Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Deze publicatie printen Downloaden als pdf

Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Preventie loont. Toch?

Mag je als overheid ter preventie gewenst gedrag stimuleren of is het passender om in te springen als er problemen zijn? Hoe verhoud je je als overheid überhaupt tot je burger? En wordt zelfregulering de nieuwe norm? Deze vragen stonden vrijdag 8 maart 2019 centraal op het Divosa-symposium ‘Preventie loont. Toch?’ Een dag met als doel te komen tot een gezamenlijke actie-agenda voor leiders in het sociaal domein.

In het kort:

  • Preventie loont, maar kan negatieve gevolgen hebben. Daarom moet preventie verantwoord en goed doordacht worden ingezet.
  • Instellingen en overheden veroorzaken veel stress bij mensen. Daar moeten we ons bewust van zijn.
  • Preventie is gebaat bij onconventionele manieren van leren.

Onder leiding van dagvoorzitter Ruud van den Tillaar (directeur van Kredietbank Limburg) gingen Rienk Janssens (strateeg sociaal domein bij VNG), Judith Wolf (bijzonder hoogleraar ‘grondslagen van de maatschappelijke opvang’ aan het Radboudumc) en Arre Zuurmond (ombudsman Metropool Amsterdam) in op preventie in het sociaal domein als ethisch vraagstuk. 

Na de lunch was er tijd om aan drie gesprekstafels met elkaar in gesprek te gaan rond de thema’s Basis op orde, ondermijning en samenwerken rondom zorg in de wijk.

Ruud van den Tillaar opent het symposium
Ruud van den Tillaar opent het symposium.
Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Ruud van den Tillaar

‘Kennis is niet vrijblijvend’

Dagvoorzitter Ruud van den Tillaar, directeur van Kredietbank Limburg, lanceert meteen maar het motto van de dag: ‘Kennis is niet vrijblijvend, wie op de hoogte is, zal moeten handelen.’ Een boodschap die blijft hangen bij de deelnemers aan het Divosa-symposium Preventie Loont. Toch?

Van den Tillaar zet de feiten nog maar eens op een rij: 1,4 miljoen huishoudens in Nederland zitten in de schulden, 200.000 mensen daarvan zijn in beeld. ‘1,2 miljoen mensen worden niet geholpen en zijn bezig met verdrinken. En hoe ziet dat verdrinken eruit?’ De dagvoorzitter schetst een treurig beeld. ‘Daar doen mensen zo’n vier tot vijf jaar over, de gemiddelde schuld is 43.000 euro die uitstaat bij zestien schuldeisers.’

Hij wijst ook op de theorie van de schaarste die laat zien dat het IQ van mensen daalt na blootstelling van langdurige stress. ‘Kortom: we weten heel veel. Daar moeten naar handelen.’

Met de oproep aan de zaal de handen uit de mouwen te steken, trapt hij het symposium af.

‘Kortom: we weten heel veel. Daar moeten naar handelen.’
‘Kortom: we weten heel veel. Daar moeten naar handelen.’
Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Rienk Janssens (strateeg sociaal domein bij VNG)

‘Preventie loont, maar heeft ook een prijs’

Alle goede bedoelingen ten spijt, preventie kan ook negatieve gevolgen hebben. Daarom moet preventie verantwoord en goed doordacht worden ingezet, luidt het pleidooi van Rienk Janssens, strateeg sociaal domein bij de VNG.

Zelf had hij een ‘ingebakken argwaan’ ten opzichte van preventie, begint Janssens zijn betoog. ‘Het leven bestaat uit vallen en opstaan. Ik vond het te veel uitgaan van de maakbare samenleving. Preventie gekoppeld aan overheidsbeleid? Dat vond ik helemaal beklemmend.’ Inmiddels is zijn visie op het thema wel veranderd, maar hij geeft vandaag wel een aantal ‘ethische overwegingen’ rondom het begrip preventie mee.

Verhouding

Zo verandert preventie de verhouding tussen burger en overheid. ‘Het is goed om ons daarvan bewust te zijn. Voorheen kwam de overheid pas in beeld als een probleem zich aandiende. Bij preventie verandert dat ineens.’ De overheid hoopt door preventieve maatregelen inwoners zo probleemloos door het leven te laten gaan. Ook moet het hogere kosten voorkomen.

