De samenwerking met inwoners verder versterkt
Verslag CoP-visiegroep Gewogen maatwerk (23 mei 2025)De deelnemers van vandaag zijn al bij het inschenken van de koffie druk met elkaar aan het uitwisselen. Er ís ook heel veel te bespreken: de structurele deelname van inwoners aan de visiegroep, de vertaling van de leidende gedragsprincipes naar de praktijk, het vrijwilligerscontract voor cliëntenparticipatie, … Aan de slag dus!
Het eerste onderwerp op de agenda is de structurele deelname van twee inwoners aan de visiegroep. Het betreffende tweetal stapt naar voren voor een pleidooi. ‘Het is de bedoeling dat we van elkaar leren. Jullie van ons, maar wij net zo goed van jullie. Hoe pas je de leidende gedragsprincipes toe in de spreekkamer? Waar lopen jullie daarbij tegenaan? Kun je daar als manager op sturen, en hoe dan? Wij denken dat het goed is als wij daar inzicht in krijgen. Als wij daar dan ons perspectief aan toevoegen, kunnen we samen toewerken naar prettigere interactie in de spreekkamer – goed voor de inwoners, de professionals en de organisatie.’
Gelijkwaardig
Vanuit de zaal: ‘Mooi dat jullie zeggen dat jullie ook van ons willen leren. Dat is een goede basis voor gelijkwaardigheid.’ Daarop volgt een dilemma: ‘In de visiegroep kunnen we gelijkwaardig zijn, maar in de spreekkamer gaat dat nog niet op. Inwoners zijn afhankelijk van een uitkering, van onze inzet. Is dit dan al het moment om bij de visiegroep aan te sluiten?’ Inwoner: ‘Die afhankelijkheid is er inderdaad. Maar de visiegroep is geen afspiegeling van de praktijk. In de CoP zijn we gelijkwaardig. Hier kunnen we in cocreatie uitzoeken hoe we vanuit die ongelijkwaardigheid toch een goed contact tot stand kunnen brengen.’
Mogen de inwoners voortaan aan de CoP-visiegroep deelnemen? Dat besluit wordt zonder verdere discussie genomen: ja.
Positief in beweging
Na een korte pauze neemt een van de onderzoekers de zaal nog een keer mee langs de leidende gedragsprincipes. Wat zet iemand positief in beweging? Of: wat werkt wél? Dat is het vertrekpunt geweest waaruit 17 leidende gedragsprincipes (LGP’s) zijn voortgekomen, die we vervolgens goed beargumenteerd hebben ingedikt tot 12 stuks.
‘Je kunt die 12 LGP’s niet los van elkaar zien’, zegt de onderzoeker. ‘Ze vormen samen een verhaal en het geheel is meer dan de som der delen.’ Speciale aandacht vraagt ze voor nummer 12: 'Bewust rekening houden met het verschil in macht in de begeleiding'. ‘Dit principe is nadrukkelijk door inwoners ingebracht en maakt nog eens duidelijk hoe belangrijk onze samenwerking is om blinde vlekken tegen te gaan.’
Je kunt de leidende gedragsprincipes niet los van elkaar zien – ze vormen samen een verhaal.
Nu begint het pas
Herkennen jullie deze LGP’s in jullie eigen organisaties, wil de onderzoeker weten. ‘Zeker’, antwoordt een van hen. ‘Maar er staan nog best wat vage begrippen in. ‘Aansluiting’ bijvoorbeeld, wat betekent dat? En een woord als ‘vertrouwen’ is hartstikke complex.’ ‘Het is nodig om met elkaar steeds af te pellen wat we daarmee bedoelen.’
Een ander werpt de vraag op hoe je beleid maakt en sturing geeft aan de toepassing van de LGP’s. ‘Ik denk dat veel van onze professionals zeggen: zo werk ik al. Maar is dat zo? Hoe zie ik dat medewerkers dat écht doen?’ En een minstens zo belangrijke vraag: Welke randvoorwaarden – caseload, tijd, geld – geef je ze om dit te doen? Wat faciliteer je als leidinggevende?’
‘We komen nu pas aan bij deze ontwikkelvraag, nu begint het eigenlijk pas’, licht een onderzoeker van de thema-CoP Professionele organisatie toe. Een van de lectoren ziet hier een overeenkomst met het opleiden van sociaal werkers. ‘Wat als het toekomstperspectief van de inwoner heel erg verschilt van waar jij als professional op afgerekend wordt of wat de Participatiewet van je vraagt? En dan heb je ook nog te maken met beleid. Wezenlijke dilemma’s die onze aandacht vragen.’
De onderzoeker weer: ‘Je verwacht van je professionals meer dan alleen de toepassing van LGP’s. Maar het instrument helpt wel bij het gesprek in de spreekkamer en tussen leidinggevende en professionals. En als je dan merkt dat de meeste spanning zit bij bijvoorbeeld principe 6 en 12, dan kun je daar je ontwikkeltraject op richten.’
