Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019
Publicatie datum: 23-05-2019

Deze publicatie printen Downloaden als pdf

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Maak het verschil

It kin wol!

Ruim 400 beslissers in het sociaal domein kwamen op 23 en 24 mei in Leeuwarden samen omdat ze geloven dat het wél kan: een sociaal domein dat werkt voor íedereen. Tijdens het Divosa Voorjaarscongres ‘It kin wol!’ deelden ze kennis en deden ze ervaring op over hoe dat in praktijk te brengen. Lees hier verslag en bekijk de foto's.

Publiek Divosa Voorjaarscongres 2019
Deelnemers worden welkom geheten bij het Divosa Voorjaarscongres 2019
Ruben Maes Divosa Voorjaarscongres 2019
Dagvoorzitter Ruben Maes in gesprek met een deelnemer.
Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Ferd Crone

'Succes maak je met elkaar'

Iedereen moet meedoen. Dat stond vast voor burgemeester Ferd Crone, toen Leeuwarden culturele hoofdstad van het jaar werd. 'Het moest niet zo zijn dat er een paar miljoen vrijkwam voor de elite en de rest van de stad er niets mee had. Kinderen op basisscholen, mensen met een beperking, freules, professionals, vrijwilligers; iedereen hing aan de armen van de reuzen.' Crone is ervan overtuigd: 'Omdat we het met z'n allen hebben gedaan, werd het een succes.'

In het kort

  • Alleen als iedereen meedoet, wordt het een succes.
  • Lokale aanpak in het sociaal domein moet doorgaan, maar er is meer geld nodig.
  • Eerst mensen helpen, dan pas naar de regels kijken.
Ruben Maes in gesprek met Ferd Crone
Ruben Maes in gesprek met Ferd Crone.

Dat iedereen mee kan doen, loopt als een rode draad door het burgemeesterschap van Crone. 'Leeuwarden geeft 125 miljoen euro uit aan uitkeringen, terwijl deze mensen ook iets kunnen doen', vertelt hij. 'Of je nou conciërge bij een school bent of koffie schenkt in de wijk. Als je actief bent, komt het goed. Daarvoor moeten we zorgen voor minder lasten en minder regelingen. Voor mensen in de bijstand zijn dat er alleen al 54.' Over een paar maanden vertrekt Crone naar de Eerste Kamer. 'Daar ga ik die regelingen weer afschaffen', lacht hij.

Simpel

Als burgemeester is Crone de spiegel van de samenleving. Hij ziet voor zichzelf ook de taak om partijen mee te krijgen. Bijvoorbeeld bij het voorkomen van schulden. 'Als burgers in Leeuwarden een maand hun huur of zorgverzekering niet betalen, dan trekken woningcorporaties en verzekeraars meteen aan de bel.' Crone vindt dat alle gemeenten dit zouden moeten doen. 'We moeten niet alleen maar roepen: ‘Den Haag, meer geld’. Met dit soort simpele dingen zien we: it kin wol'.

Het kabinet moet over de brug komen, anders wordt het een hete lente.

Stroppenpot

Dat het wel kan, betekent overigens niet dat gemeenten niet meer geld nodig hebben. 'We hebben de taken in het sociaal domein met weinig ongelukken overgenomen. Maar we moesten ook bezuinigen en we eten onze reserves op. Als het zo doorgaat, komen er wachtlijsten. De stroppenpot - 200 miljoen voor de tekorten op jeugdzorg en Wmo - heeft ons gesust, maar biedt geen structurele oplossing. Het kan toch niet zo zijn dat haast alle gemeenten daar gebruik van moeten maken? Het kabinet moet over de brug komen, anders wordt het een hete lente.'

Houd regels in de kist

Gemeenten moeten allereerst kijken hoe ze mensen uit de bijstand kunnen helpen. Daarna komen pas de regels. Daarom zei Crone nog gisteravond tegen zijn opvolger Sybrand Buma: 'Je bent jurist, maar houd die regels in de kist’. Dat kan betekenen dat iemand een auto van de gemeente krijgt om naar een cursus te gaan die leidt tot werk. Crone besluit: 'De gemeente is geen uitkeringsfabriek, we moeten ervoor zorgen dat iedereen kan werken. Dat maakt mensen trots.'

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Wouter Hart

‘Geef niet de oplossing, maar geef het probleem’

‘Het gaat om de kunst van het onvoltooid laten en de ander het vertrouwen en de ruimte te geven om een eigen oplossing te bedenken’, illustreert schrijver Wouter Hart met treffende voorbeelden van het thuisfront. Juist als ‘oplossingenfabriek’ die we als sociaal domein soms zijn, is het best spannend om de sleutel tot een antwoord bij anderen neer te leggen. Koersen op het innerlijk kompas helpt hierbij.

In het kort

  • Ga op zoek naar de verhaallijn, pak die radicaal vast en maak die tot basis van alles wat je doet. Want sta je achter het verhaal, dan vind je de legitimiteit om af te wijken van de regels.
  • Door onze drang naar zekerheid wordt het ‘spannende vraagstuk’ niet opgepakt en blijft ‘waar het écht om gaat’ onbehandeld.
  • De uitdaging zit ‘m er juist in om verantwoordelijkheid bij de ander neer te leggen.
Wouter Hart pleit voor vertrouwen: met zekerheid hopen

‘Soms gebeurt er thuis iets dat mij enorm aan het denken zet.’ Hart neemt de congresdeelnemers mee in het gesprek met zijn kinderen thuis aan de keukentafel. Na vijf keer zonder succes zijn zoon en dochter te hebben gewaarschuwd, schrikken zijn kinderen van Harts zesde, ietwat geïrriteerde waarschuwing. Zijn kinderen die het gat tussen de vijfde en zesde waarschuwing te groot vinden, stellen voor dat hij eerst ‘floepsiedoepsie’ zegt voor een waarschuwing volgt. Hart – wel in voor een experiment – komt er met enige spijt achter dat waarschuwingen dan alleen nog maar werken als die eerst aangekondigd worden.

In het klein illustreert hij hiermee een algemeen voorkomend patroon. ‘We zoeken een floepsiedoepsie-achtige oplossing om snel houvast en een gevoel van zekerheid te krijgen.’ Die drang naar zekerheid is echter een valkuil van hoop. Het zorgt ervoor dat mensen omhoog naar de top kijken en zich richten op wel of niet de regels uitvoeren. Het ‘spannende vraagstuk’ wordt zo niet opgepakt en ‘waar het echt om gaat, blijft onbehandeld’.

Intern kompas

De uitdaging zit ‘m er juist in om verantwoordelijkheid bij de ander neer te leggen, meent Hart. En dat is lastig in een sociaal domein dat een ‘oplossingenfabriek’ is geworden. ‘We zijn er niet zo goed in om ruimte voor de ander te laten om een antwoord op een probleem te vinden. We houden ons graag aan de regels vast. Maar de regels vormen een extern houvast en die moeten we vervangen door ons interne kompas waar we veel te weinig op sturen.’

Het gaat om ruimte geven en ruimte gunnen.

Hij herinnert de zaal aan de lezing van voormalig minister Donner op het Divosa Voorjaarscongres van 2016 waarin het ging ‘om ieder het zijne te geven’. Wat heeft iemand nodig om een stap te zetten? ‘Goede steun zet anderen aan en is nog net spannend genoeg. Zwemmen met net iets minder bandjes dan waar je je prettig bij voelt. ‘Hoop is niet de overtuiging dat iets goeds afloopt, maar de zekerheid dat iets zin heeft, ongeacht de afloop’, refereert hij aan de Tsjechische politicus en schrijver Václav Havel. Het gaat om ruimte geven en ruimte gunnen’, legt Hart uit.

