Statushouders onder de Wet inburgering 2013: inburgering, onderwijs, werk en bijstand (cijfers t/m 2022)
Laatste update: 08 augustus 20243. Werk
In dit hoofdstuk kijken we of (voormalig) inburgeringsplichtige statushouders binnen de leeftijdscategorie 18 tot 67 jaar aan het werk zijn. Daarnaast kijken we naar de omvang van de baan en verschillen tussen mannen en vrouwen. De peildatum is 31 december 2022.
Percentage werkenden stijgt nog verder
De cijfers van 2021 lieten zien dat het aandeel statushouders dat werkt steeds verder toeneemt. Ook in 2022 stijgt het percentage werkende statushouders. In december 2021 was dit 33% en in december 2022 groeide dit naar 36%.
Hoogste percentage werkenden in een arbeidsmarktregio ligt op 44% en het laagste percentage op 30%
Het aandeel werkenden verschilt sterk per arbeidsmarktregio. Eind 2022 was het aandeel werkenden in de arbeidsmarktregio Noordoost Brabant met 44% het hoogst. Ook in de arbeidsmarkregio’s Zuidoost-Brabant, Groot-Amsterdam, Midden-Limburg en Helmond de Peel zien we een relatief hoog percentage werkende statushouders. Het laagste percentage werkenden in een arbeidsmarktregio ligt op 30%.
Hoe langer in Nederland, hoe vaker aan het werk
Om deze stijgende trend in arbeidsdeelname te duiden is het zinvol om te kijken naar een uitsplitsing naar de cohorten. Immers, het aandeel statushouders dat al geruime tijd in Nederland verblijft, wordt relatief steeds groter.
Als we kijken naar de oudere cohorten dan zien we dat ruim 40% van de statushouders werkt.
Mannen vaker aan het werk
Hoewel het aandeel werkende statushouders blijft stijgen, is er nog een duidelijk verschil in de arbeidsparticipatie tussen mannen (47%) en vrouwen (21%). Interessant is wel om te zien dat het aandeel werkende vrouwen de laatste jaren harder stijgt dan het aandeel werkende mannen.
Verschillen
In de recente analyse naar de inzet van voorzieningen van de Divosa Benchmark Werk & Inkomen werd ook zichtbaar dat er duidelijke verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Uit de cijfers blijkt dat in 2023 meer mannen met een bijstandsuitkering (49%) een door gemeenten geregistreerde re-integratie- of participatievoorziening hebben dan vrouwen met een bijstandsuitkering (41%). Dit is een meerjarig beeld. Ook het doel van de voorzieningen verschilt: mannen krijgen vaker een voorziening gericht op re-integratie dan vrouwen. De hogere inzet op re-integratievoorzieningen bij mannen komt door een hogere inzet van loonkostensubsidie voor deze doelgroep. Daarnaast zagen we in eerdere analyses dat mannen vaker uit de bijstand stromen richting werk, maar dat vrouwen vaker parttime werken naast een bijstandsuitkering.
Als we kijken naar alle inwoners in Nederland is er ook een verschil tussen arbeidsparticipatie bij mannen en vrouwen. Maar dit verschil is een stuk kleiner dan bij de groep statushouders. Uit onderzoek van het Kennisplatform Integratie en Samenleving blijkt dat er verschillende redenen zijn waarom de arbeidsparticipatie van vrouwelijke statushouders achterblijft bij die van mannen. Ten eerste zien gemeenten dat mannen kansrijker zijn op de arbeidsmarkt; ze zijn vaak al wat langer in Nederland en hebben over het algemeen meer werkervaring in het land van herkomst. Onder de Wet Inburgering 2013 was de situatie zo dat als de man eenmaal aan het werk is en het echtpaar daardoor uit de bijstand komt, de vrouw ook uit beeld verdween bij de gemeente.
Gezin eerst
Traditionele rollenpatronen kunnen een rol spelen bij de keuze om vooral de man aan het werk te helpen. Uit gesprekken met vrouwelijke statushouders bleek dat zij wel gemotiveerd zijn om te werken, maar dat zij eerst een stabiele situatie voor hun gezin willen creëren voordat zij die stap willen zetten. Ook blijkt dat zij soms meerdere tussenstappen nodig hebben om aan het werk te komen. Hun arbeidstoeleiding bestaat meestal uit een uitgebreid traject gericht op de vraag ‘wat zijn eigenlijk mijn talenten en mogelijkheden?’. Het rapport geeft gemeenten verschillende tips over hoe zij de arbeidstoeleiding van vrouwelijke statushouders kunnen inrichten.
Uit de door Regioplan uitgevoerde evaluatie van het programma ‘Een nieuw bestaan, een nieuwe baan’ (subsidieprogramma Instituut Gak) komt als aanbeveling naar voren dat de arbeidsbemiddeling van vrouwen aandacht en een specifieke aanpak verdient.
Hoogste percentage werkende vrouwelijke statushouders in een arbeidsmarktregio ligt op 26% en het laagste percentage op 16%
Ook het aandeel werkende vrouwelijke statushouders verschilt sterk per arbeidsmarktregio. Eind 2022 was het aandeel werkenden vrouwen in de arbeidsmarktregio Noordoost Brabant met 26% het hoogst. Ook in de arbeidsmarktregio's Groot-Amsterdam, Midden-Limburg en Flevoland zien we een relatief hoog percentage werkende vrouwelijke statushouders. Het laagste percentage werkende vrouwelijke statushouders in een arbeidsmarktregio ligt op 16%.
De helft van de statushouders werkt fulltime
Van de statushouders die aan het werk zijn heeft bijna 50% een baan van meer dan 0,8 fte. Een klein deel van de statushouders heeft meer dan één baan. In de loop van de jaren zien we het percentage statushouders met grotere banen toenemen en het percentage met kleinere banen afnemen. Ook in absolute aantallen groeit het aantal werkenden met een grotere baan.
Hoogste percentage grote banen in een arbeidsmarktregio ligt op 62% en het laagste percentage op 43%
De arbeidsmarktregio Helmond de Peel heeft het hoogste percentage werkende statushouders met een grote baan (>0,8ft) (62%). Ook in de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant hebben veel statushouders een fulltime baan (58%). Interessant is dat in deze arbeidsmarktregio sowieso het percentage werkende statushouders hoog ligt met 41%. Het laagste percentage grote banen in een arbeidsmarktregio ligt op 43%.