Onderwijs in Nederland verder achteruit

vrijdag 13 april 2018

Het onderwijs op de basisschool en in het voortgezet onderwijs gaat steeds verder achteruit en de kwaliteitsverschillen tussen scholen nemen steeds meer toe. Dat constateert de Inspectie van het Onderwijs in het rapport ‘Staat van het Onderwijs 2016/2017’ dat 11 april aan de ministers van OCW werd aangeboden.

Volgens de onderwijsinspectie glijdt het onderwijsniveau af en zijn de prestaties van leerlingen de afgelopen 20 jaar geleidelijk gedaald: ‘Dat is uniek en reden tot zorg.’ Daarnaast dreigt het gevaar van ongelijke kansen doordat de kwaliteitsverschillen tussen scholen steeds meer toenemen. De etnische segregatie neemt af, maar de tweedeling op basis van opleiding en inkomen van de ouders neemt toe.

De inspectie is verder kritisch over de manier waarop het onderwijs en de overheden proberen het tij te keren. Scholen benutten niet genoeg de eigen mogelijkheden om de kwaliteit te verbeteren en de overheid stuurt niet voldoende. Het beroepsonderwijs daarentegen is een lichtpuntje. Het niveau van de vmbo-leerlingen en mbo-studenten stijgt. Zij halen vaker een diploma op het hoogste niveau.

Streven naar inclusiviteit

Divosa streeft naar meer inclusiviteit in de samenleving, maar de staat van het onderwijs staat daarmee op gespannen voet. Zo zijn de kansen voor leerlingen sterk afhankelijk geworden van het opleidingsniveau en het inkomensniveau van de ouders en de kwaliteit van de school. Daarnaast is het onderwijs in Nederland sterk gesegregeerd. Volgens onderzoek van PISA (Programme for International Student Assessment) is het onderwijsniveau in landen om ons heen de afgelopen jaren juist verbeterd door te investeren in gemengd onderwijs. Terecht roept de inspectie overheden dan ook op om de aandacht voor inclusief onderwijs overeind te houden en samen met scholen aan perspectieven te werken.

Zie ook

De Staat van het Onderwijs: niveau onderwijs glijdt af (Inspectie van het Onderwijs, april 2018)