Over Divosa

Divosa is de Nederlandse vereniging van gemeentelijke managers op het terrein van participatie, werk en inkomen. Divosa wil dat iedereen aan de samenleving deelneemt, het liefste door te werken. De vereniging ondersteunt haar leden bij deze missie. Dit doet Divosa door te lobbyen, het ondersteunen van professionele netwerken en het brengen van kennis en inspiratie. Zo publiceert Divosa vakliteratuur en onderzoek en is de vereniging gesprekspartner op bestuurlijk niveau.

Divosa is in 1934 opgericht als de 'Vereeniging van Directeuren voor Sociale Arbeid' en is daarna uitgegroeid tot dé organisatie voor sociale diensten in Nederland.

De vereniging

Divosa is een vereniging, en zoals alle verenigingen kennen we een aantal verenigingsorganen:

Het werkveld

De bijstand

De Wet werk en bijstand (WWB) is het laatste vangnet in de sociale zekerheid. Mensen die op geen enkele andere wijze in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien, kunnen bij de gemeente een bijstandsuitkering aanvragen.

De hoogte van een uitkering is door de rijksoverheid bepaald en verschilt al naar gelang de leeftijd en de leefsituatie van de aanvrager. Zo krijgt een alleenstaande 50% van het minimumloon en een echtpaar gezamenlijk 100% van het minimumloon. Voor jongeren onder de 21 gelden lagere bedragen omdat die zijn afgeleid van de kinderbijslag.

Gemeenten mogen bepalen of een uitkeringsgerechtigde in aanmerking komt voor een verhoging of verlaging van de basisnorm. Zo krijgen alleenstaande ouders in de meeste gevallen een toeslag op hun uitkering omdat zij meer kosten hebben. Daklozen kunnen daarentegen op vermindering van hun uitkering rekenen omdat hun woon- of opvangkosten lager zijn.

Bijstandsgerechtigden hebben ook plichten. Het uitgangspunt van de WWB is ‘werk boven inkomen’. Wie kan werken, moet dat dus ook doen. In de Wwb zijn bijstandsgerechtigden verplicht algemeen geaccepteerde arbeid te accepteren. Voor alleenstaande ouder met kinderen onder de vijf jaar geldt een uitzondering. Voor hen is er een scholingsplicht.

Ongeveer een derde van de bijstandsgerechtigden heeft overigens een ontheffing van de arbeidsplicht. Dat kan zijn in verband met zorgtaken, maar fysieke of psychische belemmeringen kunnen net zo goed een oorzaak zijn.

Armoede en schuldhulpverlening

Wie in Nederland een inkomen op of rond het minimum heeft, kan via de sociale dienst financiële ondersteuning krijgen. Dat geldt voor iedereen, dus ook de mensen met een baan. Het beleid verschilt per gemeente, maar doorgaans zijn er goedkope zorgverzekeringen, korting op sportactiviteiten of een gratis computer voor schoolgaande kinderen. Daarnaast kunnen mensen een vergoeding of lening krijgen voor zaken als een nieuwe wasmachine, babyspulletjes of bijzondere medische kosten.

Wie langer dan drie jaar op of onder bijstandsniveau heeft geleefd, kan bovendien aanspraak maken op een langdurigheidstoeslag. Andere ondersteuning die gemeenten bieden is schuldhulpverlening. En die hulp is niet altijd achteraf: genoeg gemeenten bieden hun inwoners budgetteringscursussen aan zodat zij hoge schulden kunnen voorkomen.

De sociale dienst en de bijstand

Sinds de invoering van de WWB in 2004 mogen gemeenten - binnen bepaalde wettelijke kaders - hun eigen bijstandsbeleid maken. Deze decentralisatie maakt dat het beleid past bij de lokale omstandigheden.

Naast inhoudelijke verantwoordelijkheid, dragen gemeenten ook de financiële verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. De rijksoverheid financiert de gemeenten aan de hand van een aantal objectieve maatstaven. Met het ‘inkomensdeel’ van het budget kan de gemeenten de uitkeringen betalen. Een gemeente die meer mensen in de bijstand heeft dan gemiddeld, moet het verschil zelf bijpassen. Als een gemeente geld overhoudt, is dit vrij besteedbaar.

