaar vragen we veel van inburgeraars’, vertelt Renata. ‘Ze hebben vaak lang in een opvanglocatie gezeten waar ze niet veel zelf konden doen. En ineens krijgen ze een eigen huis, moeten ze de taal gaan leren en ook nog participatie-uren maken. Het is dan heel lastig voor ze om eigenaarschap te pakken. Bovendien zijn ze dat niet altijd gewend vanuit hun cultuur.’
Leven in Nederland is het doel
Ook Jacco merkt dat haar cursisten niet goed weten wat ze met die participatie moeten. ‘Ik probeer participatie daarom te integreren in mijn lessen. We schrijven bijvoorbeeld samen een e-mail aan een vrijwilligersorganisatie. Ze begrijpen dan ook beter dat ze de taallessen nodig hebben om dit soort dingen zelfstandig te kunnen doen. Die taalles is geen doel op zich. Hun leven in Nederland is het doel. Daar sluit ik in de les zoveel mogelijk op aan.’
Participatie en taal hand in hand
In de oorspronkelijke aanpak van de gemeente kwam participatie pas in een later stadium aan bod. Jacco: ‘Juist door participatie leren inburgeraars de taal. Het is goed als de participatie en taallessen hand in hand gaan.’ Renata: ‘We dachten dat deelnemers eerst een goede basis van de Nederlandse taal nodig hadden om te kunnen participeren. Maar dat zien we nu anders. In de nieuwe aanbesteding passen we onze aanpak daarom aan.’
Opdrachten om participatie-uren te verdienen
De gemeente en de taalschool hebben diverse ideeën om taal en participatie beter te combineren. ‘Zo zijn we bezig met het maken van opdrachtenkaarten. Hierop staat bijvoorbeeld de opdracht om zelf de dokter te bellen’, vertelt Renata. ‘Door zo’n opdracht uit te voeren, kunnen inburgeraars extra participatie-uren opbouwen.’ Hoewel de fysieke opdrachtenkaarten er nog niet zijn, experimenteert Jacco al wel met het uitvoeren van opdrachten tijdens de taalles. ‘We gaan bijvoorbeeld samen naar een winkel of we oefenen een telefoongesprek met de woningbouwvereniging.’
Belangen van inburgeraars voorop
Om inburgeraars zo goed mogelijk te begeleiden, is samenwerking tussen de gemeente, taalschool en participatie-aanbieder cruciaal. ‘We werken eigenlijk in een driehoek’, zegt Jacco. ‘Er is al veel moois ontstaan, maar ik zie nog kansen om de verbinding te versterken.’ Renata vult aan: ‘Elke organisatie draagt op haar eigen manier bij, met specifieke inzichten. We moeten de systeemwereld niet laten winnen van de leefwereld, en altijd de belangen van inburgeraars voorop houden. Zo kunnen we voor hen een gezonde, rustige leersituatie creëren.’
Direct praten over nieuwe woorden
Beroepentuin Hoeksche Waard biedt diverse leertrajecten aan om mensen aan het werk te helpen. Een van Jacco’s cursisten maakt daar zijn participatie-uren. ‘Dit vind ik een heel mooi voorbeeld. Doordat de werkplaats naast mijn lokaal zit, zie ik waar hij ’s ochtends mee bezig is. Dat neem ik ’s middags meteen mee in de les. We praten bijvoorbeeld over de nieuwe woorden die hij die dag heeft geleerd.’
3 tips van de gemeente Hoeksche Waard
- Integreer participatie in de taalles.
- Maak participatie praktisch, bijvoorbeeld met opdrachtenkaarten.
- Werk met gemeente, taalschool en participatie-aanbieder samen in een driehoek.
6.2 Participatie-uren inburgeraar Z-route in Hoeksche Waard
In de visual hieronder is te zien hoe inburgeraars in gemeente Hoeksche Waard de participatie in de Z-route invulling kunnen geven.
Onderschrift
-
Vrouw, 40 jaar, heeft een gezin met 4 kinderen. Haar man volgt ook de Z-route.
Ze heeft fysieke belemmeringen. In haar land van herkomst werkte ze bij een ngo. In Nederland deed ze vrijwilligerswerk bij COA. Ze beheerst enigszins de Engelse taal.
Uren
Wat en hoe ziet dit eruit?
Door wie georganiseerd?
64 uur
MAP
Door stichting de Werkshop, uitvoeringsorganisatie
32 uur
PVT
Door stichting de Werkshop
100 uur
Taalcafé
Door het Taalhuis van de bibliotheek
120 uur
Participatieprogramma (ontwikkeld door Newbees, beschikbaar via de handreiking Participatie in de inburgering)
Door taalschool
80 uur
Participatielessen met huiswerkopdrachten
Door taalschool en gemeente
24 uur
3 keer NLdoet
Door gemeente en Tulptraining, uitvoerder participatie
16 uur
Opdrachten in de natuur
Door Hoeksche Waards Landschap en taaldocent
10 uur
Gesprekken over gezondheidszorg in Nederland
Door gemeente
4 uur
Zangmiddag Zing Nederlands met me
Door het Taalhuis
310 uur
Vrijwilligerswerk
Door diverse organisaties
40 uur
Parttime betaalde arbeid
Door werkgever
= minimaal 800 uur
Colofon
Divosa
Aïdadreef 8 | 3561 GE Utrecht
Postbus 9563 | 3506 GN Utrecht
030 - 233 23 37
info@divosa.nl
divosa.nl
Auteurs
Annemieke van Ramshorst, Gaby Hauck (Divosa) en Jet van Mierlo (Divosa)
Met medewerking van de teams uit Gouda, Maastricht, Elburg, Hoeksche Waard, WSD en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Redactie
Gaby Hauck (Divosa), Iris Ruijs (Divosa) en Jet van Mierlo (Divosa)
Eindredactie
Iris Ruijs (Divosa) en Annemieke van Ramshorst
Webredactie
Frank Heukels en Remco van Brink (Divosa)
Versie
oktober 2025