Overslaan en naar de inhoud gaan

Ons team krijgt veel vragen over de implementatie van de Participatiewet in Balans. In de rubriek ‘Vraag van de maand’ lichten we hier iedere maand één vraag uit en beantwoorden we die uitgebreid(er).

Of het nu gaat over maatschappelijke participatie, beleidskeuzes, budgetprioritering of iets anders: ons team staat klaar om al je vragen te beantwoorden. Stuur een e-mail naar pwet@divosa.nl, en wie weet nemen we jouw vraag op in deze rubriek!

Vraag van de maand - juli 2026

Kunnen we in beleid vastleggen dat we geen gebruik maken van het Bufferbudget?

Antwoord:

Het korte antwoord is: niet zonder meer.

De bepaling over het Bufferbudget is een zogenoemde kan-bepaling. Dat betekent dat de wet gemeenten ruimte geeft om per situatie een afweging te maken. Het Rijk heeft er bewust niet voor gekozen om deze vraag met een algemeen 'ja' of 'nee' te beantwoorden, omdat dit vraagt om maatwerk. Alleen vastleggen dat een gemeente geen gebruik maakt van het Bufferbudget, is daarom te kort door de bocht.

De vraag over het Bufferbudget raakt bovendien een bredere problematiek. Door de manier waarop inkomsten worden verrekend, kan het voorkomen dat iemand in een bepaalde maand tijdelijk minder te besteden heeft dan de voor hem of haar geldende bijstandsnorm. Dat is juist wrang als het gaat om mensen die werk hebben gevonden of stappen zetten richting arbeidsinschakeling. Zij doen immers precies wat de wet van hen vraagt.

Een gemeente kan er wel gemotiveerd voor kiezen om het Bufferbudget niet in te zetten. Dan is het belangrijk om uit te leggen hoe wordt voorkomen dat inwoners door de inkomensverrekening tijdelijk in de financiële knel komen. Beschrijf bijvoorbeeld hoe de gemeente inkomsten verrekent, in welke situaties daardoor knelpunten kunnen ontstaan en welke oplossingen daarvoor zijn ingericht.

Een voorbeeld is een gemeente die inkomsten zoveel mogelijk in dezelfde maand wil verrekenen. Om dat mogelijk te maken, wordt bij de start van een dienstverband soms het betaalritme van de bijstand aangepast. De uitbetaling wordt dan meerdere dagen uitgesteld, zodat de salarisspecificatie nog kan worden verwerkt voordat de uitkering wordt betaald. Voor de inwoner kan dit tijdelijk financiële problemen opleveren. Dat kan bijvoorbeeld worden opgevangen met een voorschot, maar ook met het Bufferbudget.

Een ander voorbeeld is een gemeente die werkt met een schatting van het inkomen. Achteraf kan blijken dat iemand meer heeft verdiend dan waarop de schatting was gebaseerd. Daardoor is er over die maand te veel bijstand verstrekt. Als dit later wordt gecorrigeerd, wordt inkomen verrekend dat op dat moment al is uitgegeven. Ook dat kan leiden tot financiële knelpunten.

Ook hiervoor zijn verschillende oplossingen denkbaar. Denk aan goede communicatie, zodat inwoners weten dat een eventueel hoger inkomen tijdelijk als buffer moet worden aangehouden. Een andere mogelijkheid is om kleine bedragen niet terug te vorderen. Daarnaast kan de gemeente ervoor kiezen om in bepaalde situaties het Bufferbudget in te zetten.

Deze voorbeelden zijn niet uitputtend. De kern is dat gemeenten goed in beeld brengen op welke momenten de inkomensverrekening de bestaanszekerheid van werkende bijstandsgerechtigden onder druk kan zetten. Pas daarna kan een bewuste afweging worden gemaakt over de vraag welke maatregelen daarbij passen en welke rol het Bufferbudget daarin wel of niet heeft.