Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Deze publicatie printen Downloaden als pdf

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Voorwoord: Participeren met zorg

Het piept en kraakt in bijstandsland. Steeds meer mensen zijn aangewezen op bijstand, in 2016 groeide het aantal uitkeringen met 6 procent. En de meerderheid van de gemeenten heeft een tekort op het budget waarmee zij de bijstandsuitkeringen moeten betalen.

Het is geen wonder dat gemeenten alert blijven op alle mogelijke manieren om het beroep op de bijstand te verminderen. Divosa heeft in kaart gebracht hoe gemeenten dat doen. En dat ging systematisch door te turven wat 163 gemeenten in 2015 deden om hun tekort op de bijstand te beperken.

Wat blijkt? Gemeenten zetten vooral in op hun werkgeversdienstverlening en de intensieve begeleiding van werkzoekenden naar een baan, al dan niet parttime. En er is ook veel aandacht voor handhaving. Gemeenten checken regelmatig of iemand nog wel recht heeft op een uitkering. En ze leggen mensen die kunnen werken de verplichting op te solliciteren.

Mensen aan het werk helpen is een dankbare taak. Maar er zit iets duaals in handhaving. Iedereen vindt dat fraude bestreden moet worden en dat mensen in de bijstand ook zelf hun best moeten doen om weer op eigen benen te staan. Maar tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat het om een groep mensen gaat die in al in de verdrukking zit en vaak moet jongleren met schulden, belemmeringen, regels en verplichtingen. En dat is lastig. 

Handhaven doe je dan ook met zorg. Je begint met het bieden van kansen, vertrouwen en begeleiding. Je geeft goede voorlichting over wat mag en niet mag in de bijstand. Je zoekt verbinding en valt pas terug op de regels als dat nodig is. Soms moet je iemand een beetje opduwen om in beweging te komen. Maar als iemand geen recht op bijstand heeft, dan grijpen we in om die situatie zo snel mogelijk te stoppen.

Het liefst willen we dat zoveel mogelijk mensen op eigen benen kunnen staan. En dus gaan gemeenten door met het uitbouwen van hun werkgeversdienstverlening, het matchen van mensen met werk, het ontdekken en ontwikkelen van talenten én het handhaven van regels en verplichtingen. En dit alles met oog voor de persoonlijke situatie van mensen.

Erik Dannenberg
voorzitter Divosa

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Samenvatting

Hoe zorg je dat mensen zoveel mogelijk op eigen benen staan? Dat ze hun eigen inkomen verdienen en alleen van de bijstand gebruik maken als het echt niet anders kan? Het is een vraagstuk waar gemeenten, als uitvoerders van de Participatiewet, dagelijks mee bezig zijn.

De focus op de bijstand is des te groter omdat deze maar blijft groeien (in 2016 met 6 procent) Divosa Benchmark Werk & Inkomen en de meerderheid van de gemeenten rode cijfers schrijft op het domein van werk & inkomen. Belangrijk dus om goed inzicht te hebben in feiten en cijfers rond de groei en de aanpak ervan. 

Voor deze factsheet zijn 163 gemeentelijke analyses bestudeerd die gaan over de manier waarop gemeenten in de praktijk de instroom in de bijstand beperken en de uitstroom bevorderen. In de analyses geven gemeenten aan waarom zij in 2015 een tekort hebben op hun bijstandsbudget en wat zij daar aan gingen doen. Het totaaloverzicht geeft een goed beeld op welke manieren gemeenten proberen het beroep op de bijstand te verminderen.

Screenshot poster
Download de poster 10 meest ingezette maatregelen om het beroep op bijstand terug te dringen (pdf, 607 kB)

Maatregelen top 10

  1. Betere of meer intensieve werkgeverscontacten
  2. Intensieve begeleiding naar regulier werk
  3. Meer banen zoeken of creëren
  4. Het recht op een uitkering vaker en efficiënter controleren
  5. Inzet op jongeren (vooral sluitende aanpak)
  6. Recht op een uitkering bij aanvraag scherper controleren en nadruk leggen op werk zoeken
  7. Parttime en flexibel werk stimuleren
  8. Werkactiviteiten inzetten (gesubsidieerd of met behoud van uitkering)
  9. Verplichtingen bijstandsgerechtigdden strenger handhaven
  10. Hernieuwde aandacht voor mensen die lang in de uitkering zitten

Naast tien meest ingezette maatregelen, biedt deze factsheet ook een overzicht van nieuwe trends in gemeentelijke aanpakken, andersoortige aanpakken en de maatregelen van de toekomst.

10 meest ingezette maatregelen om het beroep op bijstand terug te dringen

Screenshot poster

Download deze bijlage

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoofdstuk 1

Gemeenten en het bijstandsbudget

Gemeenten krijgen van het Rijk een budget om de uitkeringen te betalen. Blijft er geld over, dan mogen ze dat zelf houden. Komen ze tekort, dan moeten dat ze uit eigen zak bijpassen. Deze financiële prikkel stimuleert gemeenten om het aantal bijstandsgerechtigden zo laag mogelijk te houden. Gemeenten blijven daarom goed controleren of mensen recht hebben op bijstand en proberen hen zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Deze factsheet geeft een weergave van de manier waarop gemeenten dat doen.

