Eén huishouden, één minimuminkomen: kan Uden de droom waarmaken?

dinsdag 4 september 2018

Meer dan 40% van de uitkeringsgerechtigden in Uden zit al 3 jaar of langer in de bijstand. Veel van hen doen vrijwilligerswerk of doen op een andere manier actief mee. Maar deze bezigheden worden niet als werk beloond. Uden gelooft dat het anders, beter kan. Daarom werkt de gemeente aan een business case waarbij elk huishouden een minimuminkomen kan verdienen. Ook zonder reguliere baan.

De business case staat in de steigers. Maar voordat de bouw echt begint, wil Uden graag feedback van gemeenten op het plan. Want er zitten nog de nodige haken en ogen aan. Op 31 augustus 2018 grepen programmamanager Juanita van der Hoek en projectmanager Leindert Vogel hun kans: Divosa, 20 gemeenten en het ministerie van SZW namen de business case onder de loep.

Waarom één huishouden, één minimuminkomen?

Meer dan 40% van de Udense uitkeringsgerechtigden zit al 3 jaar of langer in de bijstand. Hun talenten worden onvoldoende benut, maar tegelijkertijd is de reguliere arbeidsmarkt voor een deel van hen een brug te ver. Daar moet een oplossing voor komen, dacht Uden. In plaats van een uitkering een dienstverband met minimuminkomen. Daarvoor biedt een parallelle arbeidsmarkt mogelijkheden: een arbeidsmarkt die ‘maatschappelijk lonend werk’ breder definieert.

'Een reguliere baan is immers niet voor iedereen weggelegd, welke wettelijke constructie we ook bedenken', stelt Juanita van der Hoek. Ze haalt het voorbeeld van Ajax aan: als een spits niet kan scoren, dan neemt de voetbalclub hem echt niet aan, ook al krijgt de club er een bak subsidie voor. Van der Hoek vervolgt: ‘Als het goedkoper is om mensen in de uitkering te laten zitten, dan kijk je niet naar de mens. Dat willen wij wel doen.’

Kwestie 1: wel of geen coöperatie?

Uden heeft in Tilburg University, Start Foundation en het werkbedrijf IBN samenwerkingspartners gevonden om een maatschappelijke business case op te stellen om deze systeemverandering in gang te zetten. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden van een pilot en in de business case wordt daarvoor een kosten-batenafweging gemaakt. Tilburg University zal de effecten ten opzichte van een controlegroep onderzoeken.

De pilot kan alleen slagen als er nieuwe vormen van werk gevonden worden. Daarvoor kan een coöperatie opgericht worden. Naast de gemeente en IBN kunnen daar sociaal ondernemers, commerciële bedrijven en vrijwilligersorganisaties aan deelnemen. Opdracht: zorg voor 50 werkplekken en coach werknemers en werkgevers. De coöperatie neemt mensen in dienst en zij krijgen per huishouden een minimuminkomen.

Twee petten

Er is kritiek op deze opzet, zo blijkt tijdens de bijeenkomst. De gemeente heeft twee petten op: ze heeft haar eigen doelen, maar moet tegelijkertijd tarieven vaststellen. Hoe split je werkgevers- en lidmaatschapskwesties? Deelnemers raden aan om de risico’s van het arbeidsrecht, het detacheren en het uitzenden in kaart te brengen. Ook passeert er een alternatief voor de coöperatie: een stichting, zoals in Drechtsteden. En heeft Uden al gekeken naar artikel 2.82 Aanbestedingswet 2012? Dat biedt de mogelijkheid om opdrachten via aanbesteding te gunnen aan bedrijven met meer dan 30% arbeidsgehandicapten in dienst.

Kwestie 2: wie mag er meedoen?

Voor de pilot heeft Uden een specifieke doelgroep op het oog. Daarvoor heeft de gemeente een aantal criteria in gedachten. Bijvoorbeeld dat er een een mismatch moet zijn tussen de capaciteiten van de persoon en de reguliere arbeidsmarkt. Dez criteria worden in de bijeenkomst flink onder de loep genomen. ‘Waarom zou je de groep van te voren dichttimmeren, dat is toch geen maatwerk?’ Kan Uden niet per persoon kijken wat wel of niet past? En hoe definieer je een mismatch, die is toch conjunctuurafhankelijk?

Kwestie 3: wat waarderen we als werk?

De belangrijkste kwestie waar Uden antwoord op zoekt, is: wanneer noemen we een activiteit werk? Als een gezin zichzelf stabiel kan houden, waardoor minder zorg en begeleiding nodig is, kunnen we dat dan als baan waarderen? En hoe zit het met de prikkelwerking? Denk aan de Melkertbanen. Hoe voorkomen we dat mensen blijven hangen op de parallelle arbeidsmarkt, terwijl ze eigenlijk regulier aan het werk kunnen? ‘Mensen mogen niet gevangen blijven in een regeling. Dan heb je een nieuw sw-bedrijf weer terug’, waarschuwt een deelnemer.

Kwestie 4: wie gaat dat betalen?

Uden wil met haar pilot binnen de lijntjes kleuren en zoekt dan ook mogelijkheden voor budgetten binnen bestaande wetten en regels, BUIG-budgetten en Wmo-gelden dus. Volgens Van der Hoek zit er een perverse prikkel in het financiële systeem van de BUIG. ‘Als er veel mensen uit de uitkering stromen, krijgt de gemeente minder geld. Blijven er veel mensen in je bestand zitten, dan word je daarvoor gecompenseerd.’ Van der Hoek hoopt dat de business case budgetneutraal uitkomt. Natuurlijk zitten er wel flinke kosten aan het veranderen van de interne organisatie.

Deelnemers in de bijeenkomst raden Uden aan om de financiering persoonsgebonden in plaats van regelingsgebonden te maken. ‘De schotten moeten eruit worden gehaald.’ Een andere tip is om verordeningen open te breken. En om Wmo-middelen vooraf te oormerken.

Hoe nu verder?

In oktober 2018 wil Juanita van der Hoek de business case aan het college presenteren. Voor die tijd moet de business case klaar zijn. Uden wil voor die tijd graag feedback van gemeenten verwerken. Wil jij per mail meedenken? Geef het door aan Marcel van Druenen.