--- json_ld: {"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/www.divosa.nl\/#organization","name":"Divosa","url":"https:\/\/www.divosa.nl","logo":"https:\/\/www.divosa.nl\/themes\/cinnamon\/assets\/images\/svg-files\/logo.svg","email":"info@divosa.nl","telephone":"+31-30-233-2337","address":[{"@type":"PostalAddress","streetAddress":"Aidadreef 8","postalCode":"3561 GE","addressLocality":"Utrecht","addressCountry":"NL"},{"@type":"PostalAddress","postOfficeBoxNumber":"9563","postalCode":"3506 GN","addressLocality":"Utrecht","addressCountry":"NL"}],"location":{"@type":"Place","name":"Forum II","description":"Kantoorgebouw Forum II (naast station Utrecht Overvecht), tweede etage.","address":{"@type":"PostalAddress","streetAddress":"Aidadreef 8","postalCode":"3561 GE","addressLocality":"Utrecht","addressCountry":"NL"}},"contactPoint":[{"@type":"ContactPoint","contactType":"customer service","telephone":"+31-30-233-2337","email":"info@divosa.nl","availableLanguage":"nl"},{"@type":"ContactPoint","contactType":"press","name":"Chrisje Meima","description":"Manager Communicatie","telephone":"+31-6-20420473","email":"cmeima@divosa.nl","availableLanguage":"nl"}],"sameAs":["https:\/\/www.linkedin.com\/company\/divosa"]},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/www.cinnamon.nl\/#organization","name":"Cinnamon Interactive","alternateName":"Cinnamon","url":"https:\/\/www.cinnamon.nl","email":"info@cinnamon.nl","telephone":"+31582163054","foundingDate":"1998","numberOfEmployees":{"@type":"QuantitativeValue","value":8},"address":{"@type":"PostalAddress","streetAddress":"Zuiderplein 15","postalCode":"8911AM","addressLocality":"Leeuwarden","addressRegion":"Friesland","addressCountry":"NL"},"areaServed":{"@type":"Country","name":"Nederland"},"contactPoint":{"@type":"ContactPoint","contactType":"customer service","email":"info@cinnamon.nl","telephone":"+31582163054","availableLanguage":["nl","en"]},"knowsAbout":["Drupal","Webdesign","Digitale toegankelijkheid","WCAG","Contentmanagementsystemen","Webhosting","Websecurity","Informatiearchitectuur","Conversieoptimalisatie","Webstatistieken","Maatwerksoftware"],"sameAs":["https:\/\/www.linkedin.com\/company\/cinnamon-interactive\/","https:\/\/www.instagram.com\/cinnamon_interactive\/","https:\/\/www.facebook.com\/cinnamonNL"]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.divosa.nl\/#website","name":"Divosa","url":"https:\/\/www.divosa.nl","inLanguage":"nl-NL","publisher":{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/www.divosa.nl\/#organization"},"creator":{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/www.cinnamon.nl\/#organization"}},{"@type":"Article","@id":"https:\/\/www.divosa.nl\/projecten\/meedoen-meedelen\/eindconferentie-meedoen-meetellen-meewerken#article","headline":"Eindconferentie Meedoen. Meetellen. Meewerken.","description":"Op de eindconferentie ‘Meedoen. Meetellen. Meewerken’, op 17 oktober 2025, werden de resultaten van twee onderzoeksprojecten gepresenteerd: ‘Een maatschappij die werkt. Routes naar werk: arbeidsparticipatie van mensen met een ondersteuningsbehoefte voor, tijdens en na de coronapandemie’ en het project ‘Meedoen. Meedelen’. ","url":"https:\/\/www.divosa.nl\/projecten\/meedoen-meedelen\/eindconferentie-meedoen-meetellen-meewerken","mainEntityOfPage":"https:\/\/www.divosa.nl\/projecten\/meedoen-meedelen\/eindconferentie-meedoen-meetellen-meewerken","datePublished":"2025-12-03T13:00:00+01:00","dateModified":"2025-12-03T10:29:28+01:00","inLanguage":"nl","isPartOf":{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.divosa.nl\/#website"},"publisher":{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/www.divosa.nl\/#organization"}},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.divosa.nl\/projecten\/meedoen-meedelen\/eindconferentie-meedoen-meetellen-meewerken.md#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.divosa.nl\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Projecten","item":"https:\/\/www.divosa.nl\/projecten"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Meedoen, meedelen","item":"https:\/\/www.divosa.nl\/projecten\/meedoen-meedelen"},{"@type":"ListItem","position":4,"name":"Eindconferentie-meedoen-meetellen-meewerken.md","item":"https:\/\/www.divosa.nl\/projecten\/meedoen-meedelen\/eindconferentie-meedoen-meetellen-meewerken.md"}]}]} --- # Eindconferentie Meedoen. Meetellen. Meewerken. Rubriek: Verslag Laatste update: 03 december 2025 Aangemaakt op: 25 november 2025 Bijgewerkt op: 03 december 2025 Op de eindconferentie ‘Meedoen. Meetellen. Meewerken’, op 17 oktober 2025, werden de resultaten van twee onderzoeksprojecten gepresenteerd: ‘Een maatschappij die werkt. Routes naar werk: arbeidsparticipatie van mensen met een ondersteuningsbehoefte voor, tijdens en na de coronapandemie’ en het project ‘Meedoen. Meedelen’. ## Samenvatting - *Onderzoek ‘Een maatschappij die werkt’ van Mara de Visser, Amsterdam UMC (mogelijk gemaakt door een subsidie van Instituut Gak).