Vind de verhaallijn

Hart moedigt mensen aan om niet volgens het systeem te werken, maar in het licht van de verhaallijn. ‘Vind de verhaallijn, pak die radicaal vast en maak die tot basis van alles wat je doet’. Want sta je achter het verhaal, dan vind je de legitimiteit om af te wijken van de regels. Terug naar het thuisfront waar kleine voorvallen soms tot grote ideeën bij Hart leiden. Het is een koude winterse dag als zijn kinderen continue de deur open laten bij het naar binnen en buiten rennen. Niet zozeer het feit dat papa en mama het door die open deur koud zouden kunnen krijgen, maar het feit dat de jonge katjes zouden kunnen ontsnappen, overtuigt de kinderen ervan om de deur voortaan te sluiten. Het mag duidelijk zijn: een oplossing werkt pas als die uit je Hart komt.

Wat is jouw verhaal?

‘Vind de verhaallijn en maak die de basis van alles wat je doet’, adviseert Wouter Hart tijdens het Divosa Voorjaarscongres 2019. Wil je weten hoe een verhaallijn gemeenten kan helpen bij de transformatie in het sociaal domein? Kirsten Notten en Sigrid van Iersel, twee ervaren storytellers leggen het uit in ‘Trots op je vak’: Hoe maak je een narratief in het sociaal domein?

Sta jij voor een andere aanpak of denkwijze in het sociaal domein en heb je moeite om alle betrokkenen mee te krijgen? Met een overtuigend verhaal kun je hen enthousiasmeren en motiveren om zich in te zetten voor de verandering. Divosa biedt begeleiding bij het opstellen van zo’n narratief. Lees meer: Geef richting aan verandering en maak samen het verhaal

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Erik Dannenberg

'Zonder nat pak de overkant halen: it kin wol!'

Erik Dannenberg staat dit jaar niet in zijn eentje op het podium. Hij wordt vergezeld door een levensgroot cijfer 4, door een intrigerende trap met ongelijke traptreden en een helling naar beneden, door een zwevende hamer, verfkwast en verrekijker en door een manshoog logo waarop 85 jaar staat. In een bevlogen betoog verbindt de Divosa-voorzitter één voor één de symbolen aan elkaar.

In het kort

  • Divosa bestaat 85 jaar en is ‘een wijze dame die al veel heeft meegemaakt’ en met de decentralisaties in 2015 tegelijkertijd een kleuter die pas 4 jaar oud is.
  • Divosa-voorzitter Dannenberg voorspelt dat het kán in het sociaal domein; echte inclusiviteit en ziet daarin een sleutelrol voor preventie.
  • We moeten af van onnodige herindicaties en moeten zorgen voor één regeling voor de basis van de arbeidsmarkt.
Erik Dannenberg
Erik Dannenberg neemt de congresdeelnemers mee in de geschiedenis van Divosa: ‘Deze mensen trokken zich die nood aan. En ze deden daar iets mee. En dat doen we nog steeds, al 85 jaar lang.’

Dannenberg begint met het logo van 85 jaar en laat een zwart-witfoto zien van achttien serieus kijkende mannen en één vrouw achter een lange tafel. Het zijn de directeuren die in 1934 Divosa oprichtten, het begin van de vereniging die nu 85 jaar oud is. ‘We begonnen in de beruchte jaren dertig, er was veel maatschappelijke nood, veel armoede, werkloosheid, crises in gezinnen.’ Wijzend naar de oude foto: ‘Deze mensen trokken zich die nood aan. En ze deden daar iets mee. En dat doen we nog steeds, al 85 jaar lang.’

De liefde voor mensen die het minder getroffen hebben dan jijzelf, dat heeft me tot op de dag vandaag geïnspireerd.

Dannenberg wijst weer naar die levensgrote 85 op het podium: ‘Hoe ziet een 85-jarige eruit?’. Een foto van majoor Bosshardt verschijnt achter de voorzitter. Hij kent haar persoonlijk. Toen hij in het sociaal domein begon, werkte hij met haar samen voor het Leger des Heils. Ze inspireerde de toen nog piepjonge maatschappelijk werker. Want de majoor wist zich oprecht betrokken bij de mensen ‘om wie het gaat’.

Om Herman bijvoorbeeld, één van die mensen. ‘Hij was er op een dag niet. De majoor wees naar Dannenberg. ‘Jij. Meekomen.’ En samen scheurden ze in een gammel wagentje van de majoor naar de camping waar Herman zich diep depressief en verwaarloosd schuil hield. ‘Ze heeft hem letterlijk uit de stront getrokken. Even geen geklets over eigen regie, maar de regie overpakken als iemand het even niet meer kan. Die liefde voor mensen die het minder getroffen hebben dan jijzelf, dat heeft me tot op de dag vandaag geïnspireerd.’

Kleuter

85 jaar dus. Maar tegelijkertijd is het sociaal domein nog maar vier jaar oud sinds de decentralisaties in 2015. Achter de 85, doemt minstens zo groot het cijfer 4 op. ‘We zijn een wijze dame en een nog experimenterende kleuter in één. Hoe voelt dat?’ wil Dannenberg van de zaal weten.

Het Rijk heeft ons een zetje gegeven, maar nu? Halen we daarmee de overkant?

In beeld komt een ‘fierljepper’ die van een ander een flinke zet heeft gekregen. Hij hangt precies tussen de ene en de andere wal. ‘Kijk’, merkt Dannenberg fijntjes op, ‘het Rijk heeft ons een zetje gegeven, maar nu? Halen we daarmee de overkant?’ Gelach in de zaal. Want het zetje van het Rijk mag soms wel iets fermer, financieel bijvoorbeeld. Toch denkt Dannenberg dat het sociaal domein de overkant zal halen. ‘Al was het alleen maar omdat we niet meer terug kunnen zonder een nat pak te halen. It kin wol’. Hij gelooft er echt in.

Wicked problems

Want er is zoveel dat wél kan. Sociale diensten en werkbedrijven die opnieuw zijn ingericht. Ontschotting. Organisaties die van binnen naar buiten keren. Verordeningen in het sociaal domein die omkeren. Geïntegreerde teams. Parallelle aanpakken voor statushouders. Vakmanschap in het sociaal domein.

Naast een stevig vertrouwen in het sociaal domein, ontbreekt het de Divosa-voorzitter niet aan realiteitszin. ‘We zijn er nog niet. We hebben nog vraagstukken die we in 85 jaar nog niet hebben opgelost. ‘Misère-vererving bijvoorbeeld’, ‘over de overerving van armoede, werkloosheid of psychische problemen. Hoe doorbreken we dit?’ Dannenberg heeft vertrouwen dat we deze wicked problems gaan oplossen. ‘We krijgen meer inzicht, onder andere door data. We komen dichterbij mensen, we hebben meer oog voor de context.’ Maar er is méér nodig voor een echt inclusieve toekomst.

Wie zijn huis immers goed in de verf zet, voorkomt dure herstelwerkzaamheden. Waarom doen we dat in het sociaal domein niet?

Dannenberg wijst naar een verrekijker op het podium. En naar een hamer en kwast die ernaast hangen. Die twee gereedschappen symboliseren een belangrijke oplossing; preventie. Wie zijn huis immers goed in de verf zet, voorkomt dure herstelwerkzaamheden. ‘Waarom doen we dat in het sociaal domein niet? We investeren zo veel in situaties waarin het al mis is gegaan, terwijl dat zoveel duurder is dan wanneer we zouden investeren in een metaforisch verfje.’ Uit eigen ervaring weet hij hoe belangrijk preventie kan zijn. Dannenbergs vader overleed toen de Divosa-voorzitter nog maar zestien was. ‘Als ik toen geen community om me heen had gehad, was het mis gegaan, dat realiseer ik me heel goed.’

Bizarre trap

Als laatste loopt de Divosa-voorzitter naar het midden van het podium. Daar staat een trap die aan de linkerkant omhoog staat en aan de rechterkant met een helling naar beneden gaat. De treden van de trap zijn ongelijk, zowel in hoogte als in diepte. In het midden is een plateau dat de reguliere arbeidsmarkt symboliseert. ‘Voor iedereen voor wie dat plateau te ver weg is, hebben we nu deze bizarre trap in het leven geroepen.’

Erik Dannenberg

Dannenberg gaat op de eerste trede staan. ‘Laten we dit dagbesteding noemen. Daarna wil je misschien een volgende stap maken, en dan wordt het ingewikkeld. Want bij traplopen verplaats je je gewicht pas als je je tweede been op de volgende trede hebt bijgetrokken. Je leunt dus eerst nog op de vorige trede.’

