Kwetsbaarheid bepaalt kwaliteit van leven van mensen in sociaal domein

donderdag 7 december 2017

Niet de maatwerkvoorziening maar de mate van kwetsbaarheid bepaalt de kwaliteit van leven van mensen die gebruik maken van voorzieningen uit het sociaal domein. Dat is één van de conclusies uit de ‘Overall rapportage sociaal domein 2016’ die het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) op 4 december publiceerde.

Het SCP heeft het over kwetsbaarheid als er sprake is van een opeenstapeling van een laag inkomen, een lage opleiding, geen werk en gezondheidsbeperkingen. Die stapeling vindt plaats bij 11% van de 1,4 miljoen huishoudens (1,6 miljoen mensen) die gebruik maakt van voorzieningen in het sociaal domein. Het gaat dan meestal om een combinatie van participatievoorzieningen met maatschappelijke ondersteuning of met jeugdzorg.

Ontwikkeling kwaliteit van leven

Het SCP monitort de uitvoering van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet sinds de decentralisaties en doet daarvan periodiek verslag. In de rapportage beschrijft SCP vooral hoe de kwaliteit van leven van mensen die gebruik maken van voorzieningen in het sociaal domein zich ontwikkelt. Tussen 2015 en 2016 is deze gelijk gebleven, blijkt uit het rapport. Daarnaast kijkt het rapport naar het voorzieningengebruik, de uitvoeringspraktijk bij gemeenten en de bestuurlijk en financiële kaders. De belangrijkste conclusies uit de rapportage op een rij:

  • Tussen 2015 en 2016 is de kwaliteit van leven van mensen met een maatwerkvoorziening in het sociaal domein gelijk gebleven. Er is ook een stabiel beeld bij de mate van kwetsbaarheid, probleemcumulatie, redzaamheid en maatschappelijke participatie. Wel is de emotionele eenzaamheid onder mensen in de Wmo 2015 iets gestegen.
  • Ook is er tussen 2015 en 2016 een afname in de hulp die mensen in de Wmo 2015 krijgen van een beroepskracht. Die afname wordt niet opgevangen in het eigen netwerk (van 23% tot 18%). Onduidelijk is óf en hoe mensen dit oplossen.
  • Er is nog geen sluitende aanpak voor de overgang van 18 min naar 18 plus, vooral voor dak- en thuislozen, onder toezicht gestelde jongeren en jongeren met een lichte verstandelijke beperking. Regelingen sluiten nog niet goed op elkaar aan en er zijn te weinig adequate woonvoorzieningen (o.a. begeleid wonen). De toegang tot de jeugdhulp via de gemeente is verdubbeld van 14% in begin 2015 tot 28% eind 2016. De meeste toegang verloopt via de (huis)arts.
  • Jongeren zonder startkwalificatie en huishoudens met problematische schulden gebruiken vaker een sociaaldomeinvoorziening en komen ook vaker in aanraking met de politie.
  • In ongeveer 1 op de 10 deelnemende gemeenten geven griffiers aan dat gemeenteraadsleden over onvoldoende kennis en vaardigheden beschikken om hun taken goed uit te kunnen voeren. Er is onder gemeenten een breed gedeelde behoefte om verantwoording vorm te geven via een combinatie van cijfers en verhalen.
  • De samenwerking tussen gemeenten loopt soms nog stroef door verschillen in visie op de inrichting en uitvoering van het sociaal domein en het tempo van de transformatie.
  • Grote verschillen in financiële jaarrekeningen van gemeenten. Positieve saldi zijn lager dan in 2015 en worden gereserveerd voor sociaal domein.

Zie ook