* Mara presenteerde de voorlopige resultaten van haar onderzoek naar de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking in de context van de COVID-19-pandemie. De onderzoeksresultaten toonden aan dat de pandemie bestaande barrières voor mensen met een arbeidsbeperking versterkte, zoals sociaal isolement en werkgerelateerde onzekerheid. Mara benadrukte vijf belangrijke lessen om de arbeidsparticipatie van deze groep te verbeteren, waaronder het vereenvoudigen van regels, het bevorderen van inclusieve werkculturen, en het ondersteunen van werkgevers. Kwantitatieve resultaten lieten zien dat de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking tijdens de pandemie licht daalde, maar daarna stabiel bleef. Er was een stijging in het aantal vaste contracten, maar ook een daling in flexibele dienstverbanden, wat niet volledig verklaard kon worden door de COVID-19-maatregelen, maar deels door de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Ten opzichte van de totale beroepsbevolking zijn mensen met een arbeidsbeperking het juist relatief iets beter gaan doen over de tijd. - *Onderzoek ‘Meedoen, Meedelen’ van Yvonne Noteboom, Amsterdam UMC (mogelijk gemaakt door een subsidie van het Ministerie van SZW).* Yvonne presenteerde haar onderzoeksproject over de effectiviteit van drie re-integratietrajecten voor mensen met psychische aandoeningen: (1) Arbeidsmatige Dagbesteding (OAD/PRA), (2) Individuele Plaatsing en Steun (IPS), (3) de Werkgerichte Behandelaanpak (WGB). De resultaten gaven aan dat IPS het meest succesvol was in het begeleiden van deelnemers naar betaald werk, maar dat hierbij ‘selectie aan de poort’ een belangrijke factor is. Door samenwerking tussen het werk- en zorgdomein kun je meer en betere trajecten aanbieden en bereik je waarschijnlijk meer deelnemers. En ze toonde aan dat het delen van kosten en baten tussen het zorg- en werkdomein (shared savings) in de praktijk moeilijk te realiseren is door wet- en regelgeving. De conferentie sloot af met een paneldiscussie die zich richtte op de waarde van vrijwilligerswerk als alternatief voor betaald werk en over de (on)zin van het doelgroepregister. De dag bood een waardevolle gelegenheid voor feedback en reflectie, met rijke discussies over het verbeteren van arbeidsparticipatie voor mensen met een arbeidsbeperking. De gepresenteerde onderzoeksresultaten wijzen op positieve veranderingen, maar onderstrepen ook de noodzaak van structurele beleidsaanpassingen en meer samenwerking tussen werk- en zorgdomeinen. ![Opening eindconferentie Meedelen. Meetellen. Meewerken](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_text_width_desktop/public/2025-11/opening_eindconferentie.jpg?itok=Tfja4YbJ) Bijschrift: Welkom door dagvoorzitters Cris Bergmans (Divosa) en Maaike Huysmans (Amsterdam UMC) ![Eindconferentie Meedoen Mara de Visser](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_text_width_desktop/public/2025-12/eindconferentie_meedoen_mara_de_visser.jpg?itok=8fTM75Zb) Bijschrift: Onderzoeker Mara de Visser ![Eindconferentie meedoen Yvonne Noteboom](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_desktop/public/2025-12/eindconferentie_meedoen_yvonne_noteboom.jpg?itok=HPNuBlnj) Bijschrift: Onderzoeker Yvonne Noteboom ## Opening De dagvoorzitters Cris Bergmans (Divosa) en Maaike Huysmans (Amsterdam UMC) heten iedereen van harte welkom. In de zaal: vertegenwoordigers van onderzoeksinstellingen, kennisinstituten, werkbedrijven, cliëntorganisaties, beroepsverenigingen, gemeenten en UWV. Centraal staan vandaag twee onderzoeksprojecten, die eind 2020 zijn gestart. Dat was midden in de Covid-19-pandemie, een periode met ingrijpende overheidsmaatregelen, waaronder lockdowns. We zijn nu vijf jaar, met veel onderzoekswerk, verder. De onderzoekers zijn hun promotieonderzoek aan het afronden. Deelnemers vandaag kunnen dus nog volop feedback geven op de gepresenteerde resultaten. Die kunnen de onderzoekers gebruiken om hun resultaten verder aan te scherpen of te verduidelijken. Alle deelnemers krijgen een inhoudelijk verslag (van de plenaire onderdelen) en de presentaties van de sprekers (voor zover niet onder embargo vanwege lopend onderzoek). ### Onderzoek: Een maatschappij die werkt Mara de Visser presenteert de voorlopige resultaten van haar onderzoek en nodigt de zaal uit om er vragen over te stellen en er op te reageren. #### Terminologie Eén van de eerste problemen waar ze tegenaan liep was de term ‘arbeidsbeperking’. Dat is de gangbare term voor mensen die door een aandoening moeite hebben om in het reguliere arbeidsproces deel te nemen. Maar Mara merkte dat deze term niet erg aansluit bij hoe mensen zelf hun situatie ervaren. Voornaamste probleem is dat de term een statische situatie suggereert: het is iets dat je ‘hebt’, onveranderlijk. Maar werkvermogen is dynamisch. Dat merkte ze zelf doordat ze tijdens het onderzoek zwanger werd en kinderen kreeg. Ze voelde zich hierdoor soms flink beperkt in haar werkmogelijkheden. Tegelijkertijd had ze wel de vrijheid om thuis te werken, zelf haar werk in te delen, het werk zo in te vullen dat het paste bij haar situatie. De les hieruit: pas op met labels op basis van diagnoses. Ga veel meer uit van de ondersteuningsbehoefte. Wat is nodig om mensen op een goede manier te laten werken? Dat kan een hele puzzel zijn. Ze hoopt dat haar onderzoek er aan bijdraagt die puzzel op te lossen. #### Algemeen beeld Voor het brede beeld presenteert Mara een aantal cijfers: - Er leven in Nederland zo’n 2 miljoen mensen met arbeidsbeperking, van wie er zo’n 700.000 deel uitmaken van de beroepsbevolking. Bron: CBS. - In 2020 (de start van het onderzoek) had 8% van de werkgevers iemand met een arbeidsbeperking in dienst. Nu, in 2025, is dat 18%. Bron: SCP. - Mensen met een arbeidsbeperking werken minder vaak dan mensen zonder zo’n beperking: 50% werkt betaald, tegenover 