Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017
Publicatie datum: 30-05-2018

Deze publicatie printen Downloaden als pdf

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

De belangrijkste bijstandscijfers 2017

Klik op één van de pictogrammen voor een toelichting van het percentage. Klik hier om de poster van de jaarrapportage Divosa Benchmark Werk & Inkomen te downloaden. (pdf, 412 kB)

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Divosa Benchmark

Samen met haar partners Stimulansz en BMC Onderzoek beheert Divosa de Benchmarks Werk & Inkomen en Armoede & Schulden. Deze benchmarks geven het meest volledige en actuele beeld van de uitvoeringspraktijk en bieden gemeenten de mogelijkheid zich te vergelijken met collega-gemeenten. Zie ook: www.divosa-benchmark.nl

Er is veel aandacht voor benchlearnen, of wel het verhaal achter de cijfers. Daarom zijn er individuele gesprekken en bijeenkomsten op landelijk en regionaal niveau waar veel ruimte is voor verwondering, duiding en analyse. Ook kunnen deelnemers praktijkvoorbeelden uitwisselen. Zo ondersteunen de Divosa Benchmarks gemeenten bij het proces van leren en verbeteren.

Voor deze jaarrapportage van de Benchmark Werk & Inkomen heeft de benchmarkorganisatie een selectie gemaakt van een aantal basisgegevens die de uitvoering van de Participatiewet in beeld brengen. Deze zijn ook voor de buitenwereld interessant. We presenteren die op landelijk niveau en naar gemeentegrootteklasse. Waar mogelijk hebben we ook data toegevoegd uit eerdere benchmark jaarrapportages om ontwikkelingen in beeld te brengen.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen: meer dan 200 deelnemers

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Bijstand daalt in 2017 met 1,4%

In 2017 daalde het aantal bijstandsuitkeringen bij de deelnemers aan de Divosa Benchmark Werk & Inkomen met 1,4% ten opzichte van het jaar ervoor. Daarmee is de jarenlange groei van de bijstand gekeerd. Het omslagpunt lag in de zomermaanden.

De daling van de bijstand is laat ingetreden als je die vergelijkt met de daling van de werkloosheid. Dat heeft meerdere oorzaken Zie ook: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/09/voor-het-eerst-in-jaren-minder-bijstandsontvangers

  • De bijstand reageert traditiegetrouw met vertraging op de werkloosheid.
  • Er is sinds 2015 veel instroom in de bijstand van vluchtelingen met een verblijfstatus.
  • Er is sinds de afsluiting van de Wajong werkregeling per 2015 een constante instroom van jonggehandicapten in de bijstand.
  • De 45-plussers in de bijstand komen lastig aan het werk, terwijl zij meer dan de helft van het bijstandsbestand uitmaken.

Ontwikkeling bijstand 2017

Het verhaal achter de cijfers

Benieuwd naar wat er zich in de praktijk afspeelt? Lees het verhaal van de gemeente Veenendaal. Haar BUIG-bestand daalde met 7,8%: ‘Samen bepalen wat een klant nodig heeft’

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

38% gemeenten zag bestand stijgen

De meerderheid van de gemeenten zag hun bijstandsbestand dalen. Voor 2% was het stabiel. 38% van de gemeenten ervaarde een stijging. Gemeenten tot 50.000 inwoners zagen vaker hun bestand stijgen. Omdat zij kleine bestanden hebben, speelt toeval hier een rol. Ook gaat het vaak om gemeenten met een lage bijstandsdichtheid. Bij deze gemeenten is de impact van het huisvesten van statushouders op hun bijstandsbestand relatief gezien groter.

Verschillen tussen gemeenten qua ontwikkeling van de bijstand

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling bijstand 2013-2017

In de jaren 2013-2016 groeide de bijstand met enkele procenten per jaar. Vooral bij gemeenten met minder dan 50.000 inwoners was er sprake van groei. Gekeken naar het landelijk gemiddelde is de groei van de bijstand de afgelopen jaren steeds wat meer afgenomen. In 2017 is de bijstand voor het eerst in jaren weer gedaald.

