Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Deze publicatie printen Downloaden als pdf

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Divosa Voorjaarscongres 2016

Verslag van het Divosa Voorjaarscongres 2016

Logo Divosa Voorjaarscongres 2016: Zonder Kapsones

Vandaag en de dagen erna zal Divosa het online verslag verder aanvullen. Met de presentaties van de sprekers, de speeches van de sprekers, met de opnamen van de plenaire sessies en korte verslagen van een aantal workshops.

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

“Delen is het nieuwe vermenigvuldigen”

Ahmed Aboutaleb

“Als ik de wijde wereld overzie vanuit mijn werkkamer, dan voel ik de behoefte aan een nieuwe invalshoek om Nederland te aanschouwen”, begint Ahmed Aboutaleb. De burgemeester van Rotterdam opent het Divosa Voorjaarscongres 2016: Zonder kapsones.

Ahmed Aboutaleb“Sommige mensen vinden dat ze hun eigen welvaart moeten koesteren”, constateert Aboutaleb. “Dat is een invalshoek die er mag zijn, maar ik mis nog een andere deugd: die van het delen.”

Als kind leerde de burgemeester van zijn opa aardappels poten. Een aardappel poot je goed door hem zorgvuldig door midden te hakken. Die twee helften in de grond leiden tot een grotere opbrengst dan één hele aardappel. Aboutaleb: “Delen is het nieuwe vermenigvuldigen.”

Met delen maak je verschil, vindt Aboutaleb. ‘Als je snel wilt, ga je alleen. Als je verder wilt komen, ga je samen’, een uitspraak die hem bijstaat. “In Rotterdam zijn we bezig met een wij-samenleving om uitdagingen aan te kunnen.” Daarin is ook ruimte voor radicale ideeën. “Zonder radicale opvattingen is de samenleving moeilijk op gang te brengen. Ze waren ook nodig voor de transities.”

Hij vervolgt: “Afgelopen weekend heb ik een plasticbedrijf in Rotterdam geopend. Het is een familiebedrijf dat innoveert en daarvoor zelf robots ontwikkelt. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door 170 mensen in uit de Wsw. Alles wordt onder een dak gebracht. Daarvoor moeten we ook zorgen als overheden.”

En wat te denken van de transitie van energie? “Voor nieuwe ontwikkelingen om CO2-uitstoot te verminderen en energie te besparen zijn veel handjes nodig”, meent de burgemeester. Behalve dat dit het milieu ten goede komt, dient dit dus ook een maatschappelijk belang. “We moeten de wissel omzetten zodat er werkgelegenheid ontstaat.”

Volgens Aboutaleb moeten we goed nadenken over ontwikkelingen als 3D-printers en robots. “Productie die we nu naar Azië uitbesteden komt weer terug naar ons eigen land”, voorspelt hij. Dit levert ook vraagstukken op, maar die raken we nog te weinig. “Als ik de Tweede Kamer nu zou voorstellen om de 40 kilometer lange haven van Rotterdam te gaan bouwen, verklaart ze me voor gek. Honderd jaar geleden kon dit echter nog.”

“Door ons scepticisme worden mooie ideeën in de kiem gesmoord. Maar we moeten een onderliggende economische infrastructuur ontwikkelen en durven nadenken over deze vraagstukken. Werk dat er al is kunnen we alleen herverdelen, dus er moet nieuw werk komen. Dat vraagt om beslissingen.”

Over Ahmed Aboutaleb

Ahmed Aboutaleb is op 5 januari 2009 benoemd als burgemeester van Rotterdam. Op 5 januari 2015 is zijn tweede termijn van zes jaar ingegaan. Burgemeester Aboutaleb heeft een aantal wettelijke bevoegdheden op het terrein van openbare orde en veiligheid. Daarnaast heeft hij internationale betrekkingen, bestuur, citymarketing en communicatie in zijn portefeuille.

Lees verder

Bekijk de toespraak van Ahmed Aboutaleb

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Bruggen slaan tussen bewoners en bestuurders

Riek Bakker

“We moeten verantwoordelijkheid nemen, weten wat we willen en een plan hebben”, vindt de Rotterdamse stedenbouwkundige Riek Bakker. Plannen zijn onmisbaar geweest om Rotterdam ‘op haar plek te krijgen’. Daaraan heeft de bruggenbouwster een belangrijke bijdrage geleverd.

Riek Bakker

De wederopbouwperiode van Rotterdam begon al in de oorlog. Bakker: “Er kwam een prachtig plan voor de stad en voor de haven. Er waren mensen die de nieuw gegraven waterweg uitdiepten voor zware schepen, regelden dat er betaald werd voor deze ideeën en mensen wezen op hun verantwoordelijkheid.”

Maar de tijdgeest veranderde. De landschapsarchitecte herinnert het zich nog goed. “Men vond het hier ongezellig en kaal. In het centrum kon je niet wonen, dat was alleen bestemd om te winkelen. Er ontstond – ook buiten Rotterdam – ongerustheid over de stad.” De stadsvernieuwing was tegen haar einde gelopen. Daarom werd Bakker in 1986 aangenomen als directeur Stadsontwikkeling.

Bakker leerde een belangrijke les: “Als je plannen maakt, dan moet je goed weten wanneer je ermee stopt. Op een gegeven moment is het genoeg geweest en moet je overgaan op andere plannen. Dán neem je je verantwoordelijkheid.”

Toen ze aan de slag ging in de jaren ’80 moest er een nieuw perspectief komen voor Rotterdam. Bram Peper had daarin een grote rol als toenmalig burgemeester. Bakker. “Hij maakte een bypass: zijn college deelde hij op in drie subcolleges die gingen over verschillende vernieuwingen: ruimtelijk-economisch, sociaal en bestuurlijk. Wethouders werden verdeeld over de subcolleges die ondersteund werden door daadkrachtige commissies.”

Bakker maakte plannen voor gebiedsontwikkeling en clusterde die tot dertig projecten die bij de subcolleges werden ondergebracht. Daarvoor had ze toestemming nodig van de secretaris van commissie Alberda: Pim Fortuyn. “Die vond het niks”, zei Bakker. Hij had er geen vertrouwen in dat ze dit zou kunnen realiseren.

Nieuw Rotterdam

Gelukkig kon Bakker Fortuyn overtuigen. Van de dertig projecten nam ze zich voor er vijf te realiseren tijdens de collegeperiode. Onder meer goede woningen, groen, winkel- en uitgaansgelegenheid en cultuur waren speerpunten in deze plannen. Titel van het plan: Nieuw Rotterdam.

Bij dit plan hoorde ook de nieuwe Erasmusbrug. Maar de financiering was volgens de bruggenbouwster nog een uitdaging. Twee dingen waren belangrijk: “We hadden een visie die we met elkaar deelden en we hadden een goede lijn met het toenmalige kabinet.”

Bakker wist het kabinet te overtuigen dat de brug nodig was voor de Kop van Zuid: “De deal werd: het kabinet nam een deel van de financiering op zich, maar kon ook delen in de vreugde. Daarvoor deed Peper een slimme zet: hij liet het kabinet zien dat Rotterdam snapte dat die brug niet zomaar betaald kon worden en kwam met het voorstel om zelf ook tien miljoen te bezuinigen.” Er kwam groen licht.

De Erasmusbrug is een voorbeeld van een plan dat slaagde. Bakker ziet een aantal belangrijke oorzaken: “We bundelden kleine projecten tot grote, brachten diensten samen en we huurden expertise in omdat we ons niet voorhielden dat we alles zelf konden.” Maar er was meer: “De nationale overheid had consideratie met onze stad, we hadden een gideonsbende van jonge ambtenaren die alles met ‘management’ aan de kant zette en we hadden medewerking van Rotterdamse burgers.” Dit maakte de opening van de Erasmusbrug tot een feest.

Over Riek Bakker

Na haar opleiding ging Riek Bakker aan de slag bij Bureau Zandvoort, een stedenbouwkundig bureau waar de eerste kiem werd gelegd voor integraal werken, tussen en met verschillende vakdisciplines. Later richtte zij samen met Ank Bleeker bureau Bakker en Bleeker op. Zij sleepten een prestigieuze prijs in de wacht: de Parc de la Vilette. Hun werk in Rotterdam was een combinatie van stedenbouw, landschapsarchitectuur en inrichting openbaar gebied. In die tijd kwam participatie hoog in het vaandel, iets wat tot op de dag vandaag onveranderd is gebleven bij Riek Bakker.