Generiek beleid

Een tweede overweging die Janssens meegeeft is dat preventie loont, maar ook een prijs heeft. Hij geeft het voorbeeld van voorschoolse educatie voor kinderen in een achterstandspositie. ‘Met alle goede bedoelingen en vanuit preventief oogpunt wordt dit uitgebreid naar alle jonge kinderen. Het wordt generiek beleid en zolang er voldoende geld is, is dat geen probleem. Maar vaak zien we vervolgens dat dit systeem te duur wordt, en weer moet worden afgebouwd. De dupe zijn uiteindelijk de kinderen voor wie de voorschool eigenlijk was bedoeld.’

Echte preventie hoeft de overheid vaak alleen maar te faciliteren.

Een veelvoorkomend mechanisme rondom preventie, stelt de sociaal strateeg. Reden om preventie alleen verantwoord en goed doordacht in te zetten. ‘We moeten ook de uitkomsten van preventieve maatregelen niet tot op de komma willen uitrekenen. Dat beeld krijgt we toch niet helder.’ Preventie leidt juist vaak tot opbrengsten op de lange termijn. Het is volgens Janssens daarom belangrijk om het gebrek aan bewijslast te erkennen. ‘Erken dit en maak samen wel geld vrij.’

Ook waarschuwt hij voor een overheid die bepaald gedrag wil afdwingen. ‘De overheid moet erg voorzichtig zijn met het sturen op individueel gedrag. Zolang de markt vrij spel heeft, is dat bovendien ook vaak dweilen met de kraan open. Er zijn zoveel verleidingen. Kaders aan omgevingsfactoren, een suikerbelasting bijvoorbeeld, zijn effectiever.’ Preventie is volgens Janssens vooral iets van de samenleving. ‘Echte preventie hoeft de overheid vaak alleen maar te faciliteren.’

Het pleidooi van Rienk Janssens: preventie moet verantwoord en goed doordacht worden ingezet.
Het pleidooi van Rienk Janssens: preventie moet verantwoord en goed doordacht worden ingezet.

Zie ook

Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Judith Wolf (bijzonder hoogleraar aan het Radboudumc)

‘Dragers van de hoop’

Hoop, zelfregulering en burgerschap. Het zijn woorden die vaak terugkomen in het verhaal van professor Judith Wolf die jarenlang onderzoek deed naar kwetsbare mensen in de maatschappelijke opvang. ‘Geen verwachtingen hebben is geen optie, dan ga je een beetje dood.’

Professor Wolf begint met een persoonlijk verhaal. Over haar eigen drijfveren. Over hoe ze opgroeide in een gezin van acht. Een onveilig thuis, huiselijk geweld. Over hoe ze op haar zestiende al het huis verliet en hoe ze een paar jaar later – na de dood van haar vader – ‘door de bodem zakte’. Met hulp kwam ze erboven op. Haar broer niet. Drie maanden voordat zij haar oratie als hoogleraar uitsprak raakte hij dakloos. Een paar jaar terug is hij overleden.

‘Waarom heb ik het gered en mijn broertje niet? Wat maakt het verschil? ‘Dat is de vraag die me altijd heeft beziggehouden.’ Het is deze drijfveer die ook achter haar werk zit, al dertig jaar doet ze onderzoek naar kwetsbare groepen. Haar relaas maakt indruk.

Het is schandelijk hoe complex we alles hebben gemaakt. Door hoeveel hoepels moeten mensen wel niet springen?

Wolf vertelt over Krachtwerk. Een methodiek bedoeld om mensen te helpen die buiten de boot zijn gevallen. Gericht op zelfregulering, voor mensen die zo graag weer grip op hun eigen leven willen krijgen. Door professionals die vanuit het perspectief van hun client kijken, die verbinding leggen maar ook grenzen stellen en de confrontaties durven aan te gaan. ‘Het gaat boven alles over hoop. Veel mensen in de maatschappelijke opvang hebben geen verwachtingen meer, maar zonder verwachtingen ga je een beetje dood of van God los. Deze werkers, deze professionals zijn de dragers van de hoop.’