76% van de totale beroepsbevolking. Mensen met een arbeidsbeperking die in loondienst werken, hebben vaker dan gemiddeld een flexibel dienstverband: 40%, tegenover 25% van alle werkenden in loondienst. Bron: UWV. Betaald werk levert meer financiële zekerheid en sociale participatie. Ook levert het (in de meeste gevallen) een positieve bijdrage aan de (ervaren) gezondheid. Dat geldt voor vaste dienstverbanden sterker dan voor flexibele. Flexibele dienstverbanden leveren vaak minder opleidingsmogelijkheden, minder autonomie bij het uitvoeren van het werk, meer stress en een hoger risico op het verlies van werk. De ondersteuningsregelingen voor mensen met een arbeidsbeperking zijn complex. Het kostte Mara als onderzoeker moeite om die regelingen in kaart te brengen en te doorgronden. Inmiddels gaat per 1 januari 2026 een vereenvoudigde banenafspraak van start, waarbij de regels zijn versoepeld en werkgevers meer beloond worden als ze met mensen met een arbeidsbeperking in zee gaan. #### Onder invloed van de Covid-19-pandemie In de beginjaren ’20 werden vooral kwetsbare groepen extra geraakt door de Covid-19-pandemie: ouderen, vrouwen, migranten, mensen met een lagere opleiding, mensen met een lager inkomen. Mentale klachten namen toe; met name sociaal isolement, eenzaamheid en (dreigend) baanverlies drukten zwaar. Als Mara aan de zaal vraagt naar de ervaringen tijdens de pandemie, levert dat geanimeerde gesprekken op. De gevolgen waren ingrijpend, maar leverden behalve de dreiging van de ziekte en het gemis van collega’s tijdens lockdowns, ook positieve effecten op. Online afspreken en vergaderen bleken een welkome aanvulling. Thuiswerken werd veel meer gebruikelijk en leverde een goede bijdrage aan je autonomie. En soms was het ook wel even lekker rustig om weinig afspraken te hebben. Hoe ging het met mensen met een arbeidsbeperking in en na de Covid-19-tijd? En wat kunnen we daarvan leren om de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking te verbeteren? Om antwoord te geven op die vragen, heeft Mara drie methoden ingezet: 1. interviews met ervaringsdeskundigen, professionals, werkgevers en beleidsmakers, 2. een online vragenlijst onder ervaringsdeskundigen en 3. een kwantitatieve data-analyse op basis van CBS-microdata. Uit de ervaringen van de mensen om wie het gaat, bleek dat de Covid-19-pandemie en de overheidsmaatregelen geen nieuwe drempels opwierpen om deel te nemen aan het arbeidsproces, maar wel de al bekende barrières versterkte. Met name: gebrek aan structuur (zoals een omgekeerd dag-nachtritme), sociaal isolement (geen plekken meer om elkaar fysiek te ontmoeten) en (financiële) onzekerheid. Soms bood het (al bestaande) contact met een jobcoach houvast. Er waren ook mensen die hun werk juist beter konden uitvoeren, vooral doordat ze zelf hun tijd konden indelen: ‘Als ik wil rusten, dan kan dat.’ Professionals melden vooral dat alle partijen in de Covid-19-periode enorm flexibel waren in het zoeken van oplossingen om, ondanks de lockdowns en de contactbeperkingen, het werk zo veel mogelijk gewoon door te laten gaan. Kennelijk zijn zowel werkgevers als werknemers in Nederland goed in staat om zich aan te passen in snel veranderende omstandigheden – als het echt niet anders kan. Dat is een vaardigheid die goed van pas kan komen, als we substantieel meer mensen met een arbeidsbeperking betaald aan het werk willen krijgen. Problemen waren er wel bij het ‘in beeld’ houden van werkzoekenden. Aan de ene kant konden mensen eenvoudig van de radar verdwijnen: je klapt je laptop dicht en je bent onvindbaar voor je omgeving. Er bestond angst om cliënten die toch al moeilijker benaderbaar waren, volledig kwijt te raken. Arbeidsbemiddeling werd lastiger – werkgevers zijn in onzekere tijden minder geneigd om mensen in dienst te nemen, zeker als het gaat om mensen die extra ondersteuning behoeven. #### Bevorderen arbeidsparticipatie Welke lessen zijn er uit de Covid-19-periode te trekken, voor wat er nodig is om de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking te bevorderen? Mara heeft vijf lessen gedestilleerd uit de onderzoeksresultaten. 1.  Zorg voor een meer inclusieve werkcultuur. Maak cv en voltooide opleiding minder belangrijk, kijk wat iemand in de praktijk, door (levens)ervaring te bieden heeft. 2. Versimpel de regels rond het stimuleren van de arbeidsparticipatie. Werkgevers, werkenden en werkzoekenden zien nu vaak door de bomen het bos niet meer. 3. Werk aan empowerment van werknemers en werkzoekenden met een arbeidsbeperking. Prikkel mensen om zichzelf te blijven ontwikkelen in het kader van een Leven Lang Leren. Bied ruimhartig passende scholing aan. Doorbreek de angst om de uitkering (de combinatie van afhankelijkheid en inkomenszekerheid) los te laten en meer naar de toekomst te kijken. 4. Vergroot de toegankelijkheid van betaald werk en verlaag de drempel om aan te kloppen voor hulp bij instanties. 