Tegelijkertijd krijgen gemeenten ook een ‘participatiedeel’ dat zij mogen besteden aan re-integratie, participatie, inburgering en educatie. De financiering steekt dus zo in elkaar dat het voor gemeenten aantrekkelijk is om te investeren in haar burgers, alert te zijn op fraude en mensen weer aan het werk te helpen. Op dit moment heeft Nederland 408 gemeenten en ruim 300 sociale diensten. Dat betekent dus dat een aantal gemeenten samenwerkt in een regionale sociale dienst (rsd) of intergemeentelijke sociale dienst (isd).

Brede sociale dienst

Steeds meer sociale diensten veranderen in een brede sociale dienst. Dat betekent dat zij niet alleen de Wet werk en bijstand uitvoeren, maar ook verantwoordelijk zijn voor Wet inburgering (Wi), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Deze brede sociale diensten werken veel samen. Intern met de afdelingen Economische Zaken, Welzijn en Onderwijs. Maar ook extern met scholen, welzijnsorganisaties, zorginstanties en woningbouwverenigingen. Zo weten zij een uitgebreid vangnet te spinnen voor kwetsbare mensen in hun gemeente.

Participatie

Het beleid van sociale diensten verschilt van gemeente tot gemeente. Maar het motto van vrijwel alle diensten is ‘iedereen doet mee’. Uit onderzoek van Divosa blijkt dat gemeenten het grootste gedeelte van hun participatiebudget inzetten voor gesubsidieerde banen waarmee uitkeringsgerechtigden werkervaring kunnen opdoen bij een reguliere werkgever. Ook loonkostensubsidie is een populair instrument. Een werkgever neemt dan een bijstandsgerechtigde in dienst, maar krijgt de eerste maanden financiële ondersteuning zodat een nieuwe werknemer ervaring kan opdoen of scholing kan volgen.

Daarnaast is er een mozaïek aan re-integratietrajecten dat verschilt al naar gelang de behoeften en de keuzes van een gemeente en de vraag vanuit lokale werkgevers. Het meest beroemde (en beruchte) re-integratie-instrument is wel de WorkFirst-aanpak. Wie gezond is van lijf en leden krijgt bij deze aanpak een tijdelijke baan aangeboden van de gemeente. Tijdens dit werk doen deelnemers arbeidsritme en werknemersvaardigheden op. WorkFirst wordt ook gebruikt om te bekijken welke begeleiding mensen nog nodig hebben om een plek op de arbeidsmarkt te kunnen vinden. Verder is directe bemiddeling populair, evenals trainingen in solliciteren, netwerken en presenteren.

Voor mensen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt biedt de gemeente zorg, activeringstrajecten of stimuleert zij vrijwilligerswerk. Een kleine groep gemeenten werkt met het persoonsgebonden re-integratiebudget (prb). Werkzoekenden ontwikkelen daarmee hun eigen re-integratietraject dat de gemeente na goedkeuring (tot op bepaalde hoogte) financiert.

Om uitkeringsgerechtigden te stimuleren om weer mee te doen, kunnen gemeenten er voor kiezen een premie toe te kennen aan mensen die bijvoorbeeld een baan accepteren of een scholingstraject afronden.

Sociale diensten en het UWV

De sociale diensten voeren de WWB uit. Het landelijke Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) is verantwoordelijk voor de uitvoering van regelingen rondom ziekte, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. Denk aan de WW, de WIA en de Wajong. Begin 2009 is het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) opgegaan in UWV.

Omdat zowel UWV als de sociale diensten contacten onderhouden met werkzoekenden en werkgevers, werken zij steeds intensiever samen. In alle 35 arbeidsmarktregio's die ons land telt, delen ze kennis en ervaring, en bieden ze hun dienstverlening gezamenlijk aan. Dat is het meest praktisch voor werkzoekenden én werkgevers. Deze manier van werken heet complementaire dienstverlening. 

Websites

Sociale zekerheid

Zorg/maatschappelijke ondersteuning

Internationaal

Overig

Laatste update: mei 2013