Hoe het bijstandsbudget over gemeenten verdeeld wordt

Gemeenten voeren de Participatiewet uit en betalen dus ook de bijstandsuitkeringen. Daarvoor krijgen ze geld van het Rijk. Landelijk stelt het Rijk jaarlijks een budget vast dat voldoende is om alle uitkeringen te betalen. Vervolgens gaat dat via een verdeelmodel naar de gemeenten. Dit model gaat er vanuit dat sommige mensen sneller een beroep op de bijstand moeten doen dan anderen. De kans op bijstand voor een lageropgeleide is bijvoorbeeld hoger dan die van een hogeropgeleide. Gemeenten ontvangen via het verdeelmodel daarom een budget op basis van de kans dat de inwoners van hun gemeente in de bijstand belanden, vermenigvuldigd met de kosten van een uitkering.

Het verdeelmodel maakt een schatting van het aantal bijstandsgerechtigden in een gemeente. Heeft een gemeente in de praktijk meer uitkeringsgerechtigden, dan moeten zij de kosten voor die extra uitkeringen zelf betalen. Deze financiële prikkel stimuleert gemeenten om het aantal bijstandsgerechtigden zo laag mogelijk te houden. Gemeenten die geld overhouden op de bijstand, mogen dat overschot zelf houden. Zij kunnen dat geld reserveren voor toekomstige tekorten. Of herinvesteren in het sociaal domein; bijvoorbeeld in extra re-integratie of in de tekorten op de jeugdzorg. Het geld kan ook naar de algemene middelen gaan.

Er is een vangnetregeling voor gemeenten die geld tekort komen

Zelfs als het bijstandsbudget landelijk redelijk in evenwicht is, kunnen er grote tekorten bij gemeenten zijn. Zo had tweederde van de gemeenten over 2015 een tekort. En 47% had een tekort van minimaal 5%. Zie voor een overzicht de Divosa-monitor Factsheet over het bijstandsbudget:

Gemeenten met een tekort op het bijstandsbudget kunnen een beroep doen op de vangnetregeling. Zij krijgen een deel van hun tekort vergoed. Dit wordt betaald door alle gemeenten gezamenlijk. Gemeenten die voor de vangnetregeling in aanmerking willen komen, moesten in 2015 een tekort hebben dat groter was dan 5% en de aanvraag onderbouwen. Meer informatie over de vangnetregeling in de Divosa-monitor factsheet over het bijstandsbudget en het jaarverslag van de toetsingscommissie die de aanvragen van de vangnetregeling beoordeelt.

Hoe de aanvraag voor de vangnetregeling in 2015 is verlopen

In 2015 deden 163 gemeenten een beroep op de vangnetregeling. 161 gemeenten kregen de aanvraag toegekend. Twee gemeenten niet: één gemeente had een tekort dat lager was dan 5%, één gemeente voldeed niet aan de eis dat de gemeenteraad was geïnformeerd over het tekort en de maatregelen die de gemeente wilde inzetten.

Er waren ook 22 gemeenten die wel in aanmerking kwamen voor de vangnetregeling, maar geen aanvraag hadden ingediend. Bij een kwalitatieve uitvraag van Divosa onder deze gemeenten, komen de volgende redenen naar voren, in volgorde van aantal keren dat ze zijn genoemd:

1. Een aantal gemeenten kon geen aanspraak op de vangnetregeling maken omdat pas laat in het jaar bleek dat het tekort groter zou worden dan 5% en de gemeenteraad niet meer geïnformeerd kon worden zoals de vangnetregeling voorschrijft.
2. Een aantal gemeenten dacht niet aan de voorwaarden te kunnen voldoen en/of vond de procedure te ingewikkeld.
3. Voor een aantal gemeenten wogen de kosten niet op tegen de baten; het gaat om gemeenten bij wie de tegemoetkoming zou uitkomen op een paar duizend euro.
4. Een aantal gemeenten werkte intern met andere cijfers en herkende het tekort niet of hadden dat op een andere manier afgedekt.
5. Tot slot was er een klein aantal gemeenten waar de aanvraag erbij was ingeschoten door organisatorische veranderingen bij de gemeente of de uitvoeringsorganisatie of beperkte capaciteit.

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoofdstuk 2

Oorzaken tekorten bijstandsbudget

Gemeenten met een tekort op het bijstandsbudget kunnen een beroep doen op de vangnetregeling. Zij krijgen een deel van hun tekort vergoed. In voorbereiding op de aanvraag voor de vangnetregeling moeten gemeenten hun raad informeren en over de redenen waarom het tekort is ontstaan en welke maatregelen zij hebben genomen om het tekort terug te dringen.