5. Ondersteun werkgevers met een compleet, sluitend aanbod. Alles voor de werkgever zou in één hand geregeld moeten kunnen worden, inclusief begeleiding van de (nieuwe) werknemer. #### De belangrijkste bevindingen uit de kwalitatieve studie - Bestaande barrières werden door de Covid-maatregelen uitvergroot. - Flexibiliteit is kennelijk best wel mogelijk (als het echt moet), zowel bij werkgevers als bij werknemers. - Online werken biedt mogelijkheden (met name de toegenomen autonomie van de werknemer), maar ook nadelen (met name het risico op sociaal isolement). - Persoonlijk contact is soms noodzakelijk om mensen ‘te laten aanhaken’ en te ondersteunen bij hun zoektocht naar werk. Waar deze mogelijkheid tot contact wegviel, had dat grote impact op het bereiken van met name moeilijk te motiveren doelgroepen, zoals mensen met een ondersteuningsbehoefte zonder uitkering (nuggers). #### De belangrijkste bevindingen uit de kwantitatieve studie - De doelgroep van de kwantitatieve studie is uiteindelijk gebaseerd op uitkeringsgegevens. Dat bleek noodzakelijk om aan te kunnen sluiten bij de CBS-gegevens en om de studie vergelijkbaar te maken met studies uit het buitenland. De doelgroep bestaat daarmee uit iedereen met een WIA-WGA- en/of Wajong-uitkering met arbeidsvermogen en uit personen die in het doelgroepregister staan. Dit waren in 2018 in totaal 476.617 personen, die gedurende vijf jaar (van 2018 tot 2023) gevolgd zijn. - De arbeidsparticipatie van deze groep mensen is in de Covid-19-periode heel licht gedaald en daarna stabiel gebleven. Wel is er een stijging te zien van het aandeel vaste dienstverbanden en een daling van het aandeel flexibele dienstverbanden. - Dit laatste is niet goed te verklaren uit de effecten van de Covid-19-maatregelen. Een verklarende factor is de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), die beoogde de arbeidsmarktpositie van mensen met een flexibel dienstverband te verbeteren. - Tijdens de Covid-19-periode stond de economie stil. Dat er toen niet heel veel mensen hun baan verloren, heeft vooral met overheidsbeleid (ondersteuningsregelingen voor werkgevers) te maken. Na die periode was er sprake van een sterke groei. Uit de cijfers blijkt dat vooral jongere en hoger opgeleide mensen met een arbeidsbeperking daarvan geprofiteerd hebben. Lager opgeleiden en ouderen veel minder. - Uit de reacties uit de zaal blijkt dat je op twee manieren naar deze cijfers kunt kijken.  1. Met een optimistische blik: rond de 35% van de mensen met een arbeidsbeperking is aan het werk en dat percentage heeft niet geleden onder de Covid-19-maatregelen. Iemand in de zaal merkt op dat de druk op de samenleving in de post-Covid-periode enorm is toegenomen. Er moet hard gewerkt worden, zo efficiënt mogelijk geproduceerd, terwijl tegelijkertijd de (politiek-maatschappelijke) onzekerheid toeneemt. Dat levert niet alleen maatschappelijke onrust op, het beperkt ook de ruimte voor mensen met een arbeidsbeperking, met name doordat werkgevers risicomijdend gedrag gaan vertonen. Het is dus eigenlijk best goed nieuws dat ondanks deze omstandigheden het percentage mensen met een arbeidsbeperking dat aan het werk is, niet wezenlijk daalt. 2. Maar je kunt ook met een kritische blik naar de cijfers kijken: het is opmerkelijk (iemand vindt het zelfs ‘schokkend’) dat ondanks de krapte op de arbeidsmarkt in de post-Covid-periode, en ondanks alle inspanningen en stimuleringsmaatregelen, de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking niet wezenlijk is gestegen. #### Stelling Mara de Visser nodigt de deelnemers in de zaal uit om positie te kiezen op de stelling: ‘Flexibele arbeidscontracten zijn essentieel om arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking te bevorderen’. Veel deelnemers zijn het hier mee eens, een enkeling juist helemaal niet. De voorstanders vinden flexibel werk een goede manier om de drempels naar betaald werk te verlagen, zowel voor werkgevers als voor werknemers. Je hebt flexwerk echt nodig, zegt een voorstander. Er zijn immers nog nauwelijks werkgevers die mensen gelijk een vast dienstverband aanbieden, laat staan aan mensen met een arbeidsbeperking, voor wie werkgevers vaak nog terughoudend zijn. Tegenstanders noemen als nadeel dat werkgevers met flexwerkers vooral de ‘gaten dichtlopen’ en mensen daarna weer op straat zetten. Mensen met een arbeidsbeperking dreigen daardoor deel uit te gaan maken van de groeiende groep mensen die gemakkelijk aan de kant worden gezet, met alle daarbij horende onzekerheid. #### Vergelijking met de algemene beroepsbevolking Onderdeel van het onderzoek is een vergelijking van het cohort mensen met een arbeidsbeperking met de algemene (totale) beroepsbevolking. Voornaamste verschil is dat in arbeidsparticipatie: die is meer dan de helft lager. Opmerkelijk genoeg wordt dat verschil sinds 2020 (dus na invoering van de WAB en in de post-Covid-periode) wel (een beetje) kleiner. Dat kan het begin zijn van een hoopvolle ontwikkeling, waarin het verschil in arbeidsparticipatie heel geleidelijk wordt ingelopen. Reactie uit de zaal: dit is een mooi gegeven. Maar blijvende aandacht voor deze doelgroep is nodig. ### Kennisplatform Onbelemmerd aan het werk Marloes Zijl, strategisch kennisadviseur bij UWV neemt ons mee in het werk van het UWV Kenniscentrum over re-integratiedienstverlening ‘Onbelemmerd aan het werk’. Het programma verzamelt en volgt wetenschappelijk onderzoek op het gebied van arbeidsparticipatie en re-integratie, en initieert ook zelf onderzoek. Het programma wil vooral een kennisplatform zijn. Het bouwt de kennis niet (meer) strak op langs de lijnen van de verschillende uitkeringen – zoals ook de professionals bij UWV steeds minder uitsluitend voor bepaalde uitkeringsdoelgroepen werken. De focus is: de mens tegenover je, wat kan die, wat heeft die nodig, wat past bij de persoon. Een belangrijke trend die binnen UWV gaande is. De visie achter het kennisprogramma