De Miljoennota 2027 verbetert de financiële positie van gemeenten op korte termijn, maar biedt geen fundamentele oplossing voor de structurele spanning tussen gemeentelijke opgaven, kosten en inkomsten. De keuzes van dit kabinet staan nadrukkelijk in het teken van activering: meer mensen moeten aan het werk komen en blijven. Ondertussen blijft de krapte in het sociaal domein bestaan en neemt de druk op de lokale uitvoering door dit beleid maar verder toe.
Divosa-voorzitter Victor Everhardt: 'Het openingsbod van het kabinet toont een neutrale begroting waarbij drastische maatregelen voor de sociale zekerheid doorschuiven naar volgend jaar. We zouden kunnen zeggen dat gemeenten er redelijk vanaf komen als we kijken naar de Participatiewet en het versterken van bestaanszekerheid van inwoners. Maar zolang structurele oplossingen worden uitgesteld en het ravijnjaar nog altijd in zicht blijft, blijft het ook onzeker voor gemeenten. En dat maakt het moeilijk om te investeren in voorspelbare en goede dienstverlening aan inwoners die dat hard nodig hebben.'
Hier volgt de analyse van Divosa op gebied van bestaanszekerheid, werk, participatie, inkomen, inburgering en rechtsbescherming en de consequenties voor financiën en uitvoering van gemeenten.
Gemeentefonds: meer geld, maar weinig nieuwe financiële ruimte
Het Gemeentefonds komt in 2027 uit op € 49,96 miljard. Een groot deel van deze toename ontstaat doordat het Rijk het fonds laat meegroeien met de economie, wat voor 2027 neerkomt op een positieve bijstelling van € 2,17 miljard. Dit betreft algemene middelen die gemeenten vrij kunnen besteden.
Er is een aantal mutaties ten opzichte van vorig jaar, waaronder een toevoeging van € 80,6 miljoen voor loonbijstelling binnen Participatie en € 75 miljoen voor de demografische ontwikkeling van de Wmo. Voor het uitstel van de inkomens- en vermogensafhankelijke Wmo-eigen bijdrage wordt in 2027 € 265,7 miljoen aan het Gemeentefonds toegevoegd. Deze mutaties mogen niet bij elkaar worden opgeteld als ‘nieuwe financiële ruimte’. Sommige bedragen zijn compensatie voor kosten, andere zijn taakgebonden of incidenteel en sommige waren al vóór Prinsjesdag bekend.
Dat er op papier meer geld naar het Gemeentefonds gaat, betekent dan ook niet dat de financiële positie van gemeenten verbetert. Het dekt hooguit (een deel van) de bestaande tekorten en gestegen lasten. De structurele spanning op de gemeentefinanciën blijft onverminderd groot en het 'ravijn' - dat met name door de stijgende kosten voor jeugdzorg is ontstaan - is hiermee zeker niet verdwenen.
Inkomensondersteuning vraagt meer dan regelingen alleen
In 2027 daalt de koopkracht licht met 0,1%, terwijl de inflatie met 2,7% relatief hoog blijft. Bestaanszekerheid wordt in de begroting sterk benaderd vanuit het beter benutten van bestaande regelingen: zorgen dat inwoners krijgen waar ze recht op hebben. Dat schuurt met de praktijk. Juist bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt is meer nodig dan alleen rechtmatige inkomensondersteuning. Mensen die aan de kant staan hebben actieve ondersteuning en begeleiding nodig om mee te kunnen doen en hun bestaanszekerheid duurzaam te versterken.
Een aantal eerder aangekondigde sociale zekerheidsbezuinigingen is afgeblazen of naar latere jaren verschoven. De verkorting van de WW blijft onderdeel van de plannen, maar het financiële effect treedt pas vanaf 2029 duidelijk op. Voor de aanpak van armoede en problematische schulden is in 2027 €125 miljoen beschikbaar en vanaf 2028 structureel €150 miljoen per jaar. Het Noodfonds Energie krijgt eenmalig €193 miljoen voor 2026-2027; dit was al eerder bekend.