Burgerschap

Een andere belangrijke pijler binnen Krachtwerk is burgerschap. ‘Ieder mens wil van betekenis zijn en daar zijn formele relaties en informele relaties voor nodig.’ Bij formele relaties gaat het volgens de hoogleraar om het creëren van bestaansvoorwaarden, een dak boven het hoofd, inkomen. Maar ook het vertrouwen in instituties en in het recht.

Professor Wolf benadrukt hoe veel stress instellingen en overheden veroorzaken. ‘Daar moeten we ons bewust van zijn. Het is schandelijk hoe complex we alles hebben gemaakt. Door hoeveel hoepels moeten mensen wel niet springen? Dat is zo onvriendelijk en daardoor haken mensen af.’

Judith Wolf: 'Het is schandelijk hoe complex we alles hebben gemaakt.'
Judith Wolf: 'Het is schandelijk hoe complex we alles hebben gemaakt.'
Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Arre Zuurmond (ombudsman Metropool Amsterdam)

‘De systeemwereld doet vreemde dingen’

De Amsterdamse ombudsman Arre Zuurmond is van de onorthodoxe aanpak. Vier maanden lang woonde hij op de Amsterdamse wallen en kwam met een waslijst van aanbevelingen aan het stadsbestuur.

De periode op de Wallen heeft de ombudsman veel geleerd. Over de overlast van Britse toeristen, die lachend door een brievenbus plassen, over de illegale partyboten die door de grachten toeren, over jonge dealers die in een paar dagen tijd een heel maandsalaris bij elkaar verdienen. Zuurmond was geschokt door die verwevenheid van de onderwereld met de bovenwereld, recht voor z’n neus.

Het zijn onconventionele manieren waarop Zuurmond probeert om anderen op het onvermijdelijke pad van het leren te krijgen. ‘Dat is wat ik voortdurend probeer te doen. Ik ben eigenlijk een interventionist.’  

Dakloos

Het was ook Zuurmond die zich daags voor zijn aanstelling als ombudsman aanmeldde als dakloze bij het Leger des Heils. Hij bleek acht maanden later terecht te kunnen. Die ervaring leidde tot het project ‘Onder de pannen’ waarbij bijstandsmoeders mensen zonder een dak boven hun hoofd in eigen huis opvangen. ‘Een veel beter alternatief dan de nachtopvang.’ Het plan van Zuurmond heeft heel wat voeten in aarde gehad. ‘Er waren zes wetten die ons in de weg stonden, maar die obstakels hebben we kunnen oplossen. Inmiddels hebben we meer dan honderd mensen geplaatst.’

Het voorbeeld tekent de aanpak van de Amsterdammer. ‘Ik ben zelf ook al altijd een randfiguur geweest en daar heb ik mijn werk van gemaakt. Ik sta met een been in de leefwereld en de ander in die systeemwereld. En die systeemwereld doet vaak hele vreemde dingen.’

Arre Zuurmond: ‘Ik ben zelf ook al altijd een randfiguur geweest en daar heb ik mijn werk van gemaakt.'
Arre Zuurmond: ‘Ik ben zelf ook al altijd een randfiguur geweest en daar heb ik mijn werk van gemaakt.'
Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Gesprekstafel Basis op orde

De zoektocht naar een definitie

Wat is dat eigenlijk, die Basis op orde? Gaat het om het leggen van de verbinding tussen mensen en systemen? Zijn het álle onderdelen van een organisatie die je aan de achterkant nodig hebt om dat te doen waarvoor je bestaat? Gemeentelijk leidinggevenden in het sociaal domein zijn samen in gesprek over lean, processen en het gezamenlijk ontwikkelen van meetbare indicatoren.

Gerrit Leppink, verbeteradviseur en -coach bij Werkzaak Rivierenland, trapt af met het voor hem belangrijkste ingrediënt: ‘Begin bij het begin; maak samen helder waar je het voor doet. Waar gaat het nou om, los van dat we iets uitvoeren. Waar komen we ons bed voor uit.’

Leppink geeft aan dat je verder moet kijken dan je eigen afdeling en je eigen werkveld. ‘Als je stip op de horizon duidelijk is, wat betekent dat dan voor je doelen?’

