Overslaan en naar de inhoud gaan

De geleerde lessen op een rij

Verslag Verbindende CoP

De CoP Gewogen maatwerk is het laatste jaar ingegaan. Tijd voor reflectie op het gezamenlijk leren. En voor de vraag hoe het leren en de lessen vanuit de CoP het sociaal domein kunnen bereiken en versterken.

Wilma Otten van TNO leidt de aanwezigen vandaag door het programma. Ze opent met een quote van de Amerikaanse filosoof John Dewey: ‘We leren niet ván ervaringen. We leren door na te denken óver ervaringen.’ Vanuit die gedachte vraagt Wilma de ruim dertig aanwezigen om groepjes te vormen en met elkaar drie vragen te beantwoorden: Wat heb ik geleerd in en van de Community of Practice Gewogen maatwerk? Welke kennis of inzichten hebben we samen opgedaan? En wat betekent dit voor het werken in het sociaal domein?

Lessen en inzichten

De groepjes zijn snel gevormd. De kopjes en koekjes op de tafels worden opzij geschoven om plaats te maken voor een groot vel papier. En uit het geroezemoes dat daarboven op gang komt, ontspinnen zich in het half uur dat volgt belangrijke lessen en inzichten van drie jaar CoP Gewogen maatwerk. Het is een gezamenlijke zoektocht die om een lange adem vraagt, want het is een flink proces om écht tot ontwikkeling te komen. Maar het onderwerp geeft energie en deelnemers ervaren een grote wil en betrokkenheid om bij te dragen aan de verbetering van de re-integratie van inwoners. Puntsgewijs worden ook deze lessen en inzichten op flipovervellen geschreven en aan elkaar verteld:

  • De stem van inwoners en het perspectief van de cliëntdeelnemers is enorm waardevol. Uitvoerend professionals, onderzoekers, leidinggevenden en clientdeelnemers leren veel van elkaars perspectieven. Van groot belang is aandacht voor gelijkwaardigheid en kwetsbaarheid.
  • De machtsverhouding tussen professionals en inwoners (in de spreekkamer) en de verschillen tussen deelnemers in de CoP zijn goed duidelijk en bespreekbaar geworden.
  • Voor gelijkwaardigheid in de onderlinge relatie moet je je durven verdiepen in het verhaal van de ander. Veiligheid en vertrouwen vormen de basis voor goede samenwerking.
  • Om onze dienstverlening te verbeteren, moeten we samenwerken en dezelfde taal spreken.
  • Om inwoners werkelijk centraal te stellen moeten werkprocessen dienend zijn en niet leidend.
  • Het integratieve gedragsmodel geldt voor álle lagen in de organisatie. (Het IGM in het heel kort: geloof in eigen kunnen, houding en sociale norm zorgen voor motivatie. Motivatie, vaardigheden en mogelijkheden leiden tot gedrag).
  • Het is lastig om de brug te slaan tussen het netwerk van de CoP en de deelnemende organisaties. Dit heeft onder meer te maken met ‘modelmoeheid’, (een gebrek aan) tijd, systeembelemmeringen en targets.
  • Het is belangrijk om verhalen en ervaringen uit te wisselen. Om de aandacht niet te laten verslappen, om goede voorbeelden te delen voor de herkenning en om te zorgen dat niet iedereen het wiel opnieuw gaat uitvinden.
  • Het proces kost tijd en vraagt om een lange adem. Flexibiliteit en bereidheid om te veranderen zijn nodig.

Het is een lange weg, maar de wil is groot.

Vastleggen in je DNA

Na de pauze trapt Mirjam Gietema een serie korte presentaties af. Mirjam is vanuit Divosa projectleider van de verschillende CoPs Inburgering. Vanuit die COPs deelt ze inzichten en geleerde lessen over hoe te verduurzamen. Maar niet voordat ze benadrukt dat hieraan een heel belangrijke vraag voorafgaat. Namelijk: wát wil je precies verduurzamen? Zijn dat de resultaten die je boekt? Of is dat de lerende houding die je met elkaar ontwikkelt? Ze licht toe: “In het algemeen zijn we veelal gericht op resultaat. Wat levert het op wat we doen? Maar het is nuttig en interessant om je ook te verdiepen in de lagen daaronder. In je proces, je houding daarin, in de dingen die misschien misgaan, in de patronen die zich aftekenen en of die helpend of belemmerend zijn.” Krijg je daar meer inzicht in, dan kun je het vastleggen in je DNA. Ofwel: verduurzamen.