Divosa Benchmark Ontwikkeling bijstand 2013-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

In- en uitstroom in de bijstand

  1. Instroom 29%
  2. Ontwikkeling instroom 2013-2017
  3. Uitstroom 30%
  4. Instroom versus uitstroom
  5. Ontwikkeling uitstroom 2013-2017
  6. Vooral uitstroom bij korte uitkeringen
  7. Uitstroom naar verblijfsduur 2013-2017
  8. Uitstroom vooral naar werk
  9. Uitstroomreden 2013-2017

Het verhaal achter de cijfers

Benieuwd naar wat er zich in de praktijk afspeelt? Lees het verhaal van de gemeente Veenendaal. Haar BUIG-bestand daalde met 7,8%: ‘Samen bepalen wat een klant nodig heeft’

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Instroom 29%

In 2017 was de instroom in de bijstand 29%. In gemeenten met minder dan 50.000 inwoners was het instroompercentage hoger, namelijk 33%.  

Het instroompercentage geeft een beeld van hoeveel nieuwe bijstandsuitkeringen gemeenten in een jaar toekennen. Het instroompercentage is het aandeel nieuw toegekende bijstandsuitkeringen in 2017 ten opzichte van het totale bestand van eind 2016. Zaten er eind 2016 duizend mensen in de bijstand, dan zouden er bij een instroompercentage van 29% dus 290 nieuwe mensen zijn ingestroomd.

Instroom bijstand 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling instroom 2013-2017

De instroom in de bijstand is in de jaren 2013-2017 afgenomen. Dit ging gepaard met een afname van de uitstroom. Een lagere instroom leidt tot een lagere uitstroom als er door een verbetering van de economie minder mensen instromen die ook makkelijk weer aan het werk kunnen. De dynamiek in het bijstandsbestand neemt dan af.

Divosa Benchmark instroom bijstand 2013-2017

Divosa Beh

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Uitstroom 30%

In 2017 was de uitstroom 30%. Net als bij de instroom, was het uitstroompercentage in gemeenten met minder dan 50.000 inwoners het hoogste, namelijk 35%.

Het uitstroompercentage geeft een beeld van hoeveel bijstandsuitkeringen gemeenten in een jaar stop zetten. Het uitstroompercentage is het aandeel stopgezette bijstandsuitkeringen in 2017 ten opzichte van het totale bestand van eind 2016.

Uitstroom bijstand 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Instroom versus uitstroom

De uitstroom kan het beste in samenhang met de instroom bekeken worden. Een lage instroom leidt over het algemeen tot een lage uitstroom en andersom. Dat geldt voor alle gemeentegrootteklassen.

Het verband tussen in- en uitstroom kan meerdere oorzaken hebben. Gemeenten met een hoge instroom kunnen bijvoorbeeld een arbeidsmarkt hebben met veel tijdelijk werk. Dat genereert veel instroom, maar ook veel uitstroom. Hetzelfde geldt voor gemeenten met een crisisopvang of gemeenten die actief inzetten op handhaving. Ook kan het zijn dat gemeenten met een hoge instroom minder actief zijn aan de poort. Zo kunnen er mensen instromen die eigenlijk geen recht hebben op een uitkering of relatief makkelijk weer werk vinden waardoor de uitstroom ook hoger is. Tot slot kunnen administratieve verschillen de oorzaak zijn. Vooral bij gemeenten met een klein bestand, kunnen dit soort verschillen snel doorwerken in de totaalcijfers.

Instroom versus uitstroompercentage per benchmarkdeelnemer 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling uitstroom 2013-2017

De uitstroom uit de bijstand is in de jaren 2013-2017 afgenomen. Voornamelijk bij gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners was er sprake van afname van de uitstroom uit de bijstand. Dit heeft te maken met de afname van de instroom. Doordat er minder instroom is, bijvoorbeeld vanwege werkloosheid, daalt ook de uitstroom. De dynamiek in het bijstandsbestand neemt af. Pas als de uitstroom hoger is dan de instroom, daalt het aantal bijstandsuitkeringen.

Divosa Benchmark Uitstroom bijstand 2013-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Vooral uitstroom bij korte uitkeringen

51% van de stopgezette bijstandsuitkeringen duurde één jaar of korter (dit is een optelsom van de percentages 19%, 14% en 18% in onderstaande grafiek). Over het algemeen geldt dat mensen die kort in de bijstand zitten; een grotere kans hebben om er weer uit te komen. Het kan hier gaan om alle soorten uitstroomredenen: van ‘pensioen’ en ‘verhuizing’ tot ‘werk’.

