Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Deze publicatie printen Downloaden als pdf

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Inleiding

Welke voordelen heeft het voor gemeenten om klanten met een uitkering toe te staan parttime ondernemer te worden? Hoe formuleer je helder beleid binnen de kaders van de Participatiewet? En wat is er nodig om de uitvoering op rolletjes te laten lopen? Allemaal vragen die gemeenten moeten beantwoorden voordat ze parttime ondernemers gaan begeleiden. Deze werkwijzer helpt gemeenten om aan de slag te gaan.

Voor veel uitkeringsgerechtigden blijkt het een te grote stap om vanuit de bijstand direct door te stromen naar een fulltime baan en daarmee onafhankelijk te worden van een uitkering. Daarom stimuleren gemeenten hen ook om parttime banen te accepteren. Nu komt daar een nieuw re-integratie-instrument bij: parttime ondernemen in de bijstand.

De werkwijzer laat zien dat parttime ondernemen kansen biedt

Parttime ondernemen biedt zowel bijstandsgerechtigden als de gemeente kansen: klanten zijn weer van betekenis in de samenleving. En ze doen met werk dat ze leuk vinden ondernemersvaardigheden op waarmee ze hun re-integratie versnellen. Voor de gemeente is het voordeel dat parttime ondernemers hun kansen vergroten op uitstroom naar werk, zelfstandigheid of een combinatie daarvan. Bovendien neemt de druk op bijstandsbudgetten af.

De werkwijzer deelt de inzichten van een pilot

De Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen is geschreven in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze versie bevat inzichten uit de pilot ‘Koplopergemeenten parttime ondernemen’ in 2015 en vervangt daarmee de eerdere werkwijzer van oktober 2014. De deelnemers aan de pilot zijn de gemeenten Assen, Den Haag, Deventer, Groningen, Helmond, 's-Hertogenbosch / Weener XL, Rotterdam, Tilburg en Zwolle en ROZ Hengelo en RSD de Liemers.

In december 2017 is deze werkwijzer uitgebreid met een hoofdstuk over parttime ondernemen in een sociale coöperatie. Met coöperatief parttime ondernemen kunnen gemeenten ook ondernemingsgezinde bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt bedienen. Maar dat vraagt ook meer van een gemeente. Ook besteedt deze versie van de werkwijzer aandacht aan het rapport Werkzame bestanddelen van parttime ondernemen. Lees meer over de conclusies over werkzame bestanddelen en over mogelijke besparingen voor een gemeente.

De werkwijzer wordt aangepast bij nieuwe ontwikkelingen

Dit document wordt op grond van nieuwe inzichten en ontwikkelingen verfijnd. Correcties en aanvullingen uit de uitvoeringspraktijk zijn dan ook van harte welkom. Stuur uw feedback naar kkruisdijk@divosa.nl.

Een onderneming opzetten is voor veel bijstandsgerechtigden spannend of moeilijk. Het werkblad 'Een (parttime) onderneming?' is gemaakt voor mensen met een uitkering die overwegen om voor zichzelf te beginnen. Dit werkblad, een uitgave van Divosa, helpt hen bij de voorbereiding en het zetten van de eerste stappen.       
Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 1

Wat is parttime ondernemen in de bijstand?

Wat is parttime ondernemen? Dit hoofdstuk belicht dit relatief nieuwe instrument binnen het wettelijk kader van de Participatiewet. Ook zet het de verschillen met fulltime ondernemen op een rij.

Gemeenten zijn bij het ondersteunen van bijstandsgerechtigden vooral gericht op uitstroom naar fulltime werken in loondienst en naar fulltime ondernemen. Maar ze zoeken ook naar andere methodes, aanpakken, werkwijzen en instrumenten die (liefst evidencebased) werken om bijstandsklanten te re-integreren. En die dus leiden tot besparingen. Nu de arbeidsmarkt verandert en vaste banen plaatsmaken voor flexibel werk, parttime banen en combinaties van werken en ondernemen, gaan gemeenten daar ook op inspelen. Zo zijn er in een pilot positieve ervaringen opgedaan met parttime ondernemen in de bijstand. De werking van dit instrument wordt verder onderzocht, onder meer in het programma Vakkundig aan het werk van ZonMw. Gemeenten gebruiken er verschillende termen voor, zoals deeltijdzelfstandigen, bescheidenschaalregelingen of scharrelondernemen. In deze werkwijzer spreken we van parttime ondernemen en parttime ondernemers.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 1.1

Wat is het doel van parttime ondernemen?

We spreken over parttime ondernemen in de bijstand als uitkeringsgerechtigden door te ondernemen inkomsten genereren die worden aangevuld door een bijstandsuitkering. Iemand werkt bijvoorbeeld een paar uur per week als zzp’er of begint een bedrijf. Parttime ondernemers kiezen vaak voor activiteiten waar ze zelf iets mee hebben, zoals (eigen) kunst verkopen, yogalessen geven, kappersdiensten verlenen of honden uitlaten. Gemeenten gebruiken dit instrument bij uitkeringsgerechtigden die nog niet weten of ze door een baan of door ondernemen zelfstandig in hun bestaan willen gaan voorzien. En die zelf een idee hebben voor een eigen bedrijf. De gemeente geeft dergelijke klanten twee soorten begeleiding: ondersteuning bij het ondernemerschap én bij het zoeken van een baan. Juist die combinatie maakt parttime ondernemen tot een sterk instrument. Het helpt uitkeringsgerechtigden de kortste weg te vinden naar financiële zelfstandigheid.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 1.2

Wat is het wettelijk kader?

Bijstandsgerechtigden zijn volgens de Participatiewet verplicht alle inspanningen te leveren om zo snel mogelijk helemaal onafhankelijk te worden van een uitkering. Werken als zelfstandige/ondernemer is ook een mogelijkheid. De Participatiewet biedt ruimte aan parttime ondernemen in de bijstand:

  1. De gemeente mag uitkeringsgerechtigden niet ontheffen van de re-integratieplicht vanwege parttime ondernemen op zich.
  2. De gemeente mag parttime ondernemen alleen toestaan voor bepaalde tijd. Een parttime ondernemer krijgt toestemming voor bijvoorbeeld een jaar. Daarna toetst de gemeente of de parttime ondernemer nog aan alle voorwaarden voldoet om opnieuw voor bepaalde tijd parttime te ondernemen.
  3. Het is de bedoeling dat de parttime ondernemer winst maakt (inkomsten genereert).
  4. De gemeente moet die winst op individuele basis verrekenen. De Participatiewet biedt volgens de Centrale Raad van Beroep geen ruimte om daarbij verwervingskosten (zakelijke kosten) van de omzet af te trekken.
  5. De gemeente moet concurrentievervalsing en verdringing voorkomen.
  6. De gemeente moet de ondernemer verbieden onnodige financiële risico’s te nemen (zoals langdurige financiële verplichtingen aangaan).

Om parttime ondernemerschap aantrekkelijk te maken, kunnen gemeenten incentives (beloningen) inzetten. De Participatiewet staat een beloning in de vorm van geld toe, zoals een tijdelijke inkomensvrijlating tot een bepaald maximum. Dat is conform wet- en regelgeving op dit moment beperkt tot 6 maanden (art. 31, tweede lid, sub n Participatiewet). De gemeente mag ook tot twee keer een premie toekennen als dat volgens het college bijdraagt aan iemands arbeidsinschakeling. Ook dat is gebonden aan een maximumbedrag in een kalenderjaar (art. 31, tweede lid onder j Participatiewet). Gemeenten mogen ook andere beloningen aanbieden, zoals scholing of een werkruimte. Ze moeten er wel voor waken dat dit niet concurrentievervalsend werkt.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 1.3

Hoe verschilt het van fulltime ondernemen?

Zelfstandig ondernemen betekent voor eigen rekening en risico zelfstandige werkzaamheden verrichten. Ondernemers zorgen dus zelf voor klanten en opdrachten, houden een deugdelijke administratie bij en dragen inkomsten- en omzetbelasting af. Dat geldt zowel voor parttime ondernemers als voor fulltime ondernemers.

Belangrijke kenmerken van zelfstandig ondernemerschap zijn:

  • Er worden goederen of diensten geleverd en daar wordt een prijs of vergoeding voor gevraagd.
  • Er is sprake van regelmatige inkomsten en (bij diensten) meer dan één opdrachtgever.