is de leercyclus: onderzoek leidt tot reflectie, leidt tot verandering, leidt tot toepassing, leidt tot nieuw onderzoek, enzovoort. De drive is: we willen het heel graag beter doen voor onze cliënten. Daarom onderzoekt het programma bijvoorbeeld de effectiviteit van de dienstverlening, het gat waarin mensen kunnen vallen die voor minder dan 35% afgekeurd worden, het effect van scholing op de terugkeer naar werk, de inzet van ervaringsdeskundigheid, de waarde van het cliëntperspectief en hoe dat in te brengen in je beleid en uitvoering, enzovoort. Het UWV probeert met zoveel mogelijk wetenschappelijke kennis haar dienstverlening te verbeteren. - Kijk op [www.uwv.nl/kennis](https://www.uwv.nl/nl/kennis-en-cijfers) voor alle details. - Daar kun je ook abonneren op de UWV Kennisnieuwsbrief. ##### Lunch Luxe broodjes en ruime gelegenheid om onderling kennis te maken en ervaringen uit te wisselen. ![Eindconferentie Meedoen. Meetellen. Meewerken. _Workshop Meetellen](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_text_width_desktop/public/2025-11/eindconferentie_meedoen._meetellen._meewerken._workshop.jpg?itok=dlY3dKxM) Bijschrift: Workshop Ervaringsdeskundige inbreng (Meetellen) ![Eindconferentie Meedoen. Meetellen. Meewerken. _Workshop2](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_text_width_desktop/public/2025-11/Eindconferentie%20Meedoen.%20Meetellen.%20Meewerken.%20_Workshop2.jpg?itok=Ok8V1MZl) ![Eindconferentie Meedoen Workshop 3](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_desktop/public/2025-12/eindconferentie_meedoen_workshop_3_0.jpg?itok=xYQxuLDg) ### Workshops - Inclusieve werkgemeenschap (Regioplan). Bekijk de [presentatie](https://www.divosa.nl/sites/default/files/2025-11/Presentatie%20workshop%20Regioplan.pdf). - Meedoen, meedelen (Simpel Switchen). Bekijk de [presentatie](https://www.divosa.nl/sites/default/files/2025-11/Presentatie%20workshop%20Simpel%20Switchen%20Meedoen%20en%20meedelen.pdf). - Ervaringsdeskundige inbreng (Meetellen). #### Ervaringsdeskundige inbreng (Meetellen) In deze workshop vertelden medewerkers van Meetellen hoe zij ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid inzetten binnen onderzoek. Meetellen is een onderzoeksbureau waarin een team van ervaringsdeskundigen op alle onderdelen van het onderzoekstraject meedenkt, meewerkt en meebeslist: van onderzoeksopzet tot uitvoering en analyse. Na een korte introductie over deze werkwijze gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over hoe in hun eigen organisatie gebruik wordt gemaakt van ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid. Daarbij kwamen mooie voorbeelden naar voren van wat al goed werkt. Zo vertelde een medewerker van de gemeente hoe waardevol het is om een ervaringsdeskundige collega te hebben die bij een project op alle niveaus is betrokken. Tegelijkertijd lopen organisaties ook tegen belemmeringen aan. Deelnemers noemden onder andere organisatiecultuur, tijdsdruk en regelgeving als factoren die het lastig maken om ervaringsdeskundigheid optimaal in te zetten. Bovendien riep de discussie belangrijke vragen op. Kies je ervoor om een ervaringsdeskundige in een reguliere functie te plaatsen of juist in een aparte rol? En hoe creëer je een open organisatiecultuur waarin alle medewerkers zich vrij voelen om hun eigen ervaringskennis te delen en te benutten? De workshop liet zien dat het inzetten van ervaringsdeskundigheid grote meerwaarde heeft, zolang organisaties bereid zijn hiervoor tijd en ruimte te maken en samen te werken op basis van gelijkwaardigheid. ## Onderzoek: Meedoen/Meedelen Yvonne Noteboom (onderzoeker bij Amsterdam UMC) neemt ons mee in de voorlopige resultaten van het onderzoeksproject Meedoen, Meedelen. Dit onderzoek is geïnitieerd vanuit het Convenant Sterk door Werk. Het doel is om te kijken naar de werkzaamheid en de kosteneffectiviteit van verschillende methodieken die ingezet worden om mensen met een (ernstige) psychische aandoening naar betaald werk te begeleiden. Daarbij wordt nadrukkelijk breder gekeken dan alleen de methodiek Individuele Plaatsing en Steun (IPS). ### Eerste fase: gedeelde financiering organiseren Het zou fijn zijn als er meer samenwerking was tussen domeinen werk en zorg, zegt Yvonne Noteboom. Vooral voor mensen met een psychische kwetsbaarheid lopen die samen op: de scheidslijn tussen die domeinen is kunstmatig. Mensen hebben tegelijk ondersteuning nodig op het gebied van werk en op psychisch vlak. Bovendien, als mensen weer aan het werk gaan levert dat heel veel op. Voor mensen zelf en voor de samenleving. Financiering van de begeleidingstrajecten is echter een terugkerend probleem. Knelpunt is dat de opbrengsten (in de zin van minder uitkeringen en minder zorggebruik) niet volledig neerslaan bij de partijen die de trajecten financieren. Zij hebben dus wel de lasten, maar profiteren niet van de baten. In de eerste fase van het onderzoek is daarom gekeken of het mogelijk is om afspraken te maken over gedeelde financiering (aan de kostenkant) en over het delen van de besparingen (aan de opbrengstenkant), ook wel shared savings genoemd. Dat bleek lastig. Kosten gaan altijd vooraf aan de opbrengsten. Die baten zijn bovendien onzeker. Daarnaast staan allerlei wetten en regels zulke gedeelde financiering in de weg. Met name zorgverzekeraars twijfelen over hun rol als het gaat over arbeidsparticipatie en zijn bij hun uitgaven gebonden aan