IBP biedt perspectief maar financiën blijven aandachtspunt

vrijdag 8 juni 2018

De ambities die de gezamenlijke overheden in het Interbestuurlijk Programma (IBP) uitspreken, bieden ook perspectief voor de toekomst van het sociaal domein. Maar hoewel het Rijk de gemeenten fors meer budget toekent, voorziet Divosa dat de financiën onvoldoende zijn voor alle ambities. Binnen gemeenten zullen dus keuzes moeten worden gemaakt. Bovendien leggen Rijk en VNG de financiële afspraken verschillend uit.

  • Divosa onderschrijft de ambities in het IBP;
  • Divosa wil zich inzetten om de ambities te helpen realiseren;
  • Divosa maakt zich zorgen over de financiële houdbaarheid;
  • Divosa onderschrijft het belang van gemeentelijke autonomie.

Het IBP bevat veel en complexe ambities. Om die te verwezenlijken is samenwerking tussen overheden noodzakelijk. Divosa onderschrijft dat uitgangspunt van harte. Het IBP sluit nauw aan bij de visie die Divosa-leden hebben op een inclusieve samenleving en biedt volop kansen om de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein beter te kunnen uitvoeren.

Om de ambities ook daadwerkelijk in de praktijk te kunnen waarmaken, neemt Divosa al deel aan de uitwerking van de programma’s ‘Merkbaar beter in het sociaal domein’, ‘Problematische schulden voorkomen en oplossen’ en ‘Nederland en migrant voorbereid’. Daarnaast volgt Divosa het programma ‘Passende financiële verhoudingen’ met bijzondere interesse.

Vakmanschap

Bij de uitwerking pleit Divosa ervoor om meer en beter gebruik te maken van wetenschappelijke kennis en de praktijkervaring van uitvoerende professionals. Dat voorkomt dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden en bevordert de inzet van effectieve maatregelen en methodieken en professionaliteit van medewerkers.  

Hypotheek

De doorrekening van het IBP leidt bij Divosa-leden tot zorgen. Gemeenten krijgen extra geld, maar in het sociaal domein voorzien zij de komende jaren ook hogere uitgaven en zijn er op een aantal beleidsterreinen al jaren tekorten. Ontschotting van budgetten is nuttig maar leidt niet per definitie of op korte termijn tot een beperking van de uitgaven. Ondanks het extra geld dat gemeenten krijgen, zijn de financiële risico’s voor gemeenten dus nog aanwezig. 

De zorgen worden ook veroorzaakt door de verdeling van de budgetten over gemeenten. Dit is al langer onderwerp van discussie en het IBP lost dit probleem niet op. Voor gemeenten met grote tekorten, bieden de extra middelen beperkte verlichting. Het gevolg is dat vooral die gemeenten scherp moeten kiezen aan welke van de ambities zij hun middelen willen besteden. In feite leggen de financiën zo een hypotheek op de uitwerking van het IBP.

Trap op – trap af

Divosa wijst er ook op dat er voor de uitvoering van gemeentelijke taken toereikende budgetten moeten zijn. Het is een risico als de bekostiging van deze taken afhankelijk is van de ‘trap op - trap af’ systematiek die Rijk en gemeenten met elkaar zijn overeengekomen. Als het Rijk bezuinigt, krijgen gemeenten immers ook minder middelen tot hun beschikking. Dat kan een probleem zijn als juist in een laagconjunctuur de kosten bij gemeenten stijgen door een toenemend beroep op voorzieningen. 

BUIG

De Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) doet momenteel onderzoek naar het BUIG-budget. De wijze waarop de aanbevelingen van de ROB worden omgezet in afspraken tussen Rijk en gemeenten, is voor Divosa een graadmeter voor de bereidheid van overheden om de ambities in het IBP daadwerkelijk waar te maken. Het is daarom goed nieuws dat het Rijk de instroom van statushouders in de bijstand al in het jaar van instroom gaat vergoeden.

Verschillende uitleg

Tijdens de analyse van het IBP door Divosa bleek dat Rijk en VNG de financiële afspraken verschillend uitleggen. Wat het Rijk betreft zijn allediscussies over budgetten achter de rug. De VNG stelt dat er alleen een streep onder het verleden staat. Toekomstige budgetten zijn volgens de VNG hiermee nog niet vastgelegd.

Beleidsvrijheid

Tot slot is Divosa er niet gerust op dat het Rijk de gedecentraliseerde taken echt loslaat. Gemeenten moeten hun eigen beleids- en uitvoeringskeuzes kunnen maken die passend zijn bij de lokale situatie.

Zie ook

Programmastart Interbestuurlijk Programma (IBP)
Rijk, gemeenten en provincies hebben op 14 februari de basis gelegd voor de samenwerking in de komende jaren. In de zgn. 'Programmastart Interbestuurlijk Programma' hebben Rijk en VNG onder andere afspraken gemaakt over de gemeentelijke tekorten in het sociaal domein. Er is afgesproken dat gemeenten die tekorten moeten afdekken vanuit de groei van het gemeentefonds. Landelijk groeit dit in deze kabinetsperiode met 5,4 miljard euro. Daarnaast willen gemeenten en het kabinet gezamenlijk 200 miljoen beschikbaar stellen voor een fonds waarop gemeenten in 2018 een beroep kunnen doen als die te maken hebben met een stapeling van tekorten in het sociaal domein.