Hij zet een stap omhoog. ‘En dan krijg je een herindicatie’. Ter illustratie haalt dagvoorzitter Ruben Maes de eerste trede weg. Dannenberg staat op de tweede trede die een stuk smaller en hoger is dan de eerste. Hij kijkt vertwijfeld naar de verdwenen trede onder zich. ‘Wat als ik terugval in een depressie?’ vraagt hij zich af. ‘Al mijn veiligheid is weg,’ zegt hij als hij omhoog kijkt naar de nog smallere en hogere treden boven zich en besluit: ‘dat doe ik dus niet. Ik blijf hier.’

Droom

Erik Dannenberg loopt de wiebeltrap van herindicaties verder op naar het plateau van de reguliere arbeidsmarkt en wijst naar de schans. ‘Dát, dat is onze droom bij Divosa: één regeling voor de basis van de arbeidsmarkt. Met een stevige leuning en een geleidelijk verloop. Waar niemand treden weghaalt, waar iedereen in eigen tempo, in voldoende veiligheid zich kan ontwikkelen. Hij pakt de leuning nog eens goed vast. ‘Die leuning, die ondersteuning, dat zijn wij in het sociaal domein. Dat kunnen wij zijn voor anderen. Dat is een groot voorrecht, laten we er op de juiste manier mee omgaan, als we dat doen, dan kan het wél.’ 

Video

Erik Dannenberg over de wiebeltrap van herindicaties naar het plateau van de reguliere arbeidsmarkt en zijn droom: 1 regeling voor de basis van de arbeidsmarkt

Bekijk de volledige speech van Erik Dannenberg op Vimeo.

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Lancering

Nieuwe benchmark statushouders

Tijdens dit voorjaarscongres is het zover: de nieuwe Divosa Benchmark Statushouders is live! Vanaf vandaag kunnen gemeenten de situatie rond statushouders in hun gemeente vergelijken met andere gemeenten. Hoe heeft die situatie zich ontwikkeld de laatste jaren?

Staatssecretaris Tamara van Ark is blij met de nieuwe benchmark. ‘Met de benchmarks van Divosa kun je echt van elkaar leren. Samen werken aan hetzelfde doel: hoe brengen we zoveel mogelijk mensen in de samenleving?’ Het beste nieuws? Je hoeft zelf geen gegevens aan te leveren. Deze zijn al in het bezit van het CBS.

Herwil van Gelder, Tamara van Ark en Erik Dannenberg
Herwil van Gelder, Tamara van Ark en Erik Dannenberg

Met een blik op het congresbeeld van het fierljeppend meisje, beschrijft Leeuwardens wethouder Herwil van Gelder de benchmark als polsstok. De statushouders moeten springen. ‘We moeten ze de mogelijkheid geven om de overkant te halen. Welk gereedschap bieden we daarvoor? Durf ruimte te geven en controle los te laten’, stelt hij.

Van Gelder kan het weten. Als dertienjarige jongen prikte hij in een Fries’ weiland zijn polsstok door een dun laagje ijs. Hij nam een aanloop en belandde in de sloot. ‘Zo voelt het ook met de decentralisaties’, vindt hij. ‘We dachten: het gaat ons lukken. Dat is nog niet het geval. We hebben een goede polsstok nodig om statushouders hier een plek te bieden.’

Benchmark Statushouders in het kort

Tussen januari 2014 en maart 2019 kwamen 180 duizend asielzoekers en nareizigers naar Nederland. Het CBS heeft degenen die een verblijfsvergunning kregen gevolgd op gebieden als inburgering, gezinshereniging, huisvesting, onderwijs, arbeidsparticipatie en zorggebruik. Deze landelijke cijfers over asielzoekers en statushouders kunnen ook per gemeente worden berekend.

Lees meer over de Divosa Benchmark Statushouders op: www.divosa-benchmark.nl

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Tamara van Ark

'Aan de keukentafel zie je de rauwe complexiteit van problemen'

1934. Het jaar waarin Divosa werd opgericht komt voor Van Ark dichtbij als ze haar 93-jarige opa spreekt. Als kleine jongen verhuisde hij in dit jaar vanwege de crisis naar een kleinere woning. Zijn vader kreeg werk in de Rotterdamse haven. Van Arks opa herinnert zich dat kinderen zwemles kregen in de Maas. Er werd een hek in de rivier gehangen. Van Ark: ‘Mensen hebben 85 jaar later nog steeds dezelfde behoeften. Maar er zijn andere manieren om te helpen.’

Een van die manieren is het Breed Offensief. Vanochtend is de Tweede Kamer geïnformeerd over dit plan om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Nog steeds zit meer dan de helft van deze groep aan de kant. ‘Zij hebben ons nodig’, stelt Van Ark. ‘We hebben nog nooit zo’n lage werkloosheid gehad, dus nu is onze kans.’

In het kort

  • Gemeentedeuren openzetten is niet genoeg, we moeten naar mensen toe.
  • Geen algemene maatregelen, maar maatwerk.
  • We hebben een infrastructuur nodig waarbij mensen er niet meteen uitvliegen bij het eerste zuchtje tegenwind.
Tamara van Ark
Tamara Van Ark is blij dat zoveel partijen intensief samenwerken aan het Breed Offensief. ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’ wordt hier in praktijk gebracht.

Tegenwind

Daarom wil Van Ark een infrastructuur waarbij mensen er niet meteen uitvliegen bij het eerste zuchtje tegenwind. Dan kunnen mensen ook in moeilijkere tijden aan het werk blijven. Van Ark: ‘Zekerheid is voor mensen zo belangrijk.’ Ze is blij dat zoveel partijen intensief samenwerken aan het Breed Offensief. ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’ wordt hier in praktijk gebracht.

Bliksem

De tijd van spreekuren aan het gemeenteloket is voorbij, vindt Van Ark. ‘In 2007 was ik als wethouder Werk & Inkomen op het congres van Divosa met de titel ‘Eropaf!’ Toen spraken we al over de eerste stap naar een breed sociaal domein. Maar het is niet genoeg om onze deuren open te zetten, we moeten naar de mensen toe.’ Van Ark herinnert zich hoe de toenmalig voorzitter van Divosa tijdens het congres vertelde dat leerkrachten op basisscholen al konden voorspellen wie van hun leerlingen later in de bijstand terecht zouden komen. ‘Dat voorbeeld sloeg in als de bliksem’, vertelt ze. ‘Het werd leidend voor mijn werk. Ik wist zeker: dit moeten we niet willen.’ Van Ark realiseert zich dat alleen algemene maatregelen niet genoeg zijn. ‘Er is maatwerk nodig, toegespitst op de persoon.’

De tijd van spreekuren aan het gemeenteloket is voorbij

Rauwe complexiteit

‘Hoe vroeger we bij mensen komen, hoe eerder we kunnen voorkomen dat ze thuis blijven zitten. Aan de keukentafel zie je de rauwe complexiteit van problemen. Het is belangrijk om mensen op alle domeinen te ondersteunen.’ Ook het bevorderen van integratie vindt Van Ark belangrijk. ’52 procent van de mensen in de bijstand heeft een niet-westerse migratie-achtergrond. Op de hele bevolking is dat 14 procent. Er is dus werk aan de winkel.’ Daarvoor moeten we naar de mensen toe, stelt ze. ‘Steeds meer gemeenten hebben periodiek contact met mensen met een uitkering. Dat werkt. Maar in sommige gemeenten gebeurt dat niet of te weinig. Daar ligt wel een sleutel.’

Aan de keukentafel zie je de rauwe complexiteit van problemen.