Uitstroom naar verblijfsduur 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Uitstroom naar verblijfsduur 2014-2017

Omdat de instroom in de bijstand daalt, zijn er relatief gezien minder mensen met een korte uitkeringsduur. Dat verklaart waarom er een groei is van het percentage langdurige bijstandsuitkeringen dat is beëindigd. In 2017 had de helft van de beëindigde uitkeringen één jaar of langer geduurd. In 2013 nog 40%.

Divosa Benchmark Uitstroom naar verblijfsduur 2014-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Uitstroom vooral naar werk

Bij 38% van de stopgezette bijstandsuitkeringen in 2017 is het vinden van werk de reden van uitstroom. Ook zelfstandigen die een eigen bedrijf starten, vallen onder deze groep.

Bij 5% gaat het om jongeren die (terug) naar school gaan en in aanmerking komen voor studiefinanciering.

En bij 10% gaat het om uitstroom vanwege handhavingsactiviteiten. Bij deze groep heeft de gemeente vastgesteld dat er geen recht meer is op een bijstandsuitkering.

Reden uitstroom bijstand 2017

Reden van uitstroom

Categorie Uitstroom vanwege:
Werk 'arbeid in dienstbetrekking' of 'zelfstandig beroep of bedrijf'
Scholing 'gaan volgen onderwijs met studiefinanciering'
Inkomsten 'uitkering arbeidsongeschiktheid' of 'alimentatie', 'vermogensopbrengsten', 'ander inkomen' of 'uitkering werkloosheid'
​Handhaving 'overschrijden maximale verblijfsduur buitenland', 'geen inlichtingen', 'niet verschenen op herhaalde oproep inlichtingenplicht', 'niet verschenen op herhaalde oproep re-integratiegesprek' of 'kunnen volgen van onderwijs maar dit niet doen'
Verloop 'bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd', 'overlijden', 'detentie', 'verhuizing naar andere gemeente', 'verhuizing naar buitenland' of 'aangaan relatie'
Overig 'andere oorzaak' of 'oorzaak partner'
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Uitstroomreden 2014-2017

Vanaf 2014 groeit het aandeel uitkeringen dat is stopgezet vanwege het vinden van werk. Het aandeel in de uitstroom vanwege handhavingsactiviteiten daalt. Tussen 2014 en 2017 is ongeveer een kwart van de redenen voor uitstroom uit de bijstand ‘verloop’. Hieronder wordt bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, detentie, verhuizen naar andere gemeente, verhuizing naar buitenland en aangaan relatie verstaan.

Divosa Benchmark Reden uitstroom 2014-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Vooral veel 45-plussers in de bijstand

Eind 2017 is 50% van de bijstandsgerechtigden 45-plusser (dit is een optelsom van de percentages 27%, 22% en 1% in onderstaande grafiek). In die groep vallen ook de 65-plussers die door het verschuiven van de pensioengerechtigde leeftijd langer op bijstand aangewezen zijn. Inmiddels maken zij 1% van het bestand uit.

11% van de bijstandsgerechtigden is onder de 27 jaar. De overige 40% is tussen de 27 en de 45 jaar. Door afrondingsverschillen telt het totaal op tot 101%

Leeftijdsopbouw bijstandsbestand eind 2017

45-plussers zijn oververtegenwoordigd in de bijstand als je hun aandeel vergelijkt met de beroepsbevolking. Jongeren zitten juist relatief weinig in de bijstand. Zie voor een vergelijking: statline.cbs.nl De beroepsbevolking bestaat uit personen die betaald werk hebben of daar recent naar gezocht hebben en direct beschikbaar zijn. 44% van de beroepsbevolking bestaat uit 45-plussers. 16% uit jongeren tussen de 15 en de 25 jaar (NB: deze leeftijdscategorie wijkt iets af van de gehanteerde categorie in de bijstand).