rechtmatigheidseisen. Er waren in eerste instantie vier arbeidsmarktregio’s geselecteerd voor het onderzoek. Dergelijke afspraken over gedeelde financiering en shared savings bleken in geen van de vier onderzoeksregio’s haalbaar. Er was wel bereidwilligheid om samen te werken. Maar het bleek een brug te ver om specifieke shared savings afspraken te maken.. Met name bij zorgverzekeraars en gemeenten staat de huidige wet- en regelgeving zulke gedeelde financiering in de weg (zoals rechtmatigheidseisen en politieke besluitvorming. Het shared savings-idee sluit niet aan op de bestaande werkwijze. Bovendien heeft het veel tijd nodig (meer dan het project beoogde). ### Eén regio, drie trajecten Uiteindelijk is ervoor gekozen om in één arbeidsmarktregio (Noordoost Brabant) onderzoek uit te voeren naar de werkzaamheid en de kosteneffectiviteit van drie begeleidingstrajecten. In die regio waren er financieringsafspraken gemaakt, al was  er (nog) geen sprake van gedeelde financiering en afspraken voor shared savings. Bijkomend voordeel: in deze regio wordt de toegang tot de begeleidingstrajecten centraal georganiseerd, in één toegangsloket voor alle cliënten. De drie arbeids(re)integratietrajecten die in deze regio worden ingezet zijn: - Arbeidsmatige dagbesteding (OAD/PRA), waarbij geen druk op de cliënt wordt uitgeoefend om de werkzaamheden snel uit te voeren. - IPS, een integrale aanpak die vanaf het begin toeleidt naar werk en waarbij de jobcoach betrokken blijft op het moment dat de cliënt aan het werk gaat. - Werkgerichte behandelaanpak (WGB), waarbij de aandacht voor werk onderdeel uitmaakt van de ggz-behandeling. Belangrijk gedeelde factor bij al deze trajecten is dat professionals vanuit het werkdomein en het (ggz)-zorgdomein samenwerken op de werkvloer, in de begeleiding van de deelnemer. Om de werkzaamheid en de kosteneffectiviteit van elk van deze drie trajecten te onderzoeken, is gebruikgemaakt van een ‘mixed method’ -onderzoeksmethode. Er is zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek gedaan, waarbij op verschillende momenten is gekeken naar de resultaten van de verschillende trajecten. Daarbij is niet alleen de uitvoering onder de loep genomen, maar ook de governance. De rol van de werkgevers is in het onderzoek niet meegenomen. In totaal zijn 129 deelnemers gevolgd. Van hen volgden 61 arbeidsmatige dagbesteding, 33 een IPS-traject en 35 een werkgerichte behandelaanpak. Deze deelnemers zijn drie jaar gevolgd: telkens tenminste een jaar vóór de start van het traject en vervolgens nog twee jaar ná die start. Vervolgens is een controlegroep aan de groep deelnemers gematcht: hierbij zijn 114 deelnemers gekoppeld aan een vergelijkbare groep mensen uit een andere regio (controlegroep). Deze controlegroep is samengesteld op basis van CBS-microdata. Zij zijn qua kenmerken vergelijkbaar met de deelnemers aan de trajecten. Bijvoorbeeld op het gebied van gebruik van uitkering, leeftijd, geslacht en het gebruiken van medicatie voor psychische klachten. ### Uitkomsten kwalitatief onderzoek Potentiële cliënten zijn vaak lastig te bereiken voor de professionals. Cliënten hebben te maken met heel veel verschillende professionals, vanuit verschillende organisaties, met ook nog veel personele wisselingen. Ander probleem is dat professionals vaak terughoudend zijn om het thema werk ter sprake te brengen, met name in de ggz. Er heerst nog steeds veel stigma. Door als organisaties intensief samen te werken, kun je gemakkelijker aansluiten bij de behoefte van cliënten. Je kunt bijvoorbeeld sneller een meer op maat gemaakt aanbod doen dat past bij de cliënt. In de onderzochte arbeidsmarktregio is dat vormgegeven door meerdere toegangsloketten in het leven te roepen voor alle cliëntgroepen. Dat leidt ertoe dat cliënten vaker een passend aanbod krijgen. De veronderstelling is dat dit bijdraagt aan de werkzaamheid en kosteneffectiviteit van het ingezette traject – er is immers al bij de poort geselecteerd op behoefte van de deelnemer en zijn/haar kansen op succes. Relatief intensief samenwerken leidt bovendien tot meer vertrouwen tussen professionals van verschillende organisaties. ### Effecten op werk (arbeidsparticipatie) Twee jaar na de start van het traject heeft 30% van de deelnemers betaald werk. Daarbij heeft IPS het hoogste succespercentage (40%). Dat is goed te verklaren door de ‘selectie aan de poort’ die plaatsvindt doordat er één toegangsloket is. Voor IPS komen vooral cliënten in aanmerking die bereid en in staat zijn om direct (met begeleiding) aan de slag te gaan. Bij de andere trajecten ligt de nadruk minder op het doel zo snel mogelijk naar betaald werk. In vergelijking met de controlegroep duurt het bij de deelnemers gemiddeld iets langer voordat ze betaald werk vinden. Dat is te verklaren doordat bij twee van de drie trajecten deelnemers eerst in een traject zitten (OAD/PRA), en de gang naar betaald werk pas gezet wordt tegen het eind van het traject (of in het geval van de WGB ook het einde van de behandeling). In beide gevallen wordt de gang naar betaald werk dus in de eerste maanden juist vertraagd in plaats van versneld.  