De zes meest genoemde oorzaken voor het tekort

Voor de 163 aanvragen voor de vangnetregeling over 2015 heeft Divosa de redenen geturfd die gemeenten noemen als oorzaak van het tekort. Bij vier gemeenten ontbrak de analyse. De oorzaken zijn gecategoriseerd naar de volgende zes oorzaken:

1. Het bestand is flink gestegen

Veel gemeenten zien hun bestand flink stijgen in 2015 en noemen dat als een belangrijke oorzaak van hun tekort. De economische groei heeft de mensen met een uitkering of een grote afstand tot de arbeidsmarkt nog niet bereikt. Veel gemeenten noemen daarbij specifieke doelgroepen die hun bestanden doen stijgen:

  • Toestroom vluchtelingen met een status. Daarbij voorspellen gemeenten dat de huisvesting van statushouders zal aanhouden of toenemen.
  • Toestroom nieuwe doelgroep die voorheen onder de Wajong viel. Deze ontwikkeling is in 2015 ingezet. Veel gemeenten nemen in hun prognose mee dat dit in de komende jaren meer impact heeft.
  • Hoge doorstroom vanuit de WW of door einde eigen bedrijf. Het aantal mensen met een WW-uitkering is in veel gemeenten fors toegenomen. Een deel daarvan is zeer langdurig werkloos en stroomt na verloop van tijd door naar de bijstand. In veel gemeenten zijn de doorstroompercentages hoger dan landelijk.
  • Toestroom nieuwe doelgroep, voorheen Wsw. Mensen die voorheen onder de Wet sociale werkvoorziening zouden vallen, behoren nu tot de Participatiewet.
  • Toename instroom door verhuizingen. Een aantal gemeenten ziet het bestand stijgen doordat relatief veel mensen die aangewezen zijn op bijstand naar die gemeenten verhuizen. Het gaat dan vaak om gemeenten waar nieuwe sociale woningbouw is opgeleverd of waar relatief veel goedkope woningen beschikbaar zijn.

Daarnaast zag een aantal gemeenten de bestanden stijgen doordat er meer mensen afhankelijk zijn van parttime werk en daar niet van kunnen rondkomen. Zij krijgen een aanvulling op hun loon tot bijstandsniveau. Ook zag een aantal gemeenten een toename van hun bestand door de extramuralisering in de zorg.

In totaal is er 371 keer een oorzaak geturfd voor het tekort op het bijstandsbudget die te maken had met de groei van het bestand.

2. Mismatch op de arbeidsmarkt

Een groot deel van het aantal bijstandsgerechtigden is moeilijk bemiddelbaar naar werk. Oorzaken daarvan verschillen: een te lage opleiding, te lang uit het arbeidsproces of een te hoge leeftijd. Soms is sprake van meervoudige problemen. Gemeenten noemen dit ook wel een kwalitatieve mismatch: het opleidingsniveau van werkzoekenden voldoet dan niet aan de vraag van werkgevers. Gemeenten vrezen dat deze mismatch de komende jaren nog toeneemt.

Gemeenten wijzen ook regelmatig naar een toename van de doelgroepen die moeilijk aan de slag komen als oorzaak van hun tekort. Veel gemeenten (51 = ongeveer een derde) melden een groot aantal/toename van 50-plussers in het bestand. Ook lageropgeleiden worden vaak genoemd. Ook de toename van het aantal mensen dat langdurig uit het arbeidsproces is, stijgt.

In totaal zijn 231 oorzaken geturfd die te maken hadden met een mismatch op de arbeidsmarkt.

3. Ontwikkeling arbeidsmarkt blijft achter

De economische groei wordt in flink wat gemeenten in 2015 nog niet opgemerkt. Het aantal vacatures neemt niet toe of is minder dan verwacht. Ongunstige regionale en lokale economische ontwikkelingen laten in die gemeenten hun sporen na. Voorbeelden zijn de sluiting van Philip Morris in 2014 en de sluiting van de Philips gloeilampenfabriek, beide in Roosendaal. Ook in regio’s waar sectoren als zorg en landbouw groot zijn, blijft het aantal banen achter. En daar waar de groei is ingezet profiteren vooralsnog met name de middelbaar en hoger opgeleiden.

Oorzaken die te maken hebben met de ontwikkeling op de arbeidsmarkt zijn in totaal 146 keer geturfd.

88 gemeenten geven aan dat het nieuwe verdeelmodel ongunstig uitpakt of niet aansluit bij de omvang van het bijstandsbestand. Eén gemeente (Weert) geeft aan dat volgens het verdeelmodel 686 huishoudens gebruikmaken van een bijstandsuitkering, maar feitelijk is dat 990. Voor een enkele gemeente pakt het nieuwe model juist gunstig uit.

5. Ontwikkelingen wet- en regelgeving en bezuinigingen re-integratie

Een klein aantal gemeenten ziet de oorzaak van hun tekort in ontwikkelingen in wet- en regelgeving en bezuinigingen op re-integratie (24 keer genoemd). Het gaat dan om ontwikkelingen als de invoering van de Wet werk en zekerheid, flexibilisering van de arbeidsmarkt, versoepeling van het ontslagrecht en verhoging van de pensioenleeftijd. Ook de bezuinigingen op het re-integratiebudget wordt door een aantal gemeenten genoemd.