Lees verder

Bekijk de toespraak van Riek Bakker

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Van gelijkheid naar ‘ieder het zijne’

Piet Hein Donner

“Ik wil u feliciteren met een klus die goed geklaard is: de verschuiving van taken van het Rijk naar gemeenten is een feit geworden, zonder doden, rampen en chaos die voorspeld waren”, opent Piet Hein Donner, vicepresident van State, zijn toespraak. “De transitie is goed gegaan, maar nu de transformatie nog.”

Piet Hein DonnerDie transformatie is ingewikkelder, aldus Donner. “De keuzes die zijn gemaakt hebben fundamentele implicaties voor de uitvoering, maar niet minder voor het rechtskader waarbinnen geopereerd moet worden.”

“Het risico is dat de politiek keuzes heeft gemaakt, maar de implicaties ervan miskent. Dat maakt de uitvoerende diensten gek. Dat kan alleen worden voorkomen als de uitvoering zelf een duidelijk beeld heeft van de implicaties en het besef met welke maatschappelijke transformatie ze bezig is. Maar die worden nog niet volledig voorzien”, vreest Donner.

De motieven voor de decentralisatie hebben een eigen werkelijkheid geschapen van idealistische ambities. Tot nog toe zijn er echter alleen bezuinigingsdoelstellingen gerealiseerd, constateert Donner. Dat moest ook wel in een tijd waarin collectieve uitgaven voor zorg en sociale zekerheid groeiden, terwijl de economie kromp. “Bij ongewijzigd beleid zouden deze uitgaven binnen afzienbare tijd gestegen zijn tot zelfs wel 60% van het totaal van collectieve uitgaven.”

Nog steeds neemt het aantal mensen in de bijstand toe, evenals de hoogte van de uitkering. Volgens Donner zijn er twee opties: “Alle uitkeringen verschralen of selectiever zijn bij het uitkeren naar plaatselijke en persoonlijke omstandigheden.” Voor dat laatste is gekozen. Integraal beleid en beleid op maat zijn daar vertalingen van.

In deze overgang ziet Donner een paradigmawisseling: “Van gelijke rechten voor iedereen zonder aanziens des persoons, is de wetgever overgegaan op voorzieningen die mét aanziens des persoons worden toegekend en kunnen verschillen naar omstandigheden.”

Oordelen met aanziens des persoons is een veel moeilijker operationeel concept dan gelijkheid als norm, aldus Donner. “Bij gelijkheid kies je relevante overeenkomsten en het maken van onderscheid deed de wetgever. Nu geldt een heel nieuwe benadering: ‘ieder het zijne geven. Daar bent u pionier van.”

Nieuwe wijn in oude zakken

Donner ziet wel dat de regels nog veelal berusten op de traditionele rechtsidee van gelijkheid. “Wat dreigt is dat de ‘nieuwe wijn’ van de nieuwe benadering in de ‘oude zakken’ van traditionele concepten wordt gedaan”, zegt hij. “De Bijbel waarschuwt dat de zakken zullen scheuren en de wijn wegloopt.” Een voorbeeld: afspraken aan de keukentafel moeten vaak vertaald worden in besluiten die als eenzijdige beschikking getoetst worden aan rechtsregels die uitgaan van gelijkheid.

Donner erkent dat gelijkheid en toetsing aan algemene regels niet onontkoombaar is. Maar overheidsbeleid mag niet willekeurig zijn. Beleidsregels schieten vaak tekort, omdat ze uitgaan van ‘het gelijke’. Ze kunnen volgens Donner dus niet meer de dragende rechtvaardiging zijn van een beslissing.

“Begint u de omvang te zien van de uitdaging waarvoor u gesteld bent?” vraagt Donner het publiek. Beleid op maat impliceert dat het karakter van de uitvoering verandert. De ambtenaar wordt beroepsoefenaar van wie het deskundig oordeel bepalend is in het individuele geval.

Prestaties in deze professionele organisaties moeten gemeten worden in deskundigheid van de oordelen en de tevredenheid van de gerechtigden. Daarvoor zijn kleinschalige teams meer voor de hand liggend. “Resultaat en tevredenheid van gebruikers moeten bepalender zijn dan de vraag of de politiek dat is.”

Gemeenten zijn aangewezen op samenwerking. Met elkaar, maar ook met de rijksoverheid. Die heeft de ondersteunende rol om het functioneren van gemeenten mogelijk te maken, om te voorkomen dat verscheidenheid disfunctioneel wordt.

Kleinschaligheid grootschalig organiseren

Schaalgrootte is hierbij gevaarlijk, waarschuwt Donner. “Het is vreemd om eerst te decentraliseren om dichter bij de burger te komen en vervolgens gemeenten zo groot te maken dat iedere democratische betrokkenheid snel verdwenen is en plaatselijke verscheidenheid verloren gaat.” De oplossing volgens Donner is: kleinschaligheid grootschalig organiseren.

In Den Haag wordt met ‘stelselverantwoordelijkheid’ bedoeld dat de regering en Tweede Kamer zich op ieder moment mogen bemoeien met de gemeentelijke invulling van taken, meent Donner. Dat verdraagt zich echter moeilijk met de wetgeving waarin de verantwoordelijkheden bij gemeenten zijn gelegd. “Men kan niet bevoegdheden delegeren én zelf behouden.”

Er zijn dus nieuwe wijnzakken nodig. We gaan over naar een stelsel dat sterker berust op eigen verantwoordelijkheid en wederzijdse plichten, waarbij de overheid een aanvullende rol heeft. Donner raadt het publiek aan: “Ga daarom niet wachten totdat alle implicaties zijn uitgedacht en opgelost, maar begin met het vinden van oplossingen.”

Nu gemeenten de verantwoordelijkheid hebben voor de invulling van de zorg, zouden ze daar ook de middelen voor moeten hebben. Daartoe zou het gemeentelijk belastinggebied verruimd worden. Een argument hiervoor is dat als de zorg per gemeente kan verschillen, het onredelijk is als burgers gelijk belast worden. Donner ziet echter een keerzijde: “Ik ben bang dat de gemeenten met een omvangrijk sociale en maatschappelijke problematiek juist ook de gemeenten zijn met een minder omvangrijke gegoede burgerij.”

Bij de invulling van de idee ‘ieder het zijne’ kunnen verschillende rechtsideeën  toegepast worden. Dat is ‘procrastineren’, legt de vicepresident uit. Procrustus was een herbergier uit de Griekse mythologie die gasten op brute wijze aan de lengte van het bed aanpaste door ledematen uit te rekken of af te hakken. Donner vreest dat – hoewel er ook goede redenen voor uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied zijn – gemeenten op gelijke wijze geprocrastineerd dreigen te worden.

Nieuwe aanpak

 “De transformatie moet nog komen en die opgave is niet gering”, vervolgt hij. “Het gaat om een geheel nieuwe aanpak van zorg en sociale zekerheid. We moeten echter niet veranderingen rechtlijnig doortrekken om vervolgens terug te schrikken voor knelpunten die schrikbarende proporties kunnen aannemen. Troost u dan met de gedachte van vader Cats: ‘De mens lijdt vaak het meest aan het lijden dat hij vreest, maar dat niet op komt dagen’.”

“Ga niet wachten tot anderen de vragen en knelpunten oplossen, maar tracht al experimenterend nieuwe wegen te vinden”, raadt Donner aan. “Houd steeds voor ogen: zet u in om mensen tot hun recht te laten komen in een samenleving waarin ieder mens steun van de medemens nodig heeft om tot zijn recht te komen. De overheid kan dat ondersteunen, maar kan niet de plaats innemen van de ander.” Dan zullen we snel ontdekken dat ‘ieder het zijne geven’ veel interessanter is dan ‘ieder het gelijke geven’. Maar ook aanzienlijk moeilijker.

Over Piet Hein Donner

Mr. J.P. H. Donner is sinds 1 februari 2012 vice-president van de Raad van State. De Raad van State bestaat uit leden, staatsraden en staatsraden in buitengewone dienst. Dat zijn er momenteel ongeveer 70. De organisatie bestaat daarnaast uit ongeveer 630 medewerkers, onder wie 325 juristen. De vice-president heeft de dagelijkse leiding over het college en de organisatie van de Raad.