Uit de tussentijdse resultaten blijkt dat na twintig maanden het break even point bereikt wordt: op dat moment is een even groot percentage van de deelnemers betaald aan het werk als in de controlegroep: iets meer dan 20%. Daarna neemt het verschil snel toe. Al vier maanden later (dus 24 maanden na de start van het traject) is het percentage deelnemers dat betaald werk heeft gebonden gestegen tot rond de 30%, terwijl het in de controlegroep vlak boven de 20% is blijven hangen. Opnieuw is dat effect het grootste bij de deelnemers die een IPS traject volgen – bij hen ligt het break-even point al rond de zes maanden. Bij de deelnemers in de WGB-trajecten is ook na 24 maanden het break-even point nog niet bereikt. Dat komt vooral doordat het gaat om intensieve behandelingen, waarbij de daadwerkelijke gang naar betaald werk pas later echt in gang gezet wordt. Daarnaast is het wat betreft de WGB-groep nog onzeker of de controls een goede match zijn, vanwege het specifieke feit dat WGB-deelnemers starten met een vrij intensieve behandeling en werkeffecten op een langere termijn verwacht worden. Om de langetermijneffecten van WGB te onderzoeken is dus een langere onderzoeksperiode nodig. ### Kosteneffectiviteit Iemand met een uitkering die aan het werk gaat, bespaart de uitkeringsinstantie (en daarmee de samenleving) al snel tienduizenden euro’s per jaar. Ook is de verwachting dat er besparingen zijn op zorg en ondersteuning. Daar staat tegenover dat re-integratietrajecten met langdurige, intensieve begeleiding een investering vragen, waarbij succes (gedefinieerd als: duurzaam betaald werk) niet gegarandeerd is. Daar komt bij dat vaak ook langdurige inzet noodzakelijk is van bijvoorbeeld loonkostensubsidies, ondersteuning van beschut werk en andere werkvoorzieningen. Het is niet eenvoudig om deze uitgaven en besparingen eenduidig tegen elkaar af te zetten en vervolgens te vergelijken met een controlegroep. Het zou bovendien best kunnen dat mensen uit de controlegroep, vanwege hun overeenkomende kenmerken, óók gebruikmaken van behandelingen, trajecten of interventies – hier kon in de CBS-microdata niet op geselecteerd worden. De vergelijking heeft dus geen betrekking op ‘wel een traject’ versus ‘geen traject’, maar op ‘wel een traject’ versus ‘soms wel een traject, voor zover dat gemiddeld het geval is in de vergelijkbare doelgroep’. De lat voor kosteneffectiviteit ligt daarmee hoger – er is meer effect nodig dan in een vergelijking met ‘mensen die geen traject volgen, maar voor het overige aan dezelfde kenmerken voldoen’. Ondanks deze beperking van het onderzoek zijn er aanwijzingen dat de trajecten kosteneffectief zijn. In individuele gevallen zijn de trajecten vrijwel altijd kosteneffectief. Mensen die door het volgen van het traject aan een betaalde baan komen, gaan er niet alleen zelf op vooruit (financieel, sociaal en qua gezondheid), ze besparen de samenleving op de langere duur veel geld aan uitkeringen en zorgkosten. Echter, er zijn er ook gevallen die niet aan het werk gaan en geen kosten op de uitkering besparen; de verwachting is wel dat deze mensen op andere onderdelen beter functioneren. ### Bijzonderheden - Nuggers (mensen met een ondersteuningsbehoefte zonder uitkering) drukken erg op de kosteneffectiviteit van de totale deelnemersgroep. Bij hen bespaar je immers niet op een uitkering. Investeren in deze groep levert daardoor financieel niet of nauwelijks iets op. De opbrengst qua participatie is overigens minstens zo groot als bij andere groepen deelnemers. - Deelnemers aan een WGB-traject vormen een groep apart. Het gaat om mensen met vaak hoge uitkeringen. Er hoeven dan maar een paar mensen aan het werk te gaan om de interventie voor de hele groep deelnemers kosteneffectief te maken. Daardoor zijn de besparingen op de uitkering in deze groep relatief groot. ![Eindconferentie Meedoen. Meetellen. Meewerken. _ Paneldiscussie 1](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_text_width_desktop/public/2025-12/eindconferentie_meedoen._meetellen._meewerken._paneldiscussie_2.jpg?itok=hGG1SCcT) Bijschrift: Paneldiscussie ![Eindconferentie Meedoen. Meetellen. Meewerken. _Paneldiscussie 2](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_text_width_desktop/public/2025-12/eindconferentie_meedoen._meetellen._meewerken._paneldiscussie_1.jpg?itok=Hj9KDMTb) ![Eindconferentie Meedoen Panelgesprek 3](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/paragraph_image_desktop/public/2025-12/eindconferentie_meedoen_panelgesprek_3.jpg?itok=KLzprGqG) ### Paneldiscussie Discussie aan de hand van stellingen, met in het panel: Fred Paling (voorzitter van de Raad van Bestuur van GGz inGeest en initiatiefnemer en voorzitter van het convenant Sterk door Werk), Esmeralda van der Naaten (bestuurslid van De Omslag en initiatiefnemer van Meetellen, een onderzoeksbureau voor en door mensen met ervaringskennis), Machteld Schagen (directeur van Rotterdam Inclusief, het werkontwikkelbedrijf van de gemeente Rotterdam) en Pierre Koning (Hoogleraar Arbeidsmarkt en sociale zekerheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam). Stelling 1 Zolang we vrijwilligerswerk blijven zien als alternatief voor betaald werk, houden we uitsluiting op de arbeidsmarkt in stand. Stemming: de meeste deelnemers zijn het hier niet mee eens. Een paar mensen staan in het midden, tussen ‘eens’ en ‘oneens’ in. Een enkeling is het wel met de stelling eens. Tijdens de discussie werd benadrukt dat er in Nederland nog veel onbenut arbeidspotentieel is. Volgens sommigen zouden meer mensen die nu vrijwilligerswerk doen, ook betaald kunnen werken, maar worden ze door het systeem te vaak die kant op gestuurd. Dat werd als een gemiste kans gezien. Daar tegenover stond het geluid