De focus op vereenvoudiging en de Hervormingsagenda Inkomensondersteuning blijft, maar de uitwerking is op veel onderdelen nog niet financieel concreet. Tegelijkertijd loopt de taakstelling op de SZW-begroting op. Vereenvoudiging moet daarmee niet alleen de dienstverlening verbeteren, maar ook bijdragen aan een efficiëntere en goedkopere overheid.
BUIG: het macrobudget groeit, LKS-budget veel sneller
Het macrobudget voor Participatiewetuitkeringen stijgt in 2027 met 1,2% (102 miljoen) naar 8,3 miljard. Binnen dit budget zijn de ontwikkelingen duidelijk verschillend: de algemene bijstand neemt toe met 1,0 % (7,4 miljard) en de loonkostensubsidies met 9,3% (708 miljoen). De samenstelling van de BUIG-uitgaven verandert daarmee verder. Het geraamde aantal bijstandsuitkeringen stijgt slechts beperkt, van circa 353.000 naar 354.000, terwijl het aantal loonkostensubsidie (LKS)-voorzieningen naar verwachting toeneemt van 48.000 naar 51.000.
De groei van LKS past bij de ontwikkeling naar meer inzet van loonkostensubsidie voor mensen die met ondersteuning aan het werk gaan. Sinds 2022 wordt het LKS-budget verdeeld op basis van gerealiseerde uitgaven. De groei van het budget volgt daarmee de ontwikkeling van het daadwerkelijke gebruik. Voor gemeenten is vooral de samenhang tussen de kosten van LKS en begeleiding en de besparing op de bijstandsuitgaven relevant.
Beschut werk krijgt andere financiering
Gemeenten krijgen vanaf 2027 een andere aansluiting tussen de financiering van beschut werk en het daadwerkelijk realiseren van beschutte werkplekken. Dit is reeds in de Meicirculaire aangekondigd.
De begrotingsstukken bevatten op dit punt geen nieuwe financiële impuls. Wel verandert de verdeling van de beschikbare middelen. Voor gemeenten die daadwerkelijk beschut werk realiseren, sluit de financiering daardoor beter aan op de omvang van de opgave.
Wsw krimpt, financiering verschuift
De Wsw-doelgroep neemt verder af. In de Miljoenennota staan hiervoor geen nieuwe beleidswijzigingen. Tegelijkertijd groeit het belang van beschut werk en een bredere sociale infrastructuur. Voor sociale ontwikkelbedrijven betekent dit een veranderende samenstelling van de doelgroep en daarmee ook een andere financieringsopgave.
De vraag is daarbij of de verschillende financieringsstromen voldoende blijven aansluiten op de kosten van de infrastructuur en de begeleiding van nieuwe doelgroepen. De Miljoenennota 2027 brengt daarin geen verandering.
Structurele investering in vroegsignalering schulden
Het kabinet zet in op betere schuldhulpverlening en vroegsignalering. De basisdienstverlening schuldhulpverlening moet ervoor zorgen dat inwoners in iedere gemeente minimaal op dezelfde elementen van ondersteuning kunnen rekenen. Belangrijk financieel punt is de komst van structurele financiering voor vroegsignalering. Er is € 20 miljoen per jaar beschikbaar voor gemeenten. Op 24 september bezegelen Divosa, NVVK, VNG, het ministerie van SZW en de koepels van vastelastenpartijen deze stap met het ondertekenen van nieuwe bestuurlijke afspraken.
Korting SPUK WEB-budget wordt teruggedraaid
Het kabinet wil leerlingen en studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt en samenleving van de toekomst door de basisvaardigheden te versterken en het onderwijs te laten meebewegen met nieuwe ontwikkelingen. Er is alleen te weinig budget om een slag te slaan. De 10%-korting op de SPUK WEB (volwasseneducatie) wordt vanaf 2027 teruggedraaid. Het gaat om circa € 9 miljoen die via de contactgemeenten wordt verdeeld. Daarmee wordt een eerdere bezuiniging teruggedraaid, maar is er geen sprake van een nieuwe extra investering.