Lees verder

Bekijk de toespraak van Piet Hein Donner

Toespraak de heer mr. J.P.H. Donner

Toespraak van de heer mr. J.P.H. Donner, vice-president Raad van State, op 2 juni 2016 in De Doelen te Rotterdam.

Screenshot toespraak Donner

Download deze bijlage

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Grenzen verleggen door durven, doen en doorzetten

Alexander Rinnooy Kan

Dat de grenzen van decentralisaties nog behoorlijk ver liggen, schetst Alexander Rinnooy Kan, Eerste Kamerlid voor D66 en hoogleraar economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam, in zijn betoog ‘Durven, doen en doorzetten’.

Alexander Rinnooy Kan“We zijn nog lang niet klaar met decentralisaties. Er ligt nog een groot terrein van mogelijkheden,” stelt Rinnooy Kan. Onderwijs, gezondheidszorg en duurzaamheid zijn bij uitstek voorbeelden waar verschillende regio’s verschillende eisen stellen. “Elke regio biedt andere kansen en vraagt een andere aanpak.”

Het gevolg van decentralisaties is dat er verschillen ontstaan. “Dat is niet verkeerd”, stelt de hoogleraar het publiek gerust, dat hij ‘de frontlinie van de decentralisaties’ noemt. “Van verschillen worden politieke discussies alleen maar interessanter. Die leiden tot Kamervragen en vervolgens tot initiatieven. Er ontstaan randvoorwaarden waardoor verschillen weer verdwijnen. Dit is een cyclus waarin we vaak beland zijn. Het vraagt zelfbeheersing van Den Haag om niet opnieuw in deze cyclus te vervallen.”

Rinnooy Kan gelooft in verdere decentralisatie. “Financieel gezien is degene die bepaalt degene die betaalt. Gemeenten moeten de ruimte krijgen om de belastingheffing meer zelf te bepalen afhankelijk van wat ze aan de eigen burgers willen bieden. Het begint met een plan op gemeentelijk niveau.” Daarmee doelt hij niet op verhoging van de belasting. Integendeel, hij pleit eerder voor verlaging door specifiekere toepassing van de belastinggelden.

Duizend bloemen laten bloeien

Door de decentralisaties is de organisatie gaan ‘wrikken en rammelen’ op de onderste verdieping in het Huis van Thorbecke. “Sommige gemeenten hebben hulp nodig door de ontstane schaalvergroting. Daar zijn samenwerkingsverbanden uit ontstaan.” Hij pleit ervoor om het niet langer over blauwdrukken te hebben, maar ‘duizend bloemen te laten bloeien’.

Wel meent hij dat een regio van voldoende omvang moet zijn om de taken goed aan te kunnen en uit te voeren. “Soms zal een gedecentraliseerde regio een gemeente zijn en soms een provincie. Aan beide niveaus is behoefte.”

Daarmee is het ‘bestuurlijk paradijs’ nog niet in zicht, meent Rinnooy Kan. “Een regio kan te groot zijn voor betrokkenheid van de burger of te klein voor herkenbaarheid.” Brabant en Limburg zijn voorbeelden van een provincie met een sterke eigen identiteit. Zo’n provincie moet dat in haar totaliteit blijven uitdragen.

Een regio moet alle vrijheid hebben om zelf te delegeren, haar eigen democratie op te tuigen. Rinnooy Kan moedigt het publiek aan vooral met elkaar in gesprek te gaan en tot compromissen te komen. “Zo gaat het al eeuwenlang. Deze route is buitengewoon kansrijk. Als we zo verder gaan, zitten we op de lijn van durven, doen en doorzetten.”

Over Alexander Rinnooy Kan

Alexander Rinnoy Kan is al meer dan 25 jaar lid van D66 en sinds juni 2015 lid van de D66-fractie in de Eerste Kamer. Daarnaast is hij voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de Eerste Kamer en houdt zich verder onder meer bezig met financieel-economische zaken.

Lees verder

Bekijk de toespraak van Alexander Rinnooy Kan

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Doendenkend de weg naar transitie inslaan

Derk Loorbach

Zoals het een echte Rotterdammer betaamt, stroopt Derk Loorbach, directeur Drift en hoogleraar sociaal economische transities aan de Erasmus Universiteit, de mouwen op om het te hebben over ‘doendenken als transitiestrategie’.

Hoe fundamenteel is de verandering waarin we zitten? Hoe kijken we naar die veranderingen? En hoe staat die in verhouding tot de praktijk? Zomaar een paar vragen die Loorbach stelt. “Het idee van transities is niet nieuw. Integendeel, al honderden historische transities zijn geanalyseerd.

Onder transities verstaat de hoogleraar fundamentele veranderingen in complexe systemen die een bepaald patroon volgen.

Loorbach: “Kenmerkend is dat grootschalige veranderingen in maatschappelijke stelsels geen processen van geleidelijkheid zijn geweest. Ze zijn altijd omstreden, gaan gepaard met spanningen en machtswisselingen, duren lang en zijn onduidelijk qua richting. Ook zijn er altijd partijen die wat te verliezen hebben, dus de weerstand is dan ook vaak groot tegen de veranderingen.”

De weg van transitie is er vaak een met hang naar verandering, maar wel met de rem erop. “Een historisch slechte strategie”, concludeert Loorbach. “Er is angst voor chaos, maar die kan ook als bevrijdingsbeweging worden ervaren. Transitie leidt tot een ongemakkelijke periode waarin nog geen nieuwe zekerheden zijn. Effectief inspelen op transities vraagt om nieuwe vormen van organisatie, reflexiviteit en experiment.”

Op diverse maatschappelijke domeinen ziet de wetenschapper een worsteling met de decentralisaties. “Gemeenten neigen naar een oude manier van denken.” Hij pleit ervoor de transitie als een ‘enorme experimenteerruimte’ te zien. “Dat valt of staat bij goed leiderschap. Biedt diegene weerstand aan het verder doorgaan op de oude weg?”

Loorbachs opdracht aan het publiek luidt niet voor niets: “Gebruik de experimenteerruimte, de transitiearena. Breng geselecteerd mensen bij elkaar om samen te reflecteren op die lange lijn, zodat het helpt om met meer visie en meer kritische massa te experimenteren. Niet om een bypass te creëren, maar om de bestaande organisatie te voeden.” Hij roept op tot ‘doendenken’:  probeer nieuwe dingen in de praktijk uit en leg voor jezelf uit waarom je het zo doet. Kom in beweging!”

Over Derk Loorbach

Prof. Dr. Derk Loorbach is directeur van DRIFT en hoogleraar Sociaal-economische Transities aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Loorbach is een van de oprichters van de transitieaanpak als nieuwe vorm van governance voor duurzame ontwikkeling. Hij schreef meer dan honderd publicaties op dit gebied en is betrokken geweest als onderzoeker in tal van transitieprocessen bij de overheid, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de wetenschap. Hij is een veelgevraagd spreker in en buiten Europa.

Presentatie Derk Loorbach

Screenshot presentatie Derk Loorbach

Download deze bijlage

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Transformatie: nog een wereld te winnen

Stand van het land met Martin van Rijn en Bernard ter Haar

Dagvoorzitter Lars Sørensen bespreekt ‘de stand van het land’ met Martin van Rijn, staatssecretaris van VWS en Bernard ter Haar, directeur-generaal Participatie en Inkomenswaarborg bij het ministerie van SZW. “De decentralisaties zijn nog niet af. Er valt nog genoeg te optimaliseren.”

De dagvoorzitter trapt het ‘keukentafelgesprek’ af met een cynische vraag uit het publiek: Wat is transformeren meer dan dingen afschaffen zoals de hulp in de huishouding? De staatssecretaris meent dat sommige problemen zeker kunnen worden opgelost door rekening te houden met persoonlijke omstandigheden van mensen. “Dichter bij mensen organiseren gaat nu beter.”

