Overslaan en naar de inhoud gaan

De verschillende vrijlatingsregelingen komen te vervallen en worden vervangen door een generieke vrijlatingsbepaling: 15% gedurende 1 jaar (voor gepensioneerden 25% en in tijd onbeperkt), met een verlengingsmogelijkheid als uitbreiding van de urenomvang niet mogelijk is. 

De vrijlating geldt – anders dan de huidige regeling – ook voor jongeren onder de 27 jaar. Bij amendement is daarbij ook de mogelijkheid gecreëerd om jongeren onder de 27 jaar in aanmerking te laten komen voor een premie. Voor de situaties dat in het huidige recht de vrijlating niet in tijd beperkt is, blijft ook een in tijd onbeperkt recht op vrijlating gelden.

Overgangsrecht: De algemene vrijlatingsregeling en de vrijlating voor alleenstaande ouders blijft voor de duur van de looptijd gelden, indien de betrokkene hier al recht op had voor inwerkingtreding van de generieke vrijlating.

Artikel 34a, Pw

1. Inkomsten uit arbeid worden niet met de algemene bijstand verrekend ten aanzien van degene die: 
a. de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt: gedurende een aaneengesloten periode van maximaal twaalf maanden voor 15 procent van deze inkomsten per maand, indien dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van deze persoon; 
b. medisch urenbeperkt is: voor 15 procent van deze inkomsten per maand; 
c. de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: voor 25 procent en tot € 226,00 van deze inkomsten per maand.

2. Nadat de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is verstreken kan het college de periode waarin de inkomsten uit arbeid niet worden verrekend verlengen met een door het college te bepalen periode, indien het college een uitbreiding van de arbeidsomvang gelet op de individuele omstandigheden niet mogelijk acht.

3. Indien de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het tweede lid, is verstreken zonder dat deze is verlengd, kan het college nogmaals toepassing geven aan het eerste lid indien de persoon nadien een nieuw dienstverband is aangegaan.

Artikel 31, vierde lid, Pw

Het tweede lid, onderdelen c en k, zijn niet van toepassing op de persoon die jonger is dan 27 jaar.

Artikel 78ff, tweede lid, Pw

2. Artikel 31, tweede lid, onderdeel n, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Q, blijft gedurende twaalf maanden na die dag van toepassing op de persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en aan wie voor de dag van de inwerkingtreding van dat onderdeel een vrijlating is toegekend op grond van dat onderdeel.

3. Van een persoon aan wie op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel r, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel Q, een vrijlating was toegekend op grond van dat onderdeel, worden de inkomsten uit arbeid met de algemene bijstand  verrekend conform artikel 34a, eerste lid, onderdeel a, vanaf de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel U, voor zover het betreft artikel 34a, van de Participatiewet in balans, gedurende het restant van de periode, bedoeld in voornoemd artikel 31, tweede lid, onderdeel r.

Naar overzicht van maatregelen >