Beroepsbevolking bijstandsbestand vergeleken

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling samenstelling 2013-2017

De leeftijdsopbouw van het bijstandsbestand is al jaren redelijk stabiel. Sinds 2015 ontstaat er een lichte verschuiving. Het aandeel jongeren tot 27 jaar en het aandeel 55-plussers groeit licht in verhouding tot de andere leeftijdsgroepen. In deze cijfers zijn de mensen met een IOAW- en een IOAZ-uitkering niet meegenomen. Het aantal IOAW-uitkeringen is in de afgelopen jaren sterk gestegen. Op het totaalbestand van de bijstand blijft het vooralsnog een kleine groep.

Divosa Benchmark Leeftijdsopbouw bijstandsbestand 2013-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Veel langdurige uitkeringen

37% van de mensen met een bijstandsuitkering heeft eind 2017 langer dan vijf jaar een uitkering. In het eerste uitkeringsjaar is de kans op uitstroom uit de bijstand het hoogste. Na drie jaar in de bijstand is de kans op uitstroom sterk afgenomen. Dit bleek uit een analyse van de Divosa-benchmark gegevens uit 2013 op uitstroom naar verblijfsduur. Na 1 jaar was de kans om in hetzelfde jaar uit te stromen nog tegen de 25%. Na 3 jaar was die kans afgenomen tot onder de 10%. Na 10 jaar stabiliseert de kans op uitstroom tot net onder de 5%.

Verblijfsduur in de bijstand eind 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Intermezzo: belemmeringen voor werk

Ondanks het groeiend aantal vacatures, blijken mensen die langdurig in de bijstand zitten maar lastig aan het werk te komen. In een klantonderzoek van de Inspectie SZW geven mensen in de bijstand aan dat ze allerlei soorten belemmeringen ervaren om weer aan het werk te komen.

Dit is de top 3 door bijstandsgerechtigden genoemde belemmeringen: Inspectie SZW (2017) Klantonderzoek monitor Participatiewet 2017, tabel 4.7

  1. Lichamelijke gezondheid (53%)
  2. Geestelijke gezondheid (38%)
  3. Taalproblemen (29%)

Uit een overzicht van het SCP blijkt dat laagopgeleiden aan de onderkant van de arbeidsmarkt (die ook grotendeels de bijstandspopulatie uitmaken) de volgende problemen ervaren: SCP (2016) De laagopgeleiden van de toekomst: meer dan een scholingsprobleem

  • Mismatch op de arbeidsmarkt: vraag en aanbod van werk komen niet bij elkaar
  • Discriminatie van werkgevers naar leeftijd en etnische herkomst
  • Verborgen talent (vooral bij migrantenkinderen en laagopgeleide volwassenen)
  • Tekortschietende hulpbronnen (en daardoor minder werknemersvaardigheden, minder sociaal kapitaal en een kleiner netwerk)
  • Cognitieve/verstandelijke beperkingen
  • Slechtere gezondheid
  • Een thuissituatie die meer tijd en energie kost en het werken belemmert (bijvoorbeeld schulden of alleenstaand ouderschap)
  • (En mogelijk in de toekomst) een vraagverschuiving op de arbeidsmarkt waardoor laagopgeleiden minder kansen hebben op werk.

Er is geen bewijs voor verklaringen die aandragen dat deze groep een slechtere arbeidsmoraal zou hebben of kieskeurig zou zijn. Ook is er geen reden om aan te nemen dat er te weinig banen zijn of dat er verdringing plaatsvindt door hoogopgeleiden of migranten.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Duur bijstandsuitkeringen 2013-2017

Doordat de dynamiek in het bijstandsbestand afneemt (minder in- en uitstroom door werkloosheid), zitten er minder mensen met een uitkeringsduur van een jaar of minder in de bijstand en neemt het aandeel bijstandsgerechtigden weer toe dat een jaar of langer in de bijstand zit.

Divosa Benchmark Verblijfsduur bijstand 2013-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

10% heeft ontheffing arbeidsplicht

Voor gemiddeld 10% van de personen met een bijstandsuitkering hadden gemeenten eind 2017 een ontheffing van de arbeidsplicht geregistreerd. Mensen met een ontheffing zijn vrijgesteld van de plicht om werk te zoeken, werk te aanvaarden en werk te behouden.