6. Eigen uitvoering niet optimaal

Een klein aantal gemeenten wijt het tekort op het bijstandsbudget deels aan hun eigen uitvoering. Twintig keer werden oorzaken genoemd die te maken hadden met interne factoren: het zou bijvoorbeeld te makkelijk zijn om een uitkering te krijgen in de betreffende gemeente of er waren te lage inkomsten bij terugvordering en verhaal. Ook zag een aantal gemeenten dat de inkomsten als gevolg van het invoeren van de kostendelersnorm tegenvielen.

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoofdstuk 3

De tien meest ingezette maatregelen

Gemeenten met een tekort op het bijstandsbudget kunnen een beroep doen op de vangnetregeling. Zij krijgen een deel van hun tekort vergoed. In voorbereiding op de aanvraag voor de vangnetregeling bespreekt de gemeenteraad de redenen waarom het tekort is ontstaan en welke maatregelen zij als gemeente kunnen nemen om het tekort terug te dringen.

Screenshot poster
Download de poster 10 meest ingezette maatregelen om het beroep op bijstand terug te dringen (pdf, 607 kB)

Maatregelen top 10

  1. Betere of meer intensieve werkgeverscontacten
  2. Intensieve begeleiding naar regulier werk
  3. Meer banen zoeken of creëren
  4. Het recht op een uitkering vaker en efficiënter controleren
  5. Inzet op jongeren (vooral sluitende aanpak)
  6. Recht op een uitkering bij aanvraag scherper controleren en nadruk leggen op werk zoeken
  7. Parttime en flexibel werk stimuleren
  8. Werkactiviteiten inzetten (gesubsidieerd of met behoud van uitkering)
  9. Verplichtingen bijstandsgerechtigdden strenger handhaven
  10. Hernieuwde aandacht voor mensen die lang in de uitkering zitten

Voor de 163 aanvragen voor de vangnetregeling over 2015 heeft Divosa de maatregelen die gemeenten noemden geanalyseerd en vervolgens gecategoriseerd. Zie ‘Methodiek en verantwoording’ voor een beschrijving van de aanpak. Dit zijn de tien meest genoemde maatregelen:

1. Betere of meer intensieve werkgeverscontacten

132 maatregelen in 163 gemeenten

Met meer intensieve en betere werkgeverscontacten willen gemeenten meer vacatures bij werkgevers ophalen en de dienstverlening aan werkgevers verbeteren. Zo kunnen meer mensen met een bijstandsuitkering gekoppeld worden met een vacature. Gemeenten noemden het vaakst de generieke maatregel van versterken van de werkgeversbenadering. Daarna kwamen het harmoniseren van regionaal arbeidsmarktbeleid en het opzetten van projecten in specifieke branches waarbij gemeenten en werkgevers gezamenlijk op zoek gaan naar de juiste kandidaten, bijvoorbeeld in de techniek, de thuiszorg of het toeristische busvervoer. Ook genoemd: jobcarving om het aanbod van werk om te buigen naar de capaciteit van werkzoekenden in de bijstand, beter samenwerken met UWV, beter communiceren met werkgevers over wat het werkgeversservicepunt te bieden heeft en het ontzorgen van de werkgever. Dat laatste zorgt ervoor dat de werkgever zo min mogelijk (administratieve) lasten heeft bij het aannemen van mensen uit de bijstand die een arbeidsbeperking hebben en daarom recht hebben op loonkostensubsidie en/of ondersteuning op de werkvloer.

2. Intensieve begeleiding naar regulier werk

117 maatregelen in 163 gemeenten

Gemeenten die maatregelen hebben genomen gericht op een meer intensieve begeleiding naar regulier werk doen dit met gerichte trainingen, trajecten of trajectplannen. Naast het leren solliciteren staat daarbij ook voorop dat er veel contacten zijn tussen de gemeente en de werkzoekende. Er zijn ook gemeenten die mensen die een uitkering aanvragen of recent hebben aangevraagd zo snel mogelijk bemiddelen naar werk of dat door een uitzendbureau laten doen. Ook valt onder deze categorie de inzet van nieuwe of betere diagnose-instrumenten of activiteiten die het matchen op werk versnellen.

3. Meer banen zoeken of creëren

113 maatregelen in 163 gemeenten

Zonder vacatures is het lastig om mensen naar werk te bemiddelen. Gemeenten zetten daarom ook maatregelen in om meer banen uit de markt te kunnen halen. Dat gaat via social return waarbij bedrijven die werk uitvoeren voor de lokale overheid vacatures creëren voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ook populair is de inzet van extra mensen op het werkgeversservicepunt om meer vacatures te werven. En veel gemeenten willen nieuw werk naar de regio halen door de economie te versterken. Tot slot zoeken gemeenten aan de randen van het land ook over de grens naar banen en geven ze een bonus aan werkgevers die mensen uit de gemeentelijke doelgroep aannemen.

