Overslaan en naar de inhoud gaan

Nieuwe fase armoededienstverlening: bouw mee aan een voorspelbare basis

Op 18 september start een nieuwe fase voor de armoededienstverlening in Nederland. Na de verkenning door Divosa, en daarop de positieve reacties van de VNG en het ministerie van SZW, worden negen adviezen omgezet in actie. Gemeenten en maatschappelijke partners zijn uitgenodigd om mee te denken over de uitwerking.

Het huidige armoedestelsel is door een woud aan regels en een onduidelijke rolverdeling simpelweg te complex geworden. Om de bestaanszekerheid voor iedereen te garanderen, werken we aan één overheid met heldere afspraken over wie wat doet. De verkenning van Divosa biedt hierbij negen aanbevelingen.

Van adviezen naar programma’s 

In de uitwerking van deze adviezen staat de volgende ambitie centraal: 

‘Een landelijk armoedekader met gedeelde normen en doelen voor Rijk, gemeenten, partners én wetenschap. Bijzondere bijstand die weer ingericht wordt als financieel vangnet voor onvoorziene kosten.’

De negen adviezen worden via drie programma’s uitgewerkt. Basisdienstverlening armoededienstverlening is er een van, de andere twee worden nog ingevuld. In het najaar van 2026 starten we met het ontwerp. Dit doen we aan de hand van vier centrale thema's:

  1. Transitie in bestaanszekerheid via een Community of Development: samen met Kansfonds, het Instituut voor Publieke Waarden en Optimalistic ontwikkelen gemeenten in de praktijk nieuwe manieren om te zorgen voor bestaanszekerheid.
  2. Leren van de praktijk: hoe succesvolle initiatieven, zoals het Maatschappelijk Meedoen Budget in Wageningen, verandering vormgeven en hoe gemeenten hier zelf mee aan de slag kunnen (in samenwerking met onder meer gemeente Wageningen, Pharos, Instituut voor Publieke Economie, Platform31 en de VNG).
  3. Vakmanschap en kwaliteit: perspectieven van de wetenschap, gemeenten en ervaringsdeskundigen verbinden op kwaliteit van dienstverlening en wat er nodig is in vakmanschap.
  4. Versterken van het lokale middenveld: leren van samenwerkingsvormen met vrijwilligersorganisaties en lokale initiatieven.

Meer informatie

Contactpersoon