Geen grote veranderingen in het activerend arbeidsmarktbeleid
Het kabinet wil een meer activerend beleid in de WW en het arbeidsongeschiktheidsstelsel, met meer aandacht voor wat mensen wél kunnen. De Miljoenennota maakt echter nog beperkt concreet hoe deze koers wordt versterkt. De koers is duidelijk, maar de Miljoenennota bevat beperkt nieuwe middelen voor de gemeentelijke uitvoering daarvan. Veel maatregelen waren al eerder aangekondigd.
In lijn met eerdere Kamerbrieven komt er in iedere arbeidsmarktregio een Werkcentrum. Gemeenten werken daarin samen met UWV, onderwijs, vakbonden en werkgevers. Voor de arbeidsmarktregio’s komt daarnaast € 6 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van de uitwisseling van matchingsgegevens (VUM). Dit geld gaat naar gemeenten.
Structurele borging Intensieve Plaatsing en Steun (IPS)
De Miljoenennota bevestigt de structurele borging van IPS voor de gemeentelijke doelgroep. De SZW-begroting spreekt over de voorbereiding van een voorgenomen structurele IPS-regeling per 2027 en over gesprekken met gemeenten en ggz-instellingen over de kaders en mogelijke verbreding van de doelgroep. De Miljoenennota sluit hier financieel op aan door middelen voor cohort 2027 over 2027, 2028 en 2029 te verdelen.
Extra re-integratiemiddelen voor jongeren zonder Wajong
Vanaf 2027 komt € 4,2 miljoen beschikbaar voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door UWV zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Dit bedrag loopt op naar € 29,3 miljoen structureel vanaf 2033. De middelen worden via een decentralisatie-uitkering aan gemeenten verstrekt. In de verdeling is een afzonderlijke component opgenomen voor jongeren die zijn afgewezen voor de Wajong. Deze middelen waren al opgenomen in de Meicirculaire 2026 en zijn dus geen nieuwe financiële impuls van Prinsjesdag 2026.
Oekraïne: meer duidelijkheid over opvang, minder over participatie
Ook in 2027 blijven gemeenten verantwoordelijk voor de opvang van Oekraïense ontheemden en het verstrekken van leefgeld. De doelgroepflexibele regeling (DFR) is op 1 juli 2026 ingevoerd en wordt vanaf 1 januari 2027 verplicht. Daarnaast zet het kabinet in op zelfredzaamheid en participatie van Oekraïense ontheemden. De begroting maakt echter niet duidelijk welke aanvullende middelen hiervoor specifiek voor gemeenten beschikbaar zijn.
Scherpe keuzes nodig om uitvoering van inburgering overeind te houden
Divosa stelt dat de uitvoerbaarheid van de Wet inburgering verder onder druk staat. Gemeenten ontvangen via het Gemeentefonds € 31 miljoen als tegemoetkoming in de uitvoeringskosten, maar dit biedt onvoldoende dekking voor een duurzame uitvoering. Tegelijkertijd wil het kabinet sterker inzetten op werk en participatie van statushouders. De ambitie is om de komende jaren 75.000 meer nieuwkomers aan het werk te helpen en werk nadrukkelijker onderdeel te maken van de inburgering.
Meedoenbalies in opvanglocaties krijgen structureel € 5 miljoen per jaar. Daarmee kunnen COA en gemeenten samen de vroege start van taal en participatie organiseren. De ambitie om statushouders sneller aan het werk te helpen groeit, maar de Miljoenennota laat nog beperkt zien welke structurele middelen gemeenten daarvoor krijgen. Divosa blijft betrokken in het gesprek met het ministerie van SZW hierover en ondersteunt gemeenten bij het scherp sturen op bedrijfsvoering, inrichting van de uitvoering en interne financiering van de inburgering.