4. Het recht op een uitkering vaker en efficiënter controleren

104 maatregelen in 163 gemeenten

Gemeenten die maatregelen nemen, controleren intensiever of mensen nog steeds recht hebben op die uitkering. Dat kan door meer controles en meer gerichte themacontroles uit te voeren, bijvoorbeeld op samenwonen of de kostendelersnorm en door de fraudealertheid van medewerkers te vergroten. Regelmatig kiezen gemeenten ervoor om de mensen in de bijstand vaker te informeren over hun rechten en plichten, zodat zij beter weten wanneer hun recht op een uitkering eindigt. Sommige gemeenten zetten meer personeel in of proberen rechtmatigheidscontroles deels te automatiseren.

5. Inzet op jongeren (vooral sluitende aanpak)

101 maatregelen in 163 gemeenten

Sinds 2015 is de toegang tot de Wajong strenger geworden en zijn jongeren met een arbeidsbeperking die nog wel (deels) kunnen werken, aangewezen op de gemeenten voor hulp en ondersteuning. Het is dus logisch dat veel gemeenten in 2015 extra maatregelen hebben genomen om de dienstverlening voor deze nieuwe groep op een goede manier te organiseren. Populair is daarbij de ‘sluitende aanpak’, beleidsjargon voor een aanpak waarin er goed en intensief wordt samengewerkt met alle partijen die bij die jongeren betrokken zijn. Denk aan de leerplichtambtenaren, de scholen voor praktijkonderwijs, de sociale werkvoorziening en de wijkteams. Ook zijn er gemeenten die gespecialiseerde klantmanagers voor deze jongeren hebben ingezet. Omdat er in deze periode nog steeds veel jeugdwerkloosheid was onder jongeren, ging een deel van de extra maatregelen ook over het strenger inzetten van de wettelijke zoekperiode en de scholingsplicht voor jongeren en over het ondersteunen van jongeren naar werk of stages die al een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt hebben.

6. Recht op een uitkering bij aanvraag scherper controleren en nadruk op werk zoeken

92  maatregelen in 163 gemeenten

Gemeenten die maatregelen nemen om het beroep op de bijstand te verminderen, proberen bij uitkeringsaanvragen beter te controleren of mensen daar ook recht op hebben. Is er een partner met inkomen? Is er vermogen? Zijn er misschien andere voorliggende voorzieningen zoals een WW-uitkering? Als het nodig is, leggen ze ook huisbezoeken af en veel gemeenten proberen bij de aanvraag van een uitkering de focus al te verleggen op het zoeken en vinden van werk. Dat kan door direct een baan aan te bieden of door ook aan volwassenen een zoekperiode op te leggen.

7. Parttime en flexibel werk stimuleren

81 maatregelen in 163 gemeenten

Bijstandsgerechtigden zijn veelal aangewezen op parttime en flexibel werk. Gemeenten die maatregelen nemen proberen daarom mensen te stimuleren om ook parttime en flexibel werk aan te nemen en bij parttime werk te vragen naar de mogelijkheden voor urenuitbreiding. Naast dit soort (vaak tijdelijke) focusprojecten, proberen gemeenten het flexibel en parttime werken te stimuleren via een inkomstenvrijlating, of het beperken van de administratieve lasten (of door een combinatie daarvan, bijvoorbeeld via de inzet van Flextensie).  Naast parttime dienstverbanden, zoeken gemeenten ook naar extra mogelijkheden om parttime ondernemerschap te stimuleren en te ondersteunen. 

8. Werkactiviteiten inzetten (gesubsidieerd of met behoud van uitkering)

80 maatregelen in 163 gemeenten

Het inzetten van werkactiviteiten wordt door gemeenten ook vaak genoemd als maatregel om re-integratie te bevorderen en het beroep op de bijstand terug te dringen. Het gaat dan over het algemeen om werkervaringsplekken met intensieve ondersteuning bij reguliere werkgevers, maar ook bij bedrijven in de sociale werkvoorziening en werkleerbedrijven. Per 2015 hadden gemeenten ook de mogelijkheid om een nieuwe vorm van loonkostensubsidie in te zetten in het kader van de Participatiewet. Ook daar wilden veel gemeenten mee aan de slag. Ook genoemd: inzet workfirst, participatieplaatsen en stages voor 50-plussers.

9. Verplichtingen bijstandsgerechtigden strenger handhaven

53 maatregelen in 163 gemeenten

Gemeenten met een tekort noemden 53 maatregelen gericht op het strenger handhaven van verplichtingen. Bij meer dan de helft ging het om een strengere handhaving van de sollicitatieplicht. Sinds 2015 zijn de verplichtingen in de bijstand die in de wet staan uitgebreid en geüniformeerd. Ook zeiden een aantal gemeenten de tegenprestatie in te willen zetten als handhavingsinstrument of zich op een andere manier meer te richten op mensen die wel kunnen werken, maar niet meewerken (de 'niet-willers').