Ter Haar vult aan: “De transformatie geeft ruimte om verbindingen te leggen die nog niet mogelijk waren. We moeten kijken naar wat mensen nodig hebben om maximaal te kunnen participeren. Niet vanuit tien of twintig verschillende hokjes, maar we moeten bekijken waar we muurtjes kunnen afschaffen. “

Martin van RijnZijn de budgetten door de transitie minder toegankelijk? Dat erkent Van Rijn. “Laten we wel een paar jaar vooruitkijken. Dan hebben we een samenleving met meer oude mensen en een zorgvraag die misschien wel twee keer zo sterk is als nu. Ik wil dat als je oud wordt of beperkingen hebt, je kunt rekenen op de zorg die je nodig hebt. Ik wil niet dat de zorg alleen toegankelijk is voor diegenen die een dikke portemonnee hebben. Transformatie zorgt voor maatwerk en een efficiëntere organisatie.”

Is de publieke opinie te negatief over de decentralisaties? “We zijn een klagend volkje”, vindt Van Rijn. “Ik begrijp wel dat we bij een verandering niet alleen kijken naar wat er goed gaat, maar ook  naar wat er fout gaat. De bejegening is cruciaal. Wordt er werkelijk gekeken naar wat mensen nodig hebben? Ik kan me voorstellen dat mensen bij wie er zorg afgaat, dat niet fantastisch vinden. Maar mensen die voor de eerste keer een beroep op de zorg doen, zijn blij dat er zo naar hun persoonlijke situatie gekeken wordt.”

Optimaliseren

Een deelnemer vraagt: “Wat had anders gekund met de wijsheid van nu?” Ter Haar: “Ik zie de decentralisaties zelf nog niet als af. Er valt nog genoeg te optimaliseren en er zijn nog muurtjes weg te halen. In plaats van nu al zeggen wat er fout gegaan is, kunnen we beter kijken naar wat er nog voor ons ligt.” De staatssecretaris vult aan: “Ik denk dat er nog een tandje aan de bejegeningskant bij kan. De departementen kunnen ook nog kijken naar hoe gemeenten meer vrijheid kunnen krijgen. Ik denk dat we nog een wereld te winnen hebben.”

“Wanneer krijgen gemeenten de taken van UWV?”, klinkt uit de zaal. “Ik denk dat gemeenten de komende jaren hun handen vol hebben aan de doelgroepen die ze nu hebben”, meent Ter Haar. “Overhevelen is de komende periode niet verstandig, nog los van de vraag of werkloosheid beter centraal of decentraal te organiseren is. UWV en gemeenten kunnen elkaar tegenkomen in de arbeidsmarktregio’s. Het zit meer in de samenwerking dan in plannen voor een overdracht.”

Tot slot: wat wensen Van Rijn en Ter Haar gemeenten toe? Van Rijn: “Ik denk dat de overdracht van taken ook de verhouding tussen Rijk en gemeenten moet veranderen. Het Rijk moet zich er niet van distantiëren en blijven volgen hoe gemeenten het doen.” Ter Haar: “Ik hoop dat gemeenten het gevoel hebben dat ze met vragen naar ons toe komen.”

Bernard ter Haar, René Paas en Ruth Peetoom
Bernard ter Haar in gesprek met René Paas en Ruth Peetoom

Over Martin van Rijn

Martin van Rijn begon zijn loopbaan in 1980 bij het ministerie van VROM. Hij heeft daar diverse beleids- en directiefuncties binnen het directoraat-generaal Volkshuisvesting, zoals hoofd Stafbureau, hoofd afdeling Inspectie Woningcorporaties en directeur Financiën, Strategie en Control. Vanaf 1995 werd hij er plaatsvervangend directeur-generaal, onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het grote stedenbeleid en het beleid ten aanzien van de sociale huursector.  

Lees verder

Over Bernard ter Haar

Bernard ter Haar is directeur-generaal sociale zekerheid en integratie op het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voormalig directeur Financiële Markten en plaatsvervangend thesaurier-generaal op het ministerie van Financiën.

Lees verder

Bekijk het 'keukentafelgesprek' met Martin van Rijn en Bernard ter Haar

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

‘Breng de zorg naar de buurt’

Jos de Blok

Hoe kan het normale leven zo lang mogelijk door gaan en hoe kan de zorg daar zo goed mogelijk op worden aangesloten? Jos de Blok, directeur van Buurtzorg Nederland, heeft daar wel antwoord op. Niet voor niets is zijn bedrijf beoordeeld met een 9 voor cliënttevredenheid, een 9 voor medewerkerstevredenheid en is hij vijf keer uitgroepen tot beste werkgever van Nederland.

Jos de Blok

“Ik heb bezwaar tegen verpleeghuizen en vind dat de zorgfaciliteiten naar de wijk moeten”, stelt De Blok die 11.000 locaties van Buurtzorg in Nederland leidt met 13.000 medewerkers. “In elk contact zit een kans om iemand verder te helpen, maar ook een dreiging dat je iemand afhankelijk maakt.” De Blok ziet dat op grote schaal in het land en keert zich tegen een managementstructuur en de huidige keukentafelgesprekken. “Ik heb het idee dat mensen zich steeds strategischer gedragen bij een keukentafelgesprek uit angst dat ze iets afgepakt wordt.”

De directeur pleit voor het verplaatsen van medische voorzieningen van het ziekenhuis naar de wijk, zodat mensen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven. Geen beleids- en kwaliteitsplannen die centraal staan, maar vertrouwen in de kunde van zorgverleners. “De inspectie gaf ons onlangs de hoogste scores. Zij waren ook verbaasd. Ze verwachtten een ongeregelde boel, maar werden verrast door de discipline die er was.”

Positief over de decentralisaties is De Blok niet. “Bestaande instituties worden afgebroken. Ik zie een groot verschil tussen de belangen van de organisatie en die van professionals. Die van professionals zouden naar voren moeten worden gehaald. Ik vind de decentralisaties te bestuurskundig ingevlogen. Wijkteams zijn te veel een structuuroplossing en er is te weinig aandacht voor vakmanschap.” De Blok roept ambtenaren met lef op. “Dat leidt tot doorbraak van projecten en mensen die zelf meer initiatieven nemen. Ik adviseer: houd de zorg eenvoudig en zorg vooral voor kennisuitwisseling.”

Over Jos de Blok

Jos de Blok is directeur Buurtzorg Nederland. Het concept van Buurtzorg lijkt op het oude systeem van wijkverpleging, maar is in 2007 opnieuw in een eigentijdse vorm opgezet. Buurtzorg is een thuiszorgorganisatie die met kleine teams, bestaande uit (wijk)verpleegkundigen en wijkziekenverzorgenden zorg thuis levert. Het bedrijf heeft geen andere managers dan de beide oprichters Jos de Blok en zijn vrouw. Er zijn buurtzorgteams in heel Nederland actief. Deze teams dragen zélf de totale verantwoordelijkheid voor hun cliënten. Buurtzorg werkt zonder managers. Er zijn alleen enkele regiocoaches en er is een geavanceerd IT-systeem.

Lees verder

Bekijk de toespraak van Jos de Blok

Presentatie Jos de Blok

Screenshot presentatie Jos de Blok

Download deze bijlage

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

‘Wie mensen vertrouwen wil geven, moet dichterbij’

René Paas

“Het televisieprogramma Nederland van boven was geweldig”, begint René Paas, oud-voorzitter van Divosa, zijn afscheidsspeech. Het tv-programma bood vanuit de lucht een verrassend perspectief op Nederland. “Soms moet je afstand nemen om te zien hoe het echt is.”

René PaasOm te zien hoe het echt is zijn er feiten. Bijvoorbeeld dat Nederland één van de welvarendste, gezondste, gelukkigste landen van de wereld is. We slapen zelfs het beste van de hele wereld. Daar hebben we volgens de huidige commissaris van de Koning ook genoeg reden toe: “Natuurlijk hebben we problemen, maar er zijn weinig landen in de wereld waarmee je op goede gronden zou willen ruilen.”

Er zijn echter ook feiten van een sterk vergrijzend Nederland waarin steeds meer behoefte is aan zorg. Er zijn stijgende sociale uitgaven en een economische crisis waarvan we tergend langzaam herstellen, somt Paas op. “Wie nu lang zonder werk zit, krijgt niet vanzelf een baan. Voor sommigen is dit zelfs nooit weggelegd.”

