Harmonisatie jongerennorm
Gewijzigde regelgevingIn de wet zijn (standaard) verhogingen opgenomen voor jongeren met hogere kosten van bestaan, die hiervoor geen beroep op hun ouders kunnen doen (artikel 12 vervalt). Vanaf de inwerkingtreding van de wet, valt de verhoging van de jongerennorm in deze situaties binnen de algemene bijstand.
Overgangsrecht: de betrokkene houdt recht op al toegekende/aangevraagde (bijzondere) bijstand, wanneer deze hoger ligt dan de bijstand op basis van de nieuwe bepaling.
Artikel 20, derde en vierde lid, Pw
3. Voor belanghebbenden van 18, 19 of 20 jaar verhoogt het college de norm met een bedrag van € 634,48, indien die belanghebbende voor de kosten van levensonderhoud geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
a. de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of
b. deze persoon redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken.
4. De norm, bedoeld in het derde lid, in combinatie met de normen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is niet hoger dan de norm, bedoeld in artikel 21, die geldt voor een 21-jarige of ouder, doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, in een vergelijkbare situatie.
Artikel 78ff, eerste lid, Pw
Artikel 12, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel J, van de Participatiewet in balans, blijft van toepassing op de aanvraag van bijstand die uiterlijk op die dag is ingediend en op de resterende periode van reeds toegekende bijzondere bijstand, waarbij geldt dat bijzondere bijstand wordt aangevuld tot de toepasselijke norm zoals bedoeld in artikel 20, derde lid, zoals dat luidt na de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, indien die laatste norm hoger is dan de reeds toegekende bijzondere bijstand.