10. Hernieuwde aandacht voor mensen die lang in de uitkering zitten

49  maatregelen in 163 gemeenten

Op plek nummer tien van de meest geturfde maatregelen staat de hernieuwde aandacht voor mensen die lang in de uitkering zitten. Het gaat dan vooral om het opnieuw oproepen van mensen om te kijken of hun situatie veranderd is en of zij kunnen meedoen aan re-integratie. Soms gaat dat gepaard met de inzet van een nieuw diagnose-instrument. Ook bekijkt een aantal gemeenten de ontheffingen van de arbeidsplicht opnieuw. Een enkeling gaat het klantcontact met deze groep intensiveren.

Overige maatregelen

In totaal zijn er bij de analyse van de maatregelen die gemeenten namen om het beroep op de bijstand te beperken meer dan 22 soorten veel voorkomende maatregelen  geturfd. De onderstaande maatregelen werden tussen de zes tot veertig keer genoemd:

  • Meer inzet op het terugvorderen van leningen, onterecht betaalde uitkeringen en het verhalen van alimentatie
  • Meer inzet op taalonderwijs (eventueel in combinatie met werk)
  • Doorval van WW naar de bijstand voorkomen
  • Bedrijfsvoering verbeteren
  • Begeleiding voor bijstandsgerechtigden anders organiseren
  • Meer of meer intensieve activeringstrajecten
  • Meer aandacht voor sociale activering
  • Overstap van bijstand naar werk aantrekkelijker maken
  • Focus op kansrijken
  • Intensievere samenwerking wijkteams en/of Sw-werkontwikkelbedrijf
  • Extra aandacht voor ouderen/IOAW'ers
  • Meer of andersoortige schuldhulpverlening

Maatregelen naar soort

Maatregelen die te maken hebben met het bevorderen van uitstroom, worden het vaakste genoemd. Daarna volgt het beperken van de instroom. Een kleiner aantal maatregelen heeft te maken met het verlagen van de kostprijs van de gemiddelde uitkering en met bedrijfsvoeringszaken gericht op procesoptimalisatie en vakmanschap.

Maatregelen naar soort

10 meest ingezette maatregelen om het beroep op bijstand terug te dringen

Screenshot poster

Download deze bijlage

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoofdstuk 4

Nieuwe trends

In de analyse van de maatregelen om tekorten terug te dringen, kwamen veel 'oude bekenden' terug: maatregelen terug die gemeenten al van oudsher inzetten. Maar er zijn ook nieuwe trends.

Onderzoek van Divosa uit 2013 Divosa-monitor 2013: Factsheet In- en Uitstroom uit de bijstand 2012 laat zien dat zaken als directe bemiddeling naar werk, strenger controleren op het recht op bijstand, werkactiviteiten aanbieden en een intensieve begeleiding van de bijstandsgerechgtigden niet nieuw zijn.

Maar er zijn ook nieuwe trends:

Trends in 2015

  • Doorstroom WW naar bijstand beperken
  • Meer focus op de tegenprestatie (óók als handhavingsinstrument)
  • Inzet Flextensie
  • Meer groepsgericht werken
  • Profielen werkzoekenden openbaar voor werkgevers (e-portfolio, advertenties, website)
  • Intensiveren Social Return beleid
  • Extra formatie werkgeversservicepunt
  • Grensarbeid stimuleren
  • Loonkostensubsidie en jobcoaching
  • Taalonderwijs/Vluchtelingen

Nieuwe groepen en wettelijke mogelijkheden

Door de grote instroom van WW’ers en vluchtelingen zien we dat gemeenten ook specifiek aandacht hebben voor die doelgroepen. Ook zijn er nieuwe wettelijke mogelijkheden die gemeenten inzetten om het beroep op de bijstand te beperken. Bijvoorbeeld met de inzet van de tegenprestatie en loonkostensubsidies.

Meer focus op het vinden van werk

Maatregelen gericht op een betere werkgeversbenadering zijn populairder dan vroeger. Veel gemeenten deden meer met social return en investeerden in extra formatie voor het werkgeversservicepunt. Een aantal zocht werk over de grens en stimuleerde mensen dat werk ook aan te nemen. Ook relatief nieuw in dit opzicht: werkgevers inzicht geven in de profielen van werkzoekenden. Soms via een openbare website of advertenties, maar ook via de tools die het UWV hiervoor beschikbaar heeft.

De opmars van Flextensie

De opmars van Flextensie wordt in 2015 zichtbaar. Deze organisatie plaatst gemotiveerde bijstandsgerechtigden voor tijdelijk werk bij reguliere werkgevers. Die betalen daarvoor een marktconforme beloning. De gemeente dekt daar deels de uitkeringslasten mee en Flextensie de bedrijfskosten. De bijstandsgerechtigde behoudt de uitkering en krijgt een premie van twee euro per gewerkt uur. Groot voordeel is dat de bijstandsgerechtigde extra inkomsten genereert maar zich het gebruikelijke administratieve gedoe bespaart dat normaal gesproken bij het verrekenen van inkomsten hoort.

