Overslaan en naar de inhoud gaan

Analyses uitstroom 2021-2025

Laatste update: 27 oktober 2026

2. Uitstroom naar leeftijd: Hoe hoger de leeftijd, hoe kleiner de kans op uitstroom

Onderstaande figuur 2.2 laat de uitstroom per leeftijdscategorie zien ten opzichte van de totale uitstroom. Over het algemeen geldt: hoe hoger de leeftijd, hoe minder mensen uitstromen uit de bijstand. De grootste groep uitstromers betreft de 18- tot 27-jarigen (22,5%). Dit is een verandering ten opzichte van de vorige publicatie (figuur 2.1), waarin de 27- tot 35-jarigen nog de grootste groep vormden. De kleinste groep bestaat uit 65-plussers tot de pensioenleeftijd (8,7%).

Daarnaast is het aandeel ouderen (55 jaar tot pensioenleeftijd) ten opzichte van de vorige rapportage met bijna 5 procentpunt toegenomen (van 15,5% naar 20,2%). Deze stijging van oudere uitstromers gaat gepaard met een afname van het aandeel uitstromers in de leeftijd van 27 tot 55 jaar.

Figuur 2.1
Figuur 2.2

In figuur 2.3 is te zien dat de uitstroom per periode voor een aantal leeftijdscategorieën vrij grillig verloopt. Dit geldt met name voor jongeren van 18 tot 27 jaar, waar de uitstroom elk jaar consistent piekt rond de maand juli (met uitschieters tot boven de 30-35%). Dit jaarlijkse seizoenseffect wordt veroorzaakt door jongeren die na de zomer starten met een opleiding, een patroon dat in de vorige rapportage ook terug te zien was.

Voor de overige leeftijdscategorieën verloopt de uitstroom een stuk stabieler. Wel valt op dat het verloop bij de 65-plussers een behoorlijke dip vertoont vlak na de jaarwisseling (met uitzondering van 2021 en 2025). Dit is te verklaren door de verhoging van de AOW-leeftijd die in januari van de betreffende jaren is doorgevoerd.

Figuur 2.3

In onderstaande figuur 2.4 is vanaf begin 2022 in de meeste leeftijdscategorieën - met name tussen de 18 en 55 jaar - een gestage daling van de absolute uitstroom zichtbaar. Deze daling vlakt rond begin 2024 af, waarna de uitstroom voor de meeste groepen stabiliseert of weer licht begint te stijgen. De groep jongeren (18 tot 27 jaar) laat vanaf medio 2024 de sterkste stijging zien.

Voor de oudere leeftijdscategorieën is het beeld anders. De uitstroom in de categorie 55 tot 65 jaar blijft over de gehele periode 2022-2025 redelijk stabiel. Bij de 65-plussers zien we vanaf 2024 juist een stijgende trend. 

Figuur 2.4

De uitstroom per leeftijdscategorie is mede afhankelijk van de leeftijdsopbouw van de totale bijstandspopulatie. Wanneer het aandeel van een bepaalde leeftijdsgroep in het totale volume groeit of krimpt, heeft dat direct invloed op het verwachte aandeel in de uitstroom.

Figuur 2.6 laat zien dat ruim de helft (54,8%) van de bijstandsgerechtigden 45 jaar of ouder is. De verdeling naar leeftijdscategorie van de uitgestroomden laat echter een heel ander beeld zien: binnen de totale uitstroom is iets meer dan een derde (36,0%) 45 jaar of ouder. Dit verschil is grotendeels te verklaren door het feit dat ouderen over het algemeen voor een relatief langere periode in de bijstand verblijven. Doordat de verblijfsduur in deze leeftijdsgroepen hoger ligt, is het aandeel in het totale volume groot, terwijl de uitstroom achterblijft.

Andersom zien we bij de jongere leeftijdsgroepen precies het tegenovergestelde effect. Zij verblijven juist relatief kort in de bijstand, wat zorgt voor een hoge dynamiek en een snelle doorstroom. Waar minder dan een kwart (23,8%) van de bijstandsgerechtigden 18 tot 35 jaar is, vertegenwoordigen zij maar liefst 43,3% van de totale uitstroom.

