In deze rubriek gaan Martine van Ommeren en Suzanne de Visser van Simpel Switchen in op een technisch onderdeel van een overgang in de participatieketen. Deze keer het betaalmoment van de uitkering. Wat zijn de voor- en nadelen van het vroeg of laat uitbetalen van de uitkering en hoe zit het met ‘veegruns’?

Wat is een gunstig moment in de maand om uitkeringen uit te betalen?

Martine: Iedere gemeente kiest zelf op welke datum de uitkeringen worden betaald. Daar kan best wat variatie in zitten: soms is het al halverwege de lopende maand (dan wordt de uitkering van september al rond 15 september betaald), soms pas halverwege de vólgende maand (dan wordt de uitkering van september pas rond 15 oktober betaald). Hoe later de uitkering wordt uitbetaald hoe gunstiger dit is voor de inkomstenverrekening. Stel dat je pas op de vijftiende van de maand je uitkering krijgt over de maand daarvoor, dan is de kans groter dat parttimers de tijd hebben gehad om de loonstrook in te leveren bij de gemeente, zodat de administratie kan zorgen dat direct de juiste uitkering klaarstaat.

Suzanne: Voor parttimers is het dus gunstig als de uitkering laat wordt uitbetaald omdat er dan genoeg tijd is je loonstrook te verwerken. Je krijgt hierdoor meer stabiliteit in je inkomen. Tegelijkertijd is het ook gewoon zo dat vaste lasten aan het begin van de maand betaald moeten worden, wat lastiger is als je de uitkering dan nog niet hebt ontvangen.

Instromen in de uitkering

Martine: Voor mensen die instromen in de uitkering is het weer vervelend als de uitkering laat wordt uitbetaald. Vaak komt de laatste maand loon of ww wel aan het einde van de maand, dus dan moet de instromende klant met die laatste betaling zes weken overbruggen in plaats van een maand, omdat de uitkering tien dagen later komt dan dat een salarisbetaling zou komen. Er zijn dus voor- en nadelen aan het vroeger of later uitbetalen van de uitkering.

Kunnen gemeenten hun betaalmomenten gemakkelijk aanpassen?

Martine: we zien dat in de afgelopen jaren meerdere gemeenten het moment van uitbetalen van de uitkering hebben vervroegd. Zo heeft een gemeente die de 7e van de volgende maand uitbetaalde die datum vervroegd naar de 25e van de lopende maand, zodat mensen de uitkering hebben ontvangen vóórdat ze hun huur moeten betalen. Wanneer gemeenten de betaaldatum wijzigen, doen ze dat vaak in kleine stapjes: elke maand komt de uitkering dan één dag eerder of later. De betaaldatum een week verzetten kost dan wel een half jaar aanpassingstijd.

Gemeenten die de datum hebben vervroegd naar de lopende maand mogen niet meer terug naar ‘achteraf’ betalen. Je kunt beslissen de uitkering vroeger te gaan uitbetalen, maar als de datum in de lopende maand valt, kan de ‘uitkeringsrun’ voor de betaling van alle uitkeringen niet meer worden verlaat naar de volgende maand. Voor parttimers kan dat wel als maatwerk worden afgesproken, bijvoorbeeld in de vorm van achteraf verrekenen.

‘Veegruns’

Martine: bij deeltijders komt het regelmatig voor dat de uitkering niet wordt uitbetaald op de datum van de ‘uitkeringsrun’. Bijvoorbeeld doordat de loonstrook nog niet beschikbaar is, of doordat gegevens over het salaris nog niet zijn verwerkt door de administratie. De aanvullende uitkering van deeltijders staat dan geblokkeerd en wordt niet uitbetaald.

Zodra die gegevens wel beschikbaar zijn, zet de administratie dan alsnog de betaling van de aanvullende uitkering klaar. Die betalingen worden uitgevoerd in een ‘veegrun’. Veel gemeenten hebben één of twee keer per week zo’n ‘veegrun’.

Suzanne: dat kan voor parttimers best lastig zijn. Als je loonstrook dan net ná de datum van een run is ontvangen en verwerkt, moet je dus toch nog een week op de aanvullende uitkering wachten. Terwijl dat niet nodig is. Er zijn ook gemeenten die elke dag een veegrun hebben. Eén van de tips uit de Toolkit parttime werk is om zo’n dagelijkse veegrun in te richten. Zo voorkom je dat mensen onnodig lang moeten wachten op de aanvullende uitkering.