Het belangrijkste verschil tussen een parttime en fulltime ondernemer is het aantal uren dat de ondernemer aan het bedrijf besteedt. Het urencriterium van de Belastingdienst (1.225 uur per jaar) geldt daarbij als ondergrens voor fulltime ondernemen. Maar er zijn meer verschillen:

Voorwaarden gemeente

Voorwaarden gemeente Parttime ondernemerschap Fulltime ondernemerschap
Financieringsmogelijkheden geen wettelijke financieringsmogelijkheid (gemeenten bieden soms financiering op grond van gemeentelijk beleid; daar kunnen goede redenen voor zijn) startkapitaal van het Bbz
Behoud van uitkering ja; inkomsten worden maandelijks verrekend met de bijstandsuitkering eventueel een periodieke Bbz-uitkering

Voorwaarden Belastingdienst

Voorwaarden Belastingdienst Parttime ondernemerschap Fulltime ondernemerschap
Soorten inkomsten volgens de Belastingdienst resultaat uit overige werkzaamheden winst uit onderneming
Uren besteed aan de onderneming minder dan 1.225 uur per jaar minstens 1.225 uur per jaar
Aftrekposten van de Belastingdienst meestal geen aftrekposten mogelijk aftrekposten als:
> zelfstandigenaftrek
> startersaftrek
> investeringsaftrek
> aftrek speur- en ontwikkelingswerk
> meewerkaftrek
> MKB winstvrijstelling
> stakingsaftrek
Inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel verplicht verplicht
Deugdelijke administratie bijhouden verplicht verplicht (soms geeft de kleineondernemersregeling ontheffing van administratieve verplichtingen)
Aangifte omzetbelasting (btw) verplicht verplicht (soms geeft de kleineondernemersregeling (gedeeltelijke) aftrek van btw)
Aangifte inkomstenbelasting verplicht verplicht

Parttime ondernemen levert dus minder fiscale voordelen op dan fulltime ondernemen. Daar staat tegenover dat deeltijdondernemers tijdelijk zeker zijn van een inkomen op bijstandsniveau.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 2

De voordelen van parttime ondernemen

Wat levert parttime ondernemerschap in de bijstand op? Dit hoofdstuk laat zien dat het zowel voor de parttime ondernemer zelf als voor de gemeente voordelen biedt. Op de korte termijn kan iemand zelf voor een deel van zijn inkomen zorgen. Op de langere termijn verhoogt het de kans op uitstroom naar werk of zelfstandig ondernemerschap.

Voor de gemeente vormen parttime ondernemers een aparte groep. Ze vallen niet onder het Bbz en zijn ook een vreemde eend in de bijt van de op arbeidsparticipatie en re-integratie gerichte Participatiewet. Sommige gemeenten staan parttime ondernemerschap dan ook niet toe. Klanten hebben of een bijstandsuitkering of een Bbz-uitkering. Toch biedt parttime ondernemen de gemeente wel degelijk voordelen.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 2.1

Het biedt kansen aan gemeenten

Parttime ondernemerschap biedt kansen aan mensen die een uitkering krijgen of aan de onderkant van de arbeidsmarkt zitten. Het kan dan een opstapje vormen naar volledig ondernemerschap of een fulltime baan.

De onderkant van de arbeidsmarkt is onzeker: vaker flexibel en vaker in deeltijd. Meestal is het inkomen onder de bijstandsnorm en is er weinig inkomenszekerheid. Als we naar de bijstand kijken, zien we dat er ongeveer 70.000 personen per jaar uitstromen. Hiervan stroomt ongeveer 7% (bijna 5.000 personen) uit naar zelfstandigheid en ongeveer 38% (meer dan 26.500 personen) naar werknemerschap. Ongeveer 40% van de uitstroom is niet arbeidsmarktgerelateerd: het recht op bijstand vervalt bijvoorbeeld omdat mensen gaan samenwonen of AOW krijgen.

Volledige uitstroom uit de bijstand is voor veel uitkeringsgerechtigden vaak nog een brug te ver. Gedeeltelijke uitstroom is voor hen makkelijker (kleinere sprong). De kans op een betere baan is veel groter als iemand al een baan heeft. Het levert gemeenten dus waarschijnlijk meer op om een grote groep mensen in deeltijd aan het werk te helpen dan een klein deel volledig te laten re-integreren.
Ronald Dekker, arbeidseconoom van de Universiteit van Tilburg

Met parttime ondernemen spelen gemeenten in op de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Gemeenten accepteren dat het niet of re-integratie naar een baan is of starten als fulltime ondernemer:

Zorg ervoor dat de klantmanagers in staat zijn om te gaan met parttime ondernemerschap en geef ze de ruimte voor maatwerk. Laat klantmanagers hun kennis, durf en flexibiliteit vergroten. Betere dienstverlening en meer klantcontact leiden tot vrijwillig stopzetten van de uitkering, re-integratie naar de arbeidsmarkt, activering en opsporing van fraude.
Menno Fenger, bestuurskundige van de Universiteit Rotterdam

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 2.2

Het biedt kansen aan klanten

Wat schieten bijstandsgerechtigden er mee op om als parttime ondernemer aan de slag te gaan? Ze gaan er meestal niet meer door verdienen. Maar het biedt ze wel perspectief om uit de uitkering te komen. En het laat ze direct aan de slag gaan met activiteiten die ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Bovendien doen ze ondernemers- en werknemersvaardigheden op. Ze kunnen al tijdens het re-integratietraject weer van betekenis zijn en een deel van hun inkomen zelf verdienen.

Het voelde niet goed te leven van het geld van een ander, van de maatschappij. Als alleenstaande ouder is het lastig een baan of onderneming te combineren met de thuissituatie. Een aantal vrienden met een onderneming zeiden waarom ga je niet nieuwe klanten voor ons werven via de telefoon. En zo ben ik begonnen. Een van de ondernemers die ik belde vond ik interessant en bood een baan die te combineren was. Ik heb gesolliciteerd en ben nu niet meer in de bijstand.
Parttime onderneemster uit Den Bosch

Klanten werken aan hun (financiële) zelfstandigheid en zelfredzaamheid en krijgen daarmee ook meer zelfrespect en zelfvertrouwen. Ook hun zakelijke en sociale netwerk wordt groter, waardoor ze meer kans krijgen om op termijn niet meer afhankelijk te zijn van de uitkering. Doordat de gemeente aansluit bij hun ondernemersidee zijn ze extra gemotiveerd om aan hun arbeidsparticipatie te werken.

Wat werkt?

Op basis van literatuurstudie en interviews en enquêtes met parttime ondernemers en medewerkers van gemeenten trekt het rapport Werkzame bestanddelen van parttime ondernemen onder meer de volgende conclusies over werkzame bestanddelen:

  • Voldoende, goede en veelzijdige begeleiding, vooral op het gebied van financiën, is een van de belangrijkste succesfactoren voor parttime ondernemen. Maatwerk, flexibiliteit en creativiteit is daarbij belangrijk.
  • Voor gemeente en deelnemers is het beter om de nadruk meer te leggen op van werkervaring en minder op ondernemen als persoonlijkheidskenmerk.
  • Parttime ondernemers moeten winst maken, maar zet niet te hoog in en blijf realistisch.
  • Motivatie en competenties zijn belangrijker dan de plek op Participatieladder. Het starten met parttime ondernemen lijkt kansrijker voor mensen die net in de uitkering zitten.
  • De parttime ondernemers doen geen investeringen. Dat helpt bij het voorkomen van financiële problemen.  

Parttime ondernemen in de bijstand werkt vooral door de sterke intrinsieke motivatie van de ondernemer die er iets van wil maken. Zie ook hoofdstuk 5 van Werkzame bestanddelen van parttime ondernemen.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 2.3

Het zorgt voor uitstroom

In de pilot ‘Koplopergemeenten parttime ondernemen’ hebben tien gemeenten de mogelijkheden van parttime ondernemen met elkaar verkend en deze een aantal maanden in de praktijk getoetst en geëvalueerd. Hun eerste ervaringen laten zien dat gemeenten met parttime ondernemerschap in de bijstand een aanzienlijke uitstroom realiseren. De kosten van de ondersteuning zijn kleiner dan de baten (afname van uitkeringskosten). Daarmee levert parttime ondernemen de gemeente een besparing op. 

In het rapport Werkzame bestanddelen van parttime ondernemen laten de gegevens van één gemeente in 2015 zien dat zowel een directe kosten-batenanalyse als een maatschappelijke kosten-batenanalyse positief uitvallen.  

