‘Willen we de inwoner écht centraal stellen?’
Chris Kornmann neemt afscheid van de CoP Gewogen maatwerk. Wat hebben de afgelopen jaren opgeleverd? Welke inzichten deed hij op? En hoe nu verder?
Met welk goede gevoel kijk je terug op jouw CoP-jaren?
‘Als eerste denk ik dan aan de actieve betrokkenheid van ervaringsdeskundigen. Hoe wij met elkaar samenwerken in de CoP is best uniek. Vaak krijgen inwoners niet meer dan een klanttevredenheidsonderzoek voorgelegd of een adviesvraag vanuit de participatieraad – waar dan niet eens altijd iets mee wordt gedaan. Maar als je je dienstverlening echt wil verbeteren, móet je inwoners een rol geven in de verandering. Ook over de samenwerking met de wetenschap ben ik tevreden. En over de intrinsieke motivatie van alle leden om verbeterslagen te maken. Dat is iets heel moois.’
Waar had je meer van gehoopt?
‘Het blijkt ontzettend lastig om aan onze organisaties duidelijk te maken waar we in de CoP mee bezig zijn. We krijgen de verbinding niet goed tot stand. Amsterdam, mijn eigen gemeente, is goed vertegenwoordigd in de CoP. We begonnen ooit met z’n tweeën, nu zijn we met vijftien collega’s en vijf ervaringsdeskundigen. Dat is geweldig. Maar de uitvoering is ondervertegenwoordigd, ook bij andere gemeenten, terwijl juist die teams zo’n belangrijke rol hebben in de verbetering van de dienstverlening en het aanjagen van positieve verandering. Ik had gehoopt op meer animo vanuit de organisaties.’
Waarom wilde je destijds deelnemen aan de CoP Gewogen maatwerk?
‘Ik was programmamanager van het Amsterdamse experiment met de regelluwe bijstand. Tijdens een bijeenkomst van alle experimenteergemeenten presenteerde Roland Blonk het integratief gedragsmodel. Ik sloeg aan op de methodiek, waarin het niet alleen gaat om kunnen en willen, maar nadrukkelijk ook om geloof in eigen kunnen. Daar zag en zie ik heil in. Verder zag ik dat klantmanagers ieder hun eigen invulling geven aan de begeleiding van inwoners met een uitkering. De een pakt het zakelijk aan, de ander met veel compassie. En misschien bereiken ze allebei het gewenste resultaat, maar wat typeert nou een goede klantmanager? Niemand die het precies wist. Ik had behoefte aan een evidence based-fundament. Omdat ons bijstandsexperiment al liep, konden we het IGM daar niet meer aan toevoegen. Door de CoP – en haar voorloper – kreeg ik de kans om toch, aanvullend, met gewogen maatwerk aan de slag te gaan. Om te onderzoeken wat wel en niet werkt in de begeleiding van inwoners.’
Waarom hecht je zo aan die wetenschappelijke basis?
‘We weten onvoldoende wat er in de spreekkamers gebeurt en kunnen niet meten welke individuele personen door welke bejegening en interventie uitstromen naar werk of participatie. Terwijl: als we dat wel weten, dan kunnen we daar meer van doen en inwoners beter begeleiden.’
Wat is de meerwaarde van de CoP voor die ambitie?
‘In de CoP komen verschillende perspectieven samen, van gemeenten, ervaringsdeskundigen en onderzoekers. Alleen op die manier krijg je het geheel in beeld en kun je tot complete antwoorden komen op vragen als: Wat werkt? Wat werkt niet? Welke leidende gedragsprincipes tekenen zich af? Welke solide basis kunnen we leggen onder ons vakmanschap? We hebben op deze manier veel geleerd. Maar we moeten ook kijken naar en leren van de dingen die niet gelukt zijn. En wat daaronder zit.’
We moeten investeren in het professioneel handelen van onze medewerkers. Dat verdienen ze. En de inwoners ook
Waar doel je dan op?
‘Wat mij betreft staat het professioneel handelen van onze medewerkers voorop. Daar moeten we in investeren. Zij verdienen dat en de inwoners verdienen dat. En ik zie ook dat dit vlammetje bij elke CoP-deelnemer brandt. Maar als we desondanks de grote kachel niet aangestoken krijgen, dan rijst bij mij de vraag: Is er in de organisatie écht behoefte aan verbetering van onze dienstverlening? Willen we de inwoner écht centraal stellen? We hebben van alles georganiseerd om een brug te slaan tussen de CoP en de organisatie, tussen wetenschap en praktijk. En toch krijgen we maar geen vaste voet aan de grond. Waarom niet? Het spijt me dat ik wat cynisch overkom.’
Het ligt niet aan een persoon dat iets spaak loopt, het zit ‘m in het systemische
Je CoP-collega’s roemen je openheid en eerlijkheid juist.
‘Ja, daar heb ik veel bedankjes voor gekregen na mijn aankondiging dat ik ging stoppen. Ik vind het inderdaad belangrijk dat we in alle openheid met elkaar praten en de werkelijkheid niet mooier maken dan die is. Als iets niet uitpakt zoals gehoopt, laten we dat dan hardop zeggen. En op zoek gaan naar de reden waarom iets spaak loopt – zónder een schuldige aan te wijzen, want het ligt niet aan een persoon, het zit ‘m in het systemische. In de CoP hebben we veel open en eerlijke gesprekken met elkaar gevoerd. Daar ben ik op mijn beurt iedereen zeer dankbaar voor.’
Hoe nu verder?
‘Ik werk nog aan het vrijwilligerscontract voor de ervaringsdeskundigen. Zij zijn gelijkwaardige deelnemers die veel van hun tijd en energie geven, hun inzet is niet met een VVV-bon te compenseren. Ik ben blij dat we hier dankzij de CoP nu goed over nadenken. De intensieve en goede samenwerking met ervaringsdeskundigen is misschien wel de mooiste opbrengst van de CoP.’
Blijf je de CoP volgen?
‘Bij mijn eigen afdeling start na de zomer een opleidingstraject voor klantbegeleiders Inkomen – een nieuwe functie binnen onze organisatie. De klantbegeleider Inkomen moet meer invulling geven aan de ‘Agenda bestaanszekerheid voor Iedereen’, waarbij inkomensdienstverlening in de wijken plaatsvindt, dicht bij de inwoner. Ook gaan we mentoren opleiden. De principes van het IGM en andere inzichten uit de CoP nemen we daarin mee. Ik kijk ernaar uit om theorie en praktijk in Amsterdam op deze manier aan elkaar te kunnen knopen. Ondertussen houd ik via mijn Amsterdamse collega’s en andere CoP-deelnemers graag het lijntje warm. Dank aan allemaal en succes!’
CoP Gewogen Maatwerk
In de CoP Gewogen Maatwerk buigen gemeenten, beroepsverenigingen, onderwijs en wetenschap zich over de vraag hoe de aanpak Gewogen Maatwerk de re-integratie kan verbeteren. Dit gebeurt door complexe vraagstukken uit de uitvoeringspraktijk ín die praktijk uit te diepen. Zo ontwikkelen we samen kennis waar die praktijk écht iets aan heeft.