“Steeds meer mensen in Nederland maken zich zorgen en realiseren zich dat ze hun werk kwijt kunnen raken of in de schulden kunnen komen. Uit eigen ervaring of die van hun omgeving weten ze dat de overheid hen waarschijnlijk niet helpt.”

Paas heeft lange tijd gedacht dat dat vooral denkbeelden waren van laag opgeleide Nederlanders. “Maar uit onderzoek van het SCP bleek dat de opvattingen van lager- en middelbaar opgeleide Nederlanders op elkaar lijken. De meeste Nederlanders vinden niet dat het de goede kant op gaat met Nederland. De hoogopgeleide mensen vormen ongeveer een derde van de samenleving en zijn de uitzondering.”

Hoe krijgen wij het vertrouwen van de burger? Paas geeft het antwoord zelf: “Vertrouwen geef je door te doen. Daarvoor moeten we dichterbij komen. We kunnen Nederland niet uitsluitend ‘van boven’ bekijken, dan krijgen we niets voor elkaar.”

Paas geeft een voorbeeld: “Het Nederland van boven bevat schuldhulp voor iedereen die in de schulden zit. Het Nederland van dichtbij telt echter enorm veel gezinnen met onbeheersbare schulden. Maar in elk van die gezinnen kan een ambtenaar een wereld van verschil maken als hij doortastend en verstandig handelt.”

Het Nederland van boven is mooi en biedt overzicht, maar het echte Nederland wordt van dichtbij beleefd, zegt Paas. Dat wordt gemaakt door echte mensen, door uitvoerders die het verschil maken. “Wie mensen zekerheid wil bieden en vertrouwen wil geven, moet dichterbij.”

De sociale zekerheid is in de afgelopen zeven jaar niet eenvoudiger geworden, betreurt de oud-voorzitter. Wel socialer. “Ik ontdekte hoe graag wij elkaar inspireren in het beter worden in ons vak. Ik heb samengewerkt met mensen met het hart op de goede plaats, die loyaal zijn aan de publieke zaak en mensen die het nodig hebben. Daarmee heeft Divosa de sleutel in handen.”

Over René Paas

René Paas (1966) was van 2009 tot medio april 2016 voorzitter van Divosa. Op 20 april 2016 is René Paas geïnstalleerd als Commissaris van de Koning in Groningen. René Paas is getrouwd en vader van drie kinderen.

Lees verder

Bekijk de toespraak van René Paas

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Train je brain voor succes

Margriet Sitskoorn

Hoe word je succesvol? Margriet Sitskoorn, hoogleraar Klinische Neuropsychologie aan de Universiteit van Tilburg, weet precies wat daarvoor nodig is. De prefrontale cortex speelt daarin een cruciale rol. Gelukkig kunnen we die trainen.

Margriet SitskoornDe wereld verandert voortdurend, wordt complexer en er is meer onzekerheid. Internet en de constante stroom aan informatie zijn daarin belangrijke oorzaken. Sitskoorn spreekt van de VUCA-wereld: volatility, uncertainty, complexity en ambiguity beschrijven de tijd waarin we moeten overleven.

Er is onderzoek gedaan naar welke vaardigheden we nodig hebben om in deze wereld succesvol te zijn, de zogeheten executieve vaardigheden. Dat zijn onder meer: het kunnen richten van aandacht, het gebruiken van je werkgeheugen en het kunnen onderdrukken van ongewenst gedrag.

Ook zijn er bepaalde eigenschappen gerelateerd aan succes: zelfcontrole, energie, dankbaarheid, nieuwsgierigheid, spiritueel zijn, gevoel voor humor… “Heb je ze allemaal, dan kan het niet meer stuk”, lacht Sitskoorn, maar ze vervolgt: “Mensen die deze vaardigheden minder ontwikkeld hebben, redden het moeilijk in de wereld waarin we nu leven.”

“Het bijzondere is dat al deze executieve vaardigheden – dus alles wat je nodig hebt voor succes – gekoppeld zijn aan één onderdeel van de hersenen, het jongste: de prefrontale hersenschors”, vertelt de hoogleraar.

Onze hersenen slaan herhaalde ervaringen op als wetmatigheid en geven daarop een automatische reactie. “Ziet u suiker, dan wilt u eten, omdat de hersenen zeggen: dit is lekker”, legt Sitskoorn uit. “De kunst is om rust te nemen en een niet-automatische respons te geven op ‘stimuli’.” Ze erkent: “Dat is niet altijd makkelijk. In onze hersenen zitten structuren op basis van pijn en genot die ontwikkeld zijn in vroegere tijden van schaarste. Deze zetten ons nog steeds aan tot bepaald gedrag.”

Gelukkig houdt de prefrontale cortex ons tegen. Hoe ontwikkel je die? Sitskoorn onderscheidt vier cruciale factoren:­

  1. Enriched environment. “Je moet je hersenen telkens voorzien van nieuwe, betekenisvolle informatie. Dat betekent dus niet: elke dag een nieuw dossier verwerken. Doe eens iets nieuws waardoor je gemotiveerd wordt! Dan krijg je er nieuwe hersenstructuren bij.”
  2. Flow-focus training. “Mindfulness is goed voor je hersenen. Dat betekent: ontspannen zijn, maar wel alle informatie tot je nemen en daarnaar handelen. Er is aangetoond dat twee dingen tegelijk doen, ‘multitasken’, leidt tot mindere aandacht. Wanneer je je niet meer kunt focussen op één bron, dan zal je werk per direct kwalitatief achteruitgaan. Dus oefen je om je aandacht te richten, dan word je cognitief flexibeler en reageer je sneller op fouten zonder stress.”
  3. Fixed sleep pattern. “Als je ook maar een nacht te weinig slaapt, heeft dat meteen negatieve gevolgen voor je prefrontale cortex. Slaap is nodig o om bijvoorbeeld informatie over te brengen van het korte- naar het langetermijngeheugen. Behalve ’s nachts goed slapen draagt een siësta zo’n drie tot vier keer per week er ook aan bij. Maar niet langer dan 10 – 20 minuten.”
  4. Exercise. “Beweging is ook ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van je prefrontale cortex. Ga eens lopend vergaderen of draag een stappenteller. Eigenlijk heb je iedere dag kracht- en duurtraining nodig. Doe het minimaal drie keer per week.”

Sitskoorn sluit af: “Connect today with tomorrow. Bedenk: als ik dit vandaag doe, levert dit me later meer op. Je kunt trainen om de eerder genoemde executieve vaardigheden te ontwikkelen. Er is één maar: je moet het zelf doen.”

Over Margriet Sitskoorn

Prof.dr. Margriet Sitskoorn studeerde in jaren ’80 psychologie in Tilburg, met als specialisatie neuropsychologie. Zij promoveerde aan de Universiteit van Nijmegen binnen de ontwikkelingspsychologie. Ze volgde een vervolgopleiding in de klinische neuropsychologie aan het Henry Ford Hospital in Detroit, Verenigde Staten. Zij is BIG-geregistreerd klinisch neuropsycholoog.

Lees verder

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Maatschappelijk ongenoegen verklaard

Cok Vrooman

De maatschappelijke segmentatie neemt toe, net als het ongenoegen. Doorgaan met dit beleid is geen optie. Dat is de strekking van het betoog van Cok Vrooman, hoofd Arbeid en Publieke Voorzieningen bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Cok Vrooman“Ontving Drees nog een tabaksbon van een dankbare burger, nu krijgen onze bewindslieden vooral klachten en erger. Die schrille toon, die ontevreden burger, wat is daarvan toch de oorzaak? En wat betekent dit voor de samenleving en voor het beleid?” Vrooman onderzocht dit en geeft een waarschuwing voor de toekomst.

Die tabaksbon kreeg Drees bij de feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van de Noodwet ouderdomsvoorziening. Drees verdiende volgens de aanwezige oude van dagen “een stoel in de hemel”. Vrooman vroeg het ministerie of ze tegenwoordig nog weleens van dat soort bedankbrieven krijgen. Men gokte zo’n stuk of twee de afgelopen jaren.

Daartegenover staan dozen vol klachtbrieven. Vrooman las ze allemaal. Hij concludeert: “De burger van nu heeft verwachtingen van de overheid die niet waar worden gemaakt.” Mogelijk spelen veranderingen in de sociale wetten daarbij een rol. Om dat te onderzoeken analyseerde hij CBS-gegevens over sociale zekerheid en arbeid van de afgelopen 30 jaar.