Ga terug

Een andere sleutel is het in gesprek blijven met elkaar. Dat dat moeilijk is, illustreert Van Ark met een toepasselijk voorbeeld. ‘Vorig jaar zat ik op de eerste rij tijdens het Divosa Voorjaarscongres in Den Bosch. Ik had net het plan rond loondispensatie gelanceerd en daar waren veel mensen niet blij mee. Voorzitter Erik Dannenberg liet het publiek het beeld zien van een verkeersbord met daarop het woord loondispensatie. ‘Ga terug’ stond erbij.’ Van Ark glimlacht: ‘Na Erik moest ik het podium op. Maar er gebeurde iets bijzonders. Erik zei: ‘Dit beeld willen we niet. Maar het zou te makkelijk zijn om alleen maar tegen te zijn. Daarom ga ik om tafel met de staatssecretaris, om samen te kijken naar wat nodig is voor mensen met een beperking.’

Het gaat om mensen. Het is zo belangrijk dat we hen blijven zien.

Van Ark weet hoe moeilijk het is om dit in een maatschappelijke functie te durven zeggen. Maar het heeft er wel toe geleid dat het plan is aangepast. De staatssecretaris bedankt Erik voor het lef dat hij toen toonde. Lef en doorzettingsvermogen zijn nodig om de plannen in het sociaal domein verder uit te voeren. ‘Eigenlijk zitten we in de machinekamer van een schip. Een schip met bestemming inclusieve arbeidsmarkt. Regelingen als loonkostensubsidie zijn de tandwielen en raderen die de boel in beweging zetten. We zitten samen in de machinekamer om het schip op stoom te krijgen. De mensen aan boord moeten veilig op hun bestemming aan komen. Het gaat om die mensen. Het is zo belangrijk dat we hen blijven zien.

Meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk

Het moet voor werkgevers simpeler worden om mensen met een beperking in dienst te nemen. Werk moet voor werknemers meer lonen. Werkgevers en werkzoekenden weten elkaar makkelijker te vinden. En mensen komen niet alleen aan het werk, maar blijven dat ook. Dit zijn de belangrijkste doelen uit de aanpak 'Het Breed Offensief' van staatssecretaris Van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). In de voortgangsbrief die ze vandaag naar de Eerste en Tweede Kamer heeft gestuurd staat hoe nog meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk kunnen komen en aan het werk kunnen blijven.

Lees verder: Meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk (SZW, mei 2019)

De maatregelen die het kabinet voorstelt als onderdeel van het ‘Breed Offensief’ bieden mensen met een arbeidsbeperking betere kansen op een baan. Daarover is Divosa positief. Er is ook een keerzijde: de betere kansen voor deze groep gaan volgens gemeenten ten koste van de kansen van andere mensen die – door andere oorzaken - net zo’n grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben.

Lees verder: Breed Offensief stelt gemeenten voor dilemma (Divosa, mei 2019)

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Damiaan Denys

‘Wie bang is, staat op het punt om vrij te worden, dus koester je angst’

Groeide Damiaan Denys als kind op in een tijd waarin je nog op een bouwplaats kon spelen, eigenhandig een sigaret kon maken én oproken en waarin je met de hele familie op de achterbank werd gepropt – uiteraard zonder veiligheidsriemen – op weg naar de vakantiebestemming, ondertussen leven we in een wereld vol van angsten. ‘Ongemerkt hebben we vrijheid ingeleverd voor angst’, stelt de filosoof en psychiater die onder andere als hoogleraar aan de UvA doceert en angstpatiënten in het AMC behandelt.

In het kort

  • In onze samenleving hebben we vrijheid ingeleverd in ruil voor angst.
  • Vrees en angst zijn alleen gegrondvest in de verbeelding.
  • Angst is de duizeling van de vrijheid. Als mensen echt vrij zijn, dan worden ze bang.
Damiaan Denys
‘Turks Fruit’ was genoeg voor Damiaan Denys om te weten wat hij later wilde: vrijheid. 

‘Mensen vragen me dikwijls waar ikzelf bang voor ben’, trapt Denys zijn presentatie over angst en vrijheid af. ‘Het kostte me lang om te realiseren, maar eigenlijk ben ik bang voor jullie. Bang voor ambtenaren, net als veel anderen. Kom je met een ambtenaar in aanraking, dan beland je in een oncontroleerbare molen waarvan je niet weet hoe het afloopt.’

De van origine Vlaamse Denys gaat terug naar zijn katholieke jeugd waarin het zien van precies veertig seconden ‘Turks Fruit’ genoeg was om te weten wat hij later wilde: vrijheid. Tegenover dit blije fragment plaatst hij een foto van een stel in badkleding en mondkapje op. ‘Een beeld dat benauwd maakt en waarbij je je afvraagt: hoe is het zo ver gekomen? Dit is de realiteit die we samen gecreëerd hebben en die paradoxaal genoeg er een is waarin we zelf onze vrijheid belemmeren.’ De hoogleraar ziet dat er langzaam maar zeker een stukje vrijheid is ingeleverd in ruil voor angst. Geen vrije keuze overigens, maar een samenleving waarin je gedwongen wordt om in angst te leven.

Ongemerkt hebben we vrijheid ingeleverd voor angst

Angstiger dan ooit tevoren

Hoe kan het dat het aantal angststoornissen is toegenomen in een wereld die objectief gezien veiliger is geworden? We zijn zelfs angstiger dan ooit tevoren, stelt Denys. ‘Iedereen kent angst’, stelt hij vast. Kenmerkend is dat hij met al zijn ervaring nog nooit iemand heeft gesproken die precies duidelijk kon maken wat de angst was. ‘Het is altijd een sterke, subjectieve emotie die voor onszelf ook onduidelijk is. We beslissen er op basis van, maar kunnen het niet definiëren.’

Een foto van een donker bos vult het scherm. ‘De meeste mensen zijn bang voor een donker bos, maar bang waarvoor precies? Je waakzaamheid stijgt en dan hoor je ineens een tak kraken. Je gaat kijken en wat tref je aan: een wolf! Wat er dan gebeurt is fascinerend: de  angst is concreet geworden. Je weet waarvoor je bang bent. Daarmee is het vrees geworden die de angst geneest.’

Gevreesde angst heeft niets met de realiteit te maken

Haaienvin

‘Gevreesde angst heeft niets met de realiteit te maken’, legt Denys uit. ‘Vrees en angst zijn alleen gegrondvest in de verbeelding.’ Een afbeelding met water volgt. Eerst een afbeelding met slechts water, daarna een waar een haaienvin uitsteekt. ‘Binnen twee seconden is jullie waarneming veranderd, puur door conditionering. Je ziet iets dat er niet is waardoor je nooit meer op een neutrale manier naar dit plaatje kunt kijken. Wat er gebeurt, is het creëren van een verhaal. We hebben betekenis nodig om ons veilig te voelen en controle te hebben.’

Denys ziet twee redenen voor angst: het verliezen van controle en vrijheid. ‘Angst is de duizeling van de vrijheid. Als mensen echt vrij zijn, dan worden ze bang. Bang dat je iets gaat doen wat je niet wilt doen. Bijvoorbeeld wanneer je op een punt op grote hoogte staat en er vanaf zou kunnen springen. Dan word je geconfronteerd met de ultieme mogelijkheid om afscheid van het leven te nemen.’ Het is een van de voorbeelden wanneer absolute vrijheid bang maakt.’

Wie nooit bang is geweest, is nooit vrij geweest omdat je dan veilig in je comfort zone bent gebleven

Koester je angst

Andersom gaat het ook op: wie nooit bang is geweest, is nooit vrij geweest omdat je dan veilig in je comfort zone bent gebleven. Wie bang is, staat op het punt om vrij te worden, dus koester je angst. Wie bang is, kan op twee manieren reageren die overigens beide fout zijn. Iemand wil nog meer controle en raakt daar verslaafd aan of vermijdt en ontwijkt dat wat de angst oproept.

De enige manier de angst volgens Denys aan te gaan, is om geconfronteerd te worden met dingen die ons bang maken. ‘Hierdoor word je voldoende weerbaar om het leven te verwelkomen en om de angst aan te gaan. Ga er doorheen. Voel die angst en dat is niet alleen negatief. Elke keer dat je het overwint, wordt de volgende keer gemakkelijker. Omarm je angst.’