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoofdstuk 5

Andersoortige aanpak

Gemeenten die maatregelen namen om het beroep op de bijstand in 2015 te verminderen, noemden ook maatregelen die anders zijn dan anders. Anders in de zin dat zij in eerder onderzoek van Divosa of bij bijeenkomsten niet of nauwelijks genoemd zijn. De volgende maatregelen vielen op omdat ze maar zelden voorkomen en soms door slechts één gemeente werden genoemd.

Anders dan anders

  • Buddy’s voor werkzoekenden
  • Werkgevers betrekken bij sollicitatieworkshops
  • Stages voor 50-plussers
  • Tegenprestatie inzetten als handhavingsinstrument
  • Eigen sociaal uitzendbureau oprichten
  • No cure, less pay job hunting
  • Focus op re-integratie doelgroep met hoge uitkeringslasten
  • Bij debiteuren vertragingsrente en aanmaningskosten in rekening brengen
  • Verhaal op ouders niet erkende kinderen
  • Ageren tegen het verdeelmodel

De hulp inroepen van anderen

Een aantal gemeenten koppelt buddy’s of mentoren aan werkzoekenden die hen helpen bij het zoeken naar werk. Anderen betrekken werkgevers bij sollicitatieworkshops zodat werkzoekenden van insiders te horen krijgen waar werkgevers op letten en meteen een gooi kunnen doen naar een bestaande vacature bij diezelfde werkgever. Ook genoemd: andere partijen vacatures laten ophalen bij werkgevers en alleen betalen bij een succesvolle match.

Onconventionele methodes

Sommige gemeenten zijn creatief. Want ook ouderen kunnen leren van een stage. En de tegenprestatie kun je ook inzetten als handhavingsinstrument. In dat geval leg je de tegenprestatie op aan iemand die niet actief lijkt mee te werken aan de eigen arbeidsinschakeling. Met een tegenprestatie nemen gemeenten dan de proef op de som. Tot slot hebben enkele gemeenten in 2015 geprobeerd om kinderalimentatie te verhalen op de vaders van niet erkende kinderen. Gemeenten achterhalen dan wie de vader is en verplichten hem om alimentatie te betalen, waardoor zij minder kosten kwijt zijn aan bijstand.

Potpourri

De overige maatregelen vormen een potpourri die moeilijk onder één noemer te scharen is. Van een eigen sociaal uitzendbureau oprichten tot het verdeelmodel ter discussie stellen.

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoofdstuk 6

Maatregelen van de toekomst

Sinds 2015 zijn de taken binnen de Participatiewet, Wmo en de Jeugdwet gedecentraliseerd. Tegelijkertijd is er minder geld om deze taken uit te voeren. Dit zorgt voor een omschakeling in denken en doen die we in de toekomst terug zullen zien in de manieren waarop gemeenten het beroep op de bijstand willen beperken. In de analyse van de maatregelen die gemeenten in 2015 namen, zijn daarvan de volgende soorten maatregelen teruggevonden:

De maatregelen van de toekomst…

  • Aanpak meer gericht op eigen kracht van werkzoekende, met behulp van individuen, werkgevers, etc
  • Intensievere samenwerking me wijkteams en werkontwikkelbedrijf
  • Doorstroom van sociale activering (bijvoorbeeld in de wijk) naar werkteams bevorderen
  • Meer samenwerken in de wijk met zorgverzekeraars
  • Vakmanschap

Meer focus op eigen kracht

De decentralisatie van taken op het gebied van participatie, zorg en jeugdzorg, is gepaard gegaan met een ander mensbeeld. Gemeenten willen een vangnet bieden voor iedereen die zorg nodig heeft, maar tegelijkertijd willen zij mensen stimuleren om ook hun eigen kracht aan te spreken of de hulp in te roepen van hun netwerk. Een aantal van de genoemde maatregelen passen in dat profiel. Bijvoorbeeld het meer aanspreken van werkzoekenden op hun eigen kracht, of de ondersteuning niet alleen beleggen bij de gemeente, maar ook de hulp van burgers en werkgevers inroepen. Zij kunnen een werkzoekende ondersteunen bij het solliciteren of hun netwerk beschikbaar stellen.

Meer integrale aanpak

In de genoemde maatregelen, was terug te zien dat gemeenten langzamerhand steeds meer taken beleggen bij wijkteams. Wat betreft de afdeling werk & inkomen gaat het dan vaak om de begeleiding van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. En dus moeten er korte lijnen zijn tussen de afdeling werk & inkomen en de wijkteams om te zorgen dat ze goed samenwerken en de professionals in die teams ook de mogelijkheden voor re-integratie naar werk in het oog houden. Mensen die toe zijn aan werken, moeten bijvoorbeeld  op tijd worden doorgestuurd naar de mensen die kunnen matchen op werk. Tot slot zoeken gemeenten ook meer samenwerking op met zorgverzekeraars.