Wat blijkt: in deze periode zijn zekerheden in sociale uitkeringen en arbeidsbescherming afgenomen. De inkomensbescherming door de bijstand laat in de trend duidelijke breekpunten zien daar waar regelgeving wordt aangescherpt. Vrooman somt op: “Rechten van jongeren worden beperkt, normen worden verlaagd (voordeurdelers, kostendelersnorm), arbeidsverplichtingen worden aangescherpt.”

De inkomensbescherming van alle sociale wetten is voor de leeftijdsgroep 18-65 jaar met 34% afgenomen. Ook de werkzekerheid zoals ontslagrecht is minder geworden. Dat geldt zeker voor mensen met tijdelijk en uitzendwerk, maar ook voor mensen in loondienst.

Sociale segmentatie

Deze negatieve ontwikkelingen raken veel mensen direct in hun bestaan. Volgens Vrooman heeft dat geleid tot sociale segmentatie in zes groepen met elk eigen sociaal economische kenmerken en opvattingen. Die groepen heeft hij geclassificeerd naar mate van maatschappelijk ongenoegen. De gevestigde bovenlaag, met veel zekerheden en weinig ongenoegen heeft; de jonge kansrijken en de werkende middengroepen die wat betreft ongenoegen onder het landelijke gemiddelde zitten.

Vervolgens de comfortabel gepensioneerden, die onzeker zijn geworden over de toekomst van hun pensioen, de onzekere werkenden, die niet weten of ze morgen hun baan nog hebben en het precariaat met de hoogste scores van maatschappelijk ongenoegen. Bij deze twee laatste groepen geldt dat opvallend genoeg alleen voor ‘autochtonen’, omdat immigranten veel minder ongenoegens hebben.

Vrooman laat in grafieken zien hoe deze segmentatie verschilt per arbeidsmarktregio en gemeente. Dat zijn weer aanknopingspunten voor beleid.

Participatie-inkomen

“Maatschappelijke tegenstellingen en ongenoegen verdwijnen niet vanzelf. Zeker niet als je ziet dat de werkloosheid, met name onder laaggeschoolden gaat stijgen, de inkomensverschillen groter worden en de armoede toeneemt”, waarschuwt  Vrooman. “Als we doorgaan met het beleid wat we voeren (steeds minder rechten), nemen sociale tegenstellingen en maatschappelijk ongenoegen alleen maar toe.” Hij roept op om na te denken over een voorwaardelijk participatie-inkomen dat afhankelijk is van de bijdrage die iemand levert aan de samenleving, in welke vorm dan ook.

Over Cok Vrooman

Cok Vrooman is hoofd onderzoeksector Arbeid en Publieke Voorzieningen Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en bijzonder hoogleraar Sociale Zekerheid en Participatie Universiteit Utrecht. Zijn oratie is getiteld: Meedoen in onzekerheid. Verwachtingen rond participatie en protectie.

Lees verder

Bekijk de toespraak van Cok Vrooman

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Arbeid: medicijn voor een goede gezondheid

Lex Burdorf

Is werk nu gezond of niet? Via een periodieke gezondheidsenquête zag Les Burdorf, hoogleraar determinanten van Volksgezondheid bij het Erasmus Medisch Centrum, dat 10% van de werkenden zichzelf ongezond vond. Onder arbeidsongeschikten was dat 70%. Tegelijk beoordeelde 30% van de arbeidsongeschikten zichzelf als goed gezond. Hoe kun je arbeidsongeschikt zijn en je prima gezond voelen? Tijd voor nader onderzoek.

Lex BurdorfBurdorf zette een onderzoek uit onder de G4 naar de relatie tussen arbeid en mentale en fysieke gezondheid. Uitkomst: oorzaak nummer één van depressiviteit is: heb je werk of niet. De tweede oorzaak is armoede.

Volgens de hoogleraar zijn er twee parallelle verbanden die dit verklaren: “De eerste is: gezondheid is een voorwaarde om te kunnen werken; op de arbeidsmarkt word je geselecteerd op gezondheid; dus werken er meer gezonde dan ongezonde mensen. En twee: werk beïnvloedt gezondheid positief.”

In een ander onderzoek volgde Burdorf een groep mensen gedurende tien jaar. Daarin bleek weer een sterk verband tussen werk en (ervaren) gezondheid. “Start je op de arbeidsmarkt met een slechte gezondheid, dan is de kans op werkloosheid of vervroegde uittreding twee keer zo groot als wanneer je gezond bent. En: hoe lager het inkomen, des te groter de kans op werkloosheid en een slechte gezondheid.”

Mensen komen zo in een vicieuze cirkel terecht: ongezondheid belemmert het vinden van werk, ze geven zichzelf minder kans en zoeken daarom ook minder, dus vinden ze ook niet zo gauw werk, waardoor ze zich weer ongezonder gaan voelen, etc.

Vitamientje

“Het beste is dus dat ongezonde mensen zo snel als mogelijk re-integreren in het arbeidsproces”, meent Burdorf. Maar dit is nu net wat er niet gebeurt. Bij gemeenten wordt altijd gepraat over laaghangend fruit: de mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt het eerst begeleiden. Maar dat is net zoiets als dat de dokter zegt: ik ga vooral gezonde mensen behandelen. Niet doen dus.

Een effectieve re-integratie gaat om een goede timing en keuze van de doelgroep. Daarnaast is een gecombineerde werkgevers-werknemersgerichte aanpak cruciaal. Die is bij gemeenten vaak verdeeld over diverse afdelingen. Ten slotte schuilt het succes in consistentie en continuïteit van de aanpak. Niet direct resultaten willen zien, maar kleine stapjes. Ook een leerpunt voor gemeenten.

Op basis van deze inzichten heeft Burdorf Fit4work ontwikkeld: een aanpak voor re-integratie van mensen met psychische klachten. Daar is een experiment mee uitgevoerd in de G4. De mentale gezondheid van de deelnemers verbeterde. Bovendien was van degenen die een baan vonden de fysieke gezondheid verbeterd en waren de zelfwaardering en het geluk toegenomen. “Werk werkt dus als een vitamientje”, aldus Burdorf.

Hij doet een oproep aan de zaal: “Besteed meer aandacht aan de factor gezondheid bij arbeid en re-integratie. Let op: de kwaliteit van de uitvoering is daarbij doorslaggevend. Onderzoek en experimenteer: pas dan weet je zeker hoe het zit.”

Over Lex Burdorf

Lex Burdorf is hoogleraar determinanten van Volksgezondheid Erasmus Medisch Centrum. Hij doet onderzoek naar sociale determinanten van gezondheid, en determinanten van gezondheid gerelateerd aan gedrag en arbeid.

Lees verder

Bekijk de toespraak van Lex Burdorf

Presentatie Lex Burdorf

Screenshot presentatie Lex Burdorf

Download deze bijlage

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

“Mens en computer samen zijn onverslaanbaar”

Monique Kremer

“Onderzoeken voorspellen dat binnen 10 jaar 47% van het werk overgenomen is door robots”, vertelt Monique Kremer, hoogleraar Actief Burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. Deze dreiging is volgens haar onterecht.

Monique Kremer‘Robots gaan onze banen afpakken’ was de aanleiding voor Kremers onderzoek vanuit de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. “Het is belangrijk om een baan te zien als een bundel van taken”, zegt Kremer. “Waar een baan vroeger nog uit twee taken bestond, zijn dat er nu vaak al zeven – en die veranderen ook nog. Die veranderingen binnen banen zijn groter dan dat er banen verdwijnen.”

We kunnen deze ontwikkelingen wel zien aankomen. Kremer: “De banen die over 20 jaar niet meer bestaan kun je nu al zien veranderen. In Nederland gaat het dan om 10%. Er gebeurt veel, maar we hebben er ook nog iets over te zeggen. De technologie overkomt ons niet. En niet alles is robotiseerbaar.”

Hoe passen we robotisering toe zodat die goed is voor ons werk? Volgens Kremer moeten we niet inzetten op het vervangen van mensen (substitutie), maar op technologie die bijdraagt aan het werk van mensen (complementariteit). “We moeten bijvoorbeeld niet de thuiszorg gaan vervangen, maar technologie ontwikkelen die het werk van thuiszorgmedewerkers helpt.”

