Verslag toegang tot het recht onder druk: toekomstvisie en lessen uit België
Hoe kun je als gemeente de toegang tot rechtshulp op lokaal niveau organiseren zodat dit zo snel, effectief, laagdrempelig en prettig mogelijk is voor inwoners?
Verslag toegang tot het recht onder druk: toekomstvisie en lessen uit België
Laatste update: 12 oktober 2021Geschiedenis en toekomst van toegang tot het recht - Mies Westerveld
Mies Westerveld is emeritus hoogleraar en onderzoeker sociale rechtshulp. Ze volgt de ontwikkelingen en discussies over rechtshulp al jaren. Ze duikt de geschiedenis in en blikt vooruit.
Niet alle mensen met een conflict wíllen een prettige oplossing.
Tot 2005 konden inwoners met een juridische hulpvraag terecht bij bureaus voor rechtshulp. Westerveld: ‘De oude rotten bij deze bureaus hielden zich meer dan de overheid en advocatuur lief was bezig met belangenbehartiging en procederen. Dus werden ze vervangen door juridische loketten met veel minder bevoegdheden.’ Gesprekken met inwoners mochten niet langer dan een half uur duren en optreden namens een inwoner was niet langer toegestaan. De loketten moesten zich beperken tot voorlichting en doorverwijzing.
Oplossingen voor inwoners tegen zo min mogelijk kosten
Vervolgens doet in 2008 het ‘oplossingsgerichte narratief’ haar intrede. Dat pleit voor een oplossing voor de inwoner tegen zo min mogelijk kosten. Men spreekt van de ‘zelfredzame burger, die best in staat is om zichzelf te helpen’. En van mediation als een betere en vriendelijkere manier om een conflict op te lossen dan een beslissing door een rechter.
Minister Dekker’s Mission Impossible
Er volgen bijpassende hervormingsvoorstellen die ook de kosten van rechtshulp moeten drukken. ‘Omdat de vergoedingen niet mochten stijgen begon er langzaam ongerustheid te komen over de toekomst van de sociale advocatuur.’ zegt Westerveld. De politiek dwong de minister om voorlopig te stoppen met de hervormingen en pas op de plaats te maken.
In 2018 kreeg minister Dekker van het kabinet de opdracht het stelsel te hervormen langs de lijnen van de adviesrapporten Wolfsen en Van der Meer, maar wel budgetneutraal. Westerveld: ‘u snapt: dat is een mission impossible’.
Nieuw in de plannen van minister Dekker
Minister Dekker besloot daarop vanaf nul te beginnen en een brede consultatie te starten. De inzet: een ander systeem van rechtshulp en rechtsbijstand. In de plannen is er hernieuwde aandacht voor de oplossingsgerichte overheid en worden experimenten met een ander vergoedingssysteem voor advocaten gedaan. Voor het eerst zijn ook rechtsbijstandverzekeraars betrokken. Westerveld is positief over de investeringen in digitale rechtshulp, zoals een gebruiksvriendelijkere website van het Juridisch Loket.
Valkuilen van het oplossingsgerichte narratief
Westerveld ziet ook valkuilen in de ‘oplossingsgerichte’ plannen en aanpak. ‘Niet alle mensen met een conflict wíllen een prettige oplossing. Dat geldt al helemaal in het bestuursrecht. En waar geen wil is, is ook geen weg. Het wegdrukken van rechtspraak door meer mediation en informeel overleg, leidt op de langere termijn ook tot rechtsonzekerheid.’
Westerveld benadrukt dat effectieve hulp soms verder gaat dan individuele belangenbehartiging. ‘Soms kan het vele malen effectiever zijn om de systemische onrechtvaardigheid te bundelen in zwartboeken of andere publicaties.’
Lessen uit Vlaanderen - Steven Gibens
Hoe bereik je de meest kwetsbare mensen met rechtshulp? Steven Gibens is lector in Antwerpen. Voor het antwoord op deze vraag blikt hij terug op een experiment dat aan de voet stond van een nieuwe benadering in Vlaanderen.
Samenwerking is belangrijk, maar samenwerken is ook wisselwerken. Men moet elkaars discipline écht leren kennen.
In een sociaal restaurant aan de achterkant van parochiezaal in de Vlaamse stad Tienen zit een advocaat tussen de etende mensen. Hij maakt hier en daar een babbeltje. Wie er behoefte aan heeft kan in een achterkamertje een juridisch privé consult krijgen. Het is voor de advocaat eigenlijk de eerste keer om zo direct contact te hebben met deze groep kwetsbare mensen. Eerder beschouwde hij informeel contact als tijdverlies. Nu ziet de advocaat wat het hem oplevert: meer vertrouwen en meer inzicht in de complexiteit van de problemen.
Een nieuw perspectief
Gibens: ‘De advocaten zagen in dat je problemen van mensen niet altijd moet willen rationaliseren, maar dat het opbouwen van een relatie ook belangrijk is. Ze kregen echt een ander perspectief.’ Niet alleen het perspectief van de advocaten veranderde. ‘De sociaal werkers hadden daarvoor geen hoge pet op van advocaten, maar kregen door met hen samen te werken meer juridisch bewustzijn en minder angst voor het recht. En hun beeld over de advocatuur werd positiever.’
De toekomst van rechtshulp in Vlaanderen
Experimenten zoals in Tienen leverden inspiratie voor de nieuwe wetgeving voor rechtshulp in Vlaanderen. Vlamingen kunnen hun juridische vragen direct en gratis stellen aan een door de overheid betaalde advocaat. In de nieuwe wetgeving moeten de sociale diensten een grote ‘ingangspoort’ gaan ontwikkelen voor deze hulpvragen. Van de advocatuur wordt meer communicatievaardigheid en doelgroepenkennis verwacht.
De bedoeling is dat het sociaal en juridisch domein meer naar elkaar gaan toegroeien en interdisciplinair gaan werken. Een flinke uitdaging volgens Gibens. Hij ziet veel verschil in opleiding, praktijkmethodes, taalgebruik, ethiek en klantgerichtheid tussen sociaal en juridisch hulpverleners. ‘Samenwerking is belangrijk, maar samenwerken is ook wisselwerken. Men moet elkaars discipline écht leren kennen. Daarvoor is een makelaar nodig, die ze met elkaar verbindt.’
Helder Recht
Ook duidelijke taal en legal design kunnen volgens Gibens helpen om kwetsbare groepen beter te bereiken. Hij is daarom mede-oprichter van Helder Recht, een sociale organisatie die juridische informatie aanbiedt ‘in klare taal’. Op de website van Helder Recht vinden hulpverlener de meestgestelde vragen van cliënten en een helpdesk. ‘We gaan ook met de bakfiets naar mensen en organisaties toe. Als er problemen blijken te leven dan pakken we die op door informatie te sturen of sociale ondersteuning in te schakelen.’