Gemeenten kunnen verschillend omgaan met het verlenen van een ontheffing. Uit onderzoek van de Inspectie SZW bleek een paar jaar terug dat er bij gemeenten sprake kan zijn van informele ontheffingen. Personen die geen geregistreerde ontheffing hebben, krijgen dan niet per definitie te maken met een sollicitatie- en arbeidsplicht. Inspectie SZW (2013) De invloed van ontheffingen op de arbeidsparticipatie van WWB’ers. Zie ook: Gemeenten te ruimhartig met ontheffingen Wwb (Divosa, 2013) Recenter onderzoek onder bijstandsgerechtigden lijkt dat te bevestigen: 62% van de respondenten gaf aan dat zij (in hun beleving) waren vrijgesteld van de sollicitatie- en re-integratieplicht. Inspectie SZW (2017) Klantonderzoek monitor Participatiewet 2017, tabel 4.3

Percentage bijstandsgerechtigden met ontheffing arbeidsplicht eind 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Vooral ontheffingen om ‘dringende redenen’

De overgrote meerderheid (86%) van de mensen met een ontheffing heeft die eind 2017 om een ‘dringende reden’. Het gaat hier om mensen die tijdelijk niet kunnen werken, bijvoorbeeld vanwege persoonlijke omstandigheden zoals mantelzorg of ziekte. 11% van de ontheffingen is voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, 4% voor alleenstaande ouders met een kind onder de vijf jaar. Door afrondingsverschillen, tellen de percentages op tot 101%

Reden ontheffing arbeidsplicht eind 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling ontheffingen 2013-2017

Het aantal ontheffingen van de arbeidsplicht voor personen in de bijstand is de afgelopen jaren afgenomen. Hiervoor zijn twee verklaringsrichtingen:

  1. Het percentage is in de periode 2013-2016 afgenomen door de verhoogde instroom van mensen in de bijstand. Er belandde hierdoor een groep mensen in de bijstand die direct aan de slag zouden kunnen, maar door de crisis meer moeite hadden om werk te vinden. Doordat hun aandeel in de bijstand steeg, daalde het relatieve aandeel mensen met een ontheffing. In absolute getallen, hoeft dat dus niet het geval te zijn. Omdat de bijstand in 2017 is gedaald, groeit logischerwijs het aandeel mensen met een ontheffing.
  2. Het percentage is afgenomen omdat een deel van de gemeenten ervoor heeft gekozen om minder snel een ontheffing te verlenen. Doel is om mensen aan te spreken op wat zij wél kunnen.

Divosa Benchmark Percentage ontheffingen arbeidsplicht 2013-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

8% krijgt bijstand als aanvulling op inkomsten uit werk

Gemiddeld 8% van de bijstandsgerechtigden had in 2017 naast hun bijstandsuitkering inkomsten uit werk. Het gaat meestal om een kleine deeltijdbaan. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een kleine WW- of Ziektewetuitkering. Omdat deze bijstandsgerechtigden daarmee niet het sociaal minimum verdienen, vult de gemeente hun inkomsten aan tot de bijstandsnorm. In gemeenten tot 50.000 inwoners is het percentage bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk iets hoger.

Bijstandsgerechtigden die parttime werken of (in tenminste één maand) parttime werk hebben gedaan naast hun bijstandsuitkering, stromen vaker uit naar werk dan personen die geen parttime werk hebben verricht, zo bleek uit een onderzoek van Divosa uit 2015. De samenhang tussen parttime werk en uitstroom kan twee verklaringsrichtingen hebben. Mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt, vinden makkelijker werk of dat nu parttime of fulltime is. Tegelijkertijd zou parttime werk ook een opstap kunnen zijn naar meer uren of meer verdiensten. Divosa (2015) Parttime werk in de bijstand (pdf, 447 kB)

Twee derde van de  gemeenten laat inkomsten uit parttime werk (gedeeltelijk) vrij. De Participatiewet geeft gemeenten de mogelijkheid om inkomen uit arbeid gedeeltelijk vrij te laten als het werk naar de mening van de gemeente bijdraagt aan arbeidsinschakeling. De vrijlating mag zes maanden duren en bedraagt 25% van het verdiende inkomen met een plafond. Voor alleenstaande ouders en personen met een medische urenbeperking gelden aparte regels.