Lean-principe

Elfriede Boer, directeur van Werkzaak Rivierenland, brengt het gesprek op het lean-principe, een manier van werken waarbij overtollige processen worden geëlimineerd en iedereen zich richt op het creëren van waarde voor de klant. Maken de aanwezigen hier gebruik van om de basis op orde te krijgen?

Er wordt instemmend geknikt. ‘Lean leeft bij onze medewerkers’, geeft Irene Makelaar, directeur bij Halte Werk (de gezamenlijke sociale dienst van de gemeenten Heerhugowaard, Alkmaar en Langedijk) aan. ‘We kijken niet langer alleen vanuit efficiency, maar ook vanuit wat de klant nodig heeft’, zegt een ander.

Kijken vanuit wat de klant nodig heeft, dat is iets waar Makelaar over mee kan praten. In haar organisatie werken ze ook met de omgekeerde toets. Bij die methode wordt de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet schuldhulpverlening zó uitgevoerd dat niet de bepalingen in die wetten voorop staan, maar de klant. 'Bij ons gaat het gesprek over de klant', zegt Makelaar. 'Ook werkt het goed om verbinding te maken met elkaar, als collega's onder elkaar. Jeugd, Opleiding, et cetera.'

Basis op orde

Terug naar die Basis op orde. Wanneer ben je als organisatie eigenlijk zover?, vraagt Leppink de deelnemers. ‘Als we goed zicht hebben op onze ambities, resultaten en middelenontwikkeling’, klinkt het. ‘Misschien bestaat het ook wel niet’, zegt een ander. ‘Wat je eigenlijk ziet is dat we het helemaal niet slecht doen. De meeste inwoners krijgen wat ze nodig hebben op het juiste moment. Ondertussen gaan de ontwikkelingen in de samenleving héél hard. Ik kijk liever vooruit. Waar zouden we in 2030 moeten zijn? Misschien zou je kunnen zeggen dat de basis op orde is als je vooruitkijkt?’

Sturen

De aanwezigen concluderen dat indicatoren nodig zijn om na te gaan of je als organisatie de basis op orde hebt, zodat je kunt sturen. ‘Laten we die opstellen’, besluit Marcel van Druenen, procesmanager bij Divosa, de gesprekstafel.

Discussie tijdens gesprekstafel Basis op orde.
Discussie tijdens gesprekstafel Basis op orde.
Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Gesprekstafel ondermijning in het sociaal domein

De olifant in de kamer

Het gaat over de aantrekkingskracht van de criminele wereld, over hennepzolders, over belwinkels en massagesalons en over wegkijken door het sociaal domein. Een gesprekstafel met onder andere: Arre Zuurmond (Ombudsman Metropool Amsterdam) en Pieter Tops (bestuurskundige en ondermijningsdeskundige).

‘Wat zijn de maatschappelijke effecten van georganiseerde misdaad? Wat doet het met een samenleving? Daar hebben we het over, over de sociale dimensie. En het sociaal domein staat voor een enorme opgave’. Bestuurskundige Pieter Tops geeft een heldere aftrap. Hij heeft het over grenzen stellen, over de ‘acceptabele morele orde.’ ‘Het is complex, een ingewikkeld vraagstuk, er is een olifant in de kamer waar we het liefst niet over praten.’

Instemmend geknik. De worsteling met het thema blijkt groot. ‘Te veel mensen in het sociaal domein geloven niet dat ze hiervan zijn. Ze kijken daarom beschaafd weg’, stelt de Amsterdamse ombudsman Arre Zuurmond. Hij vertelt hoe hij in Amsterdam de adressen van mensen met schulden boven de 20.000 euro heeft bezocht. ‘Er was een adres wat we wel tien keer hebben bezocht zonder iemand aan te treffen. Later combinatie met informatie van de gemeente bleek dat op dat adres vier mannen en twee jonge kinderen waren ingeschreven… Er was nog nooit bij iemand een belletje gaan rinkelen.’