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 3

Vijf misverstanden rond parttime ondernemen

Parttime ondernemerschap biedt kansen aan zowel bijstandsgerechtigden als gemeenten. Een win-winsituatie zou je zeggen, maar de praktijk is weerbarstig: weinig gemeenten maken gebruik van deze mogelijkheid. Wat houdt hen tegen?

Gemeenten die parttime ondernemen niet toestaan, denken in termen van of/of. Bijstandsklanten hebben of een potentieel levensvatbare onderneming en komen dus in aanmerking voor het Bbz. Of niet en dan moeten ze solliciteren. Natuurlijk staat het gemeenten vrij om geen gebruik te maken van parttime ondernemen. Maar het is jammer als ze dat doen op verkeerde gronden. Omdat ze ten onrechte denken dat het re-integratie en uitstroom van bijstandsklanten in de weg staat. Of omdat ze belemmeringen zien in het risico op fraude, de wettelijke kaders of het gebrek aan expertise in de gemeentelijke uitvoering. Dit hoofdstuk helpt de vijf meest voorkomende misverstanden de wereld uit.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 3.1

Misverstand 1: het belemmert re-integratie

Een belangrijke voorwaarde van de bijstand is dat bijstandsgerechtigden fulltime beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Het toestaan van andere activiteiten zou daarom volgens sommigen de uitstroom naar betaald werk belemmeren. Dat is niet zo. Wanneer iemand parttime onderneemt, blijft er voldoende tijd over voor het zoeken van werk in loondienst. In de praktijk blijkt dat de combinatie parttime ondernemen en re-integratie naar loondienst uitstroom naar werk juist bevordert. De gemeenten Zwolle, Den Bosch en Assen realiseerden met parttime ondernemen maar liefst 40% uitstroom (naar deeltijdbaan, fulltime baan of onderneming).

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 3.2

Misverstand 2: het leidt tot fraude

Sommige gemeenten denken een platform te scheppen voor fraude wanneer ze bijstandsgerechtigden zelfstandige activiteiten toestaan. Parttime ondernemers kunnen ook zwart werk aannemen of sjoemelen met kostendeclaraties. Ook deze stelling klopt niet. Het is voor gemeenten inderdaad lastig te controleren of bijstandsgerechtigden zwart werken. Maar parttime ondernemen verbieden voorkomt dat niet. Sterker nog, bijstandsgerechtigden die niet parttime ondernemen hebben meer gelegenheid om zwart te werken. Parttime ondernemen kan juist een manier zijn om zwart werk tegen te gaan of om te zetten in legaal werk. De gemeente moet wel glashelder maken wat er van een parttime ondernemer wordt verwacht en de regels handhaven.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 3.3

Misverstand 3: het is onwettig

Omdat parttime ondernemen in de bijstand niet is opgenomen in de Participatiewet denken sommige gemeenten dat het onwettig is. Dat klopt niet. De Participatiewet noemt parttime ondernemen niet omdat dat niet nodig is. De inkomsten van parttime ondernemers kunnen gewoon worden verrekend met de bijstandsuitkering. De gemeente moet daar wel toestemming voor geven. Volgens de Centrale Raad van Beroep wordt bij de vaststelling van te verrekenen inkomsten geen rekening gehouden met verwervingskosten. Dat staat in ECLI:NL:CRVB:2016:3622; 4.2: ‘Naar vaste rechtspraak (zie onder meer de uitspraken van 17 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:411, en 23 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:578) wordt bij vaststelling van de inkomsten uit arbeid die met toepassing van de artikelen 19, eerste en tweede lid, en 32, eerste lid, van de WWB op de bijstand in mindering worden gebracht, geen rekening gehouden met de voor de ontvangen inkomsten gemaakte verwervingskosten.’

De bijstand is een vangnet. Een gemeente moet parttime ondernemerschap daarom niet toestaan als het (op den duur) een serieuze belemmering vormt voor duurzame arbeidsinschakeling en volledige uitstroom. Daarom is de toestemming voor parttime ondernemen altijd voor bepaalde tijd, bijvoorbeeld een jaar. Wanneer het parttime ondernemerschap de arbeidsinschakeling wel blijkt te belemmeren kan de gemeente de parttime ondernemer verplichten de zelfstandige activiteiten te beëindigen en zich uit te laten schrijven uit het Handelsregister.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 3.4

Misverstand 4: het ontbreekt gemeenten aan kennis

Sommige klantmanagers denken dat de gemeente onvoldoende expertise heeft op het gebied van zelfstandig ondernemen en het verrekenen van inkomsten met de uitkering. Ze zijn bang dat parttime ondernemers daardoor in de schulden kunnen komen. Parttime ondernemen vraagt inderdaad om specialistische kennis en ervaring met het verrekenen van wisselende inkomsten met de uitkering. Maar de meeste gemeenten hebben die kennis en ervaring wel degelijk in huis bij de Bbz-afdeling, de afdeling economische zaken of inkomensconsulenten.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 3.5

Misverstand 5: het leidt tot concurrentievervalsing

Parttime ondernemers kunnen veel tijd en energie stoppen in hun zelfstandige activiteiten. Sommige gemeenten zijn daarom bang dat het leidt tot concurrentievervalsing: ondernemers die niet in de bijstand zitten kunnen immers niet dezelfde tijdsinvestering doen en zij worden financieel niet gesteund door de gemeente. Maar gemeenten kunnen concurrentievervalsing met goede toetsing, controle en begeleiding voorkomen. Zo kan een gemeente waterdichte afspraken maken over werkzaamheden, (marktconforme) tarieven en tijdsbesteding van de parttime ondernemer. De gemeente spreekt parttime ondernemers in de bijstand bovendien aan als zelfstandig ondernemer en niet als een bijstandsgerechtigde met een hobby. Een parttime ondernemer moet geld verdienen, motivatie en ondernemersvaardigheden laten zien en voldoen aan de eisen van de Belastingdienst. Het doel van parttime ondernemen in de bijstand is tenslotte uitstroom.

Met een helder gemeentelijk beleid en goede uitvoering kunnen gemeenten de kansen van parttime ondernemen dus benutten en problemen voorkomen. De volgende twee hoofdstukken gaan daar op in.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 4

Beleidskeuzes bij parttime ondernemerschap

Een eerste vereiste voor een effectieve inzet van parttime ondernemen is helder beleid. Wat zijn de doelen, doelgroepen en voorwaarden? Binnen de kaders van de Participatiewet hebben gemeenten veel beleidsvrijheid. Dit hoofdstuk gaat in op de beleidskeuzes die gemeenten moeten maken bij parttime ondernemen.

Over parttime ondernemerschap is niets in wet- en regelgeving vastgelegd. Gemeenten hebben uitvoeringsruimte binnen de kaders van de Participatiewet. Ze kunnen zelf bepalen of en onder welke voorwaarden ze uitkeringsgerechtigden toestemming verlenen voor parttime ondernemerschap. Het is verstandig als gemeente beleid te formuleren en vast te leggen. Gemeenten zijn niet verplicht hiervoor een verordening te maken; ze kunnen hun beleidskeuzes ook vastleggen als beleidsplan of beleidsregels.

Voor een effectieve inzet van parttime ondernemen in de bijstand moet een gemeente in ieder geval de volgende vragen beantwoorden:

  1. Wil de gemeente parttime ondernemen alleen toestaan of ook ondersteunen en stimuleren?
  2. Wie mag parttime ondernemer worden?
  3. Wanneer vinden we een parttime onderneming haalbaar?
  4. Welke afspraken maken we met de parttime ondernemer?
  5. Hoe voorkomen we concurrentievervalsing en verdringing?
  6. Wie voert het beleid voor parttime ondernemen uit?
  7. Hoe worden de inkomsten bepaald en verrekend?
Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 4.1

Toestaan of stimuleren?

Een gemeente kan besluiten het initiatief bij de bijstandsgerechtigden te laten. Als zij vragen naar de mogelijkheden, geeft de gemeente daar uitleg over. Klanten kunnen bijvoorbeeld op parttime ondernemerschap attent zijn gemaakt door kennissen of door informatie uit folders of websites. Vaak is de informatievoorziening over parttime ondernemerschap zeer beperkt. Gemeenten kunnen ook (bepaalde groepen) klanten zelf attent maken op deze mogelijkheid. Of zelfs incentives (beloningen) inzetten om het parttime ondernemerschap aantrekkelijker te maken, in de vorm van geld (inkomensvrijlating of een premie, zie de regels daarover in hoofdstuk 1), scholing of een werkruimte. In de praktijk zien we weinig van dit soort stimulerende gemeenten.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 4.2

Wie mag parttime ondernemer worden?

