Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Een olifant eet je ook niet in één keer’

Het samen experimenteren en leren loopt lekker, blijkt uit de Verbindende CoP-bijeenkomst van 20 maart. De inwoner komt meer en meer centraal te staan en de ondersteuning van vakmanschap krijgt steeds meer vorm. ‘Laten we niet vergeten onderweg al een keer te oogsten!’   

De bijeenkomst van 20 maart start met een korte samenvatting van het TNO-onderzoek naar de opbrengsten van de Community of Practice Gewogen Maatwerk. Daarna gaan de deelnemers ervaringen, inzichten en ideeën uitwisselen. Waar staan we nu? En hoe brengen we de CoP en onze opbrengsten verder?

Collegiaal

Dat uitwisselen begint meteen goed als een van de inwoner-deelnemers benadrukt hoe waardevol het is dat onderzoekers, directeuren, managers, uitvoeringsprofessionals en inwoners in de CoP op basis van gelijkwaardigheid samenwerken en van elkaar leren. Een andere inwoner-deelnemer illustreert: ‘Laatst had ik een overleg bij de gemeente. Degene met wie ik een afspraak had, haalde me op bij de balie en stelde me aan de receptionist voor als zijn collega. Dat voelde goed.’

De deelnemer die het gesprek opende, deed in de CoP een verhelderend inzicht op. Namelijk, dat niet alleen zijzelf, maar ook haar klantmanager ‘iets’ nodig heeft – ondersteuning, kennis. Krijgt de professional dat niet, dan is het lastig om in het contact met de inwoner het goede te doen. Aandacht voor de ontwikkeling van vakmanschap is ontzettend belangrijk, onderstreept ze.

Samen verdiepen

Vakmanschap komt nog een paar keer ter sprake deze ochtend. Maar eerst gaat de aandacht uit naar de samenwerking met cliënten. Een lid van de thema-CoP 'Cliënt centraal' stelt dat de inwoner écht een plek moet krijgen in het leren en ontwikkelen van de organisatie. ‘Dat moet veel meer zijn dan hun een paar vragen voorleggen. Het gaat erom dat we sámen onze kennis verdiepen.’

Zo ging het gesprek in zijn organisatie onlangs over financiële nood en leerden de professionals van inwoners wat de ware betekenis daarvan is. ‘Ook hoorden we van hen dat ze behoefte hebben aan lotgenotencontact. Daar waren wij zelf nooit opgekomen, maar nu we dit weten, kunnen we hen daarin ondersteunen.’ ‘Als je de ander niets vraagt, weet je ook niet wat die nodig heeft’, vat een van de inwoner-deelnemers samen. Logisch natuurlijk, maar de route van weten naar doen is niet altijd vrij van hindernissen. 

We moeten onze invloed niet onderschatten: re-integratiekunde is ons vak!

Trots op elkaar

‘Uitgaan van wat de inwoner en de professional nodig hebben is mooi, maar het systeem werkt niet altijd mee’, werpt een van de inwoner-deelnemers op. ‘Er is een verandering van de Participatiewet nodig. En ik weet wel, daar kunnen wij niet direct aan sleutelen. Maar we moeten onze invloed niet onderschatten. We kunnen onderbouwde voorstellen voor aanpassingen doen.’ ‘Precies’, valt een ander bij. ‘We hoeven ons niet kleiner te maken dan we zijn.’ En weer een ander: ‘Re-integratiekunde is ons vak! Wij kunnen stevig aangeven waarmee we het wel en niet eens zijn.’ 

Behalve de wens om de CoP-opbrengsten ook in Den Haag te laten landen, klinkt in deze woorden nog iets anders door. Trots. Ook dát is een mooie opbrengst van de CoP. Trots op het vak, op elkaar en op de inzet om samen nóg beter te worden. ‘Ik ben echt heel positief over wat wij doen’, beaamt een van de inwoner-deelnemers. ‘Maar na tweeënhalf jaar voelt mijn deelname aan de CoP nog steeds alsof ik zwart werk. Ik heb bijvoorbeeld nog steeds geen vrijstelling van sollicitatieplicht. Dat is niet oké. Dat moet echt veranderen.’ Een kanttekening die om actie vraagt.

