Effectieve ketensamenwerking bij geldzorgen: eerst de relatie, dan de route
Hoe zorg je ervoor dat professionals uit het medisch, sociaal en onderwijs domein de juiste route naar financiële hulpverlening vinden om inwoners met beginnende geldzorgen te ondersteunen? Tijdens de tweede bijeenkomst van de Kennisadviesraad van Preventie van Geldzorgen bogen wetenschappers en ervaringsdeskundigen zich over deze vraag. De belangrijkste conclusie: effectieve ketensamenwerking draait niet om systemen of proceskaarten, maar om het bouwen van een vangnet van vertrouwen. ‘Samenwerken is meer dan warm doorverwijzen.’
Handvatten voor de praktijk: zó bouw je een warm netwerk
De Kennisadviesraad deelde concrete succesfactoren en praktijkervaringen. Dit vertaalt zich naar vijf concrete handvatten waar je als lokale professional vandaag nog mee aan de slag kunt:
1. Organiseer 'fysieke nabijheid' en ontmoeting
Vertrouwen ontstaat niet via een digitaal portaal, maar bij het koffiezetapparaat. Huisartsen en praktijkondersteuners (POH) bijvoorbeeld zijn soms huiverig om door te verwijzen als ze de partij aan de overkant niet persoonlijk kennen; ze willen hun vertrouwensband met de patiënt niet schaden.
- De tip: zet in op co-locatie. Huisvest sociaal raadslieden(deels) in het gezondheidscentrum, laat een POH aansluiten op de locatie van het wijkteam of organiseer nabijheid tussen vindplaatsen en (financiële) ondersteuning.
- Investeer in de relatie: organiseer laagdrempelige 'speeddates' tussen domeinen Bezoek elkaars teamvergaderingen en richt structurele casuïstiekbesprekingen (MDO’s) in. Creeer vertrouwen .Je hoeft elkaar niet lief te vinden, maar je moet wel weten: als ik jou bel, dan gebeurt er iets.
2. Maak de overdracht écht warm (loop mee!)
Een warme overdracht is pas écht warm als de inwoner niet alleen een telefoonnummer krijgt, maar letterlijk aan de hand wordt meegenomen.
- De tip: laat (informele) professionals of vrijwilligers fysiek aansluiten bij het eerste gesprek met de formele hulpverlening. De praktijk (o.a. bij Humanitas) laat zien dat het vertrouwen van de inwoner hierdoor groeit en uitval drastisch afneemt.
- Heldere routes: maak vooraf duidelijke afspraken over de route. Als een inwoner na een doorverwijzing toch niet op de juiste plek blijkt te zitten, wie pakt dan de regie? Zorg dat de inwoner nooit ‘vast’ loopt of zelf het wiel opnieuw hoeft uit te vinden.
3. Herken en benut de 'verbindende gidsen'
Je hebt verbinders nodig met een brugfunctie. Mensen die zowel de taal van de inwoner als de ondersteuning spreken.
- De tip: deze 'verbindende gidsen' kun je niet van bovenaf aanwijzen via een functieprofiel. Dat werkt niet. Zoek naar de professionals of burgers die dit van nature al doen. Geef hen de ruimte, benoem hun rol en verbind hen actief met de ondersteuning.
4. Benut transitiemomenten (met een tijdlijn)
Mensen zijn het meest ontvankelijk voor verandering tijdens grote transitiemomenten (een nieuwe baan, verhuizing, scheiding of de geboorte van een kind). Tegelijkertijd zit hun hoofd op dat moment zó vol, dat praten over geldzorgen niet direct landt.
- De tip: registreer het transitiemoment, plant een zaadje, maar kom er later op terug. Maak een tijdlijn en spreek bijvoorbeeld af: “Gefeliciteerd met je baby, we hebben het nu over ouderschap. Over drie maanden plannen we een koffiemoment om te kijken hoe het financieel landt.”
5. Vertrouw op de eerste professional
Stop met het eisen dat een inwoner direct de juiste hulpvraag paraat heeft. Vertrouw op de inschatting van professionals. Als bijvoorbeeld een verloskundige signalen van geldzorgen opvangt en doorverwijst ga hiermee aan de slag. In Eindhoven werkt dit al. Als iemand binnen de Kansrijke Start Coalitie geldzorgen signaleert, beschikt hij/zij over een rechtstreeks nummer van de Werkplaats Financiën. De aanname is simpel: er is iets aan de hand, en wij nemen de tijd om uit te zoeken wát. Zodra iemand aan je tafel zit, mag je erop vertrouwen dat de behoefte aan hulp er is.
Blik op de toekomst
Naast deze praktische stappen op de werkvloer, ligt er een grote opgave om samenwerking aan preventie écht te borgen. Om kleine geldzorgen ook klein te houden en de focus van de keten daarop te leggen, is is een cultuur- en structuurverandering nodig. Dit vraagt om:
- Financiering verschuiven naar preventie: we moeten de focus verleggen van acute crisishulp (zoals het oplossen van schulden of het voorkomen van uithuiszettingen) naar structurele langetermijnpreventie. Dit vraagt om een andere inrichting van budgetten en organisaties: niet pas financieren als het probleem urgent is, maar investeren in het voorkómen ervan.
- Breid de beroepsopleidingen uit: interdisciplinair werken moet al in de opleiding beginnen. Professionals moeten elkaars taal leren spreken vóórdat ze de praktijk inrollen.
- Sturen op netwerktijd: leidinggevenden en financiers moeten durven sturen op aanwezigheid en netwerktijd, in plaats van puur op harde KPI’s en caseloadproductie. Alleen aanwezig zijn op bijvoorbeeld een school om vertrouwen op te bouwen is ook werk.
- Thema's ontschotten: we moeten stoppen met het isoleren van onderwerpen. Geldzorgen hangen direct samen met mentale gezondheid, schooluitval en arbeidsproductiviteit.
Volgende bijeenkomst
Later dit jaar komt de Kennisadviesraad opnieuw bijeen. Dan staat het thema wederkerige verandering centraal: hoe bouw je een organisatie die niet alleen de inwoner probeert te vinden, maar die zichzelf ook de vraag durft te stellen hoe vindbaar en uitnodigend zij zélf eigenlijk is voor inwoners en samenwerkingspartners?