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Anja Kanters

‘We hebben als bedrijf gewoon niet de tijd om lang te praten. We beginnen gewoon’

Anja Kanters stuurt al dertig jaar Donkergroen aan, een groot bedrijf in de groenvoorziening met 840 medewerkers van wie ongeveer een kwart ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’ heeft. Of, zoals Erik Dannenberg Kanters vroeg: mensen die juist heel dichtbij staan. ‘Ja’, realiseerde Kanters zich, ‘ze staan juist heel dichtbij’.

In het kort

  • Donkergroen is een landelijke top 3-speler in de groenvoorziening mét een grote maatschappelijke betrokkenheid.
  • Al jong wist Anja Kanters: ‘Het gaat om erbij horen.’
  • ‘Zet even je ego aan de kant. Heb het lef ervoor. Want weet je wat het meervoud van lef is? Leven. Loesje bedacht het, maar Kanters had het kunnen bedenken.
Anja Kanters
Al jong wist Anja Kanters: 'Het gaat om erbij horen.'

Anja Kanters is een rasondernemer met een groot maatschappelijk hart. Toen ze ooit begon was er een ‘jonkje op it hiem’, een jongetje in het veld dat haar raakte. Wat hij deed, wist niemand precies, maar dat deed er ook niet echt toe. Hij hoorde erbij. Het deed Kanters denken aan een Afrikaans gezegde ‘Ubuntu’: ik ben omdat wij zijn. En daar gaat het volgens Kanters om: erbij horen. Daar doet ze het voor. En met succes, want Donkergroen is een landelijke top-3 speler in de groenvoorziening mét een grote maatschappelijke betrokkenheid.

Geef mensen eigenaarschap

Kanters deelt graag hoe ze dat voor elkaar kregen. Haar motto: ‘gewoon doen is soms de beste manier van denken’. ‘We hebben als bedrijf gewoon niet de tijd om lang te praten, lobbyen of vergaderen. We beginnen gewoon.’ Maar hoe doen ze dat dan? Een eerste advies: geef mensen eigenaarschap. Als je eigenaar bent, voel je je verantwoordelijk en kom je tot resultaat. En dat leidt volgens Kanters tot motivatie van binnenuit. ‘Je drijfveer zet je in beweging. Als je niet in beweging komt moet je ander werk zoeken.’ En ze heeft meer suggesties voor organisaties die écht inclusief willen werken. ‘Werk met kleine teams. Wees enthousiast, dat enthousiasme is besmettelijk voor je medewerkers. Werk samen met andere partijen en betuttel niemand, maar spreek iedereen aan op resultaat. Zorg voor korte lijnen en geef vertrouwen, dat is misschien wel het allerbelangrijkst.’

We hebben als bedrijf gewoon niet de tijd om lang te praten, lobbyen of vergaderen. We beginnen gewoon.

Tucht van de markt

Toch is het geen kant-en-klare aanpak voor een inclusief bedrijf. Kanters windt er geen doekjes om, ook met deze tips en lessen uit de praktijk ben je er nog niet. Bedrijven worden immers ‘getucht door de markt’. ‘De markt heeft er geen boodschap aan ‘dit is een leerproces’.

Nog een reality-check: Ja het kost geld als je werkt met mensen die nog begeleiding nodig hebben. En sommige afnemers willen niet werken ‘met deze mensen’. Zo hard is het soms. Ook binnen haar eigen bedrijf waren er vestigingen die er geen trek in hadden, die het lastig vonden om met nieuwe doelgroepen te werken. Kanters kan dat begrijpen, maar stelde toch: probeer het een jaar en houd vol. Dan kan het wél.

‘Als je ervoor zorgt dat de kosten per uur te dragen zijn, als je ziekteuitval terug weet te dringen, dan kan het. En daar krijg je vervolgens zoveel voor terug. Want de meeste afnemers waarderen het juist enorm om met diverse groepen werknemers te werken. ‘Het allerbelangrijkst’, stelt Kanters, ‘is dat je het eerste jaar doorkomt. Dat eerste jaar is een ramp. Voor ieder bedrijf. Dat eerste jaar moet je doorkomen en dat doe je met elkaar. Het gaat om de relatie die je hebt met elkaar. Daardoor houd je het vol. Je buffelt met elkaar. Het is soms leuk, lastig ontroerend, maar het werkt.’

Heb het lef om je ego aan de kant te zetten

Vooroordelen

In de samenwerking tussen bedrijven en gemeenten ziet Kanters dat vooroordelen in de weg staan. ‘Het bedrijfsleven wil alleen maar geld verdienen. De overheid is traag, bureaucratisch, het onderwijs is niet praktisch, te theoretisch.’ En dat staat een integraal sociaal domein echt in de weg. ‘We moeten bij elkaar komen, natuurlijk mag je je eigen agenda hebben, maar als je samen aan de gang gaat, vallen verschillen weg.’ En als laatste, misschien wel belangrijkste devies: ‘Zet even je ego aan de kant. Heb het lef ervoor. Want weet je wat het meervoud van lef is? Leven. Loesje bedacht het, maar Kanters had het kunnen bedenken. Over een paar jaar is Anja Kanters eraan toe om het eigenaarschap van haar bedrijf over te dragen. Wie de opvolger is? ‘Mijn medewerkers, in gedeeld eigenaarschap.’ Participatie, ze praat er niet alleen over, ze doet het ook echt. Ze zei het immers al aan het begin. Soms is doen gewoon de beste manier van denken.

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Sjoerd Feitsma

‘Mienskip was net zo belangrijk als een vol cultureel programma’

Alleen het programmeren van een vol cultureel programma was voor wethouder Sjoerd Feitsma niet genoeg toen Leeuwarden in 2018 met trots Europa’s culturele hoofdstad was. Iedereen moest mee kunnen doen. Geen programma dat van bovenaf werd bedacht dus, maar een co-creatie van de ‘mienskip’ (gemeenschap) van denkers en doeners, dromers en bouwers, kunstenaars en paradijsvogels.

In het kort

  • Het was een jaar voor iedereen, maar ook de start van een brede beweging.
  • 10% van alle Friezen was op de een of andere manier als vrijwilliger betrokken.
  • Uiteindelijk ging dat jaar om zoveel meer dan cultuur.
Sjoerd Feitsma
’Het was een jaar voor iedereen, maar ook de start van een brede beweging', vertelt Sjoerd Feitsma.

Community building met aandacht voor sociale inclusie bleek geen holle frase, want ‘mienskip’ was zelfs het thema van de culturele Friese hoofdstad. Het is volgens Feitsma ook de reden dat Leeuwarden verkozen werd om culturele hoofdstad te worden. ’Het was een jaar voor iedereen, maar ook de start van een brede beweging.’

‘Het het nooit wat weest en et zal nooit wat wurde’

De wethouder hoorde het vaak van tevoren: Het het nooit wat weest en et zal nooit wat wurde. Een bekende uitspraak in Leeuwarden die de nuchtere Friese inborst tekent. Uiteindelijk werd het wél wat, zo bleek.

Een van de 60 projecten onder de vlag van Culturele Hoofdstad van de Wereld was Circus Adje. Het project werd vernoemd naar de zestiende-eeuwse Leeuwarder burgemeester die een groot vrijheidsfestival organiseerde voor kinderen ter vergroting van hun zelfvertrouwen en eigenwaarde. Feitsma: ‘Ik kwam op een school in een wijk waar kinderen normaal gezien minder snel in aanraking komen met cultuur. In de hoek stond een meisje van een jaar of 9. Ze wilde pertinent niet meedoen met het circus. Met hulp van coaches stond ze een tijdje later met een vriendinnetje toch op het podium een spannende circusact te doen.’

‘Het ging om zoveel meer dan cultuur alleen’

Het orkest van Talant was een ander project waarbij Leeuwarden mensen met een beperking wilde betrekken. ‘Op een groot podium hier op het plein voor het museum trad het orkest op. Je zag dat het voor hen veel betekende. Dat was prachtig om te zien.’

De organisatie van het culturele jaar kon niet zonder grootschalige inzet van vrijwilligers. Er werd gehoopt op 30 duizend vrijwilligers. Uiteindelijk werden dat er dubbel zoveel. ‘Je zou kunnen zeggen dat 10% van alle Friezen op de een of andere manier als vrijwilliger betrokken was.’

