Gemeenten bemiddelen vluchtelingen sneller naar werk

dinsdag 11 juli 2017

Gemeenten zijn dit jaar actief aan de slag gegaan om statushouders naar werk te begeleiden. Dit blijkt uit onderzoek van kennisplatform KIS. In 2016 waren gemeenten vooral bezig met maken van beleid om vluchtelingen aan het werk te helpen, in 2017 zijn concrete stappen gezet.

Gemeenten starten sneller met bemiddelen, vaak al zodra vluchtelingen in de gemeente komen wonen. Ook zijn ze beter geïnformeerd over de achtergrondkenmerken van de vluchtelingen. Gemeenten bemiddelen op verschillende manieren en zien toegevoegde waarde in aangepaste instrumenten uit de Participatiewet. De Monitor gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding vluchtelingen 2017 ‘Vluchtelingen aan het werk' laat echter ook zien dat een grote groep van 37 procent van de vluchtelingen op dit moment helemaal nog niet wordt bemiddeld.

Urgentie

KIS deed onderzoek onder 256 van de 388 gemeenten. 82 procent van die gemeenten heeft nu actief beleid om vluchtelingen richting werk, een opleiding of andere vormen van participatie te helpen. Gemeenten geven aan dat ze de urgentie voelen en zien dat vluchtelingen zonder deze extra ondersteuning niet verder komen. In 45 procent van de gemeenten zijn de beleidsmaatregelen echter (nog) niet geborgd voor de langere termijn, het zijn vaak tijdelijke projecten, afhankelijk van één persoon en met een tijdelijk budget. Bovendien constateren gemeenten dat bij 37 procent van de vluchtelingen nog helemaal niet gestart is met enige vorm van bemiddeling. Dit komt omdat de vluchtelingen nog niet zover zijn; ze spreken slecht Nederlands, hebben gezondheidsproblemen of andere zorgen. Of de gemeente is nog niet zover: het beleid is nog in ontwikkeling of men is nog niet toegekomen aan deze groep.

Eerder zoeken naar werk

Gemeenten gaan voortvarend aan de slag. 62 procent van de gemeenten start hun inspanningen om de vluchteling arbeidsfit te maken al zodra hij/zij in hun gemeente komt wonen. Uit dezelfde enquête van KIS vorig jaar bleek dat de meeste gemeenten toen wachtten totdat de verplichte inburgering was afgerond. Daarmee ging al snel 3 tot 5 jaar verloren. Vorig jaar gaven gemeenten aan idealiter te starten als de vluchteling nog in de opvanglocatie zit, dus nog niet in de gemeente woont. Dat blijkt in praktijk echter vaak niet haalbaar. Gemeenten geven liever prioriteit aan diegenen die al in hun gemeenten wonen en waarmee zij actief aan de slag kunnen.

Betere kennis en samenwerking

Ander verbeterpunt ten opzichte van vorig jaar is dat de gemeenten door eigen toedoen beter geïnformeerd zijn over de vluchtelingen. In 2016 gaf slechts 16 procent aan voldoende van hen af te weten. Nu vindt in 84 procent van de gemeenten een intakegesprek met statushouders plaats. En 40 procent maakt gebruik van een screeningsinstrument om informatie te verzamelen. Bovendien weten gemeenten andere partijen, zoals wijkteams, Vluchtelingenwerk, onderwijsinstellingen en woningbouwcorporatie steeds beter te vinden. Ook is er nu meer contact en samenwerking met werkgevers. Vaak hebben gemeenten (of externe organisaties) een persoon aangesteld die een persoonlijk contact onderhoudt met werkgevers. Ook maakt drie kwart van de gemeenten gebruik van de ondersteuning van de regiocoördinatoren van Divosa.

Vooral vrijwilligerswerk, werkervaringsplaatsen en taalles

De instrumenten uit de Participatiewet zijn ook bedoeld voor vluchtelingen. Nagenoeg alle gemeenten (95 procent) vinden dat deze instrumenten in aangepaste vorm daar ook geschikt voor zijn. Vrijwilligerswerk was het afgelopen jaar het meest gebruikte instrument. Ook werkervaringsplaatsen werden veelvuldig gebruikt, al blijkt vooral het vinden van deze plekken lastig. 73 procent van de gemeenten geeft werkgevers daarom de mogelijkheid om statushouders aan te nemen via een proefplaatsing. Gezien het feit dat taal cruciaal is bij de integratie en het vinden van werk, wordt ook daar stevig op ingezet: 69 procent van de gemeenten biedt taalcursussen aan, aanvullend op het inburgeringstraject.

Opleidingen als route naar werk nog onvoldoende benut

De instroom van vluchtelingen in het onderwijs blijkt lager dan de een derde die gemeenten een jaar geleden inschatten. Terwijl het idee is dat opleidingen juist een succesvolle route richting duurzame arbeid kunnen zijn. Nu kunnen vluchtelingen in een kwart van de gemeenten (26 procent) tijdens hun inburgering een mbo-opleiding volgen. Praktisch alle gemeenten bieden kortdurende cursussen aan, zoals sollicitatietrainingen.

Meer regie op inburgering voor gemeenten

Opvallend is dat 90 procent van de gemeenten de regie over de inburgering wil. Ze willen daarmee beter inzicht in en invloed op het inburgeringstraject, vluchtelingen beter begeleiden en de inburgering via duale trajecten combineren met andere activeringsactiviteiten (zoals werk, vrijwilligerswerk of onderwijs). Het afgelopen jaar zijn 8 procent van de vluchtelingen begeleid naar werk en 12 procent(vooral jonge) vluchtelingen naar onderwijs of via onderwijs naar werk. 25 procent deed vrijwilligerswerk dat helpt bij de bemiddeling naar werk en 25 procent deed vrijwilligerswerk om actief deel te nemen aan de maatschappij. Gemeenten monitoren nog weinig de resultaten van hun aanpak. Ze hebben geen exacte cijfers voorhanden, projecten zijn nog in ontwikkeling of (nog) niet geëvalueerd.

Aanbevelingen

Uit het onderzoek van KIS volgen een aantal concrete aanbevelingen voor gemeenten:

  • Zorg voor borging van de beleidsmaatregelen op lange termijn
  • Besteed ook aandacht aan de groep kwetsbare vluchtelingen
  • Investeer in mogelijkheden voor vluchtelingen om onderwijs te volgen
  • Monitor de resultaten van de maatregelen

Meer informatie

Lees hier de monitor gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding vluchtelingen 2017 ‘Vluchtelingen aan het werk, gemeenten in beweging’.

 

Actief in de regio

In iedere arbeidsmarktregio is een regiocoördinator vanuit Divosa actief om gemeenten te ondersteunen bij arbeidsbemiddeling voor vluchtelingen. Deze coördinatoren werken vanuit het project Screening & matching vergunninghouders dat Divosa sinds 15 juli 2016 in opdracht van het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid uitvoert. Divosa doet dit samen met COA, VNG en ministeries van SZW, VenJ en OCW. Doel van het project: vluchtelingen betere kansen op werk en opleiding bieden. Al vanaf de eerste dag dat vluchtelingen een verblijfsvergunning krijgen worden integratie- en participatietrajecten ingezet. Ook na huisvesting lopen deze trajecten door zodat het voor vluchtelingen gemakkelijker wordt om een opleiding of werk te vinden.

Meer informatie