Overslaan en naar de inhoud gaan

6 In gesprek over financiële zelfredzaamheid

6.2 Financiën in de opvang

Het startpunt van de uitvoeringsplicht van gemeenten is de dag waarop het recht op bijstand ontstaat. Voordat statushouders naar de gemeente verhuizen, hebben zij vaak al een paar jaar in een azc gewoond – een periode van onzekerheid met mogelijk grote impact. Met het oog op financieel ontzorgen verdient daarom ook de periode voorafgaand aan huisvesting in de gemeente de aandacht.

Vraag het COA om: 

  • informatie over ‘financiën bij de opvanglocatie’ – denk aan leefgeld of eventuele inkomsten uit werk;
  • mogelijk ontvangen inkomsten dwangsom van de IND, in dat geval kan de statushouder een narekening van de REBA verwachten in de maand na huisvesting;
  • een inschatting van de financiële startpositie van statushouders.1

Weeg deze informatie mee bij de (door)ontwikkeling van gemeentelijke beleid en uitvoering. Zo laat je het financieel ontzorgen en de begeleiding naar financiële zelfredzaamheid goed aansluiten bij en voortbouwen op de inzet in de periode vóór huisvesting.

Financiële regelzaken 

Tijdens het verblijf in de opvang komen al verschillende onderwerpen aan bod die te maken hebben met financiën. Nadat een statushouder aan een gemeente is gekoppeld, vindt het ‘vergunninghoudersgesprek’ plaats tussen de programmabegeleider van het COA en de statushouder. Hierin is onder meer aandacht voor ‘regelzaken’, zoals het aanvragen van een bankrekening, (eventueel) kinderbijslag en kindgebonden budget en informatie over huurtoeslag en zorgtoeslag. Ook worden statushouders voorbereid op de regeldag bij de gemeente en krijgen zij informatie over het aanvragen van gezinshereniging of het aanvaarden van aangeboden woonruimte.

Voorlichting over financiën in de opvang

Financiën komt op verschillende manieren aan bod tijdens de opvang, zoals in het programma Voorbereiding op de inburgering (Voorinburgering). Daarom is het verstandig na te gaan of de bewoner heeft deelgenomen aan de Voorinburgering. Een onderdeel hiervan is de training Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM). Bij het onderdeel Wonen is hierin uitgebreid aandacht voor het inkomen (inclusief de verschillende mogelijke toeslagen), versus de vaste woonlasten (inclusief belastingen) en kosten levensonderhoud algemeen. Hier komt ook het inrichtingskrediet aan bod.

Verdiepend wordt ingegaan op energie(kosten), het afsluiten van energiecontracten en de mogelijkheden om op energiekosten te besparen. Ook bij de bespreking van de inrichting van het huis, is nadrukkelijk aandacht voor budgetvriendelijke alternatieven. Deze informatie wordt interactief aangeboden, via (huiswerk)opdrachten, quizzen en filmpjes.

Toeslagen aanvragen, deel 1: rol COA

Zodra een bewoner een beschikking van de IND krijgt, heeft de statushouder (al tijdens het verblijf in de opvang) recht op kinderbijslag (inkomensonafhankelijke uitkering van de Sociale Verzekeringsbank, SVB) en daarmee over het algemeen ook op kindgebonden budget (inkomensafhankelijke toeslag van de Dienst Toeslagen). Het COA dient de aanvraag voor kinderbijslag samen met de statushouder in bij de SVB. Statushouders krijgen ook informatie over (de noodzaak van het aanvragen van) het kindgebonden budget, maar het COA kan dit niet samen met hen aanvragen; dit moeten zij zelf doen bij de Dienst Toeslagen. 

Daarnaast is het van belang om je er bewust van te zijn dat alleenstaande ouders recht kunnen hebben op de ALO-Kop. Sinds 1 januari 2026 is dit ook het geval als de partner nog in het buitenland verblijft zoals bij gezinshereniging. Het leef- en eetgeld voor kinderen (COA-verstrekking) stopt automatisch drie maanden nadat het recht op kinderbijslag is ontstaan. Het is van belang dat kindgebonden budget aangevraagd wordt aangezien kinderbijslag een lager bedrag is dan het leef- en eetgeld voor kinderen’ 2 

Zodra er een ondertekend huurcontract is en de overschrijving naar de BRP in de huisvestingsgemeente is gedaan, kan huurtoeslag aangevraagd worden. Meestal gebeurt dit op de zogeheten ‘regeldag’ die voor de verhuizing van de statushouder plaatsvindt. Na het ondertekenen van het huurcontract heeft de statushouder twee weken om te verhuizen. Als er in het verleden nog geen kindgebonden budget is aangevraagd, dan komt de statushouder hiervoor automatisch in beeld bij de Dienst Toeslagen op het moment dat de huurtoeslagaanvraag is gedaan. Het kindgebonden budget wordt dan alsnog toegekend, met terugwerkende kracht tot een jaar. 3

LET OP: COA is per 2025 gestopt met aanvragen huurtoeslag

Per 1 januari 2025 vraagt het COA niet langer huurtoeslag aan voor statushouders die een woning krijgen toegewezen. Het is onduidelijk hoe dit voortaan zal gebeuren. Het indienen van een aanvraag kan ingewikkeld en tijdrovend zijn. Eenmaal ingediend kan het een aantal weken duren voordat de toeslag wordt toegekend. In de tussentijd moeten mensen al wel huur betalen. Dit kan leiden tot een financieel gat. Daarom is het belangrijk dat het aanvragen van toeslagen zo snel mogelijk wordt gedaan. Verschillende ministeries zijn met elkaar in gesprek en zullen gesprekken met VNG en andere samenwerkingspartners opstarten om tot een oplossing te komen. Lees meer

Tip: Check voor de regeldag of de statushouder een eigen bankrekening heeft, een emailadres en een werkende DigiD. Indien dit niet het geval is: vraag het COA de statushouder te ondersteunen in het aanvragen hiervan.

