Meedoen? Contact?
Wil jij graag meedoen aan een vervolgbijeenkomst of bijvoorbeeld een kennisnetwerk? Of wil jij binnen jouw gemeente ook aan de slag met de pedagogische basis? Neem dan contact op met Denis Koets van Divosa.
In Nederland blijft de kansenongelijkheid groeien; dit is een hardnekkig probleem. Afkomst en woonplek bepalen in Nederland te vaak de kansen van een kind. Divosa houdt op 11 september een bijeenkomst voor haar leden met als titel Een sterke pedagogische basis door krachtige samenwerking.
Edward van Leeuwen, directeur Samenleving bij de gemeente Veenendaal en bestuurslid van Divosa, trapt de ochtend af met een confronterende paradox: ‘Uit onderzoek van Unicef (2025) blijkt dat wij de gelukkigste kinderen van Europa hebben, maar tegelijkertijd neemt het beroep op de jeugdhulp dramatisch toe. Hoe kan dit?’ Dit is dan ook het vraagstuk dat we vandaag in deze bijeenkomst behandelen. Van Leeuwen benadrukt dat gemeenten en instanties het niet alleen kunnen oplossen. Er is een domeinoverstijgende krachtenbundeling nodig tussen onderwijs, zorg, welzijn en inwoners.
Amaranta de Haan is bijzonder hoogleraar Versterken van de pedagogische basis aan de Rijksuniversiteit Groningen en ook verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Zij benadrukt de urgentie om in actie te komen. Het beroep op professionele jeugdhulp stijgt van 1 op de 27 kinderen in 2000 naar 1 op de 7 in 2021. Steeds meer jongeren ervaren prestatiedruk en psychisch lijden. Ook ouders gaan vaak gebukt onder stress. De oplossing ligt volgens De Haan niet in het 'repareren' van het individuele kind of het afrekenen van ouders op hun opvoeding, die heel verschillend kan zijn.
De pedagogische basis is er altijd, maar is niet altijd ondersteunend.
We moeten stoppen met de focus op het individuele kind en juist de pedagogische leefomgeving – de school, de wijk, de sportclub en de kinderopvang – versterken. De pedagogische basis is het netwerk van al deze leefomgevingen en relaties. Hierdoor kunnen gezinnen weer veerkracht opbouwen en bronnen uit hun eigen omgeving laagdrempeliger benutten. Gemeenten moeten beleid niet van bovenaf opleggen, maar juist aansluiten bij wat er al lokaal aanwezig is. Dit vraagt om co-creatie, nabijheid in de wijk, bestuurlijk vertrouwen én structureel geld in plaats van tijdelijke subsidies. Laten we ook ophouden met alles meetbaar te maken. Dat kan niet en is ook niet nodig.
Workshop door Julia Versteeg en Helga Boterman, beiden beleidsadviseur jeugd en preventie Stichtse Vecht
De gemeente Stichtse Vecht is druk bezig met het versterken van de pedagogische basis, onder meer via de programma’s Kansrijke Start en Opgroeien in Kansrijke Omgeving (OKO). Doel van OKO is het verstevigen van vier beschermende factoren: school, gezin, vrije tijd en peergroup. Door tweejaarlijks een jeugdmonitor af te nemen op scholen, via de GGD, ontstaat een helder beeld van wat er speelt. Zo leidt een signaal over vroegtijdig alcohol- en tabaksgebruik tot gerichte acties, zoals voorlichting hierover in ‘pubercafés’ en tijdens ouderavonden op scholen.
Er is uit onderzoek gebleken dat de problematiek afneemt bij gezinnen die laagdrempelige hulp krijgen.
Het antwoord op de vraag hoe je schotten tussen onderwijs, zorg en welzijn doorbreekt, ligt in verbinden én loslaten. De gemeente neemt initieel het voortouw door netwerkbijeenkomsten te organiseren en stelt samenwerking als voorwaarde voor subsidies. Zodra de onderlinge relaties stevig staan, bijvoorbeeld via werk- en WhatsApp-groepen, trekt de gemeente zich terug.
Van links naar rechts: Diederik de Klerk (Divosa), Edward van Leeuwen (gemeente Veenendaal), Tijs den Uijl (gemeente Amersfoort), Helga Boterman en Julia Versteeg (gemeente Stichtse Vecht), Manon Moonen (gemeente Utrecht), Amaranta de Haan (RUG en NJi), Denis Koets (Divosa)
Workshop door Tijs den Uijl, senior beleidsregisseur, programmamanager Wijkaanpak Sociaal en Jane Mateika, beleidsregisseur
De gemeente Amersfoort verbindt het sociale en fysieke domein wijkgericht, via het Programma Wijkaanpak Sociaal en de Amersfoortse Brede Combinatie (ABC). Om inwoners en informele netwerken te betrekken zonder bureaucratie, hanteert Amersfoort een heldere aanpak: de gemeente voert de regie op het proces, maar de uitvoering en dialoog liggen bij sociale partijen in de wijk.
De gemeente zet 'sleutelfiguren' in – geëngageerde en bekende wijkbewoners die laagdrempelig het gesprek aangaan. Inwoners worden vanaf de eerste stap uitgenodigd voor wijkbijeenkomsten. Tevens worden de fysieke leefomgeving, welzijn, onderwijs en veiligheid samengebracht in één wijkplan. Dit zorgt voor grotere betrokkenheid van inwoners bij hun buurt.
Je moet je doelen anders formuleren: “We hebben dit probleem, welke middelen hebben we nodig?”, in plaats van: “We hebben subsidie voor gezondheid, hoe gaan we dit inzetten?”
Workshop door Manon Moonen, senior beleidsadviseur jeugd, zorg en veiligheid
In Utrecht vormt de school al meer dan tien jaar de centrale vindplaats voor preventie en ondersteuning. Via de 'Kernpartners Aanpak' werken vier vaste disciplines – de jeugdarts, de leerplichtambtenaar, het wijkteam en het samenwerkingsverband onderwijs – structureel samen rondom scholen. Er wordt momenteel gewerkt aan uitbreiding naar het jongerenwerk en maatschappelijk werk.
De samenwerking gaat niet vanzelf, het verdient blijvende aandacht’
Het succes schuilt in de lange adem en de gezamenlijke doelstelling. Toch zijn er uitdagingen: krapte op de arbeidsmarkt, financiële druk, de noodzaak om van individuele zorg over te gaan naar collectieve regelingen. Tot slot zijn langjarige bestuurlijke afspraken met de gemeentepolitiek essentieel om de instandhouding van de opgebouwde netwerken te waarborgen.
Gemeenten kunnen direct aan de slag met deze tips:
De bijeenkomst laat een helder patroon zien: de wil om te veranderen is er bij de gemeenten. De omslag van 'beheersen' naar 'vertrouwen en loslaten' is ingezet. Deelnemers hebben een grote behoefte aan kennisdeling. Er is vraag naar verdieping van specifieke pedagogische thema’s. Dit kan online voor inhoudelijke thema’s en fysiek, bijvoorbeeld in de regio’s, om praktijkervaringen uit te wisselen.
Door samen, als betrokken sociale partners, te investeren in langdurige pedagogische netwerken, bouwen we aan een fundament waarin elk kind gelijke kansen krijgt.
Wil jij graag meedoen aan een vervolgbijeenkomst of bijvoorbeeld een kennisnetwerk? Of wil jij binnen jouw gemeente ook aan de slag met de pedagogische basis? Neem dan contact op met Denis Koets van Divosa.