De gemeente kan parttime ondernemen inzetten voor verschillende bijstandsgerechtigden met ideeën of plannen om zelf geld te verdienen:

  • ondernemers die zich melden voor bijstand omdat ze met hun onderneming geen volwaardig inkomen genereren;
  • klanten die zich aanmelden voor het Bbz maar geen bedrijfsplan hebben dat aan de Bbz- voorwaarden voldoet;
  • klanten met goede kansen op de arbeidsmarkt;
  • klanten met afstand tot de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld doordat ze al lang in de uitkering zitten of een beperking hebben).

Deze doelgroepen hebben niet allemaal dezelfde kansen en hetzelfde verdienvermogen. Maar parttime ondernemen kan hen altijd helpen in hun traject naar financiële zelfstandigheid. De manier waarop ze dat doel bereiken kan ook verschillen:

Schema Wie mag parttime ondernemer worden?
Schema Wie mag parttime ondernemer worden?

Het doel is dat parttime ondernemers binnen bepaalde tijd uitstromen uit de uitkering. Als dat niet lukt, kunnen ze de klant opnieuw voor een periode van bijvoorbeeld een jaar toestemming geven voor het parttime ondernemerschap. De klant moet dan nog wel aan alle voorwaarden voldoen (en eventueel laten zien dat de inkomsten toenemen).

Schema Wie mag parttime ondernemer worden?

Download deze bijlage

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 4.3

Haalbaarheid

Gemeenten bepalen zelf welke eisen ze stellen aan de haalbaarheid van een parttime onderneming. Ze moeten er tenslotte ook iets mee opschieten. Daarom toetsen ze de competenties van de ondernemer of het ondernemersplan. Die toets gaat niet zover als het levensvatbaarheidscriterium van het Bbz. Is er een gerede kans dat de ondernemer een deel van zijn uitkering zelf terugverdient en dat de ondernemer zich ontwikkelt, dan is een parttime onderneming per definitie haalbaar. Wel moet het parttime ondernemerschap binnen bepaalde tijd gericht zijn op volledige uitstroom uit de uitkering. Als de ondernemer na een vooraf afgesproken periode onvoldoende inkomsten genereert, dan trekt de gemeente de toestemming voor het parttime ondernemerschap in.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 4.4

Afspraken

Om een reële kans te maken op uitstroom maar ook om fraude en misbruik te voorkomen moeten gemeenten goede afspraken maken met parttime ondernemers:

  • De ondernemer moet werkzaamheden en inkomsten melden bij de gemeente. Die werkzaamheden (en eventuele opleidingen) mogen solliciteren niet in de weg staan.
  • De ondernemer hanteert voor de branche geldende/passende prijzen of tarieven.
  • De ondernemer mag alleen met toestemming van de gemeente zakelijke kosten aftrekken van zijn inkomsten (de gemeente maakt daarover afspraken op grond van gemeentelijk beleid).
  • De ondernemer mag geen grote investeringskosten maken of langlopende verplichtingen aangaan voor bijvoorbeeld een leaseauto of de huur van een bedrijfsruimte.

Daarnaast moet de ondernemer zich natuurlijk houden aan de regels van de Belastingdienst voor ondernemers (zie hoofdstuk 1).

Omdat klanten alles moeten doen om zo snel mogelijk uit de uitkeringssituatie te komen, onder meer door regulier werk in loondienst, mag parttime ondernemerschap dat niet belemmeren. De Participatiewet is per slot van rekening alleen bedoeld als tijdelijk vangnet. Dat betekent dus dat klanten naast hun parttime ondernemerschap ook moeten solliciteren en werk aanvaarden.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 4.5

Voorkomen van concurrentievervalsing en verdringing

De essentie van ondernemen is in je eigen bestaan voorzien en werkzaamheden voor eigen rekening en risico uitvoeren. Als de gemeente het inkomen van parttime ondernemers aanvult, kan dat concurrentievervalsing en verdringing in de hand werken. En dus andere ondernemers benadelen. Dit probleem moet niet overschat worden. De aanvulling van de gemeente is beperkt, want vermogen of inkomen is al snel boven de bijstandsnorm. Parttime ondernemen is bovendien tijdelijk en gemeenten controleren ondernemers regelmatig. Ze bepalen zelf aan welke criteria ze concurrentievervalsing toetsen, hoe zwaar die toets is.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 4.6

Wie voert het beleid uit?

In veel gemeenten zijn de uitvoering van re-integratie en het Bbz gescheiden. Re-integratie zit bij Sociale Zaken, het Bbz bij een (regionaal) zelfstandigenloket. Maar parttime ondernemers hebben met inkomen, re-integratie én ondernemerschap te maken. Daarom is het niet altijd mogelijk om de intake, advies, begeleiding en controle bij één afdeling onder te brengen. Sommige gemeenten laten alles uitvoeren door de eigen klantmanagers. Andere gemeenten werken bijvoorbeeld samen in een (regionaal) zelfstandigenloket dat ook het Bbz uitvoert. Er zijn ook allerlei combinaties mogelijk. Een gemeente kan het beleid dus laten uitvoeren door:

  • het zelfstandigenloket in samenwerking met klantmanagers;
  • klantmanagers in samenwerking met het zelfstandigenloket;
  • in ondernemen gespecialiseerde klantmanagers.

Ook kan de gemeente een deel van het gemeentelijke beleid uitbesteden aan externe adviseurs. Als het zelfstandigenloket en klantmanagers al samenwerken bij de uitvoering van het Bbz kan het beleid voor parttime ondernemers daarbij aansluiten. Zie hierover ook de Werkwijzer Regionale samenwerking Bbz.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 4.7

Verrekenen van inkomsten

Om de gemeente inzicht te geven in hun inkomsten moeten ondernemers een controleerbare en verifieerbare boekhouding voeren. Verplicht daarom de parttime ondernemer een zakelijke bankrekening te openen.

De gemeente Zwolle heeft een applicatie gemaakt die het voor ondernemers makkelijk maakt om de omzet bij te houden, uitgaven in te voeren en aangifte omzetbelasting te doen. Klanten geven hiermee maandelijks hun inkomsten door en krijgen inzicht in hun belastingverplichtingen.

Welke kosten mag de ondernemer aftrekken?

Vaak brengen gemeenten de winst (omzet min inkoopkosten) in mindering op de uitkering. Als een gemeente toestaat dat ondernemers zakelijke kosten aftrekken van de winst, proberen parttime ondernemers hoge kosten op te voeren. Dat is logisch. Als gemeente kun je daarmee omgaan door alleen aantoonbare en reële kosten te accepteren. Dat moet dan wel in de beleidsregels worden vastgelegd. Kosten gelden als reëel als ze een zakelijk doel hebben en rechtstreeks te herleiden zijn naar het product of de dienstverlening van de ondernemer, bijvoorbeeld:

  • reiskosten (onderbouwd met een autokilometerregistratie of reisoverzicht van een ov-chipkaart);
  • kosten van training en coaching;
  • kosten van een zakelijke mobiele telefoon.

Kosten die niet-ondernemers ook moeten betalen, bijvoorbeeld van internet of privételefoon, vallen daar niet onder. Gemeenten accepteren meestal ook geen hoge of langlopende kosten zoals:

  • representatiekosten (voor congressen, acquisitielunches of kennismakingsborrels);
  • kosten van computers, tablets en printers;
  • kosten van het huren van een kantoor of leasen van een auto.

De gemeente kan ook eisen stellen aan de maximale hoogte of aard van de kosten of een vast percentage van de omzet als kosten laten opvoeren. Bij een vast percentage van 40% brengt de gemeente op elke €100 omzet € 60 in mindering op de uitkering.

Wanneer verrekenen?

Een jaarlijkse afrekening kost de gemeente weinig tijd, maar daardoor lopen ondernemers wel kans op onaangename verrassingen. Door maandelijks te verrekenen voorkomt de gemeente dat, maar dat vraagt wel om alertheid van beide partijen. Een combinatie van maandelijkse verrekening en jaarlijkse controle en afrekening biedt veel zekerheid, maar is ook arbeidsintensief. Wat de juiste keuze is hangt ook samen met de manier waarop de gemeente de begeleiding van de parttime ondernemer organiseert.

