Armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat kinderen nodig hebben

donderdag 7 december 2017

Kinderen die opgroeien in armoede worden op alle vlakken in hun leven beperkt in hun ontwikkeling en het armoedebeleid sluit onvoldoende aan bij wat deze kinderen echt nodig hebben. Dat concludeert de Kinderombudsvrouw in haar rapport ‘Alle kinderen kansrijk’ dat zij op 5 december publiceerde. Daarin vraagt ze onder andere aandacht voor meer bestaanszekerheid van gezinnen. Divosa onderschrijft deze oproep maar benadrukt dat de invloed van gemeentelijk armoedebeleid beperkt is.

In Nederland groeien 378.000 kinderen op in armoede. Deze kinderen zijn veel negatiever over hun leven dan kinderen die niet opgroeien in armoede. Vooral wanneer armoede gepaard gaat met problemen thuis. Kinderen die opgroeien in armoede ervaren minder zekerheid en stabiliteit in hun leven, doen het vaak minder goed op school en ontwikkelen gemakkelijker probleemgedrag.

Het tekort aan geld zorgt bovendien vaak voor problemen thuis. Vooral ouder wordende kinderen weten dat hun ouders geldzorgen hebben. Geldzorgen veroorzaken meestal stress. Langdurige stress kan allerlei nadelige effecten hebben, zoals het afnemen van het overzicht over de situatie, het toenemen van de focus op de korte termijn en een reductie van het IQ met 11 tot 13 punten.

Armoedebeleid gemeenten

Steeds meer gemeenten zetten daarom stress-sensitieve dienstverlening in. Maar zelfs dan is de invloed van gemeentelijk beleid in de praktijk vaak beperkt; met armoedebeleid los je de achterliggende problemen namelijk niet op. Extra middelen voor kinderarmoede leiden vaak wel tot goede ontwikkelingen, al dan niet in samenwerking met andere beleidsvelden zoals onderwijs. En gemeentelijke minimaregelingen en kindpakketten dragen zeker bij aan het welzijn van arme inwoners, maar zijn natuurlijk geen structurele oplossing voor de armoedeproblematiek. Verschillende gemeenten hebben met Minima Effect Rapportages (Nibud) aangetoond dat bepaalde doelgroepen structureel te weinig inkomen hebben.

Schuldhulpverlening

Daarnaast geven gemeenten invulling aan schuldhulpverlening, maar hebben ze beperkte invloed op het ontstaan van schulden. Hoe armer iemand is, hoe ingewikkelder het systeem van inkomensregelingen wordt, terwijl juist deze mensen – bijvoorbeeld door langdurige stress – vaak meer moeite hebben om overzicht te houden over hun financiën. De schuldenindustrie die in Nederland is ontstaan, waarbij onredelijke verhogingen en doorverkoop van schulden normaal zijn geworden, verergeren bovendien vaak de schuldproblemen onnodig.

Naar een betere aanpak van schulden en armoede

Divosa, VNG, NVVK en Mogroep vroegen de Tweede Kamer vorig jaar om concrete maatregelen om schulden beter te kunnen voorkomen, signaleren en beperken in het pamflet ‘Naar een betere aanpak van schulden en armoede’. Daarin pleitten zij onder meer voor:

  • vereenvoudiging van inkomensvoorzieningen en toeslagen zodat de kans dat kwetsbare groepen inkomen mislopen en schulden opbouwen kleiner wordt;
  • brede toegang tot het beslagregister voor de reguliere incasso en de schuldhulpverleners;
  • preventie o.a. met onderwijsprogramma’s.

Zie ook