Claudia Vrijhof, onderzoeker en pedagoog bij TNO 

Leren is óók werken

Samen experimenteren en leren: het kost tijd en gaat vaak langzamer dan je zou willen. ‘Maar een olifant eet je ook niet in één keer’, zegt een deelnemende directeur, nuchter en bemoedigend. ‘Je moet erin investeren. Leren is óók werken. Het is niet iets dat je er ‘even bij doet’.’ 

Niet voor het eerst stellen de CoP-deelnemers vast dat het noodzakelijk, maar ook behoorlijk lastig is om ‘de organisatie mee te krijgen’. De directeur tipt uit ervaring: ‘Maak het behapbaar. En probeer aan te sluiten bij wat er al aan pilots en projecten is. Daarnaast benutten wij allerlei momenten om het met elkaar over gewogen maatwerk te hebben. Zo is Roland Blonk tijdens onze jaarlijkse inspiratieweek langsgekomen om toe te lichten wat gewogen maatwerk is, waarom het van belang is en hoe leidende gedragsprincipes (lgp’s) daaraan bijdragen.’

Het is jammer als mensen weggaan, maar met elke nieuwe deelnemer wordt de olievlek een beetje groter.

Van abstract naar concreet

Gewogen maatwerk en al het andere dat in de CoP besproken wordt, laat zich niet altijd makkelijk concreet vertalen. Al heeft dat ook voordelen, ervaart een Arnhemse manager. ‘De abstractie waarin we vaak praten, dwingt me juist om goed te bedenken hoe ik het zo duidelijk mogelijk aan anderen kan overbrengen.’ Hetzelfde geldt wat haar betreft voor het verloop van CoP-deelnemers. ‘Het is jammer als mensen weggaan, maar met elke nieuwe deelnemer wordt de olievlek een beetje groter.’ 

‘Wat het concretiseren betreft’, voegt een collega toe, ‘merk ik dat het helpt dat we de leidende gedragsprincipes nu op papier hebben. Dat motiveert collega’s om ermee aan de slag te gaan. Kunnen we vanuit de CoP niet een handboek samenstellen? Een praktische handreiking met concrete voorwaarden voor de uitvoering.’ Instemming uit de zaal. Ook voor nieuwe collega’s zou dat heel waardevol zijn.

Het delen van onze oogst helpt ook om onze achterban te vergroten.

Oogsten en delen

We zijn er nog niet, maar we zijn goed bezig, is de teneur. ‘Maar laten we niet vergeten om onderweg al een keer te oogsten.’ Wat kunnen we anderen al aanreiken ter versterking van hun vakmanschap? Wat zijn de gemene delers uit onze onderzoeken en experimenten? Welke variatie aan concrete tools hebben we al gevonden? ‘Het delen van die oogst helpt ook om onze achterban te vergroten. En door er op grotere schaal mee te experimenteren, leren we waar nog verbetering nodig is.’

Gedegen onderzoek vereist ook dat resultaten getoetst worden. Wat levert gewogen maatwerk in de praktijk op? Waartoe leiden de veranderingen die je inzet? ‘Idealiter krijgt gewogen maatwerk een plek in bila’s en jaargesprekken, in het personeelsbeleid en de vacatures die we uitzetten. We moeten een lat gaan neerleggen.’

Weer krachtig

De lunch staat klaar. En al zouden sommigen er graag nog twee uur aan vastplakken, het is tijd om af te sluiten. Dat gebeurt met een rondje CoP-highlights (zie het kader hieronder), waarvan er één speciale aandacht verdient, want hierin komt heel veel samen: 

‘Eerder had ik in het contact met de gemeente niet het gevoel dat het over mij ging. 
Ik werd tot klant gemaakt, was bang om dingen te vragen. 
Maar door de CoP weet ik dat ik de wetenschap achter me heb. 
Weet ik hoe belangrijk het is om inwoners te vragen: "Wat heb je nodig?" 
En om inwoners écht te betrekken. Dat bangige kan ik nu achter me laten. 
Ik krijg de kracht terug die ik vroeger had.’