Percentage bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk 2017

Het verhaal achter de cijfers

Benieuwd naar wat er zich in de praktijk afspeelt? Lees het verhaal van Werksaam Westfriesland die deeltijdwerk extra stimuleert: Ruim baan voor parttime werk in de bijstand

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Gemiddelde inkomsten 530 euro per maand

Bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk verdienden daarmee in 2017 gemiddeld 530 euro per maand. In gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners hebben bijstandsgerechtigden gemiddeld genomen lagere verdiensten.

Gemiddelde maandelijkse inkomsten parttime werkenden bijstandsgerechtigden

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling inkomsten uit werk 2013-2017

Het aandeel bijstandsgerechtigden met inkomsten uit parttime werk vertoont een dalende trend. De ontwikkeling van de gemiddelde inkomsten per maand vertonen landelijk een dip in 2015 en 2016. Per gemeentegrootteklasse is de ontwikkeling verschillend. Gemeenten met minder dan 50.000 inwoners hebben relatief het hoogste percentage bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk. Dit verschil is tussen 2013 en 2017 steeds kleiner geworden.

Divosa Benchmark Inkomsten uit werk 2013-2017

Het landelijk gemiddelde van maandelijkse inkomsten uit werk is in de jaren 2013-2017 nagenoeg gelijk gebleven. In gemeenten met meer dan 100.000 inwoners zijn de gemiddelde inkomsten uit werk de afgelopen jaren gedaald. Bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk hebben in kleinere gemeenten relatief hogere maandelijkse inkomsten dan bijstandsgerechtigden in grotere gemeenten.

Divosa Benchmark Gemiddelde inkomen 2013-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Aantal loonkostensubsidies groeit

Het percentage personen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet is eind 2017 gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Afgemeten aan het bijstandsbestand gaat het om 2,1%. Deze betalen gemeenten uit het bijstandsbudget. Er zijn ook (vooral tijdelijke) loonkostensubsidies betaald uit het participatiebudget, maar die zijn in dit cijfer niet meegenomen. In kleinere gemeenten ligt het percentage personen met een loonkostensubsidie iets hoger.

Loonkostensubsidies zijn bestemd voor mensen die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Het percentage loonkostensubsidies is een verhoudingsgetal dat de omvang van het aantal mensen met een loonkostensubsidie afzet tegen het aantal mensen in de bijstand. Mensen met een loonkostensubsidie zitten niet in de bijstand, tenzij ze parttime werken en minder dan de bijstandsnorm verdienen. Onder de mensen met een loonkostensubsidie vallen ook mensen die beschut aan het werk zijn.

Gemeenten hebben wisselende ervaringen met de bereidheid van werkgevers om banen beschikbaar te stellen voor mensen die met een loonkostensubsidie kunnen werken. De helft van de gemeenten stelt dat het aanbod van banen voor de doelgroep met een arbeidsbeperking achterblijft. Een deel van de werkgevers zou volgens gemeenten worden afgeschrikt door de problematiek waarmee bijstandsgerechtigden te kampen hebben (o.a. sociale en psychische problemen), een deel is sowieso terughoudend en een deel deinst terug voor de (complexe) voorwaarden van een loonkostensubsidie. Hoewel het aantal personen met een loonkostensubsidie groeit, is het nog onduidelijk hoe duurzaam deze banen zijn. Gemeenten zeggen dit nog te moeten afwachten. Centerdata (2017) Ervaringen gemeenten met Participatiewet. Rapportage tweede meting

Het kabinet is van plan om de loonkostensubsidie te vervangen door loondispensatie. Dit heeft tot een maatschappelijke discussie geleid. Meer informatie is te vinden op de website van Divosa (2018): Twijfel over plan loondispensatie groeit

Divosa Benchmark Percentage loonkostensubsidie 2014-2017

Het verhaal achter de cijfers

Benieuwd naar wat er zich in de praktijk afspeelt? Lees het verhaal van de gemeente Oss.  Afgezet tegen het bijstandsbestand werkt hier 11,6% met een loonkostensubsidie: Tweemaal vijftig procent is ook honderd procent

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Gemiddelde loonwaarde is 51%

De gemiddelde loonwaarde van personen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet is eind 2017 51% van het wettelijk minimumloon. Er zijn weinig verschillen naar gemeentegrootteklasse.