Verder brengen

Weten door ervaren, leren door proberen en groeien door samenwerken. Dat kan op verschillende manieren en één van die manieren is een CoP. De praktijk van een CoP komt op belangrijke punten niet overeen met de inrichting van een overheidsorganisatie, vervolgt Mirjam. Daardoor is het vaak lastig om wat we leren in de CoP verder te brengen. De CoPs Inburgering denken daarom elke bijeenkomst na over de juiste middelen om kennis en inzichten te delen. Bijvoorbeeld: binnen een CoP is veel ruimte voor het denken en het nieuwe. Maar voor sommige vragen wil je snel tot concrete antwoorden of oplossingen komen. Daarvoor kan ook een andere ‘samen leren’-werkvorm gebruikt worden, zoals Werkateliers. Daarin gaan deelnemers actiegericht aan de slag met een specifiek, lastig vraagstuk. Ze bedenken oplossingsrichtingen die in de praktijk getoetst worden, waarna een reflectie volgt. De antwoorden uit een werkatelier kunnen met de rest van het land gedeeld worden. Intervisie en netwerkbijeenkomsten zijn ook voorbeelden van andere werkvormen. Interessante vraag voor ons: kunnen ook andere werkvormen gebruikt worden om de CoP Gewogen maatwerk te verduurzamen?

Bijeenkomst CoP Gewogen Maatwerk

Ontwikkeling van de beroepsgroep

Lector Lineke van Hal van Zuyd Hogeschool is deze keer online aanwezig. Vanaf groot scherm vertelt ze over de minor ‘Werk en inkomen met oog voor mens en recht’. Bij de ontwikkeling van die opleiding voor professionals draait het hierom: hoe kunnen we de beroepsgroep versterken zodat professionals hun werk goed – sociaal, juridisch en ethisch verantwoord – en met plezier kunnen doen en inwoners tot hun recht komen? Lineke en haar collega’s werken nauw samen met uitvoerend en leidinggevend professionals en cliënten. Waarbij ze het beroepsstatuut en -profiel van SAM niet uit het oog verliezen. Vraag uit de zaal: hoe worden cliënten betrokken bij (het ontwikkelen van) de opleiding? Lineke vertelt dat ze onder meer met cliënten in gesprek zijn gegaan over het profiel van professionals. Om daarna te kijken hoe de belangrijke thema’s uit die gesprekken vorm kunnen krijgen in de opleiding. Ook verzorgen professional en inwoner samen een aantal lessen van de minor.

Confronterende constatering

Ook de cliëntdeelnemers aan de CoP kregen de vraag om vandaag een presentatie te houden. Maar, stellen zij, we kregen die vraag erg laat. “Had ons eerder benaderd, dan hadden we tijd gehad om iets voor te bereiden en onze geleerde lessen te delen.” De confronterende constatering die volgt: we hebben het hier steeds over de cliënt centraal. En horen telkens hoe goed het is om onze perspectieven samen te brengen. Dat ís het ook. En ja, we zijn gegroeid als community. Maar we zijn er nog niet, dat maakt deze situatie wel duidelijk. Maar houd voor ogen: “Zonder inbreng van inwoners lukt het niet. Wij zijn nodig om aan te geven of het werkt of niet.”

