Van Ark wil individuele studietoeslag aanpassen

woensdag 19 december 2018

Het gebruik van de individuele studietoeslag voor studenten met een arbeidsbeperking is aanzienlijk lager dan verwacht, blijkt uit onderzoek door de Inspectie SZW. Dat komt onder meer doordat de doelgroep kleiner en moeilijker bereikbaar is dan de doelgroep die voorheen in aanmerking kwam voor de Wajong-studieregeling. Staatssecretaris Van Ark (SZW) kondigde in een brief aan de Kamer aan dat zij in overleg met betrokken partijen de regeling wil aanpassen.

De individuele studietoeslag bestaat sinds 2015 en is bedoeld voor studenten en scholieren met een arbeidsbeperking. Zij kunnen onder bepaalde voorwaarden via de gemeente een toeslag krijgen. Gemeenten stellen beleidsregels op en bepalen de hoogte en de duur van de studietoeslag. In de afgelopen jaren waren er vragen over de verschillen in de hoogte van de bedragen die gemeenten toekennen. Ook waren er zorgen of iedereen die recht heeft op de toeslag, deze wel krijgt toegekend.

Onderzoek Inspectie SZW

Naar aanleiding van Kamervragen heeft de Inspectie SZW een onderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het gebruik van de individuele studietoeslag lager is dan verwacht. Daar zijn een aantal redenen voor:

  • De doelgroep voor de individuele studietoeslag is kleiner dan de doelgroep die voorheen in aanmerking kwam voor de Wajong-studieregeling.
  • De betrokkenen moeten de studietoeslag zelf aanvragen terwijl zij die voorheen automatisch kregen toegekend.
  • Gemeenten keren lagere bedragen uit: het gemiddelde bedrag is 150 euro per maand.
  • Voor gemeenten is het niet eenvoudig om de regeling bij de doelgroep onder de aandacht te brengen.

In het onderzoek heeft de inspectie bij verschillende partijen nagevraagd hoe de regeling te verbeteren is. Daar komen twee suggesties uit naar voren: de uitvoering van de individuele studietoeslag centraal beleggen en de wettelijke voorwaarden voor de regeling aanpassen.

Regeling opnieuw bekijken met belang van de doelgroep voorop

Divosa vindt dat het onderzoek voldoende aanleiding geeft om met alle betrokken partijen over de uitvoering van de individuele studietoeslag in gesprek te gaan. De gebruikers van de regeling moeten daarbij centraal staan: voor hen moet de regeling eenvoudig, vindbaar en logisch zijn. Ook moet de regeling bekeken worden in samenhang met alle andere regelingen voor deze doelgroep.

Aanpassen in overleg met betrokkenen

Ook de staatsecretaris vindt dat het onderzoek de nodige bouwstenen biedt voor een aanpassing van de regeling. Zij gaat dan ook ‘samen met het ministerie van OCW, de VNG, Divosa én de betrokken belangen- en cliëntenorganisaties overleggen op welke de wijze de individuele studietoeslag zoals die nu in de Participatiewet is vormgegeven, het beste kan worden aangepast, ten einde de effectiviteit van de regeling én het bereik van de doelgroep te vergroten.’

Zie ook