Hoe stel je meetbare waarden in?
Laatste update: 17 december 2024‘Toon begrip voor weerstand en betrek medewerkers bij proces’
Je collega’s en jij zijn ervan overtuigd: werken met data helpt om bepaalde doelen te stellen en prestaties te meten. Maar hoe ga je om met weerstand bij medewerkers die data verzamelen, invoeren en analyseren? En hoe voer je het gesprek met samenwerkingspartners om via data tot gezamenlijke doelstellingen te komen? Voor dat laatste biedt een handig KPI-model van Sociaal Werk Nederland alvast uitkomst.
‘Kan ik dit wel? Word ik niet afgerekend op de cijfers? Wat betekent dit voor mijn functie?’ Lang niet iedereen ziet het zitten om datagedreven te werken. Het brengt onzekerheid met zich mee. Bovendien heeft het invloed op de autonomie die mensen ervaren, hun zelfbeeld (want: kan ik het wel?) en hun streven naar energiebehoud (want: nieuwe vaardigheden en werkzaamheden leren kosten tijd). Allemaal basale behoeften die bij verandering kunnen worden aangetast.
Er zullen altijd mensen zijn die bij verandering de kont tegen de krib blijven gooien en dat moet je als organisatie accepteren. Toch zijn er verschillende manieren om met weerstand om te gaan. Allereerst is het belangrijk om begrip te tonen. Daarnaast helpt het om medewerkers te betrekken bij het veranderingsproces en ze met feedbacksessies op de hoogte te houden van de voortgang.
Sociaal Werk Nederland is de brancheorganisatie voor het sociaal werk in Nederland. Het heeft ruim 500 leden en vertegenwoordigt daarmee ruim 80 procent van de branche.
Model
Werken met data is niet alleen nuttig om binnen de eigen organisatie de effecten van verschillende interventies te meten, maar ook om het gesprek met opdrachtgevers aan te gaan. Sociaal Werk Nederland heeft daarom in 2020 een KPI-model ontwikkeld dat door alle sociaalwerkorganisaties kan worden gebruikt. ‘Dit model helpt organisaties en opdrachtgevers om heldere afspraken te maken over wat ze willen bereiken en hoe ze dat gaan doen’, vertelt Eva Bos, adviseur kwaliteit, impact en innovatie bij Sociaal Werk Nederland.
De ontwikkeling van het model heeft ongeveer een half jaar in beslag genomen. Er werd daarbij samengewerkt met de VNG, een aantal sociaalwerkorganisaties en aanbieders van registratiesystemen.
Het KPI-model van Sociaal Werk Nederland kan bijvoorbeeld gebruikt worden in gesprek met gemeenten, aldus Bos. ‘Het is een bibliotheekmodel, wat betekent dat je kunt kiezen uit bestaande KPI’s, passend bij de opdracht van dat moment.’ Het model bestaat uit drie lagen: Impact KPI’s die outcome aangeven, Activiteiten KPI’s die tot output leiden én Kwaliteit KPI’s die staan voor de competenties, vaardigheden, kwaliteit van en tevredenheid onder medewerkers.
Zeven leefgebieden
De Impact KPI’s bestaan uit zeven leefgebieden, met daaronder - als je op zo’n leefgebied klikt - een lijst met een aantal KPI’s. Vetgedrukte KPI’s zijn indicatoren die het vaakst worden gebruikt in de praktijk. Bos: ‘De Impact KPI’s zijn een hulpmiddel om naar concrete doelen te gaan; het is geen afrekentool.’
De Activiteiten KPI’s gaan over de processen van sociaalwerkorganisaties, vertelt Bos. ‘Hoeveel signalen komen er binnen? Hoeveel casussen worden per medewerker behandeld? Maar ook: is wat we hebben bedacht een goede activiteit voor een inwoner of moet er bijgestuurd worden?’ Kwaliteit KPI’s geven inzicht in de mate waarin medewerkers voldoen aan beroepscompetenties en persoonlijke ontwikkeling. Ook meten deze indicatoren de tevredenheid van medewerkers, stagiaires, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers.
‘Bekijk samen de ontwikkelingen en stuur waar nodig tijdig bij’
Goed partnerschap
Goed partnerschap staat aan de basis van een succesvolle samenwerking, stelt Bos. ‘Het is daarom belangrijk om elkaar vroeg op te zoeken, al voordat er een opdracht ligt voor sociaal werk. Zo kun je samen kijken naar de uitdagingen die er in een gemeente of wijk zijn en naar de impact die je wil gaan maken.’
‘Maak vervolgens heldere afspraken’, vervolgt Bos. ‘Over het budget bijvoorbeeld. Is er genoeg beweegruimte? Maar ook over de rolverdeling. Soms zijn er in buurthuizen mensen van de gemeente en professionals van sociaal werk aanwezig en is niet duidelijk wie wat doet, waardoor er frictie ontstaat. Maak nadat er een doel is vastgesteld ook afspraken over hoe vaak er wordt gemonitord. Bekijk samen de ontwikkelingen en stuur waar nodig tijdig bij.’
Als laatste is het volgens Bos belangrijk dat je uitspreekt welke verwachtingen je van elkaar hebt en dat je bespreekt wat je kunt doen als de doelstellingen niet worden gehaald. “We willen uiteindelijk allemaal het beste voor de inwoners in onze gemeente en dat kan alleen als de relatie tussen gemeenten en sociaalwerkorganisaties goed is’, benadrukt ze nogmaals.
Meer informatie
- KPI-model (SWN • december 2024)
- Handleiding van het KPI-model (SWN • december 2024)