Brede ambitie op rechtsbescherming
Uit verschillende begrotingen spreekt een brede ambitie om de rechtsbescherming en toegang tot recht te vergroten. Vanaf 2027 investeert het kabinet € 45 miljoen extra in de rechtsbijstand, onder meer voor het Juridisch Loket, sociale advocatuur en sociaal raadslieden (Justitie en Veiligheid). Daarnaast dragen het wetsvoorstel Versterking waarborgfunctie Awb, de plannen voor proactieve overheidsdienstverlening (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en de vereenvoudiging binnen het Belastingplan (Financiën), bij aan laagdrempelige en preventieve ondersteuning, dichtbij en proactief.
Door inwoners aan de voorkant goed te helpen en regelgeving te vereenvoudigen, kunnen juridische en financiële problemen worden voorkomen en wordt voorkomen dat kwetsbare inwoners verdwalen in het systeem. Het succes van deze ambitie valt of staat met uitvoerbaarheid, voldoende middelen voor gemeenten en een gezamenlijke inzet van de betrokken ministeries.
Jeugd en Wmo: geld is niet hetzelfde als kostendekking
De Hervormingsagenda Jeugd blijft uitgangspunt en bevat een structurele besparingsopgave die oploopt tot circa € 1,5 miljard vanaf 2028. Tegelijkertijd blijven de uitgaven onder druk staan. Gemeenten zetten in op preventie en het versterken van het voorliggend veld om zwaardere zorg te voorkomen. De vraag is of de veronderstelde besparingen daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd zonder dat de uitvoerings- en transformatiekosten elders oplopen.
Voor de Wmo is de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage uitgesteld tot 2028. Daardoor ontstaat in 2027 tijdelijk € 225 miljoen ruimte ten opzichte van de eerder ingeboekte besparing; inclusief het effect op het Gemeentefonds gaat het om circa € 266 miljoen. Vanaf 2028 wordt de besparing van € 225 miljoen structureel verwerkt.
Het Rijk onderzoekt daarnaast de verdeelmodellen voor Jeugd, Wmo en sociale basis verder. Daarbij is voor Jeugd al vastgesteld dat het huidige voorstel nog onvoldoende aansluit bij de gemeentelijke kosten. De structurele aansluiting tussen gemeentelijke kosten en beschikbare middelen blijft daarmee een open vraag.
Geld voor mede-overheden en Kansrijke Start
Om de positie van mede-overheden te versterken, stelt het Rijk voor de periode 2027-2035 cumulatief € 473 miljoen beschikbaar. Het is noodzakelijk dat een substantieel deel van deze middelen rechtstreeks bij gemeenten terecht komt om de uitvoering te ontlasten.
Een positieve stap daarin is de structurele investering in het programma Kansrijke Start (€ 25 miljoen in 2027, oplopend tot € 62 miljoen structureel). Ouders in kwetsbare situaties kampen vaak met meervoudige problematiek. Goede maatschappelijke ondersteuning valt of staat met een hechte samenwerking tussen de zorg, het sociaal domein en informele netwerken. Dat het kabinet hier nu structureel geld voor vrijmaakt, is een belangrijk én nodig signaal.
Divosa-voorzitter Victor Everhardt: 'Het kabinet heeft een duidelijke ambitie: meer mensen moeten aan het werk en kunnen meedoen. Dat vraagt juist op lokaal niveau om goede begeleiding, samenwerking en ruimte om te investeren. Die beweging steunen we van harte. Maar het helpt dan niet als werken meer belast wordt. Bovendien, als de financiële ruimte van gemeenten achterblijft bij de opgaven, wordt het steeds moeilijker om die ambitie in de praktijk waar te maken. Gemeenten kunnen alleen activeren als zij ook de ruimte hebben om te investeren in mensen.’