Wetgeving niet het probleem bij ondersteuning aan jongeren met beperking

dinsdag 18 april 2017
Bron: www.rijksoverheid.nl

Op Goede Vrijdag liet staatssecretaris van Rijn aan de Tweede Kamer weten dat het niet aan de wetgeving ligt dat ondersteuning aan jongeren met een beperking niet altijd soepel verloopt. De staatssecretaris trekt deze conclusie op basis van onderzoek dat hij liet doen naar de aansluiting tussen de verschillende wetgevingen rond de jongeren. De Kamer had hier vorig jaar via een motie van de Christen Unie om gevraagd.

De Kamer deed dat naar aanleiding van signalen uit de praktijk dat de hulp aan jongeren met een beperking inhoudelijk vaak niet goed aansluit. De wetgeving is te complex, het hulpverleningsaanbod is te versnipperd en jongeren raken soms uit beeld bij hulpverleners. Onderzoeksbureau Q Consult concludeert echter dat deze problemen niet aan wetgeving toe te schrijven zijn.

Het bureau voerde in opdracht van het ministerie van VWS een meta-analyse uit van verschillende onderzoeken. Deze beschrijven de mate waarin de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Participatiewet en de Wet passend onderwijs inhoudelijk op elkaar aansluiten. Het aanpassen van wetgeving zou volgens de meta-analyse de eerder genoemde problemen niet oplossen.

Gemeenten en aanbieders aan zet

De onderzoekers concluderen dat er grote verschillen in beleid en uitvoering zijn tussen gemeenten. Ze noemen dat een logisch gevolg van de decentralisaties en daarbij behorende beleidsvrijheid. Er is geen totaaloverzicht dat laat zien in welke gemeenten het nu wel en niet goed loopt en waarom dat zo is.  

De onderzoekers komen verder tot de conclusie dat het aan de gemeenten is om lokaal (nog) beter af te stemmen om zo te komen tot een integrale aanpak voor kwetsbare jongeren. Bijvoorbeeld door een loket op te zetten waar hulpverleners terecht kunnen met vragen over de overgang 18-/18+. Of door te investeren in kennis over de (toegangscriteria) van de wetten. Andere aanbevelingen zijn: een vorm van mentorschap opzetten en goede afspraken maken met regionale meld- en coördinatiecentra om te voorkomen dat een deel van de doelgroep uit beeld raakt.

Focus op meer kennis

Van Rijn onderschrijft in zijn brief aan de Kamer de conclusies en aanbevelingen van de onderzoekers. De staatssecretaris legt daarmee de focus op de kennis over en de interpretatie van de wetten en de toepassing in de praktijk. Hij verwijst in dit kader onder andere naar de Landelijke werkagenda 18-/18+ waar Nji, Movisie, VNG en Divosa in samenwerken. Deze werkagenda richt zich op het vergroten en delen van kennis op gemeentelijk niveau. Ook wil de werkagenda bestuurlijke knelpunten op landelijke niveau wegnemen. De partners in de werkagenda ontwikkelen bouwstenen waarmee een geïntegreerd en compleet toekomstplan gemaakt kan worden voor jongeren van 16-27 jaar. Partijen willen dit toekomstplan in juni 2017 kunnen opleveren.

Lees de kamerbrief en het onderzoeksrapport op: www.rijksoverheid.nl

Meer informatie over de landelijke werkagenda vind je op: www.16-27.nl