“Mens en computer samen zijn onverslaanbaar”, vindt de hoogleraar. “Daarvan moeten we gebruik maken.” Ze roept op om te investeren in robots. “Nederland heeft de minste robots in vergelijking met andere landen. Vooral in zorg en onderwijs kunnen we hier veel meer gebruik van maken. Maar ontwikkel robots wel in samenwerking met degenen die er mee moeten werken.”

Haar tweede advies: “Bedenk hoe je jonge mensen kunt voorbereiden op gebruik van robots. Een robot kan veel, maar ook heel veel niet: hij heeft geen empathie of creativiteit. Onderschat mensen niet en denk na over de vraag: wat vind je dat mensen moeten kunnen doen? Wij moeten robots de baas blijven.”

Wat gebeurt er met mensen waarvan veel banen worden overgenomen, zoals in het middensegment? Een basisinkomen is volgens Kremer geen oplossing.  “Werk zal niet in die mate verdwijnen”, voorspelt ze. “We moeten investeren in meer banen en specifieke scholingstrajecten, zodat iedereen mee kan komen.”

Over Monique Kremer

Monique Kremer studeerde Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en Social Policy aan de University of Sussex, Verenigd Koninkrijk. Zij is als onderzoeker verbonden geweest aan het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde op het proefschrift How Welfare States Care: Culture, Gender and Parenting in Europe (Amsterdam University Press 2007).

Lees verder

Bekijk de toespraak van Monique Kremer

Presentatie Monique Kremer

Screenshot presentatie Monique Kremer

Download deze bijlage

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Presentaties downloaden

Hieronder vindt u een overzicht van de presentaties.

Presentaties van de workshops

4. Presentatie Rotterdams talent; jong en oud op weg naar werk (pdf, 251 kB)

5. Presentatie Stadsafari Elke jongere telt (pdf, 1 MB)

6. Presentatie Stadsafari Levensvreugde en geluk (pdf, 3,1 MB)

8. Presentatie Gedrag in het sociale domein (pdf, 4 MB)

9. Presentatie Trends op de arbeidsmarkt en de toekomst van sociale verzekeringen (pdf, 1,2 MB)

10. Presentatie Inkoop sociaal domein: Alle belangen tellen; over regie, prikkels en efficiëntie (pdf, 1,4 MB)

12. Presentatie Verbeteren op zijn Rotterdams: dus zonder kapsones (pdf, 820 kB)

13. Presentatie Divosa Benchmark Armoede & Schulden (pdf, 1,7 MB)
13. Presentatie Benchmarking in Arnhem (pdf, 335 kB)
13. Presentatie Management accounting Change en Benchmarking in de Publieke Sector (pdf, 3,2 MB)

15. Presentatie Digitale innovatie voor meer zelfredzaamheid van de burger - Dick Laan (pdf, 1,6 MB)
15. Presentatie Digitale innovatie voor meer zelfredzaamheid van de burger - Donald Wermuth (pdf, 550 MB)

16. Presentatie Gisteren begon de toekomst (pdf, 702 kB)

17. Presentatie Zoek de juridische grenzen op: creatief met bijstand en schulden (pdf, 1,4 MB)

18. Presentatie Visie en intervisie; hoe krijg je de verandering op gang? (pdf, 2 MB)

Presentaties van de plenaire sprekers

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Verslagen keuzeprogramma

Van een aantal workshops/stadssafari's is een verslag gemaakt:

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Workshop Gedragsverandering in het sociaal domein

Het uitgangspunt van de workshop is de documentaire ‘De tegenprestatie’, opgenomen in Rotterdam. Hiermee willen de workshopleiders Eva Frieling en Joynny Buivinga gedrag duiden.

Bekijk de documentaire 2Doc De Tegenprestatie

Kernpunten zijn: gedrag is irrationeel, maar voorspelbaar. Het komt tot stand via automatismen, motieven en weerstand. Door kennis over gedrag in te zetten kun je gedrag (laten) veranderen. De volgende voorbeelden komen aan bod:

  • Reciprociteit: het principe van wederkerigheid: ‘Ik heb alvast een afspraak voor je gepland op een banenmarkt.’ Dit verlaagt de no-show op afspraken.
  • Bij zoeken naar en vinden van werk: focus op de toekomst: ‘Wat ga je de komende 2 weken doen?’
  • Weerstand wegnemen: erken dat bepaalde verplichtingen niet leuk zijn, maar bied vervolgens een keuze: “Wil je de bijeenkomst deze week of volgende week volgen?”
  • Correct doorgeven van informatie. Zorg dat mensen over de juiste informatie beschikken en benader ze op een positieve manier, dan neemt de kans op frauderen af.
Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Workshop Visie en intervisie: hoe krijg je de verandering op gang?

Katja Boerrigter van gemeente Hengelo licht toe hoe haar gemeente heeft gewerkt aan een nieuwe visie om toekomstbestendig te worden. Sociale Zaken en Maatschappelijke Ontwikkeling zijn samengevoegd.

In het traject zijn medewerkers (uitvoerders en beleidsmedewerkers) gevraagd om mee te denken over de nieuwe toekomstvisie. Managers waren hier niet bij betrokken. Een tekenaar heeft uitgebeeld hoe er over de organisatie gedacht werd: veel eilandjes, soms wel met bruggen, maar soms ook niet.

Vervolgens zijn de medewerkers gaan dromen over hoe de toekomst eruit kan zien en ook dit is in een tekening vastgelegd. Daarin wordt zichtbaar: veel meer verbinding tussen de afdelingen, die wel als zodanig herkenbaar zijn en de (leefwereld van de) klant staat meer centraal. Kernbegrippen zijn: eigen kracht, maatwerk, oplossingsgericht, samenwerken (beleid en uitvoering bij elkaar, beleid wordt geformuleerd vanuit de uitvoering en niet andersom), ruimte voor innovatie en verbetering.

Het nieuwe credo voor Hengelo is SAMEN: Sociaal, Ambitieus, Mensgericht, Eensgezind en Naast elkaar. Boerrigter vat de kernpunten als volgt samen: "Heb vertrouwen in medewerkers, spreek als management met één mond en: doen!"

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Stadsafari Social Impact Bonds: wat doen we ermee en wat kunt u ermee?

Met Social Impact Bonds (SIB) kunnen particuliere organisaties en investeerders een maatschappelijke opgave van de overheid overnemen. Wanneer ze dit efficiënter doen, kunnen ze een deel van de besparing ontvangen. In het Verenigd Koninkrijk zijn er bijvoorbeeld gevangenissen in privaat beheer gekomen, waarbij de kosten lager waren en de reclassering effectiever (minder terugval in de criminaliteit). Rotterdam is de eerste gemeente en eigenlijk het eerste overheidsorgaan dat SIB heeft ingezet in Nederland. Tijdens de stadssafari geven Hiske van den Broek van gemeente Rotterdam en Tjalling de Vries van gemeente Enschede met Leo van Loon van Buzinezzclub inzicht in de opzet van SIB in Rotterdam. Van Loon is ondernemer en begeleidt jongeren naar werk of bij het opzetten van een onderneming.

De Buzinezzclub heeft samen met ABN Amro en Startfoundation de uitkeringslast van 84 Rotterdamse jongeren overgenomen. Via een door Ortec ontwikkeld programma blijkt dat deze Rotterdammers gemiddeld 22 maanden een bijstandsuitkering ontvangen. Indien de Buzinezzclub erin slaagt om deze jongeren eerder uit de bijstand te krijgen, ontvangen de investeerders een deel van de bespaarde uitgaven. Bovendien ontvangen ze de verstrekte uitkering terug. Uit eerdere ervaring blijkt dat de Buzinezzclub effectiever is geweest dan zelfs vooraf was ingeschat. De Buzinezzclub werkt nu ook in twee andere steden met dit model.

Niet alleen de successen, maar ook de moeilijke kanten aan dit project komen in de safari aan de orde. Wanneer is iemand nu duurzaam uit de uitkering? Hoe belangrijk is de schaal van een gemeente? Wat komt erbij kijken om je gemeenteraad mee te krijgen? Naast de contracten en een goede manier van meten is de grootste uitdaging voor gemeenten om genoeg mensen aan te leveren voor projecten. Voor ondernemingen als de Buzinezzclub wordt de uitdaging om ook kleinere projecten voor kleinere gemeenten rendabel te maken.

