Experimenten Participatiewet

Voor de uitvoering van de Participatiewet is het belangrijk om te weten wat goed werkt – en wat niet – om mensen met een bijstandsuitkering aan het werk te helpen. Ook is het goed om te onderzoeken of bepaalde regels de participatie van burgers niet juist in de weg staan. Sommige gemeenten willen daarom binnen de Participatiewet experimenteren, bijvoorbeeld met minder verplichtingen en sancties. Ze willen zo onderzoek doen naar een effectievere en efficiëntere uitvoering van de wet. Het ‘Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet’ en de ‘Tijdelijke regeling experimenten Participatiewet’ maken dat deels mogelijk.

Gemeenten konden een schriftelijk verzoek om te kunnen experimenteren indienen bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voorwaarde voor zo’n experiment was dat het wetenschappelijk onderbouwd is en antwoord geeft op de vraag wat het beste werkt om mensen aan het werk te helpen. Binnen een periode van drie jaar mogen gemeenten gedurende twee jaar afwijken van de Participatiewet. De experimenten zijn op 1 januari 2018 gestart.


Inhoudsopgave

Geen basisinkomen

Experimenten met de Participatiewet worden vaak in één adem genoemd met het basisinkomen: een vast inkomen voor iedere burger zonder verplichtingen of controle. Gemeenten die experimenteren met de Participatiewet kiezen echter niet voor een basisinkomen voor iedereen, maar onderzoeken een uitkering zonder – of met minder – verplichtingen voor bijstandsgerechtigden.

Lees meer over het basisinkomen


Actueel

Stand van zaken

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op basis van de AMvB experimenten Participatiewet een aantal gemeenten aangewezen als experimenteergemeente:

  • Groningen (voert het experiment uit samen met de gemeente Ten Boer, per 1 januari 2019 samengevoegd met de gemeente Groningen)
  • Deventer
  • Nijmegen
  • Tilburg
  • Utrecht (voert het experiment uit samen met Zeist)
  • Wageningen. 

Deze experimenten eindigen op 1 oktober 2019. Dit betekent dat op basis van de AMvB geen gemeenten meer kunnen worden aangewezen om te experimenteren.

Naar inhoudsopgave


Divosa

Wat vindt Divosa?

Divosa vindt het belangrijk dat gemeenten meer mensen (terug) naar de arbeidsmarkt kunnen leiden. Experimenten in het kader van de Participatiewet zijn daarvoor belangrijk omdat die gemeenten inzicht geven in wat wel en niet effectief is. De ‘Tijdelijke regeling experimenten Participatiewet’ ziet Divosa als een belangrijke eerste stap om gemeenten hierin meer ruimte te geven.

Divosa vindt het teleurstellend dat de regeling weinig ruimte geeft voor experimenten met thema’s als parttime werk, parttime ondernemen, zorg of een andere wijze van verrekenen van tijdelijke inkomsten. Het strakke kader van de regeling – weinig experimenteerruimte en veel beperkende voorwaarden – zal het gemeenten moeilijk maken om het maximale uit een experiment te halen. Dit kan gevolgen hebben voor de effectiviteit van het betreffende experiment en het wetenschappelijk onderzoek.

Downloads

Wat doet Divosa?

Het ‘Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet’ geeft gemeenten de mogelijkheid om deels buiten de regels van de Participatiewet te experimenteren. Maar ook binnen de wettelijke kaders kunnen gemeenten experimenteren met de uitvoering van de wet. Divosa kan hen hierbij ondersteunen:

  • Kennisprogramma Vakkundig aan het werk
    Het kennisprogramma Vakkundig aan het werk van Divosa, VNG, UWV en richt zich op re-integratie, integrale samenwerking binnen het sociaal domein, een verdere professionalisering door methodisch werken, armoede en schuldhulpverlening. Er is 10 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek door gemeenten en kennisinstellingen.
  • Eerste hulp bij onderzoek (EHBO)
    Wetenschap is belangrijk, maar het valt nog niet mee om als gemeente zelf onderzoek te (laten) doen. Divosa helpt gemeenten die bezig (willen) zijn met wetenschap en ondersteuning nodig hebben bij de uitwerking daarvan.

Bijeenkomsten over dit onderwerp

Er zijn momenteel geen bijeenkomsten over dit onderwerp in de agenda.