Beroepsstatuut versus LGP’s
De afgevaardigde van SAM wijst op het beroepsstatuut van de vereniging. Dat bestaat nu zo’n vijf jaar. ‘Het lijkt me waardevol om dit statuut en de LGP’s tegen elkaar te houden om 1) het beroepsstatuut te actualiseren en 2) de LGP’s te voorzien van korte stukjes tekst die uitleggen waar elk principe voor staat.’
Dat sluit mooi aan bij het idee om een ‘voorbeeldenboek’ te maken, waarin elke LGP een beschrijving krijgt van het gedrag dat erbij hoort. Een van de onderzoekers wijst daarnaast op het belang van een kwaliteitscheck, waarbij ze een vergelijking maakt met het onderwijs. ‘We willen tenslotte ook niet dat de docenten van onze kinderen alsmaar blijven leren, leren, leren. We willen dat ze het góede doen. Elke dag dat ze dat niet doen, is een verloren dag.’
Uit de spreekkamer
Aan de wanden van de zaal hangen A4’tjes met praktijkvoorbeelden van interacties uit de spreekkamers van de deelnemende organisaties. Re-integratievragen, -interventies en doorbraken in het traject. Opdracht aan de aanwezigen: schrijf op welke LGP’s je in de voorbeelden herkent en het belangrijkst vindt? Bewapend met post-its schuifelen de deelnemers in groepjes door de zaal. Ondertussen gaan ze in gedachten na of hun eigen organisatie medewerkers ondersteunt om de LGP’s toe te passen. En of ze dat ook zien gebeuren.
Goed om de LGP’s te spiegelen aan werkelijke situaties – dat brengt ze tot leven.
Goed om de LGP’s eens te spiegelen aan werkelijke situaties, vinden de deelnemers, dat brengt ze tot leven. Het laat ook zien hoe belangrijk het is om professional en inwoner tijd en vertrouwen te geven om tot resultaat te komen én wat medewerkers nodig hebben om verder te kunnen groeien in hun vakmanschap.
En er rijst een vraag: als een dossier van de ene professional naar de andere gaat, hoe voorkomen we dan dat de werkzame elementen in hun interactie verloren gaan bij de overdracht? Hoe borgen we dat die goed bij de volgende professional terecht komen, zodat we de LGP’s echt effectief kunnen toepassen? ‘Je moet dat kunnen registeren en ordenen in je informatiesysteem’, zegt de een. Waarop een ander meedeelt dat een aantal organisaties aan het onderzoeken zijn hoe AI hierbij slim kan worden ingezet. Werk in uitvoering dus.
Mooi: het vrijwilligerscontract!
CoP-deelnemers uit Amsterdam en Den Haag hebben zich samen gebogen over een vrijwilligerscontract voor inwoners. Het mogelijk maken van een vrijwilligersvergoeding in combinatie met de uitkering bleek lastig, maar is gelukt. Belangrijke voorwaarde voor de inwoners is ook dat zij verzekerd zijn tijdens hun inzet voor de CoP.
Geen reden meer om weg te blijven van het perspectief van inwoners
Er zijn twee voorbeeldcontracten gemaakt, waarvoor complimenten uit de zaal. ‘Een mooi resultaat van de CoP.’ ‘Geen reden meer om weg te blijven van het perspectief van inwoners.’ Maar ook: ‘We zijn er nog niet helemaal. We moeten het ook nog in beleid gaan vatten.’
Divosa gaat een checklist maken van wat een gemeente moet regelen of waarmee ze rekening moet houden bij het sluiten van een vrijwilligerscontract.
Rondvraag/oervraag
In de rondvraag komt nog een keer de oervraag voorbij: 'Hoe gaan we in de organisatie borgen wat we in de CoP leren?' Een greep uit de antwoorden en ervaringen:
-
Reflecteren op het eigen handelen met casuïstiekbesprekingen,
-
Het integratieve gedragsmodel verder uitrollen, te beginnen bij de teams waar de energie en het enthousiasme zit,
-
Professionals coachen,
-
Plan-do-check-act,
-
Meer inzetten op het verleiden van inwoners dan hun iets opleggen,
-
Meer in samenhang werken; integraal, multidisciplinair en gebiedsgericht, rechtmatig en doelmatig weer bijeenbrengen.
En ook nogmaals de vraag wat je als leidinggevende kunt of moet doen in de spreekkamer. Het gecombineerde antwoord van een onderzoeker en een lector: de toegenomen handelingsvrijheid van professionals roept vragen en dilemma’s op. Maar het is niet alleen de leidinggevende die daarop moet sturen. De professionals moeten de ontwikkeling van hun professionaliteit ook zelf voeden. Vanuit hun maatschappelijke opdracht, met (collectieve) beroepskennis en expertise en door te werken met gedeelde professionele waarden en normen. Het beroepsstatuut en -profiel en professionele leidraden zoals de LGP’s zijn daar belangrijke onderdelen bij.
Meer informatie
- Het beroepsstatuut van SAM (SAM • 2020)