Wegkijken

Het beschaafde wegkijken blijkt herkenbaar. Een van de aanwezige vertelt over de ontmanteling van een vakantiepark, waar de problematiek van de bewoners dusdanig complex is. ‘Pandora’s box gaat open.’ Haar buurvrouw vult aan. ‘Als moderne professionals kunnen we niet meer zeggen: daar zijn we niet van’, klinkt het. ‘We moeten investeren in de samenwerking tussen het sociaal domein en de veiligheidskant. We moeten wat dat betreft onze naïviteit verliezen.’

Discussie bij gesprekstafel Ondermijning in het sociaal domein.
Discussie bij gesprekstafel Ondermijning in het sociaal domein.
Verslag symposium: Preventie loont. Toch?

Gesprekstafel Samenwerken rond Zorg in de wijk

De kracht van gezondheid

Hoe positieve gezondheid mensen in staat stelt om voluit te participeren? Daar kunnen ze in Alphen aan den Rijn en Maastricht over meepraten. Tegelijkertijd vraagt het een wezenlijk andere benadering van zorg en welzijn en doorzettingsvermogen.

Laagdrempelig

Volgens Else Leih van Alphen aan de Rijn koos de gemeente vanaf het begin van de decentralisaties in 2015 voor ‘talentontwikkeling op basis van wederkerigheid’. De nadruk op ‘talent’, ‘ondersteuning’ en ‘meedoen’ leidde vervolgens tot het concept van Tom in de Buurt: laagdrempelige collectieve voorzieningen waar mensen zonder indicatie kunnen aankloppen. Door zo de basis te versterken wil Alphen aan de Rijn de vraag naar zwaardere zorg voorkomen.

Grens vervaagt

In zo’n dertig buurthuizen werken professionals uit meerdere disciplines (GGZ, thuiszorg, LVB, etc.) samen om inwoners een stap verder te brengen. Zij worden daarbij ondersteund door vijfhonderd inwoners. Omdat cliënten de centra voor een belangrijk deel zelf draaiende houden vervaagt volgens Leih de grens tussen vrijwilligers en cliënten. ‘En als mensen extra aandacht nodig hebben, komen specialisten uit het consultatieteam naar de buurthuizen. Alle ondersteuning is zo beschikbaar in de wijk.’

Dezelfde taal

Positieve gezondheid een van de beleidspijlers van de provincie Limburg. Die stimuleert de samenwerking tussen gemeenten, provincie en zorgverzekeraars, vertelt Bianca Vaessen van de gemeente Maastricht. De gemeente stimuleert dat ook andere hulpverleners de methodiek gebruiken. Hulpverleners spreken daardoor dezelfde taal en kijken breder. ‘Als iemand zich bij de huisarts meldt met stressgerelateerde klachten, zoals hoofdpijn of buikpijn, is-ie tegenwoordig meer gespitst op signalen van schulden of andere problemen’, aldus Vaessen. ‘Problemen worden daardoor sneller gesignaleerd.’

Ambassadeurs

De werkwijze maakt van bewoners steeds meer ambassadeurs. Dat is mooi maar vraagt volgens Vaessen dat er snel meer professionals worden getraind. ‘Om de groei bij te houden hebben we nu ook train-de-trainer-trajecten opgestart.’

Samenwerking met onderwijs

Om de aanpak verder in te voeren vindt Vaessen het ook nodig dat ook het beroepsonderwijs innoveert. Samenwerking tussen gemeenten en mbo- en hbo-onderwijsinstellingen kan daarbij helpen. ‘Docenten zijn niet altijd op de hoogte van alle veranderingen in de uitvoeringspraktijk.’ Maar wat Vaessen betreft blijft het niet beperkt tot sociale opleidingen. ‘Zo is het belangrijk dat studenten bouwkunde nadenken over de toegankelijkheid van gebouwen.’

Gesprekstafel Zorg in de wijk 
Gesprekstafel Samenwerken rond Zorg in de wijk.

Colofon

Divosa

Koningin Wilhelminalaan 5 | 3527 LA Utrecht
Postbus 2758 | 3500 GT Utrecht
030 - 233 23 37
info@divosa.nl
www.divosa.nl

Tekstredactie

Jessica Maas
Rob Vermeulen (Divosa)

Webredactie

Rob Vermeulen (Divosa)

Fotografie

Janneke Tol

Versie

maart 2019