Feitsma liep tijdens een van de evenementen een meneer tegen het lijf die alle hoop verloren had om ooit nog mee te kunnen doen in de samenleving. ‘Hij was weer trots op zijn stad. Had weer een netwerk om zich heen. Uiteindelijk ging dat jaar om zoveel meer dan cultuur.’

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Alie Weerman

‘Er is nog een schat aan ongebruikte informatie in het sociaal domein’

Zelf heeft Alie Weerman, lector GGZ en Samenleving een man en kinderen die met verslavingen en dakloosheid worstelden. Ze weet dus waar ze over praat als ze er voor pleit om ervaringskennis een stevige plek te geven in het sociaal domein.

In het kort

  • We hebben een boedelscheiding van professionele en ervaringskennis gekregen.
  • Het is nu tijd om ervaringskennis te integreren in professionele kennis. Het is daarbij wel belangrijk om oog te hebben voor projectie, overbelasting van professionals en ongepaste onthullingen.
  • Als dat gebeurt, zorgt ervaringskennis ervoor dat stigma verdwijnt, voor gelijkwaardigheid, voor zingeving en is het een baken van hoop en bemoediging.
Alie Weerman
Juist geïntegreerde ervaringsdeskundigheid bij professionals kan veel waarde hebben, meent Alie Weerman.

Het is Weermans missie om de schatten aan ervaringskennis die verborgen liggen in het sociaal domein op te diepen en een prominente plek te geven in de uitvoering. Want die kennis is er ten overvloede. ‘In een klas vol maatschappelijk werkers, heeft gemiddeld een derde van de groep zelf ervaring met sociale problematiek. Dan kwam in zo’n klas een gastdocent met ervaringsdeskundigheid die dan tegen de studenten zei: “Wat ik vertel, staat niet in jullie studieboeken he?” En dan zweeg de klas, terwijl een grote groep die ervaring wél had.’ Maar die ervaring werd stil gehouden, weggezwegen.

Waar de gastdocent trots op was, daar schaamde de student zich voor. ‘Het was not done’, zegt Weerman. ‘Dat was niet professioneel. Je mocht er in intervisie iets over noemen, je kon er over praten met je studentpsycholoog, maar zeker niet in de klas. We hebben de afgelopen decennia een boedelscheiding van kennis gekregen. We hadden professionele kennis en we hadden ervaringskennis en die twee hielden we strikt gescheiden.’ Terwijl juist die geïntegreerde ervaringsdeskundigheid bij professionals zoveel waarde kan hebben, meent Weerman. ‘Waarom zou je daar niets mee doen?’

Door je ervaringen met heftige gebeurtenissen te verweven in je werk, krijgt je werk diepte en krijgen die gebeurtenissen zin.

Doodschamen

Dat dat niet zo eenvoudig is, ontdekte Weerman zelf toen haar man kampte met een verslaving en ook haar kinderen te maken kregen met verslaving en dakloosheid. ‘Schaamte en stigma spelen een enorme rol. Sommige mensen schamen zich letterlijk dood en plegen zelfmoord. Toen mijn man weer terugviel in zijn verslaving en ik stond te schreeuwen als een viswijf, schaamde ik me. Daar moet je je weg in vinden.’ Maar ze deed het toch en maakte naar eigen zeggen ‘van haar man haar studie’.

Weerman promoveerde op het onderwerp ervaringsdeskundigheid en bracht de waarde ervan helder in kaart. Want wat levert ervaringsdeskundigheid nou eigenlijk op? ‘Ten eerste is het een baken van hoop en bemoediging’, vertelt Weerman. ‘Als jij het kunt, dan kan ik het misschien ook.’ Het vermindert wij-zij-denken en zorgt voor gelijkwaardigheid tussen cliënt en professional. Iemand die hetzelfde heeft meegemaakt als jij, weet hoe hij een cliënt aan moet spreken. Namelijk precies zoals hij zelf aangesproken had willen worden. Door je ervaringen met heftige gebeurtenissen te verweven met je werk, krijgt je werk diepte en krijgen die gebeurtenissen zin.’

Ervaringsdeskundigen kunnen beter omgaan met de tragische kant van het leven, de niet-maakbare kant.

Ook kunnen ervaringsdeskundigen vaak beter het lijden van cliënten verdragen, vertelt Weerman. Waar andere hulpverleners uit ongemak weg kunnen kijken, of te snel in actie schieten om het leed zo snel mogelijk weg te werken, kunnen ervaringsdeskundigen het lijden beter aan. Zij gunnen mensen de tijd, ze gunnen hen zelfs het lijden. ‘Ze kunnen beter omgaan met de tragische kant van het leven, de niet-maakbare kant.’

Niet hetzelfde

Toch is ervaring hebben, niet hetzelfde als ervaringsdeskundigheid, waarschuwt Weerman. ‘Het gaat erom je ervaring op een deskundige manier in te zetten. Je hebt er zelfinzicht voor nodig en je moet waken voor valkuilen.’ Projectie van eigen problemen bijvoorbeeld of het risico op overbelasting van professionals. ‘Professionals kunnen ongewenste en ongepaste onthullingen doen, daar moet je alert op zijn. Je moet je professionele rol bewaken.’ Als dat goed gebeurt, kunnen organisaties in het sociaal domein putten uit een nog ongebruikte bron van informatie en kennis. Maar dan moeten ze het wel durven.

Weerman haalt twee ervaringsdeskundige professionals in een psychiatrische kliniek aan die hun verhaal openlijk deelden. ‘Het riep boosheid op bij collega’s. Die zeiden: ik wil dat niet weten van mijn collega’s. Gelukkig ging de directeur van die instelling, zelf ook ervaringsdeskundig, vierkant achter haar medewerkers staan.’ En zo werd in de kliniek voorzichtig een deur geopend tussen de wereld van professionals en die van de cliënten. ‘En dat werkt niet alleen in de ggz’, belooft Weerman.

Ook in een werkplaats voor mensen in de bijstand kwamen de werelden van professionals en bijstandsgerechtigden bij elkaar. Professionals met ervaring wisten hoe het vóelde om gereduceerd te worden tot een product. En wie dat eenmaal gevoeld heeft, weet hoe hij mensen wel en hoe hij mensen vooral niet moet benaderen. ‘Je hebt er voelsprieten voor. Voelsprieten die geworteld in pijn en nu een wereld van verschil kunnen maken voor anderen die deze pijn ook doormaken.’

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Marius Buiting

'Voor vernieuwing is niets nieuws nodig, durf gewoon iets af te schaffen.'

​Niets nieuws toevoegen, maar het oude durven loslaten om te vernieuwen. Geen gemakkelijke opgave, maar wel een noodzakelijke, zo maakt Marius Buiting duidelijk. Naast zijn werk als arts en jurist is hij onder andere medeauteur van het boek ‘Verdraaide Organisaties, terug naar de bedoeling’.

In het kort

  • Al willen veel mensen met het gedachtegoed uit het boek Verdraaide organisaties aan de slag, de praktijk laat zien dat we flink in systemen gevangen zitten.
  • Dat zorg en onderwijs voor iedereen gelijk is, is iets om dankbaar voor te zijn, maar niet vol te houden in de toekomst.
  • Wat zou jij morgen anders moeten doen om de toekomst wél aan te kunnen? Marius Buiting tipt: ‘Schaf elk halfjaar iets groots af’.
Marius Buiting
'We durven niet los te laten', zegt Marius Buiting.

‘Loop je met je rug naar de toekomst toe, dan zie je alles wat eraan vooraf is gegaan en bloeien vlak voor je voeten nieuwe mogelijkheden op’, schetst Marius Buiting het oude Griekse toekomstbegrip. ‘Maar in de westerse wereld nemen we alles wat we geleerd hebben op onze schouders mee en durven het niet los te laten’. Dat wél durven, daar wil Buiting zijn luisteraars toe aanmoedigen.