Met een gevalideerde loonwaardemeting op de werkplek, wordt de loonwaarde bepaald. De werkgever betaalt de werknemer het loon en krijgt van de gemeente een subsidie voor de gederfde loonwaarde als percentage van het minimumloon.

Gemiddelde loonwaarden van personen met loonkostensubsidie eind 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Loonwaarde meestal tussen 50 en 75%

Bij ruim de helft van de mensen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet ligt de loonwaarde tussen de 50 en de 75% van het wettelijk minimumloon.

Onderverdeling personen met loonkostensubsidie naar loonwaarde als percentage van het wettelijke minimumloon eind 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Meer maatregelen in grote gemeenten

Als bijstandsgerechtigden de aan hun opgelegde verplichtingen niet nakomen, kunnen gemeenten hun uitkering korten. Dit heet een maatregel of een sanctie. Gemiddeld genomen is in 2017 op 4,1% van de bijstandsuitkeringen een maatregel toegepast. Het gaat hier om het totaal aantal betalingen in een jaar waarop een maatregel is toegepast, gedeeld door het gemiddelde volume in een jaar. Omdat een persoon meerdere maanden een maatregel opgelegd kan krijgen, zal het percentage personen dat een maatregel heeft gekregen lager zijn.

Over het algemeen zijn er in gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners iets meer maatregelen opgelegd. Het kan ook zijn dat het om meer langdurige maatregelen gaat. Een maatregel van één maand telt als één. Een maatregel voor drie maanden telt als drie maatregelen.

Er zijn verschillen in de mate waarop gemeenten maatregelen opleggen. In het rapport ‘Handhaving arbeidsverplichtingen’, dat in 2017 verscheen, stelt de Inspectie SZW dat hiermee de rechtsgelijkheid in het geding komt. Gemeenten geven in het onderzoek aan het maatregelenbeleid moeilijk uitvoerbaar te vinden en brengen bezwaren in tegen de zwaarte van de sancties die zij niet doelmatig vinden. Inspectie SZW (2017) Handhaving arbeidsverplichtingen. Zie ook het nieuwsbericht op de Divosa website (2017): Inspectie SZW te kritisch op handhaving arbeidsverplichtingen Gemeenten vinden dat de verplichtingen in de Participatiewet niet altijd in lijn zijn met de maatwerkondersteuning die zij aan de mensen in de bijstand willen geven. Centerdata (2017) Ervaringen gemeenten met Participatiewet

Percentage uitkeringen waarop een maatregel is toegepast eind 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Vooral maatregelen rondom arbeidsplicht

De overgrote meerderheid van de maatregelen (89%) wordt opgelegd voor het niet voldoen aan de arbeidsplicht. Bij 7% gaat het om gerelateerde verplichtingen zoals het niet nakomen van de afspraken die gemeenten en bijstandsgerechtigden hebben gemaakt in het plan van aanpak of het niet zoeken naar werk of scholing in de verplichte zoekperiode voor jongeren tot 27 jaar. 3% van de maatregelen is opgelegd vanwege agressie.

Uit evaluatieonderzoek naar de Participatiewet blijkt dat bijna alle gemeenten de arbeidsplicht actief toepassen. Net als het meewerken aan het plan van aanpak om weer aan het werk te komen. Gemeenten zijn minder streng op de verplichting om eerst werk te zoeken voordat iemand naar de gemeente toe kan verhuizen. Ook de verplichting om een reistijd van maximaal drie uur te accepteren, wordt door een minderheid van de gemeenten actief opgelegd. Idem.

Bij 1% van de maatregelen is de oorzaak het niet of onvoldoende nakomen van de Wet Taaleis. In de praktijk zal dit percentage iets hoger liggen. Uit CBS-onderzoek blijkt dat een deel van de gemeenten het niet voldoen aan de Wet Taaleis niet als zodanig te registreren. CBS (2018) BUS-N Wet Taaleis: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2018/04/bus-n-wet-taaleis-2017

