Bijstand versterkt gevoel niet te kunnen werken

donderdag 16 juni 2016

Hoe langer mensen in de bijstand zitten, hoe meer zij vinden dat ze niet meer kunnen werken. Dat blijkt uit cijfers die het CBS op 16 juni 2016 publiceerde. De oorzaak hiervan schuilt o.a. in de vruchteloze sollicitatiepogingen en het effect van niet-werken op de gezondheid.

Iets meer dan de helft van alle mensen in de bijstand kan of wil niet werken, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek onder uitkeringsontvangers in 2014. Ook blijkt dat hoe langer men in de bijstand zit, hoe minder men de wil of de mogelijkheid heeft om weer aan het werk te gaan. Van de mensen die minder dan een jaar in de bijstand zitten, wil ruim 72 procent graag aan het werk. Bij mensen die drie jaar of langer in de bijstand zitten, is dat nog maar 41 procent. 

Serieuze belemmeringen

Onderzoek van Divosa zelf laat al jaren zien dat grofweg twee derde van de bijstandsgerechtigden serieuze belemmeringen heeft om aan het werk te komen. Mensen in de bijstand kampen relatief vaak met psychische of lichamelijke klachten. Anderen hebben een verouderde of geen opleiding of kunnen bijvoorbeeld niet goed genoeg lezen, schrijven of rekenen. Ook leeftijd is een grote belemmering. Mensen van 50 jaar en ouder komen nauwelijks meer aan het werk.

Zelfvertrouwen

Mensen die lang in de bijstand zitten hebben vaak honderden sollicitatiebrieven geschreven en zijn zelden of nooit uitgenodigd voor een gesprek. Dat leidt ertoe dat mensen hun zelfvertrouwen verliezen. Zij raken ervan overtuigd dat zij een werkgever niets te bieden hebben en niet meer kunnen werken.

Thuiszitten maakt ziek

Wetenschappelijk onderzoek van o.a. de Erasmus Universiteit laat zien dat de gezondheid van mensen die lang geen werk hebben achteruitgaat. Geldgebrek, het ontbreken van een dagritme of lichamelijke beweging zorgen voor stress en een slechtere gezondheid. Daardoor slinken de kansen op werk nog verder.

Moordende concurrentie

De concurrentie op de arbeidsmarkt is groot. Er zijn veel meer werkzoekenden dan vacatures. Voor de vacatures die er zijn, hebben bijstandsgerechtigden vaak niet de juiste opleiding of ervaring. Bijstandsgerechtigden die wel in aanmerking komen voor een vacature, merken dat andere werkzoekenden betere papieren hebben. Dat verklaart deels waarom het twee jaar duurt voordat economisch herstel leidt tot minder bijstandsgerechtigden. Desondanks lukte het in 2014 ruim 36.000 bijstandsgerechtigden het werk te vinden.

Toch actief blijven

Gemeenten stimuleren bijstandsgerechtigden om actief te blijven. Vrijwilligerswerk, tijdelijk en parttime werk helpen mensen om mee te blijven doen aan de samenleving. Dat vergroot uiteindelijk hun kansen op werk en verkleint de kans dat hun gezondheid achteruitgaat.

Geen ijzer met handen breken

Gemeenten zetten alle zeilen bij om bijstandsgerechtigden te ondersteunen in hun zoektocht naar werk. Behalve de arbeidsmarkt belemmeren financiële beperkingen gemeenten.

Sinds het begin van de crisis is het aantal mensen dat een beroep doet op de bijstand gestegen van ca. 300.000 naar bijna 460.000. 

In dezelfde periode bezuinigde het Rijk twee derde op het re-integratiebudget voor gemeenten. Dat dwingt gemeenten om keuzes te maken. Het beschikbare budget wordt hierdoor vooral ingezet voor mensen die met een beetje hulp weer aan het werk kunnen. Voor de anderen organiseren gemeenten vrijwilligersactiviteiten in de wijken.

Ontheffing van sollicitatieplicht

Gemeenten zijn de laatste jaren terughoudender in het verlenen van ontheffingen van de sollicitatieplicht, zo blijkt uit de Divosa Benchmark Jaarrapportage 2014. Ook van mensen die zich niet gezond voelen verwachten gemeenten dat zij participeren of een tegenprestatie naar vermogen leveren.

Zie ook