Onvoorstelbare regelzucht

Al willen veel mensen met het gedachtegoed uit het boek Verdraaide organisaties aan de slag, de praktijk laat zien dat we flink in systemen gevangen zitten. ‘Onderkennen we die systeemwereld niet, dan kunnen we er ook geen afscheid van nemen.’ Het verwezenlijken van het gelijkheidsideaal leidde na de Tweede Wereldoorlog tot een onvoorstelbare regelzucht en bureaucratie’, blikt Buiting terug. ‘Wie alles – onderwijs, zorg, woonvoorziening– voor iedereen gelijk wil maken, heeft een enorme opdracht te vervullen. Alleen door standaardisatie kan dit georganiseerd worden. Hij is er dankbaar voor, maar plaatst er ook een kritische kanttekening bij. ‘Het heeft ons veel opgeleverd, maar we kunnen er niet verder mee.’

De gestandaardiseerde werkwijze zit ons in de weg.

Buiting ziet vier problemen. ‘Allereerst is niet alles meer voor iedereen leverbaar waardoor er weer ongelijkheden ontstaan. Grote groepen mensen zijn niet meer zeker van wat ze zullen krijgen.’ Daarnaast raken grondstoffen uitgeput doordat het huidige model inefficiënt is. ‘De gestandaardiseerde werkwijze zit ons in de weg’, concludeert hij. ‘Maar er is hoop, want we kunnen leren van de toekomst’, refereert hij aan het emergentie-begrip.

Een derde probleem ziet hij in de trend dat iedereen zichzelf tegenwoordig wil presenteren. ‘Iedereen is geschoold en leert om een soort kunstenaar te zijn en vervolgens vragen we van mensen om zich binnen organisaties aan de regels te houden. Dat is als eerst de geest uit de fles te halen om hem er daarna weer in te willen stoppen. Dat gaat niet. Misschien gaat verandering wel anders, meent Buiting. ‘Voor vernieuwende bewegingen is niets nieuws nodig, maar moet je durven om iets af te schaffen.’

Schaarste aan medemenselijkheid

Hij loopt vier emergente trends langs. Het allergrootste gebrek ziet Buiting in de schaarste aan medemenselijk acteren. ‘We redden die medemenselijkheid niet meer, dus doen we alleen het hoognodige. Denk aan het verpleeghuis waar de mensen er niet meer zijn om de gewenste zorg te leveren. U veroorzaakt dat oude manieren niet worden afgeschaft en ontleent er misschien zelfs uw rol aan’, vervolgt hij op licht verwijtende toon. Hoe ziet die nieuwe, emergerende medemenselijkheid eruit, stelt hij zichzelf de vraag.

‘Zelfverwerkelijking wordt dan niet meer ontleend aan een universitaire opleiding, maar aan het verheffen van de ander in nood. Toen mijn moeder dementeerde, leerde onze familie dat hoe hoger iemand gestudeerd had, hoe minder waar iemand het had. Niet de geriatrische hulpverlener blijkt de goede zorg te leveren, maar de buurvrouw die van wanten weet. Wat doe je als je moeder eerst nog vrolijk is en daarna intens boos of verdrietig? Buurvrouw Monique pakte mijn moeder vast en wiegde haar. Dat heb ik de huisarts of geriater nooit zien doen. En wie betalen we? Juist. Daar valt nog veel te winnen.’

In de nieuwe medemenselijkheid wordt zelfverwerkelijking niet meer ontleend aan een universitaire opleiding, maar aan het verheffen van de ander in nood.

‘Iedereen die een bijdrage kán leveren, moet die leveren’

De tweede toekomstige ontwikkeling is dat de samenleving weer van beneden af opgebouwd wordt zoals dat te zien is bij buurtinitiatieven. ‘De trend is dat daar waar een maatschappelijk vraagstuk centraal staat in een buurt of regio, daar alle betrokkenen worden uitgenodigd om het vraagstuk aan te pakken en op te lossen zoals bij het gezondheidspact Utrecht.’ 

Gek genoeg bepalen getallen of liever gezegd euro’s onze toekomst, ziet Buiting wanneer nieuwe plannen tot stand komen. ‘Maar wat is de maatschappelijke opgave van de toekomst? Iedereen die een bijdrage kán leveren, moet die leveren. Tot slot noemt Buiting het gegeven dat we gevangen zitten in economische modellen van verdienen en uitsluiting. ‘We proberen erom heen te fietsen, maar de lange termijn zekerheid van twee miljoen Nederlanders staat niet vast met de huidige verdienmodellen.’ Buiting pleit voor ruilhandel, een circulaire economie en een toekomst waarin degene die anderen het meest helpt het meeste verdient wat niet zozeer financieel, maar vooral in waardering uitgedrukt moet worden. Wat zou de zaal morgen anders moeten doen? Daar hoeft Buiting niet lang over na te denken: ‘Schaf elk halfjaar iets groots af’.

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Tineke Abma

‘Participatie omarmen is gemakkelijk, maar het in de praktijk dóén is een stuk ingewikkelder’

‘Ik ga u een ongemakkelijk verhaal vertellen’, waarschuwt Tineke Abma, hoogleraar participatie en diversiteit aan de VU, haar publiek alvast voordat ze van wal steekt. Met een voorbeeld uit de praktijk illustreert ze dat participatie omarmen gemakkelijk is, maar het in de praktijk dóén een stuk ingewikkelder is.

In het kort

  • ‘Ik heb mijn mond vol van participatie, maar als het erop aankomt, sta ik er dan voor?’
  • ‘Stoppen met doormodderen is gemakkelijk, maar het is beter om erin te blijven. Daar leer je het meest van en dat vraagt moed en moeite.’
  • ‘Participatie lijkt een betekenisloos begrip. Wat betekent het en vanuit welke intenties doen we het?’
Tineke Abma
‘Participatie is intrinsiek belangrijk’, benadrukt Tineke Abma. 

‘Wat betekent het voor mij als ik zeg dat ik participatie en inclusie belangrijk vind?’, stelt de hoogleraar zichzelf de vraag. ‘Voor mij gaat het om mensen die zich willen inzetten voor iets groters dan hun eigen belang.’ Abma merkt dat het begrip ‘participatie’ te pas en te onpas gebruikt wordt. ‘Het lijkt een betekenisloos begrip geworden. Wat betekent het en vanuit welke intenties doen we het?’

Abma ziet drie redenen waarom ervaringsdeskundigheid zo belangrijk is. Het zijn bij uitstek de cliënten die ervaring hebben hoe om te gaan met bepaalde situaties. Daarnaast worden cliënten automatisch mede-eigenaar op het moment dat ze betrokken worden bij besluitvorming. Bijvangst is dat mensen dan eerder geneigd zijn om het beleid ook uit te voeren.

De morele redenatie is dat het in feite om de levens en lijven van mensen gaat. ‘Dan horen ze daar een stem in te hebben. Veel is al voor deze mensen beslist, dus laten we gaan voor: niets over ons, zonder ons.’

Perspectieven schuren

‘Participatie is intrinsiek belangrijk’, benadrukt Abma. ‘Los van wat het oplevert, los van wat we kunnen bewijzen. Spreken we dat niet uit, dan kunnen er spanningen ontstaan.’ Het valt haar op dat er in de praktijk weinig wordt gesproken over wat participatie precies betekent. En ze realiseert zich dat perspectieven kunnen schuren. Het doet ertoe of je het vanuit een professional of familielid beschouwt.’

Maar al te vaak ziet de hoogleraar dat ervaringsdeskundigheid ‘vastgeplakt’ wordt aan dat wat er al is. ‘Wij zelf hoeven daarvoor niet te veranderen, maar de cliënten wel.’

Dankuwel, dan kan nu de echte verdediging beginnen.

Tegenwoordig financieren fondsen alleen nog onderzoeken als wetenschappers daar cliënten bij betrekken. Ook hier ziet ze maar al te duidelijk dat wetenschappers hun werkwijze handhaven en dat de cliënt daar later aan wordt toegevoegd.