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Stadsafari Levensvreugde en geluk

In hartje Rotterdam, aan de West Kruiskade, bezoeken deelnemers De Leeuwenhoek. Dit is een verzorgingshuis van Humanitas met bewoners van alle nationaliteiten. Er is veel interactie met de buurt en wijkbewoners zijn welkom; individueel en als er belangstelling is ontstaan, ook via inloopgroepen.

De Leeuwenhoek werkt met Eigen Regie Teams (ERT). De medewerkers hebben eigen regie en bewoners doen zoveel mogelijk zelf. Familie en vrienden worden bij de zorg betrokken, daarnaast zijn er honderd vrijwilligers actief. De oudste bewoonster is 104 jaar en houdt nog steeds de regie over haar leven. Ze volgt het nieuws, vaak tot ’s avonds laat en ’s morgens wil ze niet voor 12 uur gestoord worden.

Dat is geen probleem in de Leeuwenhoek, omdat er klantgericht gewerkt wordt vanuit de ‘ja-cultuur’. Onder aanvoering van de vroegere Humanitas-bestuurder Hans Becker werd de ‘ja-cultuur’ een begrip. “Het gaat ons naast verpleging en verzorging vooral om menselijk geluk”, zei Hans Becker altijd. Dat menselijk geluk wordt bevorderd door in principe elke wens en vraag van cliënten te honoreren. Door de toegenomen bureaucratie is niet altijd gemakkelijk om de ja-cultuur in stand te houden. De regels vragen meer administratieve rompslomp en dat neemt tijd van personeel in beslag. Tijd die De Leeuwenhoek liever besteedt aan aandacht, zorg en geluk van de bewoners.

Boven in De Leeuwenhoek is een schildersatelier waar bewoners, die soms nog nooit een kwast vastgehouden hebben, de mooiste schilderijen maken. Het huis en de binnentuin hangen vol met kunst. Veel werken zijn te koop, bij de ingang is een winkeltje waar iedereen even kan binnenlopen.

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Wijksafari Buurtsafari’s Rotterdam

Per fiets op safari in Rotterdam. De deelnemers van deze sessie stappen als eerste af bij Pension Maaszicht waar zo’n 30 daklozen en zwerfjongeren worden opgevangen voor 8 tot 18 maanden. Velen kampen met verslavingsproblemen en psychoses. Projectmanager Sjors Hoppenbrouwers ziet gelukkig kansen voor deze mensen en onderneemt zo gauw mogelijk actie: “Als er een winkel in de buurt opengaat, ga ik er gelijk heen.” De zwerfjongeren, tussen 17 en 23 jaar, maken zelf een zorg- en wensplan. Ze krijgen de opdracht om ‘hun probleem in een doos onder de tafel te stoppen en na een tijd te kijken hoe het ermee gaat’. Ondertussen worden ze aan het werk gezet en daar leren ze van. Ook volgen ze een lesprogramma dat gaat over vaardigheden als timmeren en verven, maar ook over kunst en omgaan met geld. De uitkeringen van de cliënten worden gestort op de rekening van Maaszicht, die er vervolgens voor zorgt dat de cliënten zakgeld krijgen. Hoppenbrouwers: “60% van de jongeren kan terug naar school. 80% van de jongeren die we hebben opgevangen komt later trots terug met een diploma, werk, autootje, vriendin of zelfs een kind.”

Vervolgens springen de deelnemers op de fiets naar Jamila Talai, een Afghaanse vluchtelinge. Na een vlucht van 5 maanden kwam ze met haar man en 4 kinderen terecht in een opvangcentrum in Ommen. Ze is scheikundige en hoorde dat Rotterdam petrochemische industrie bezit. Daarom wilde ze in Rotterdam wonen en ging snel aan de slag met het leren van de taal. Ook heeft een methodiek geschreven voor de opvang van vluchtelingen. Uitgangspunt: eerst je ‘rugzak’ met problemen kwijtraken voordat je werkelijk aan de slag kunt. Talai vindt dat vluchtelingen meer zaken zelf moeten kunnen regelen. “Nederlanders zijn te lief.”

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Workshop Digitale innovatie voor meer zelfredzaamheid van de burger

Hoe kunnen werkzoekenden vanuit de bijstand effectief worden gecoacht door digitale én persoonlijke dienstverlening? Die vraag stond centraal in de workshop van gemeente Enschede, die pilots heeft gedaan binnen het programma DIA (digitale innovatie arbeidsmarkt). Twee aanpakken werden hierin beproefd met verschillende instrumenten. In de ene pilot werd gewerkt met een methode en een app speciaal voor de gemeente ontwikkeld en in de andere pilot werd het digitale instrumentarium van het UWV toegepast voor werkzoekenden in de bijstand. De resultaten van de pilots werden gevolgd door de Universiteit Twente en vergeleken met een controlegroep die op traditionele wijze begeleid werd.

Van deze pilots heeft gemeente Enschede een korte film laten ontwikkelen. Bekijk de film.

De resultaten van de pilots DIA kunt u nalezen in een whitepaper (pdf, 354 kB). Samengevat: in beide pilots is sprake van meetbare, significant hogere participatie én hogere klanttevredenheid. Onder de workshopdeelnemers heerst veel verbazing over het gegeven dat beide groepen niet minder digitaal vaardig blijken te zijn dan de gemiddelde Nederlander.

Verslag Divosa Voorjaarscongres 2016

Workshop Hoe kun je nu echt de aanpak van armoede verbeteren?

Benchmarken: waarom zou je dat doen en hoe doe je dat? Fervente benchmarkers Brahim Ait Mellouk, directeur ISD Kompas, en Dennis Janssen, hoofd Werk en Inkomen Arnhem, gaven antwoord.

Brahim Ait Mellouk, ISD Kompas: “Je wilt je voortdurend verbeteren en de benchmark is daarvoor een instrument. Je moet dat wel met beleid doen omdat je in wezen bezig bent met voortdurende organisatieverandering. Dus: ‘bezint eer ge begint’ is een voorwaarde wil een benchmark als verbeterinstrument kans van slagen hebben. Een goede voorbereiding is het halve werk.”

Je moet volgens Ait Mellouk goed weten waarom je wilt benchmarken. “Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat je je politiek wilt verantwoorden, extra geld wilt hebben, het vakmanschap wilt vergroten of omdat je bezig wilt zijn met het verbeteren van efficiency en effectiviteit. De functie is dan anders en dat betekent iets voor de positionering  binnen de organisatie en de mensen die erbij betrokken zijn. En voor de betekenis van de resultaten.”

“Armoedebestrijding en schuldhulpverlening zijn in Arnhem prioriteit’, stelt Dennis Janssen. “Op dit moment hebben 13.000 huishoudens een Gelrepas en zijn 7000 huishoudens afhankelijk van de bijstand. De kosten voor beschermingsbewind zijn in zes jaar vertienvoudigd. Dus zetten we alles in op een zo groot mogelijk bereik en een efficiënte uitvoering. Dat is nog een zoektocht, vooral ook voor preventie en vroegsignalering. En juist daarom hebben we de benchmark nodig: om te kijken wat ons bereik is van de doelgroep en hoe wij het doen ten opzichte van anderen, of we daarvan kunnen leren.”

Arnhem werkt al langer met de benchmark Werk en Inkomen. “Die staat iedere maand bij het MT op de agenda. We hebben kritische prestatie-indicatoren benoemd en we kijken hoe die ervoor staan. We vergelijken ons dan met andere gemeenten en zoeken die op als we denken dat die het beter doen. Zo gaan we binnenkort met Apeldoorn en Almere rond de tafel om aan de hand van de benchmark te kijken waar we kunnen verbeteren.”

 

Colofon

Divosa

Koningin Wilhelminalaan 5 | 3527 LA Utrecht
Postbus 2758 | 3500 GT Utrecht
030 - 233 23 37
info@divosa.nl
www.divosa.nl

Tekstredactie

Chrisje Meima (Divosa)
Yvette Bommeljé (Divosa)
Evelien Engele

Fotografie

Jos Stuart (Divosa)

Contentmanagement

Saskia Schrijver (Divosa)

Versie

2 juni 2016