Ten opzichte van de vorige rapportage (zie figuur 2.5) is de bijstandspopulatie verder vergrijsd; het volumeaandeel van 55-plussers steeg van 24,4% naar 30,4%. Deze ontwikkeling is ook terug te zien in de uitstroom, waar het aandeel 55-plussers toenam van 15,5% naar 20,2%.

Figuur 2.5
Figuur 2.6

Om te bepalen in hoeverre de uitstroom per leeftijdscategorie boven- of ondergemiddeld is, relateren we de uitstroom aan het totale aantal bijstandsgerechtigden binnen dezelfde leeftijdsgroep, zie figuur 2.8. Hieruit blijkt dat de kans op uitstroom afneemt naarmate bijstandsgerechtigden ouder worden. De jongeren van 18 tot 27 jaar hebben met 3,1% de hoogste uitstroomkans. Naarmate bijstandsgerechtigden ouder worden, neemt dit percentage stapsgewijs af, naar 2,1% (27-35 jaar), 1,3% (35-45 jaar), 0,9% (45-55 jaar) en 0,6% (55-65 jaar). De leeftijdscategorie van 65 jaar tot de pensioenleeftijd vormt met 3,0% een uitzondering op deze dalende trend. Dit wordt veroorzaakt door de automatische uitstroom uit de bijstand zodra de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt.

In vergelijking met de vorige publicatie (2016-2021; figuur 2.7) liggen de relatieve uitstroomkansen bij bijna alle leeftijdscategorieën in de periode 2021-2025 wat lager. Zo daalde de uitstroomkans bij de jongeren van 4,1% naar 3,1% en bij de 65-plussers van 5,6% naar 3,0%. De verhoudingen tussen de leeftijdsgroepen blijven echter hetzelfde. 

Figuur 2.7
Figuur 2.8

Onderstaande twee figuren laten de verdeling van de uitstroom zien naar leeftijdsklasse en verblijfsduur, zowel in absolute aantallen (figuur 2.9) als in percentages (figuur 2.10). Zoals we al eerder zagen, hangt de verblijfsduur sterk samen met de leeftijd van de bijstandsgerechtigden. Dit is ook duidelijk terug te zien in de tweede figuur. 

Jongeren verblijven relatief kort in de bijstand. Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt ook de gemiddelde verblijfsduur toe. Zo stroomt bij de jongeren tot 27 jaar een ruime meerderheid (56,6%) binnen één jaar uit (0-12 maanden), en stroomt slechts 1,9% uit na 60 maanden of langer (zie onderstaande twee figuren). 

Naarmate bijstandsgerechtigden ouder worden, wordt het aandeel in de langere verblijfsduren steeds groter. Van de mensen die vanaf 65 jaar tot de AOW-leeftijd uitstromen, heeft maar liefst 74,8% langer dan 60 maanden een bijstandsuitkering ontvangen. 

Figuur 2.9
Figuur 2.10

De leeftijd van een bijstandsgerechtigde heeft grote invloed op de reden van uitstroom. Onderstaande figuur 2.11 toont aan dat voor bijna alle leeftijdsgroepen werk de belangrijkste uitstroomreden is, met een piek van 47,2% bij de 27- tot 35-jarigen. Ten opzichte van de vorige periode zien we dat het aandeel dat naar werk uitstroomt bij bijna alle leeftijdscategorieën is afgenomen. Bij jongeren van 18 tot 27 jaar is dit aandeel juist gestegen van 37,4% naar 38,1%.

We zien duidelijke patronen tussen de verschillende levensfasen. Uitstroom vanwege scholing komt vrijwel uitsluitend voor bij jongeren tot 27 jaar, hoewel dit aandeel daalde van 18,9% in de vorige rapportage naar 14,4% nu. Bij de 65-plussers is het bereiken van de AOW-leeftijd veruit de voornaamste reden voor uitstroom (84,4%). 

Figuur 2.11

In het hoofdstuk methodologische verantwoording is verder gespecificeerd hoe de verschillende categorieën van de uitstroomredenen zijn opgebouwd.