Overslaan en naar de inhoud gaan

Factsheet Bijstandsbudget 2020

Laatste update:

Samenvatting

Gemeenten krijgen een budget van het Rijk om de bijstandsuitkeringen te betalen. Het bijstandsbudget (officieel: de gebundelde uitkering, maar ook bekend als Macrobudget BUIG) is bedoeld voor de reguliere bijstandsuitkeringen, maar ook voor de uitkeringen in het kader van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en het levensonderhoud voor startende ondernemers (Besluit bijstandverlening zelfstandigen, Bbz). Daarnaast is het budget bedoeld om de loonkostensubsidies in het kader van de Participatiewet te betalen.

Overschot op macrobudget in 2020

2020 was een bijzonder jaar vanwege de plotselinge ontwikkelingen door de coronacrisis. Dit heeft zich in de eerste maanden van de eerste lockdown vertaald in een onverwachte stijging van het aantal bijstandsaanvragen. Als gevolg hiervan gingen de eerste ramingen van het CPB en SZW voor 2020 uit van een flinke toename van het aantal bijstandsgerechtigden. Echter, al in de tweede helft van 2020 daalde het aantal bijstandsgerechtigden weer. Dit heeft zich verder doorgezet in 2021. Toch is het definitieve bijstandsbudget voor 2020 een stuk hoger (227 miljoen euro) vastgesteld dan het voorlopige budget. De samenloop van deze twee ontwikkelingen biedt een mogelijke verklaring voor het macro-overschot van 2020; een positieve uitkomst voor gemeenten.

Het budget voor de bijstand bedroeg in 2020 6.375 miljoen euro. Hier worden nog de kosten voor de vangnetregeling (2018) afgetrokken. Het totaal te ontvangen budget voor bijstandsuitkeringen komt daarmee voor 2020 op 6.334 miljoen euro. De totaal netto lasten bedroegen in 2020 6.058 miljoen euro. Dit resulteert in een restsaldo van 276 miljoen euro. Dit is 4,4% van de 6.334 miljoen euro aan beschikbare middelen.

In de afgelopen 10 jaar heeft het saldo van het bijstandsbudget gevarieerd van grote tekorten in 2010 en 2011 tot een oplopend overschot in de laatste 3 jaar. In deze 3 jaar is op gemeenteniveau het aantal gemeenten met een tekort afgenomen en gemeenten met een overschot, met name een groter overschot, toegenomen. In totaal zijn er in 2020 nog steeds 74 gemeenten met een tekort van totaal 66 miljoen euro. 

Vooruitblik op 2021 en 2022

In deze factsheet Bijstandsbudget 2020 is niet alleen naar 2020 gekeken, maar ook naar de budgetten van 2021 en 2022. Het definitieve macrobudget 2021 is 10,3 miljoen euro hoger dan het definitieve macrobudget 2020. Bij het voorlopige budget van 2021 was nog rekening gehouden met een coronadeelbudget, maar al begin 2021 is op basis van de ontwikkeling van het bijstandsvolume besloten de middelen toe te voegen aan het regulier te verdelen macrobudget.

Het voorlopige macrobudget 2022 bedraagt 6.446,7 miljoen euro. Dit macrobudget wordt circa 61,4 miljoen euro hoger ingeschat dan het definitieve macrobudget voor 2021. Met ingang van 2022 worden gemeenten niet meer via een rekenmodel (het objectief verdeelmodel) gefinancierd voor loonkostensubsidies, maar op basis van de laatst bekende gerealiseerde uitgaven. Vanwege deze nieuwe financieringsmethodiek wordt vanaf budgetjaar 2022 binnen het macrobudget een apart deelbudget voor de loonkostensubsidies geraamd.

Vanwege het aflopen van de Tozo-regeling per 1 oktober 2021 is een toename van Bbz-uitkeringen zichtbaar. Het deelbudget Bbz voor 2022 is daarom opgehoogd ten opzichte van 2021. Al in 2021 is uitgegaan van een aanzienlijk hoger deelbudget dan in de jaren daarvoor.