Het blijft raar dat wij het als gemeenten over verrekenen hebben. Zou het niet logischer zijn om te praten over aanvullende uitkering? Ik heb nog een aanvullende uitkering van. Dat zou als een soort barometer kunnen gaan functioneren. Hoe meer iemand verdiende hoe zelfredzamer.
Een beleidsmedewerker

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 5

Goede uitvoering van het beleid

Doordacht beleid alleen is niet voldoende voor een effectieve inzet van parttime ondernemen. Het succes staat of valt bij een gedegen uitvoering. Daarom moet de gemeente het werkproces goed inrichten en waterdichte afspraken maken over de eindverantwoordelijkheid bij de begeleiding.

In dit hoofdstuk bespreken we eerst het proces dat klanten doorlopen en vervolgens de eindverantwoordelijkheid voor de begeleiding. Het werkproces van klantmanagers of consultants (in het vervolg spreken we alleen van klantmanagers) bij de begeleiding van parttime ondernemers in de bijstand bestaat uit drie stappen:

  1. potentiële parttime ondernemers signaleren en informeren;
  2. parttime ondernemers beoordelen en besluiten of je toestemming verleent;
  3. parttime ondernemers coachen, monitoren en controleren.

We lichten elk van deze stappen toe.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 5.1

Signaleren en informeren

Een klantmanager of de administratie signaleert welke klanten de potentie hebben om succesvol parttime ondernemer te worden. De volgende factoren zijn daarvoor belangrijk:

  1. De bijstandsgerechtigden zijn gemotiveerd om parttime te gaan ondernemen.
  2. Ze hebben ondernemerskwaliteiten en ‑vaardigheden (competenties) en een realistisch plan om inkomsten te genereren.
  3. Ze zijn bereid te zoeken naar een baan in de tijd dat ze niet ondernemen.

Met kandidaten die voldoen aan dit profiel bespreekt een klantmanager de kansen en mogelijkheden. Vervolgens bekijkt de klantmanager of ze aan alle voorwaarden voldoen en informeert hen over de verplichtingen.

De klantmanager vraagt klanten vervolgens om hun bedrijfsidee nader te onderzoeken en uit te werken, bij voorkeur in een beknopt ondernemingsplan. Daarin komen bijvoorbeeld de volgende onderwerpen aan bod:

  • persoonlijke gegevens van de ondernemer en opleidingen en werkervaring;
  • de motivatie voor het parttime ondernemerschap en de hoeveelheid tijd die klanten besteden aan ondernemen en het zoeken naar een baan;
  • het bedrijfsidee (welke producten of diensten wil de klant aanbieden?) en de begroting.
Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 5.2

Beoordelen en besluiten

De tweede stap van de begeleiding bestaat uit het beoordelen of de klant gebruik mag maken van de mogelijkheid om parttime te ondernemen. Om te besluiten of de klant voldoende beslagen ten ijs komt, beoordeelt de klantmanager het ondernemingsplan. Daarbij besteedt hij ook aandacht aan de volgende factoren:

  • Hoe is de situatie op de markt en in de branche waarin de klant wil gaan ondernemen?
  • Heeft de klant lichamelijke of psychische beperkingen? Betekent dat dat zelfstandig ondernemen meer mogelijkheden biedt dan werk in loondienst?
  • Heeft de klant schulden, al dan niet met een schuldenregeling? Is het dan wel wenselijk om te starten als ondernemer of is er een risico dat er nog grotere geldproblemen ontstaan? Geeft de schuldbemiddelaar toestemming voor de onderneming?

De klant krijgt definitief toestemming voor het parttime ondernemerschap als de gemeente verwacht dat dat inkomsten gaat opleveren en gaat leiden tot re-integratie naar werk in loondienst of fulltime ondernemerschap.

Tips voor deze fase van de begeleiding

Leg bij het verlenen van toepassing direct goede afspraken vast in een trajectplan of beschikking, bijvoorbeeld over de volgende onderwerpen:

  • het doel van parttime ondernemen in de bijstand (voor de klant en voor de gemeente)
  • de periode waarvoor de toestemming voor het parttime ondernemerschap geldt
  • de hoeveelheid tijd die klanten besteden aan ondernemen en het zoeken naar een baan
  • de eisen aan de financiële administratie en opgave van inkomsten
Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 5.3

Coachen en controleren

De derde stap van de begeleiding bestaat uit het coachen, monitoren en controleren van het parttime ondernemerschap en het re-integreren naar werk in loondienst. Houdt de parttime ondernemer zich niet aan afspraken, dan kan de gemeente een sanctie opleggen.

Tips voor deze fase van de begeleiding

  • Neem een dienstverlenende houding aan.
  • Leg uit welke financieel-administratieve verplichtingen de ondernemer heeft voor gemeente en Belastingdienst (zie hoofdstuk 1).
    • Maak duidelijk waaraan een deugdelijke administratie moet voldoen (een overzicht van de omzet en kosten, alle bijbehorende verstuurde en ontvangen facturen en kassabonnen, belastinggegevens en andere relevante bedrijfsgegevens).
    • Wijs klanten op gratis of goedkope programma’s op internet om hun administratie op orde te houden.
  • Vertel de klanten vooraf wat ze wel en niet kunnen verwachten van de begeleiding:
    • Welke ondersteuning biedt de klantmanager, bijvoorbeeld bij administratie, marketing of netwerken?
    • Wat controleert de klantmanager (financiële administratie, bedrijfsresultaten en sollicitatie-inspanningen)?
    • Hoe en wanneer worden inkomsten verrekend?
    • Wat zijn de consequenties als de klant zich niet aan regels en afspraken houdt?

Een parttime ondernemer vertelde aanvankelijk bang te zijn voor de stress die de administratieve zaken met zich zouden meebrengen. Door de goed bruikbare formats viel het uiteindelijk mee.

Geef ruimte en goede begeleiding

Het succes van parttime ondernemerschap hangt niet alleen af van de ondernemer, maar ook van de gemeente. De manier waarop de gemeente klanten benadert, bepaalt in hoeverre zij geneigd zijn mee te werken aan het opzetten van een parttime onderneming. De gemeente moet ruimte en vertrouwen geven, maar ook zorgen voor goede afspraken. De gemeente kan klanten helpen bijvoorbeeld met:

  • het opzetten van bijeenkomsten om onderling ervaringen uit te wisselen;
  • het regelen van een werkruimte;
  • het regelen van klussen bij werkgevers via werkgeverservicepunten.

En de gemeente moet de ondernemers goed (laten) begeleiden, ondersteunen en trainen.

Bied de parttime ondernemer duidelijkheid over zijn financiële situatie

Geef parttime ondernemers in deze fase van de begeleiding altijd een reëel beeld van hun actuele financiële situatie door elke maand de voorlopige inkomsten uit zelfstandige activiteiten te korten op de bijstandsuitkering.

Controleer iedere maand zorgvuldig of de inkomsten correct zijn opgegeven. Hiermee voorkom je dat de gemeente achteraf een hoog bedrag ineens moet terugvorderen. Of dat de klant problemen krijgt met de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en toeslagen. Stuur de klant zo snel mogelijk bij wanneer de voorlopige inkomsten niet kloppen.

Aandachtspunten bij de jaarlijkse afrekening

De inkomsten van een zelfstandig ondernemer kunnen pas na afloop van een boekjaar definitief worden vastgesteld met de administratie (jaarrekening) en de aangifte inkomstenbelasting. Over het resultaat uit overige werkzaamheden moet de klant inkomstenbelasting en de eigen bijdrage Zorgverzekeringswet afdragen. Wat dan overblijft zijn de netto-inkomsten.

De gemeente vergelijkt de werkelijke inkomsten met de voorlopige inkomsten van de parttime ondernemer. Is het werkelijke inkomen hoger, dan krijgt de ondernemer dat jaar een vordering van de gemeente. Is het lager, dan krijgt de klant een nabetaling van de gemeente. Zorg dat de nabetaling of vordering over de periode gaat waarin de ondernemer de feitelijke inkomsten genereerde.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 5.4

Afspraken over de eindverantwoordelijkheid

Voor een klantmanager is het lastig om ondernemers te begeleiden; voor een medewerker bij een zelfstandigenloket is het lastig om de re-integratiekansen voor parttime ondernemers te benutten. Omdat klantmanagers altijd deels verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van de Participatiewet is hun inbreng essentieel. Ze hebben een belangrijke rol bij het screenen, begeleiden en controleren van parttime ondernemers.

