Overslaan en naar de inhoud gaan

Het verschil maken voordat het misgaat

Preventie van geldzorgen
Netwerk van mensen

Deze blog is geschreven door Ernst Ottens. Ernst is directeur-bestuurder van Expertisecentrum Sterk uit Armoede en heeft jarenlange ervaring in het sociaal domein. Hij beschrijft in deze blog waarom preventie zo complex is en waarom we een netwerk van ‘antennes’ nodig hebben in de hele samenleving om signalen vroeg op te vangen.

Mijn jarenlange ervaring in het sociaal domein – onder andere als één van de eerste bewindvoerders binnen de WSNP – heeft mij één ding geleerd: het voorkomen van geldzorgen is één van de hardnekkigste uitdagingen die er zijn.

Schulden oplossen is al ingewikkeld. Maar voorkomen dat mensen überhaupt in geldzorgen terechtkomen, blijkt vaak nog lastiger. Toch is juist dat essentieel. Geldzorgen hebben namelijk invloed op vrijwel alle domeinen van het leven: gezondheid, werk, relaties en de ontwikkeling van kinderen. De maatschappelijke gevolgen zijn enorm.

Denk bijvoorbeeld aan situaties zoals de toeslagenaffaire. De directe en indirecte gevolgen daarvan – voor gezinnen, kinderen en het vertrouwen in de overheid – zijn nauwelijks te overzien.

Een vangnet buiten het systeem

Sinds de oprichting in 2007 ben ik in mijn vrije tijd betrokken bij Stichting Urgente Noden Groningen en Drenthe, samen met onder andere de voormalige directeur van de Groningse Kredietbank. Ons uitgangspunt is eenvoudig: 'Hulp mag niet van toeval afhankelijk zijn.'

Toch is het eigenlijk een opmerkelijke constatering dat twee mensen uit de systeemwereld samen een privaat vangnet organiseren om mensen op te vangen. Simpelweg omdat het bestaande systeem niet altijd voldoende oplossingen biedt.

In de loop der jaren zijn er daarom veel initiatieven ontstaan die gaten in het systeem proberen te vullen: voedselbanken, Stichting Leergeld, Present, vakantiebanken, jeugdsportfondsen en vele andere organisaties.

Het zou natuurlijk het mooiste zijn als al deze initiatieven uiteindelijk niet meer nodig zijn. Dat zou betekenen dat niemand meer tussen wal en schip valt.

Daarvoor is een beter sluitend systeem nodig en vooral meer inzet op preventie van geldzorgen.

Een complex probleem

Maar waarom is dat zo moeilijk? Vaak wordt gewezen op de kloof tussen de leefwereld van inwoners en de systeemwereld van instituties. Ook het vertrouwen in formele organisaties staat onder druk. Dat speelt zeker een rol. Maar het probleem is breder. Het is een meerkoppig monster waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat. Een belangrijk onderdeel zit ook in houding en gedrag – zowel van inwoners als van professionals.

Mensen met schulden of dreigende schulden steken vaak de kop in het zand. Schaamte speelt een grote rol. En veel mensen hopen dat het probleem vanzelf verdwijnt terwijl de stapel ongeopende enveloppen groeit. De stap zetten naar hulp is dan groot.

Maar ook aan de kant van het systeem ontstaan obstakels. Professionals hebben niet altijd de middelen om een oplossing te bieden. Soms wordt er verkokerd gewerkt vanuit één domein. Soms ontbreekt de antenne om signalen vroeg te herkennen. En soms is er simpelweg terughoudendheid om buiten de gebaande paden te treden.

Gelukkig kom ik ook veel professionals tegen die wél het verschil willen maken. Maar te vaak blijft hulp afhankelijk van toeval.

Curatief werkt – maar komt vaak te laat

Als mensen uiteindelijk in het curatieve traject terechtkomen, bijvoorbeeld in de WSNP, blijkt dat het systeem wel degelijk kan werken. Meer dan 85% haalt uiteindelijk de eindstreep. Maar tegen die tijd is er vaak al veel schade ontstaan: stress, gezondheidsproblemen, relatieproblemen of problemen voor kinderen. Daarom willen veel organisaties juist aan de voorkant van het probleem aan de slag.

Het LOFAR-principe

Preventie vraagt een andere manier van kijken. Ik vergelijk het graag met het LOFAR-radiosysteem. Daarbij staat niet één grote telescoop op één plek, maar een netwerk van honderden kleine antennes verspreid over een groot gebied. Samen vangen ze signalen op die anders onopgemerkt zouden blijven.

Preventie van geldzorgen vraagt eigenlijk hetzelfde. Niet één loket. Niet één organisatie.
Maar een netwerk van mensen en plekken die signalen kunnen oppikken. Die signalen kunnen overal ontstaan: op scholen, bij werkgevers, in buurthuizen, bij huisartsen, bij jongerenwerk, bij woningcorporaties of in de wijk. Daarom investeren we ook in het opleiden van ervaringsdeskundigen en sleutelpersonen. Hoe groter en diverser het netwerk, hoe groter de kans dat een signaal vroeg wordt opgepikt.

Twee voorbeelden uit de praktijk

Hoe belangrijk zo’n antenne kan zijn, blijkt uit kleine situaties.

Toen mijn zoon achttien was, dacht hij dat hij zijn financiën prima zelf kon regelen. Binnen een jaar waren er al flinke betalingsachterstanden ontstaan. Daar zou hij zelf niet snel over beginnen.

Totdat ik op een dag in een vensterenvelop het woord 'achterstand' zag staan van zijn zorgverzekering. Dat was het moment om samen aan tafel te gaan. Door op tijd in te grijpen konden grotere problemen worden voorkomen. Het werd voor hem een belangrijke les en hij is daarna nooit meer in financiële problemen gekomen.

Een ander voorbeeld speelde toen ik als werkgever medewerkers overnam van een natuur- en milieu-educatief centrum. Eén van hen wilde een pensioenverzekering afkopen. Dat vond ik opmerkelijk, zeker omdat hij getrouwd was en een tweede kind op komst was.

Na doorvragen kwam uiteindelijk het echte verhaal naar boven: een schuld van 40.000 euro door een gokverslaving. Hij had tot dat moment alle hulp afgehouden en wilde zelfs gaan scheiden.

Mijn positie als werkgever bleek de doorslag te geven. Vanuit daar konden we schuldhulpverlening, maatschappelijk werk en verslavingszorg inschakelen en werd uiteindelijk ook de scheiding voorkomen.

Twee totaal verschillende situaties. Maar in beide gevallen maakte één antenne het verschil.

Een netwerk dat het verschil maakt

Als we preventie van geldzorgen serieus nemen, moeten we zorgen voor zoveel mogelijk antennes in de samenleving. Mensen die signalen herkennen, het gesprek durven aangaan en weten waar hulp te vinden is. Dat vraagt om samenwerking tussen inwoners, professionals en organisaties. In de leefwereld én in de systeemwereld.

Een lange adem

In de systeemwereld werken we graag met projecten van drie of vijf jaar. Met duidelijke begin- en eindpunten.

Maar als we geldzorgen en intergenerationele armoede echt willen terugdringen, moeten we verder kijken dan dat.

Dit vraagt om programma’s met een lange adem – mogelijk zelfs over meerdere generaties.

Binnen zo’n langdurige aanpak kun je nog steeds werken met evaluaties, verbetercycli en nieuwe inzichten. Maar het doel blijft hetzelfde: een samenleving waarin geldzorgen zo vroeg mogelijk worden herkend – en liefst helemaal worden voorkomen.

Contactpersoon