Verankeren in de praktijk

Wat kan SAM doen om de CoP-leerprocessen en -resultaten te borgen? Met die vraag richt Marcel van Druenen zich tot de zaal. Hoe kunnen we eraan bijdragen dat het IGM en methodisch werken verankerd raken in de praktijk, dat we daar beroepseigenschappen van maken? Het antwoord (lees: de opgave) in drie punten:

  • Door te werken aan professionele identiteit en te bouwen aan een voedingsbodem waarop methodisch werken kan landen.
  • Door als beroepsvereniging stelselmatig het IGM te laten terugkomen: in wetenschappelijke programma’s waaraan we deelnemen, in de casuïstiek van Kopkrakers, als we artikelen schrijven, in alles wat we doen. Zo bouwen we een narratief op.
  • Door te kijken hoe de leidende gedragsprincipes – het meest tastbare resultaat van de CoP – het beroepsstatuut kunnen verrijken of verbeteren.
Bijeenkomst CoP Gewogen Maatwerk

Kracht bijzetten

Divosa-directeur Sandra Koster zit nog niet zo lang op haar post, maar het is haar duidelijk dat de CoP-deelnemers al een flinke reis hebben gemaakt. Van verzamelen en testen, vallen en opstaan en kijken waar je samen uitkomt. De tijd die we nog voor ons hebben is de tijd om geleerde lessen, inzichten en resultaten naar de praktijk te brengen. En om te bekijken welke andere manieren er zijn om het leerproces voort te zetten. Daarin kan Divosa een rol spelen, geeft zij aan. Bijvoorbeeld door CoP-deelnemers het podium te bieden tijdens congressen en daar aan andere gemeenten, betrokkenen en belangstellenden het CoP-reisverhaal te vertellen.

Eén van de cliëntdeelnemers geeft aan dat vaak gezegd wordt dat het zo moeilijk is om cliënten aan de CoP te binden. Terwijl het haar juist opvalt hoe groot het verloop onder uitvoerend professionals is. Een lastig punt, dat bovendien ook in de uitvoering speelt, zegt Saskia en klinkt het uit verschillende monden. “Juist daarom verdient het onze speciale aandacht”, benadrukt Marcel.

Slotvraag uit de zaal: hoe gaat Divosa de CoP kracht bijzetten onder directeuren? “Daar hoort voor mij de vraag bij: voor welk vraagstuk is de CoP nou geschikt?”, reageert een van de aanwezige directeuren. En: dat er vooraf duidelijke voorwaarden worden geformuleerd over CoP-deelname. Wat behelst het? Wat betekent het? Wat vergt het? “Zelf heb ik me eerlijk gezegd vooraf niet gerealiseerd waar ik ja tegen zei.” Terwijl dat inzicht wel nodig is voor commitment, vult een ander aan. En commitment weer nodig is om de opbrengsten van de CoP verder te brengen.

Gelijkwaardig

Een belangrijke oproep van de CoP-cliëntdeelnemers: “Kunnen we stoppen met het onderscheid tussen professionals en ervaringsdeskundigen als we bij elkaar zijn? Wij zijn al jarenlang betrokken en jullie geven steeds aan dat onze inbreng zo belangrijk is. Wij zijn inmiddels óók CoP-professionals. Dus laten we voortaan spreken van betaalde en onbetaalde deelnemers. Dat heeft veel meer gelijkwaardigheid in zich.”

Een goed startpunt voor een gesprek over de verschillende perspectieven in de CoP en hoe we die benoemen. We zijn allemaal deelnemers en ons perspectief verschilt (onderzoeker, ervaringsdeskundige, leidinggevende bij een gemeente, medewerker van SAM, …). Maar wat voorop staat is de samenwerking.Tijdens bijeenkomsten letten we erop de gelijkwaardigheid nog beter te respecteren.

Astrid Hazelzet van TNO wijst de aanwezigen op een chatbot voor het sociaal domein. “Er is veel kennis beschikbaar over effectieve begeleiding naar werk. Maar het is voor professionals vaak lastig om die kennis snel en praktisch toe te passen. TNO heeft daarom een AI-chatbot ontwikkeld voor het sociaal domein.” Zie het als een laagdrempelige, betrouwbare en altijd beschikbare assistent. De chatbot is gevuld met onder meer alle rapporten van het ZonMw-programma Vakkundig aan het werk – evidence based informatie over re-integratie dus. De reacties uit het veld en eerste tests zijn veelbelovend. Meer weten? Lees dit artikel op Sociaal Bestek. Meewerken aan de verdere ontwikkeling van dit AI-instrument? Neem contact op met Astrid: astrid.hazelzet@tno.nl of met haar collega Linda Oosterheert: linda.oosterheert@tno.nl

Meer informatie