Leg goed vast wie eindverantwoordelijk is en het voortouw neemt wanneer er verschillende afdelingen of professionals betrokken zijn bij de uitvoering van het beleid rond parttime ondernemerschap. Zorg voor goede onderlinge afspraken en afstemming.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 6

Parttime ondernemen in een sociale coöperatie

Behalve individuele parttime ondernemers zijn er ook parttime ondernemers die samen een sociale coöperatie vormen. Met parttime ondernemen in een sociale coöperatie kunnen gemeenten een nog grotere groep ondernemingsgezinde bijstandsgerechtigden bedienen. Maar dat vraagt ook meer van een gemeente. Dit hoofdstuk helpt gemeenten bij het formuleren en uitvoeren van beleid over sociale coöperaties waaraan mensen met een bijstandsuitkering deelnemen.

Sociale coöperaties zijn een collectieve vorm van ondernemen. De coöperatie helpt deelnemers door ze te begeleiden en sociale steun te bieden. Ook bijstandsgerechtigden kunnen deelnemen aan een coöperatie op voorwaarde dat de gemeente daar toestemming voor geeft. Veel van de overwegingen uit de eerste vijf hoofstukken zijn ook relevant voor bijstandsgerechtigde parttime ondernemers in een coöperatie. Daarnaast zijn er extra aandachtspunten en dilemma’s. Het concept sociale coöperatie sluit in principe aan op de doelstellingen van re-integratie en sociale activering van de Participatiewet, maar het stelt de gemeente ook voor uitdagingen. Hoe sluit de collectieve benadering van een sociale coöperatie aan op de individuele benadering van de Participatiewet? Wat doe je als iemand een sociale coöperatie wil opzetten? Wat zijn de do's-and-don'ts? 

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 6.1

Wat is een sociale coöperatie?

Een sociale coöperatie is een vereniging met een bedrijf. De leden besturen de coöperatie en betalen mee aan de kosten voor het oprichten en in stand houden ervan. De leden kunnen ondernemers zijn, maar ook medewerkers of consumenten. Het overkoepelende doel van sociale coöperaties is sociale impact, bijvoorbeeld in de vorm van armoede- of eenzaamheidsbestrijding, participatie of sociale activering. Dit hoofdstuk gaat alleen over sociale coöperaties waarin de leden voor het grootste deel bijstandsgerechtigden zijn die parttime ondernemen. Een dergelijke sociale coöperatie ontstaat in veel gevallen doordat ondernemende bijstandsgerechtigden het initiatief nemen, vaak vanuit bestaande coöperaties of wijkinitiatieven.

Wat doet de sociale coöperatie?

De sociale coöperatie ondersteunt leden bij elementaire zaken als factureren en administratie, en vaak ook bij opleiding en coaching. Maar de leden ondersteunen elkaar ook door ervaringen te delen en elkaar advies te geven. Zo stelt de sociale coöperatie deelnemers in staat doelen te bereiken die ze op eigen kracht misschien niet of minder makkelijk kunnen realiseren. Deelnemers doen ervaring op in het werkveld, leren nuttige vaardigheden en bouwen aan een netwerk en zelfvertrouwen.

De gemeente kan de sociale coöperatie steunen…

Door een gunstig klimaat te scheppen voor de sociale coöperatie en de bijstandsgerechtigde deelnemers kunnen gemeenten het gat tussen de uitkeringssituatie en de reguliere (arbeids)markt of het ondernemerschap verkleinen. Ze kunnen een coöperatie om die reden ondersteunen, door financiële steun (beloning van bijstandsgerechtigden of het ter beschikking stellen van een gebouw) of met waardering (openlijke steun). In dat geval is een sociale coöperatie een voorbeeld van sociale innovatie waarin markt en overheid elkaar treffen. Belangrijk bij de vraag of de gemeente ondersteunt is de vraag of de coöperatie helpt bij de re-integratie of sociale activatie van de parttime ondernemer. Is het een opstap naar een baan of het ondernemerschap (en dus naar uitstroom uit de uitkering)?

…maar hoeft dat niet

De gemeente is niet verplicht om een sociale coöperatie te ondersteunen. Het enige wat de Participatiewet bepaalt is dat de gemeente bijstandsgerechtigden moet ondersteunen bij werk vinden, en niet hoe dat moet gebeuren. De gemeente kan dus ook besluiten geen aandacht te schenken aan een sociale coöperatie, en op basis van gemeentelijk beleid te bepalen in hoeverre een individuele bijstandsgerechtigde coöperatiedeelnemer ondersteuning krijgt.

Het lidmaatschap van een coöperatie is een re-integratietraject

Deelname aan een sociale coöperatie is volgens de Participatiewet geen reden om bijstandsgerechtigden te ontheffen van hun re-integratieverplichtingen. Maar als gemeenten parttime coöperatief ondernemen beschouwen als een instrument voor re-integratie of sociale activering voldoen parttime ondernemers door hun activiteiten in de sociale coöperatie aan hun verplichtingen. Ontheffing is dan dus niet nodig. Om andere re-integratiekansen niet onbenut te laten kan de gemeente daarnaast nog wel andere re-integratie-instrumenten inzetten.

De invloed van de gemeente op de sociale coöperatie

Een gemeente kan een actieve rol vervullen door bijstandsgerechtigden met ondernemerszin op te roepen om een sociale coöperatie te starten. Dan ontstaat een sociale coöperatie in nauwe samenwerking tussen gemeente en bijstandsgerechtigden. De gemeente kan zelfs partner (sociaal aandeelhouder) worden van de coöperatie. Dan oefent de gemeente invloed uit op besluiten over de doelstelling en toelatingseisen van de sociale coöperatie. Maar die invloed is altijd beperkt; de gemeente heeft het nooit helemaal voor het zeggen. Een voorbeeld van een sociale coöperatie met een gemeente als sociaal aandeelhouder is de Vrije Uitloop.

Als het initiatief voor een sociale coöperatie vanuit de gemeente komt heeft dat als voordeel dat de gemeente de regels kan stellen en mensen kan selecteren. De sociale coöperatie is dan beter beheersbaar. Een risico is wel dat de motivatie van deelnemers in de sociale coöperatie eronder kan lijden. Ook wakkert deze aanpak misschien een zekere vrijblijvendheid aan voor deelnemers: de gemeente regelt het wel.

Aan een coöperatie met invloed vanuit de gemeente zitten bovendien juridische haken en ogen. Denk daarbij aan problemen rond de gelijkwaardigheid en aansprakelijkheid van de deelnemers of aan de regels rond mededinging en staatssteun. Het is daarom verstandig juridisch advies in te winnen bij de oprichting van de coöperatie. 

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 6.2

Voordelen van coöperatief ondernemen

De coöperatieve vorm van parttime ondernemen in de bijstand heeft voor ondernemers en gemeenten voordelen boven de individuele vorm.

Het biedt extra kansen aan parttime ondernemers

De voordelen van individueel parttime ondernemen voor bijstandsgerechtigden gelden ook bij coöperatief parttime ondernemen: ze ontplooien activiteiten die ze leuk vinden en waar ze goed in zijn en ze doen ondernemers- en werknemersvaardigheden op. Dit alles biedt perspectief om uit de uitkering te komen. Coöperatief parttime ondernemen biedt daarnaast nog extra kansen. Deelnemers krijgen hulp bij de randzaken van het ondernemerschap en de coöperatie vormt een sociale basis en netwerk. De drempel tot parttime ondernemerschap is daardoor nog lager. Door de steun van de coöperatie(leden) wordt de kans dat de deelnemer stopt ook kleiner. Ten slotte kan de sociale coöperatie ruimte bieden voor opleiding en ontwikkeling. Deelnemers kunnen van elkaar leren en samen opleidingen organiseren.

Het biedt extra kansen aan gemeenten

De sociale coöperatie biedt ook extra kansen aan de gemeente om in te spelen op de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Individueel parttime ondernemerschap is al een goede manier om bijstandsgerechtigden te laten doorstromen naar zelfstandig ondernemerschap of een betaalde baan. Coöperatief ondernemerschap trekt een nieuwe groep bijstandsgerechtigden aan met de potentie om door te groeien naar individueel parttime ondernemerschap, Bbz of de reguliere arbeidsmarkt. Sociaal coöperatief ondernemen biedt de gemeente dus een extra re-integratiemogelijkheid voor mensen voor wie de individuele vorm een brug te ver is. De sociale coöperatie is per definitie geschikt voor ondernemingsgezinde bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Zodra er geld verdiend wordt, dragen leden van een coöperatie bij aan de samenleving door minder afhankelijk te zijn van uitkeringsinkomsten. De gemeente kan zo geld besparen op de bijstand. 