Ze neemt het publiek mee terug naar een situatie waarin dat heel scherp duidelijk werd. Als lid van een manuscriptcommissie mag ze een kandidaat aan de tand voelen die zijn proefschrift verdedigt. Een van de aanwezigen blijkt ervaringsdeskundige Henriëtte te zijn die als eerste een vraag mag stellen. ‘Welke methode heeft u gebruikt en waarom? En wat waren de voor- en nadelen?’, stelt ze de kandidaat de vragen.

Zijn dit vragen die je vanuit ervaringsdeskundigheid zou stellen?, vraagt Abma zich op dat moment verwonderd af. ‘Het leek me een professionele vraag. Na de beantwoording zei de rector tegen de ervaringsdeskundige: ‘Dankuwel, dan kan nu de echte verdediging beginnen’. Ik kreeg een knoop in mijn maag’, omschrijft Abma haar reactie. Maar overdonderd als ze was, zei ze er niets van – net als iedereen – en deed ze gewoon wat ze had voorbereid. ‘Pas bij de receptie vroeg ik Henriette hoe het voor haar was waarna ik onvoldaan naar huis ging om nog dagen met het voorval bezig te zijn.’

Opnieuw er niet bij horen

Abma besloot Henriëtte op te zoeken en kreeg van haar te horen dat haar altijd werd verteld wat ze moest doen, ook nu ze meewerkte aan onderzoeken. Zoals de hoogleraar al vermoedde, bleken de vragen voorbereid te zijn met een professor. ‘In hoeverre is er dan ruimte voor haar ervaringskennis?’, vraagt Abma zich kritisch af. ‘Henriëtte kreeg opnieuw het gevoel er niet bij te horen. Het kostte haar veel emotiewerk om zich daarmee te verzoenen. Wetenschappelijke en professionele kennis wordt hoger aangeslagen dan ervaringsdeskundigheid die al gauw als anekdotisch of gevoelsmatig wordt afgedaan. We nemen de kenner niet serieus.’

Participatie is nauw verbonden met emancipatie, het bevrijden van de macht van de professional.

‘Participatie is nauw verbonden met emancipatie, het bevrijden van de macht van de professional. Als de cliënt zichzelf niet bevrijd, zijn wij de eersten die dat moeten doen. Wij zijn degenen die bepalen of dat wel of niet kan en blijven in onze expert positie zitten en bestendigen daarmee de machtsverhouding. Er is niet veel ruimte in ons systeem voor de ander’, concludeert de wetenschapper.

‘Waarom deed ik niks?’

‘Waarom deed ik toen niks?’, reflecteert Abma het voorval voor zichzelf. ‘Ik denk dat er angst meespeelde om buiten de orde te worden geplaatst. Om er niet bij te horen. Ik heb niks gedaan waardoor bij mij de vraag ontstond: heb ik niet iemand in de kou laten staan. Ik heb mijn mond vol van participatie, maar als het erop aankomt, sta ik er dan voor?’ Al met al was de situatie een wake up call voor Abma. ‘Participatie omarmen is gemakkelijk, maar het in de praktijk dóén, is een stuk ingewikkelder.’

Het voorbeeld is er een in de categorie ‘muddling through’. ‘Je wordt ergens in gezogen dat complex is, waarin je geen houvast hebt je houdt geen droge voeten. Terug naar vaste grond is gemakkelijk, maar beter is het om erin te blijven. Daar leer je het meest van, maar dat vraagt moed en moeite.’

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Niels ten Hagen

‘Ik sleep een paarse krokodil achter me aan, wie verlost me?’

Niels ten Hagen sleept zijn hele leven al een ‘paarse krokodil’ achter zijn rolstoel aan. Met twee indringende verhalen vertelt de rasondernemer waarom dat totaal onnodig is.

In het kort

  • ‘Speciaal’ zijn voelt helemaal niet zo goed.
  • Je kunt bijna alles op wilskracht bereiken.
  • Verlos mensen van de paarse krokodil. Schrap onnodige regels en wetten.
Niels ten Hagen
No is not een option’ voor Niels ten Hagen.

Niels ten Hagen neemt het publiek mee naar 3 september 1978. Hij bevindt zich samen met zijn vader op het dak van een parkeergarage in de Amsterdamse Bijlmer. Donkere wolken pakken zich samen boven de garage in de Amsterdamse wijk. Ten Hagen herinnert zich de datum nog goed. Omdat zijn vader net jarig was geweest, omdat Nederland net geen wereldkampioen voetballen was geworden, maar vooral omdat het het eerste moment in zijn leven was, dat Niels zich realiseerde dat hij ‘speciaal’ was. Omdat hij vanwege een spierziekte in een rolstoel zat.

Gewoon meedoen, daar gaat het om.

Hij werd die ochtend opgehaald voor zijn eerste dag op de kleuterschool. Niet op dezelfde school als zijn buurtgenootjes, maar een ‘speciale school’ zoals zijn vader dat noemde. Lief bedoeld, maar Ten Hagen voelde meteen: dit klopt niet. ‘Speciaal zijn is helemaal niet leuk.’ Precies dat inzicht zorgde ervoor dat Ten Hagen als puber overstapte naar regulier onderwijs. ‘Gewoon meedoen, daar gaat het om.’

Dromen

Het is 21 jaar later. Het einde van de zomer in 1999 en Niels zit op een pier bij een prachtig meer in de Verenigde Staten. Hij is er met twee vrienden op een reis door het enorme land. Een droom om een rondreis te maken door een compleet nieuw land was daarmee uitgekomen. Een droom die hij deelde met veel studenten, maar die voor hem net iets ingewikkelder was om te verwezenlijken, vanwege de zorg die hij nodig heeft. Het werd nog even hachelijk toen Ten Hagen zo’n drie weken voor de grote reis een telefoontje kreeg dat hij zeer welkom was aan boord, maar dat daar helaas geen plek was voor zijn rolstoel. Tja, daar kon hij natuurlijk niet zonder.

Ten Hagen zocht hulp bij Willibrord Frequin. De tv-presentator kreeg het door zijn controversiële manier van doen voor elkaar; de rolstoel kon mee. Helemaal gelukkig was Ten Hagen niet met de aanpak, wel met het resultaat. Het voorbeeld staat voor Ten Hagen voor doorzettingskracht, hij accepteert simpelweg gaan ‘nee’. ‘No is not een option.

Wilskracht

De twee verhalen tekenen de ondernemer, die zich na beleidsadvies en topsport toelegt op het ondernemerschap. Vanuit zijn expertisecentrum Bijzonder ondernemen helpt hij ondernemers vanuit een uitkering op weg. Begonnen met de begeleiding van zes startende ondernemers, is het bedrijf uitgegroeid tot een landelijk netwerk.

Voor Niels ten Hagen draait het allemaal om wilskracht. Wilskracht die hem door een zware operatie heen helpt, die ervoor zorgt dat hij regulier onderwijs wil volgen, een wereldreis wil maken of een bedrijf wil starten. Hij doet het allemaal op wilskracht. Diezelfde wilskracht vraagt hij ten slotte van de congresbezoekers. Die paarse krokodil die hij namelijk inmiddels ook letterlijk achter zich aansleept, daar wil hij wel eens van af. Ook letterlijk. Wie verlost Ten Hagen? Er is al snel een gegadigde die de krokodil niet alleen losmaakt, maar ook lek prikt.

De boodschap voor de rest van de zaal is helder, glashelder.

Niels ten Hagen
Tijd om de paarse krokodil achter te laten. Een congresdeelnemer helpt Niels ten Hagen erbij.
Verslag Divosa Voorjaarscongres 2019

Impressie

Foto's

Hieronder een selectie van de foto's van het congres. Meer foto's bekijken? Je vindt ze op: www.flickr.com

                    

Colofon

Divosa

Koningin Wilhelminalaan 5 | 3527 LA Utrecht
Postbus 2758 | 3500 GT Utrecht
030 - 233 23 37
info@divosa.nl
www.divosa.nl

Tekstredactie

Chrisje Meima (Divosa)
Ingrid Huisman (Divosa)
Rob Vermeulen (Divosa)
Evelien Engele

Fotografie

Pieter-Jord Hovenga

Video

Rob Vermaas

Contentmanagement

Jasja van Moorsel (Divosa)

Versie

mei 2019