Overslaan en naar de inhoud gaan

(Automatisch) verrekenen van inkomsten uit arbeid

Gewijzigde regelgeving

Essentieel is de introductie van een AMvB die regelt hoe netto inkomen moet worden berekend en hoe vakantiegeld, een eindejaarsuitkering of een keuzebudget op de bijstand verrekend moeten worden.

In aansluiting hierop is de wet op twee punten verduidelijkt:

  1. De regeling rond onkostenvergoedingen. 
    Onkostenvergoedingen worden buiten beschouwing gelaten, tenzij ze als fiscaal loon worden aangemerkt (houdt ook verband met de bepalingen rond vaststelling netto inkomen).
  2. De regeling van het transactie beginsel. 
    Hoofdregel: inkomen dat betrekking heeft op de bijstandsperiode, wordt pas gekort op het moment dat betrokkene er (in redelijkheid) over kan beschikken. 

    Twee uitzonderingen: 
    (a) Na bijstandsverlening ontvangen inkomen wordt alsnog toegerekend naar de periode van verwerving, waardoor het dus achteraf (zodra betrokkene er in redelijkheid over kan beschikken) kan worden teruggevorderd. 
    (b) Inkomen waarover iemand beschikt maar dat (ten dele) is bedoeld voor een in de toekomst gelegen periode, wordt in gelijke delen naar de toekomst toe in aanmerking genomen.

Artikel 32, vijfde lid, Pw

Bij ministeriƫle regeling worden regels gesteld over:

a. de wijze waarop inkomsten in aanmerking worden genomen die als loon als bedoeld in artikel 16 van de Wet op de loonbelasting 1964 kwalificeren; 
b. op welke wijze de aftrek, bedoeld in artikel 31, derde lid, over inkomen als bedoeld in onderdeel a wordt berekend, waarbij percentages kunnen worden bepaald voor het vaststellen van de hoogte van de premies en inhoudingen, bedoeld in artikel 31, derde lid, onderdeel b; 
c. het in aanmerking nemen van de aanspraak op vakantiebijslag, eindejaarsuitkering en keuzebudget over een inkomen.

Artikel 31, tweede lid, onder g Pw

Niet tot de middelen van de belanghebbende worden gerekend onkostenvergoedingen, tenzij deze tot het fiscaal loon worden gerekend, en vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 32, tweede lid, Pw

Inkomen wordt in aanmerking genomen naar de periode waarin de belanghebbende hierover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, tenzij:

a. het inkomen betreft dat betrekking heeft op een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan, maar waarover pas na afloop van deze periode redelijkerwijs kan worden beschikt, in welk geval dat in aanmerking wordt genomen naar de periode waarop dit inkomen betrekking heeft, zodra belanghebbende er over beschikt of redelijkerwijs over kan beschikken; 
b. het inkomen is waarover al wordt beschikt maar dat bedoeld is om in de toekomst periodiek aan te spreken, in welk geval het in gelijke delen in aanmerking wordt genomen naar die toekomstige perioden.