Coöperatief parttime ondernemen binnen het re-integratie-instrumentarium

schema coöperatief ondernemen binnen het re-integratie-instrumentariumSommige bijstandsgerechtigden blijven voor langere tijd parttime ondernemen, in de sociale coöperatie of individueel. Parttime ondernemen met een bijstandsuitkering is tijdelijk van aard, maar de gemeente kan de periode waarvoor de bijstandsgerechtigde er toestemming voor krijgt wel verlengen zolang het parttime ondernemerschap nog bijdraagt aan het doel van re-integratie of sociale activering.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 6.3

Kaders voor coöperatieleden met een uitkering

De individuele benadering van de Participatiewet botst met de collectieve benadering van de sociale coöperatie. Gemeenten zien dat soms als een nadeel en geven bijstandsgerechtigden dan geen toestemming voor coöperatief ondernemen. Ze weten niet goed wat de sociale coöperatie wel en niet mag. Toch is die terughoudendheid niet nodig. Een helder kader en goede afspraken kunnen duidelijkheid scheppen en ervoor zorgen dat noch de gemeente, noch de leden van de sociale coöperatie in (financiële) problemen raken. Dat maakt de weg vrij om de voordelen van een sociale coöperatie te benutten.

Onderwerpen om afspraken over te maken

Maak bijvoorbeeld afspraken met de leden over de volgende onderwerpen:

  1. De omgang met de arbeidsverplichtingen: een gemeente die parttime coöperatief ondernemen erkent als een instrument voor re-integratie of sociale activering heeft meer mogelijkheden voor ondersteuning naar arbeidstoeleiding en uitstroom.
  2. De ondersteuning van de ondernemer: wat biedt de sociale coöperatie bijvoorbeeld aan opleiding en hoe wordt dat gefinancierd? Welk beleid voert de sociale coöperatie voor de verdeling van het opleidingsbudget?
  3. De duur van coöperatief parttime ondernemen met behoud van uitkering: de Participatiewet bepaalt dat coöperatief parttime ondernemen voor bijstandsgerechtigden alleen voor bepaalde tijd is toegestaan. Na deze periode beoordeelt de gemeente of een nieuwe periode nog bijdraagt aan de re-integratie- of sociale activeringsdoelstelling van de individuele bijstandsgerechtigde. De gemeente kan coöperatief parttime ondernemen bij de ene deelnemer van een sociale coöperatie dus langer toestaan dan bij de ander.
  4. De inkomsten van de in een coöperatie deelnemende parttime ondernemer: het is de bedoeling dat de ondernemers binnen de sociale coöperatie inkomsten genereren. De gemeente is op grond van de Participatiewet verplicht de inkomsten op individuele en maandelijkse basis te verrekenen. De parttime ondernemer moet zijn inkomsten (omzet minus kosten) melden bij de gemeente. Er moeten ook afspraken worden gemaakt worden over wat te doen als er geen inkomsten worden gegenereerd. Dat is normaal tijdens de opstart van een coöperatie.
  5. Het voorkomen en tegengaan van concurrentievervalsing en verdringing.
  6. Het voorkomen van een verkapt dienstverband (schijnzelfstandigheid).

Afgezien van punt 2 gaat het om zaken die ook van belang zijn voor individuele parttime ondernemers, maar bij coöperatief ondernemen soms iets anders uitpakken.

Duidelijkheid over inkomen en kosten

Een coöperatie moet de individuele financiën van de leden bijhouden. Veel coöperaties gebruiken daar de thermometer voor.

De thermometer

De thermometer is een tool om overzicht te krijgen over de maandelijkse inkomsten en uitgaven van de individuele ondernemer. De tool kan de volgende onderdelen bevatten:

  • inkomsten/omzet van de ondernemer
  • lidmaatschapskosten van de coöperatie
  • belastingkosten
  • overige kosten
  • het met de gemeente te verrekenen bedrag
  • een eventuele (geldelijke) beloning

De thermometer is geen spaarpotje. Gemeenten moeten goede afspraken maken over deze onderdelen. Zo moeten er afspraken komen hoe hoog de lidmaatschapskosten zijn. Het zou bijvoorbeeld een percentage van de omzet kunnen zijn. Met dat geld kan de coöperatie de huur betalen en de leden faciliteren, bijvoorbeeld in de vorm van opleidingen. Ook moet duidelijk zijn wat de overige kosten zijn en of en hoe gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de Participatiewet biedt om geldelijke beloningen te geven aan uitkeringsgerechtigden, in de vorm van tijdelijke inkomensvrijlating of een premie.

Opleidingen financieren met een pgb

Lidmaatschapsgeld is niet de enige manier om opleidingen en coaching van coöperatieleden te bekostigen. Het kan bijvoorbeeld ook via een persoonsgebonden budget voor re-integratie.

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 6.4

Kaders voor de sociale coöperatie als geheel

Juridisch gezien heeft de gemeente alleen een relatie met individuele bijstandsgerechtigde deelnemers. Alle afspraken zijn met de individuele deelnemer. Maar de gemeente kan de coöperatie wel remmen of juist toestaan of zelfs stimuleren. In de praktijk betekent dit dat de gemeente afspraken kan maken over het doel van de coöperatie en de toegang daartoe. De gemeente heeft veel invloed op de toegang tot de sociale coöperatie door die wel of niet aan te merken als re-integratie- of activeringsinstrument voor een bijstandsgerechtigde deelnemer.

Leg afspraken vast

Door duidelijkheid te geven over de (on)mogelijkheden binnen de wet en het eigen beleid beperkt de gemeente risico’s voor zichzelf en de coöperatieleden. Dat vraagt om een helder kader:

  • Maak afspraken met leden.
  • Leg vast hoe de geldstromen binnen de coöperatie transparant worden gemaakt.
  • Spreek af hoe het collectieve doel van de sociale coöperatie wordt bewaakt (bijvoorbeeld door een goede bestuursstructuur).

Binnen de kaders voor de sociale coöperatie moet altijd ruimte blijven voor individuele afwegingen op grond van de Participatiewet. De gemeente kan de afspraken in de loop der tijd aanpassen op grond van de ervaringen en voortschrijdend inzicht.

Factureren en verrekenen

De leden van een coöperatie zijn ondernemers. Daar hoort bij dat ze zelf factureren (al dan niet met ondersteuning van de coöperatie). Het factureren gaat via de coöperatie, want dat is de rechtspersoon. De coöperatie houdt (bijvoorbeeld met behulp van de thermometer) bij wat de inkomsten van de leden zijn, welke kosten daarvan af moeten en hoeveel geld wordt verrekend met de gemeente. De Participatiewet bepaalt dat de inkomsten binnen de sociale coöperatie op individueel niveau en op maandelijkse basis verrekend moeten worden met de gemeente.

Beloningen

Zodra bijstandsgerechtigde coöperatieleden geld verdienen, levert dat besparingen op de bijstand op. Veel sociale coöperaties vinden dat parttime ondernemers een beloning verdienen. De bijstand biedt de mogelijkheid om geldelijke beloningen te geven aan uitkeringsgerechtigden, via tijdelijke inkomensvrijlating of een premie. Daarover moeten de gemeenten en de coöperatie afspraken maken.

De gemeente kan de geldelijke beloning afhankelijk maken van het doel dat een coöperatief parttime ondernemer moet bereiken. Bij een re-integratiedoelstelling kan de beloning bijvoorbeeld dienen om uitstroom te stimuleren en bij een sociale activatiedoelstelling om te stimuleren bepaalde vaardigheden op te doen. Maar de gemeente kan ook besluiten pas een geldelijke beloning te bieden bij doorstroom naar individueel parttime ondernemen.

Collectieve kosten

De meest logische manier voor coöperaties om collectieve kosten als opleidingen en overhead te betalen is door lidmaatschapsgeld te vragen van hun leden. De gemeente kan leden toestemming geven die kosten te verrekenen met hun inkomen. Over de hoogte en de manier van berekening van het lidmaatschapsgeld (bijvoorbeeld een percentage of vast bedrag) maakt de coöperatie afspraken met de gemeente.