Toeslagen aanvragen, deel 2: rol gemeente en betrokken organisaties

De zorgtoeslag kan pas aangevraagd worden na uitstroom uit de opvang, wanneer een reguliere zorgverzekering is afgesloten. Bij achterstanden, bijvoorbeeld in het aanleveren van de loonstroken, kan de afrekening met terugwerkende kracht uitgevoerd worden. Het kan dus voorkomen dat er na de verblijfsperiode nog een (gedeeltelijke) afrekening volgt. Het COA heeft hierin geen rol; dit is een aandachtspunt voor gemeenten en (lokale) uitvoeringsorganisaties die betrokken zijn bij de opstart van het financieel ontzorgen in de gemeente.

Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva)

Statushouders behouden het recht op opvang (onderdak en overige voorzieningen) totdat ze woonruimte krijgen aangeboden in een gemeente. In de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva) is vastgelegd welke asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen recht hebben op verstrekkingen zoals leef en/of eetgeld. Lees meer over de Rva en de actuele bedragen van eet- en leefgeld op coa.nl.

Regeling eigen bijdrage asielzoekers (Reba)

Een asielzoeker of statushouder met inkomen of vermogen, die verblijft in een opvangvoorziening van het COA en in de logeerregeling, betaalt een eigen bijdrage conform de Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen 2008 (Reba). De opvang en bijbehorende verstrekkingen (zoals eet- en leefgeld) zijn namelijk bedoeld voor asielzoekers en vergunninghouders die níet in hun eigen bestaan kunnen voorzien. Beschikken zij wél over inkomen of vermogen, dan wordt van hen verwacht dat zij meebetalen aan de kosten van hun opvang.

De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de hoogte van het inkomen en de gezinssamenstelling. De eigen bijdrage is nooit hoger dan de feitelijke kosten van de opvang – de zogeheten economische waarde. De statushouder mag in ieder geval 25 procent van zijn inkomen houden tot maximaal het vrijlatingsbedrag uit de Participatiewet. Bijstandsgerechtigden worden namelijk ook niet gekort op 25 procent van hun inkomsten uit arbeid (voor maximaal zes maanden en wanneer zij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt). 
De afrekening vindt in principe maandelijks en achteraf plaats, nadat een azc-bewoner de loonstrook met het COA gedeeld heeft. Als een asielzoeker heeft gewerkt tot de verhuizing, dan volgt dus altijd nog een factuur van het COA. Soms kan dit bij achterstanden ook meerdere maanden betreffen. Ook als de statushouder een dwangsom boven de vermogensgrens heeft ontvangen kan er nog een eigen bijdrage aan de opvang door het COA worden gevorderd. Het kan dus voorkomen dat er na de verblijfsperiode nog een (gedeeltelijke) afrekening volgt.

Een asielzoeker of statushouder is zelf verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de inkomensgegevens, zodat de eigen bijdrage berekend kan worden. Uitleg hierover vindt op twee momenten plaats: tijdens rechten en plichtengesprek bij instroom bij het COA en later in de opvang tijdens het Reba-gesprek. Als inkomensgegevens niet of niet tijdig worden aangeleverd, wordt de eigen bijdrage met terugwerkende kracht opgelegd en bouwt iemand een schuld op. Dat kan er in de praktijk toe leiden dat de statushouder met schulden de opvang uitstroomt.

De financiële verstrekking van leef- en/of eetgeld in de opvang blijft doorlopen als een bewoner werkt en er een eigen bijdrage (Reba) wordt geheven. De persoon in kwestie ontvangt dit dan naast het bedrag dat overblijft na het betalen van de eigen bijdrage.

Extra aandacht voor startsituatie toeslagen en schulden door landelijke ontwikkelingen

Wees tijdens de brede intake en het opstarten van het financieel ontzorgen alert op toeslagen en schulden. Op landelijk niveau speelt veel rondom de organisatie en ondersteuning van toeslagen voor statushouders – denk aan het moment in het proces waarop zorgtoeslag moet worden toegekend. Daarnaast heeft het kabinet de 24-wekeneis ingetrokken, nadat de Raad van State op 29 november 2023 heeft geoordeeld dat deze eis in strijd is met de Europese wetgeving. Dit betekent dat asielzoekers meer dan 24 weken per jaar mogen werken als hun asielaanvraag zes maanden in behandeling is. Dit heeft ertoe geleid dat meer statushouders tijdens hun verblijf in het azc werken en een verrekening ontvangen van het COA als zij verhuizen naar de gemeente. 

Voetnoten

  1. Een COA-medewerker mag alleen informatie geven over de status Reba als daar een specifieke gerichte aanleiding voor is. De gemeente zal zelf bij de statushouder moeten navragen of er lopende Reba-vorderingen zijn en of de statushouder eventueel dwangsommen van de IND heeft ontvangen. Ontvangen dwangsommen kunnen van invloed zijn op de uitkering. 
  2. Het recht op kinderbijslag ontstaat per de eerste van het kwartaal volgend op de statusverlening. Als de kinderbijslag tijdig is aangevraagd, wordt deze voor de eerste keer na afloop van het kwartaal uitgekeerd. Daarom loopt het leef- en eetgeld nog drie maanden langer door.
  3. Als de aanvraag voor 1 september wordt ingediend kan dit met terugwerkende kracht worden toegekend voor het lopende jaar en het jaar daarvoor. Als de aanvraag na 1 september is ingediend, volgt alleen een nabetaling voor het lopende jaar.

Inhoud