Vakmanschap

De nadruk op vakmanschap of methodisch werken is relatief nieuw in de sector werk & inkomen. Hier en daar zien we in de analyses terug dat gemeenten aannemen dat meer inzet op vakmanschap ook gaat leiden tot een lager beroep op de bijstand omdat betere begeleiding leidt tot meer uitstroom. Gezien de toegenomen roep om maatwerk die de decentralisaties hebben uitgelokt, zal vakmanschap in de toekomst alleen maar belangrijker worden.

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Methodiek en verantwoording

Bronmateriaal analyse

Om in aanmerking te komen voor de vangnetregeling over 2015 moesten gemeenten een globale analyse met de aanvraag meesturen waarin zij aangeven wat de oorzaken van het tekort zijn en welke maatregelen zij inzetten om het tekort te verminderen. Het gaat om analyses die in 2015 in de gemeenteraden van deze gemeenten besproken zijn en dus openbaar zijn. Divosa heeft deze 163 analyses van de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet mogen ontvangen. Zie daarvoor ook 'SZW verstrekt gegevens vangnetuitkeringen aan Divosa'

Bij gemeenten die geen vangnetuitkering hadden aangevraagd, maar dat wel hadden kunnen doen, heeft Divosa geïnformeerd wat daarvoor de achterliggende reden was. Alle gemeenten om wie het gaat hebben daarop een reactie gegeven.

Coderen en tellen van bronmateriaal

De beschikbare documenten zijn in twee dagen geanalyseerd door vijf mensen. Twee richtten zich op de analyse van het tekort. De overige drie op het in kaart brengen van de maatregelen. De redenen voor het tekort en de maatregelen zijn gecodeerd en gecategoriseerd in Excel. Daarbij zijn twijfelgevallen direct in de groep besproken. Zodra de hoeveelheid categorieën te veel begon uit te dijen, zijn die in overleg regelmatig samengevoegd. Vooral bij de analyse van de genomen maatregelen is dat het geval. Ook na de analyse zijn er nog categorieën samengevoegd om een behapbaar overzicht te krijgen. Ook zijn er hoofdcategorieën toegevoegd waaronder de gevonden type maatregelen konden worden samengevoegd.

De codering is uitgevoerd door mensen die bekend zijn met het jargon van het gemeentelijk werkveld van werk & inkomen waardoor zij zich niet hoefden in te lezen en meteen met de codering aan de slag konden. Het zorgvuldig coderen was hier en daar lastig omdat het regelmatig voorkwam dat gemeenten grote lappen tekst meestuurden waarin verschillende oorzaken en maatregelen door elkaar heen liepen. Ook was het vaak lastig om een onderscheid te maken tussen de maatregelen die ‘standaard beleid’ zijn en de extra maatregelen die een gemeente had genomen op basis van de constatering dat er een tekort zou ontstaan. Omdat de tijd voor het coderen van de documenten is ingeperkt naar twee werkdagen, is de analyse 'quick', maar ook 'dirty'. Dat betekent dat er hier en daar maatregelen of oorzaken zullen zijn gemist of te ´ruw´ zijn gecodeerd.

Ondanks de 'quick & dirty'-aanpak, geven de uiteindelijke tellingen een goed beeld van de ontwikkelingen bij gemeenten. Zeker omdat veel oorzaken en maatregelen door meerdere gemeenten zijn genoemd.

De redenen waarom gemeenten geen aanvraag voor de vangnetregeling hebben ingediend, zijn gerangschikt en ter beoordeling teruggelegd bij de gemeenten. Gemeenten gaven vaak meerdere redenen op. De vijf meest genoemde oorzaken zijn in deze rapportage opgenomen.

Analyse

De rijtjes over de oorzaken van het tekort en de tien meest ingezette maatregelen zijn gebaseerd op coderingen en tellingen. De keuze voor ‘nieuwe trends’ is gebaseerd op een grofmazige vergelijking met eerdere Divosa-publicaties over dit onderwerp. De ‘andersoortige aanpakken’ en ‘de maatregelen van de toekomst’, zijn gebaseerd op de kennis van het werkveld van Divosa (in casu de auteur). De selectie van deze maatregelen is daarmee deels subjectief.

Colofon

Divosa

Koningin Wilhelminalaan 5 | 3527 LA Utrecht
Postbus 2758 | 3500 GT Utrecht
030 - 233 23 37
info@divosa.nl
www.divosa.nl

Auteur

Marije van Dodeweerd, Divosa

Illustratie

Chantal van Wessel

Onderzoek & analyse

Aanvragen vangnetregeling:

  • Yvette Bommeljé, Y. Bommeljé Advies en Onderzoek
  • Jolanda van den Braak, Jolanda van den Braak Tekst & Eindredactie
  • Marije van Dodeweerd, Divosa
  • Sander Peters, sanderpeterstekst
  • Hans Klip, Hans Klip Tekstproducties

Waarom gemeenten geen aanvraag indienden:

  • Marije van Dodeweerd, Divosa
  • Evert Jan Slootweg, Divosa

Klankbordgroep

Paulus Janssen van de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet, Johan Helderman van het ministerie van SZW en Gijs Oskam van de VNG.