Conflicten voorkomen

Geld kan ook een bron van conflict zijn bij de sociale coöperatie. Gemeenten kunnen hun indirecte invloed via de leden inzetten om aan te dringen om goede afspraken over geldzaken. Zorg dat de coöperatie goed vastlegt welk geld waaraan mag worden uitgegeven en hoeveel geld de sociale coöperatie in reserve mag hebben.

Voorkom concurrentievervalsing

Gemeenten moeten concurrentievervalsing voorkomen. Let er daarom op dat leden van een coöperatie geen lagere prijs berekenen dan hun concurrenten buiten de coöperatie en dat ze aan dezelfde vereisten voldoen (denk aan de Arbowet of milieubepalingen).

Zet de groei van de ondernemer centraal

Terwijl parttime ondernemers zich toeleggen op werk dat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn, ontwikkelen ze zich en komt uit- of doorstroom dichterbij. Begeleiding in deze persoonlijke ontwikkeling is cruciaal. Het moment waarop de gemeente beslist of de bijstandsgerechtigde toestemming krijgt om het parttime ondernemerschap te verlengen leent zich goed om de persoonlijke ontwikkeling te evalueren. Stel samen vast hoe het gaat en stel nieuwe doelen.

Stel een statuut op

Om ervoor te zorgen dat duidelijk wordt hoe de leden zich verhouden tot elkaar en tot de gemeente is een coöperatie verplicht een statuut op te stellen. Daarin regelt de coöperatie zaken als:

  • de doelstellingen
  • de organisatievorm (bestuursvorm, verantwoordelijkheden van het bestuur, benoeming en aftreden van bestuursleden en andere zaken zoals de eventuele instelling van een raad van bestuur)
  • het lidmaatschap (hoe word je lid, hoe beëindig je het lidmaatschap, welke rechten en plichten horen bij het lidmaatschap?)
  • geldzaken
  • conflictoplossing

Een Bijzonder Statuut

Een sociale coöperatie opereert op het snijvlak van het publieke en private domein. Publiek omdat de coöperatie bijdraagt aan een taak van de overheid (re-integratie) en privaat omdat het ondernemers zijn die de taak uitvoeren. Speciaal voor die situatie heeft de Sociale Alliantie een Bijzonder Statuut laten opstellen dat helpt om de rechtsvorm en manier van organiseren beter op elkaar aan te laten sluiten. Het statuut regelt bijvoorbeeld dat de sociale coöperatie uitkeringsgerechtigden niet mag weigeren als ze aan de voorwaarden voldoen (inclusiviteit). Ook legt het statuut vast dat de coöperatie niet ‘het verkrijgen van bezit’ tot doel heeft maar ‘eigenaarschap van de ondernemer’. Ten slotte biedt het Bijzonder Statuut de mogelijkheid om de gemeente beperkte zeggenschap (bewaking van publieke taken) te geven als sociaal aandeelhouder van de coöperatie. Meer informatie over het Bijzonder Statuut (pdf, 28 kB)

Zorg voor goed bestuur

Het bestuur van de sociale coöperatie is een belangrijke factor voor succes. Bevlogen (al dan niet uitkeringsgerechtigde) bestuurders die ervaring hebben met het opzetten van een coöperatie en mensen weten te stimuleren tot ondernemerschap zijn cruciaal voor het slagen van de sociale coöperatie. 

Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen

Hoofdstuk 6.5

Stappenplan voor een sociale coöperatie

Een enthousiaste groep uitkeringsgerechtigden wil een sociale coöperatie opzetten. Ze willen met de gemeente om tafel om afspraken te maken. Hoe ga je daar mee om? En hoe zorg je ervoor dat je duidelijke kaders stelt zonder de initiatiefnemers te ontmoedigen? We zetten de zes stappen voor het omgaan met sociale coöperaties op een rij.

Stap 1: Verwelkom het initiatief, maar blijf realistisch over de mogelijkheden

De meest succesvolle sociale coöperaties ontstaan in samenwerking tussen ondernemende bijstandsgerechtigden en de gemeente als betrokken gesprekspartner. Vraag daarom van ambtenaren om de mogelijkheden open te houden, maar uiteraard wel realistisch te zijn en binnen de kaders van de Participatiewet te blijven. Dat geldt natuurlijk ook als de gemeente zelf het initiatief neemt om de coöperatie op te richten.

Stap 2: Oriënteer je op coöperatief sociaal ondernemen

Er zijn verschillende websites die meer informatie geven over coöperatief sociaal ondernemen:

  • ondernemenmeteenuitkering.nl is een initiatief van Cordaid en De Tientjesacademie. Deze website gaat alleen over sociale coöperaties die zich richten op re-integratie en sociale activering.
  • socialecooperatie.nl en gerelateerde websites geven informatie over alle soorten sociale coöperaties.
  • Op initiatief.nu vind je voorbeelden van alle soorten sociale coöperaties.
  • Bijzonderstatuut.nl gaat in op het Bijzonder Statuut en sociaal aandeelhouderschap.

Stap 3: Achterhaal het doel van de sociale coöperatie

Een sociale coöperatie met een re-integratie- of activeringsdoelstelling kan een plek krijgen in het instrumentarium voor re-integratie van een gemeente. Daarom is het belangrijk snel te achterhalen of de sociale coöperatie re-integratie, participatie of sociale activering nastreeft.

Stap 4: Gebruik je beleidsvrijheid en blijf binnen de wet

Blijf bij de wet en maak duidelijke afspraken; zo voorkom je conflicten en teleurstellingen. Wees duidelijk waar het moet en geef ruimte waar dat kan. Dit overzicht laat zien hoeveel speelruimte de gemeente heeft bij verschillende keuzes:

Onderwerpen Beleidsruimte Meer informatie
Laat je sociale coöperatie alleen toe of ga je die ook ondersteunen en stimuleren? veel hoofdstuk 4.1
Welke bijstandsgerechtigden sta je toe lid te worden van de sociale coöperatie? beperkt schema in 4.2
Hoe lang mogen parttime ondernemers lid blijven van de sociale coöperatie?  beperkt schema in 4.2 en
schema in 6.2
Hoe lopen de geldstromen? beperkt hoofdstuk 4.7 en
hoofdstuk 6.4
Hoe ga je om met re-integratieverplichtingen? geen hoofdstuk 1.2 en
hoofdstuk 6.1
Wie voert het beleid voor sociale coöperaties uit? veel hoofdstuk 4.6
Wat zijn de criteria voor concurrentievervalsing en verdringing? veel hoofdstuk 4.5
Hoeveel invloed oefen je uit op de bedrijfsvoering?  veel hoofdstuk 6.5

Stap 5: Geef binnen de gemeente bekendheid aan de sociale coöperatie

Zorg dat alle belanghebbenden bij de gemeente op de hoogte zijn van het bestaan van de sociale coöperatie en van de gemaakte afspraken.

Stap 6: Monitor en controleer de bijstandsgerechtigde leden

De gemeente heeft beperkte mogelijkheden om toezicht te houden op de sociale coöperatie. Dat kan volgens de wet alleen via monitoring en controle van de bijstandsgerechtigde leden. Als blijkt dat de sociale coöperatie bepaalde bijstandsgerechtigde leden niet genoeg perspectief op uitstroom biedt, kan de gemeente hun toestemming voor coöperatief parttime ondernemen intrekken. Gebeurt dat bij alle leden dan houdt de sociale coöperatie op te bestaan. De gemeente heeft wel de vrijheid afspraken te maken met de sociale coöperatie om een dergelijke situatie te voorkomen. 

Colofon

Divosa

Koningin Wilhelminalaan 5 | 3527 LA Utrecht
Postbus 2758 | 3500 GT Utrecht
T 030 - 233 23 37
E info@divosa.nl
www.divosa.nl

Auteurs

Bob de Levita en David Sondorp (RadarAdvies)

Redactie

Kim Kruisdijk (Divosa)

Eindredactie

Anneke Nunn

Productcoördinatie

Caroline Huisman (Divosa)

Contentmanagement

Saskia Schrijver

Vormgeving schema

Marion Klerken, YON-Vormgeefwerk

Versie

December 2017

De Werkwijzer Aan de slag met parttime ondernemen is geschreven in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De werkwijzer maakt deel uit van het Programma Effectiviteit en Vakmanschap van Divosa.

Logo DivosaLogo Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid