Overslaan en naar de inhoud gaan

Analyses uitstroom 2021-2025

Laatste update: 27 oktober 2026

4. Uitstroom naar verblijfsduur: De uitstroomkans neemt af naarmate de bijstandsduur oploopt

Figuur 4.1 laat zien dat de kans om de bijstand te verlaten sterk verbonden is met de tijd die iemand al in de bijstand zit. Kijken we naar de totale uitstroom tussen 2021 en 2025, dan vormt de groep die al langer dan vijf jaar (meer dan 60 maanden) in de bijstand zit met 24,3% de grootste afzonderlijke groep uitstromers. Opvallend is ook dat ruim een derde van de uitstroom (38,4%) binnen het eerste jaar plaatsvindt (de categorieën 0 tot 12 maanden bij elkaar opgeteld). 

Figuur 4.1

Zetten we deze uitstroom af tegen de opbouw van de totale bijstandspopulatie, dan wordt een duidelijke scheefgroei zichtbaar. De helft van alle bijstandsgerechtigden (50,2%) zit al langer dan vijf jaar in de bijstand, maar levert door een lage uitstroomkans 'slechts' 24,3% van de uitstroom op (zie figuur 4.2).

Omgekeerd maakt de groep met een korte verblijfsduur (tot één jaar) slechts 14,6% van de populatie uit, maar neemt zij wel ruim een derde van de totale uitstroom voor haar rekening. Kortom: een kort verblijf zorgt voor veel dynamiek, terwijl het langdurige bestand veel statischer is.

Figuur 4.2

Dat statische, langdurige bestand wordt bovendien steeds groter: de bijstandspopulatie 'vergrijst' als het gaat om verblijfsduur. Tussen 2021 en 2025 groeide de groep die langer dan vijf jaar een uitkering ontvangt van 46,0% naar 53,8%. 

Deze ‘vergrijzing’ van het bestand zien we terug in de uitstroomcijfers, vooral wanneer we deze vergelijken met de vorige publicatie (2016-2021, zie figuur 4.4). In die periode werd nog 44% van de totale uitstroom gevormd door mensen die korter dan een jaar in de bijstand zaten. Onderstaande figuur 4.5 laat zien dat dit aandeel inmiddels is gedaald naar 38,4%. Daartegenover staat dat de groep die pas na 60 maanden of langer uitstroomt, in drie jaar tijd juist met 5% is toegenomen. Bijstandsgerechtigden verblijven gemiddeld dus langer in de bijstand en stromen op een later moment uit dan in de voorgaande jaren. 

Figuur 4.4 Uitstroom per verblijfsduur 12 maands gemiddelde per periode - 2017-2021
Figuur 4.5: Uitstroom per verblijfsduur (12 maands gemiddelde per periode) 2022 - 2025

Al deze ontwikkelingen vertalen zich in de daadwerkelijke uitstroomkans. Zetten we de uitstroom af tegen het totale aantal mensen binnen dezelfde verblijfsduur, dan zien we dat de kans op uitstroom steeds verder slinkt naarmate het verblijf in de bijstand voortduurt. Iemand die van 0 tot 3 maanden in de regeling zit, heeft met 4,3% de grootste kans om uit te stromen. 

Figuur 4.6

Problemen op meerdere levensgebieden

Uit grootschalig landelijk onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Een brede blik op bijstand, 2023) blijkt dat maar liefst 86% van de bijstandsgerechtigden te maken heeft met problemen op andere levensgebieden dan alleen werk en inkomen. Ruim de helft kampt met een stapeling van drie of meer problemen.

De meest voorkomende belemmering is de eigen gezondheid: twee op de drie bijstandsgerechtigden geven aan dat lichamelijke of mentale gezondheidsproblemen het moeilijk maken om aan het werk te komen. Dit kan verklaren waarom de groep langdurig gerechtigden in de figuur hierboven zo moeilijk uitstroomt. De veronderstelling dat de afstand tot de arbeidsmarkt voor iedereen eenvoudig te overbruggen is, sluit niet aan bij de complexe dagelijkse realiteit van deze groep.