dat deze stelling te binair is: het gaat niet alleen om betaald versus onbetaald werk. Er werd gepleit voor meer waardering van vrijwilligerswerk als volwaardige vorm van participatie. Vrijwilligerswerk levert niet alleen maatschappelijke waarde op, maar helpt mensen ook zelfvertrouwen op te bouwen en kan juist een stap richting betaald werk zijn. Een ander perspectief was dat langdurig vrijwilligerswerk ook een drempel kan vormen: mensen én organisaties raken eraan gewend. Sommige vrijwilligersorganisaties zijn sterk afhankelijk van hun vrijwilligers en raken in de knel als zij vertrekken naar betaald werk. Daarnaast werd besproken dat er banen zijn die feitelijk betaalde functies zouden moeten zijn, maar nu via vrijwilligerswerk worden ingevuld. Dat werd gezien als een vorm van concurrentievervalsing, zeker als organisaties hiervoor subsidie ontvangen. Er werd ook gewezen op de onzekerheid bij de overstap naar betaald werk. Mensen weten vaak niet goed wat dit betekent voor hun inkomen en toeslagen, waardoor zij kiezen voor de zekerheid van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering. Zolang die onzekerheid blijft, is het begrijpelijk dat mensen die keuze maken. Een ander punt van discussie was de rol van professionals in de zorg. Sommigen houden vast aan het idee dat iemand eerst ‘beter’ moet zijn voordat die weer actief kan worden, terwijl juist activiteit (ook in de vorm van vrijwilligerswerk) herstel kan bevorderen. Vrijwilligerswerk werd in dat verband omschreven als ‘werk als medicijn’. Tot slot werd opgemerkt dat er een sterke relatie is tussen werk en mentale gezondheid: betaald werk kan leiden tot minder gebruik van ggz-zorg, en andersom. Toch is er nog weinig structurele aandacht en financiering voor dit thema bij zorgverzekeraars en in beleid. Verschillende deelnemers pleitten ervoor om het concept ‘werk als medicijn’ beter te verankeren in toekomstige akkoorden en beleid, al werd erkend dat dit nu nog maar beperkt gebeurt. Stelling 2 Het doelgroepregister is bedoeld om kansen te creëren, maar bevoordeelt in de praktijk vooral mensen die al het dichtst bij betaald werk staan. Stemming: de meeste deelnemers zien voordelen en nadelen, en kiezen dus een positie ‘in het midden’, tussen ‘eens’ en ‘oneens’. Een aantal aanwezigen stelde dat de arbeids(re-)integratiemarkt een verdringingsmarkt is, waarin werkgevers en begeleiders vooral inzetten op kandidaten met de grootste kans op duurzaam werk. In die zin zou het doelgroepregister vooral mensen helpen die al relatief dichtbij de arbeidsmarkt staan. Daar tegenover stond de ervaring van jobcoaches dat het register juist helpt om mensen in beeld te brengen die anders geen toegang zouden hebben tot voorzieningen of begeleiding. Voor hen is het register dus een kansvergroter. Tegelijkertijd werd erop gewezen dat het systeem mensen dwingt vooral te benadrukken wat ze níet kunnen, wat wantrouwen en schaamte kan oproepen. Mensen die dat aandurven, profiteren ervan, maar dat zijn vaak juist degenen die al sterker in hun schoenen staan. Zo kan het register onbedoeld kansenongelijkheid vergroten. Er werd ook gewezen op de administratieve insteek van het register: het is vooral ontworpen om financiering en beleid te stroomlijnen, niet om mensen te helpen. Daardoor kan het labelend en stigmatiserend werken. Sommigen noemden procedures zoals de loonwaardebepaling zelfs mensonterend en vonden dat het systeem mensen bijna aanzet tot het aandikken van hun beperkingen. Anderen benadrukten dat de arbeidsmarktkrapte uiteindelijk een grotere rol speelt dan het register: economische krachten bepalen of mensen met een kwetsbaarheid kans maken, niet de registratie zelf. Toch werd ook erkend dat het register ooit is opgezet met een goede bedoeling: het moest een alternatief bieden nadat regelingen zoals de sociale werkvoorziening en de oude Wajong werden afgebouwd. In de praktijk is de doelgroep echter uitgebreid naar mensen die minder ver van de arbeidsmarkt staan, waardoor de meest kwetsbare groep uit beeld dreigt te raken. Er werd gepleit voor vereenvoudiging van regelingen en meer inkomenszekerheid. Nu leidt de stap van uitkering naar werk vaak tot complexe verrekeningen en verlies van toeslagen. Dat maakt het systeem moeilijk te begrijpen, zeker voor mensen met weinig financiële of administratieve ruimte. Tot slot werd benadrukt dat economische zelfstandigheid voor sommige groepen simpelweg niet haalbaar is. Voor hen zouden structureel rust en stabiliteit belangrijker moeten zijn dan volledige uitstroom. Tegelijkertijd werd opgeroepen tot een inclusievere benadering van werk en samenleving: meer ruimte voor diversiteit op de werkvloer en minder denken in ‘wij-zij’-categorieën. Al met al was het een interessante en interactieve dag, waarbij professionals vanuit verschillende organisaties en domeinen samenkwamen. ## Contactpersoon ### [Cris Bergmans](https://www.divosa.nl/over-ons/medewerkers/cris-bergmans) Functie: Procesmanager Werk, participatie en arbeidsmarkt en projectleider Hoofdzaak } Werk / Wet van school naar duurzaam werk E-mail: [cbergmans@divosa.nl](mailto:cbergmans@divosa.nl) Telefoon: [0618875012](tel:0618875012) LinkedIn: [https://www.linkedin.com/in/cris-bergmans-7859041](https://www.linkedin.com/in/cris-bergmans-7859041) ![cris_bergmans-3350.jpg](https://www.divosa.nl/sites/default/files/styles/overview_desktop/public/2025-04/cris_bergmans-3350.jpg?itok=8BQq9CAk)