De Wet Taaleis is in 2016 in werking getreden. Uit onderzoek blijkt dat de uitvoering rondom de Wet Taaleis nog volop in ontwikkeling is. De taaleis geldt voor iedereen die de taal niet voldoende beheerst. Gemeenten beoordelen bij het toepassen van de taaleis of personen leerbaar zijn en welke (taal-)vaardigheden zij nog nodig hebben om aan het werk te gaan. Idem. Zie ook: Gemeenten: taal belangrijk voor deelname aan maatschappij (Divosa, 2018) 78% van de gemeenten past de taaleis actief toe. Centerdata (2017) Ervaringen gemeenten met Participatiewet

Reden opgelegde maatregelen 2017

Reden vermindering

Categorie Reden vermindering naar aanleiding van afstemming
Niet nakomen plicht tot arbeidsinschakeling op het vlak van plicht tot arbeidsinschakeling
Niet nakomen van andere verplichtingen ‘niet nakomen tegenprestatie’, ‘niet nakomen verplichtingen plan van aanpak’, ‘niet (voldoende) zoeken naar werk in zoekperiode van 4 weken’ en ‘niet (voldoende) zoeken naar scholing in zoekperiode van 4 weken’
Agressie Agressie
Niet voldoen aan Wet taaleis niet (voldoende) nakomen van afspraken i.h.k.v. de Wet Taaleis
Oorzaak partner Oorzaak bij partner
 
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling maatregelen 2015-2017

Na 2015 steeg het percentage maatregelen landelijk gezien in 2016 om het jaar erna weer te dalen naar het niveau van 2015. Dit cijfer is sterk beïnvloed door het aantal maatregelen in grote gemeenten waar de meeste bijstandsgerechtigden wonen. In gemeenten met 50 tot 100 duizend inwoners daalde het percentage maatregelen. In gemeenten tot 50 duizend inwoners bleef het stabiel. Vanwege wijzigingen in de statistiek is het niet mogelijk om de cijfers van 2013 en 2014 te vergelijken met de jaren erna. Deze cijfers zijn daarom buiten beschouwing gelaten.

Divosa Benchmark Percentage maatregelen 2015-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Bij 7% van de uitkeringen inlichtingenplicht overtreden

In 2017 hebben gemeenten bij gemiddeld 6,7% van hun bijstandsbestand geconstateerd dat de bijstandsgerechtigde de inlichtingenplicht heeft overtreden. (Ook wel bekend als fraude). Het gaat om het totaal aantal overtredingen van de inlichtingenplicht in een jaar, gedeeld door het gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen in hetzelfde jaar. Bij één persoon kunnen meerdere overtredingen van de inlichtingenplicht worden geconstateerd.

Het gaat bijvoorbeeld om het verzwijgen van inkomsten, een onjuiste opgave van het woonadres of een onjuiste opgave van de samenstelling van het huishouden. Hierdoor hebben deze mensen onterecht een uitkering ontvangen of een te hoog bedrag aan uitkering ontvangen.

Gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners constateren vaker een overtreding van de inlichtingenplicht dan kleinere gemeenten.

Uit onderzoek onder fraudeurs, blijkt dat fraudedossiers “grillig” zijn, “lastig […] te categoriseren” en voorzien van “een complex verhaal”. Fraude wordt meestal niet bewust in gang gezet, maar ontstaat doordat de gelegenheid er is. Iemand gaat bijvoorbeeld samenwonen, verricht zorg voor een vriend of familielid, krijgt een erfenis of ontvangt een geldbedrag en heeft dan niet de “zelfdiscipline of rechtschapenheid” om de uitkeringsinstelling te informeren. Fraudeurs zijn er in alle soorten en maten: van de groep die willens en wetens misbruik maakt van het systeem tot de groep die door eigen onvermogen in een situatie belandt waarin fraude ontstaat. Zie voor een samenvattend overzicht van onderzoek Sprank (2017-09) Gewoon omdat het kan of uit onvermogen?

Percentage uitkeringen waarbij de inlichtingenplicht is overtreden 2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling overtredingen 2013-2017

Het percentage overtredingen van de inlichtingenplicht steeg landelijk heel licht in 2014 om daarna weer enigszins te dalen.

Divosa Benchmark percentage overtredingen inlichtingenplicht 2013-2017

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Het verhaal achter de cijfers: 3 gemeenten aan het woord

De Divosa Benchmark heeft veel aandacht voor de cijfers. Maar het verhaal achter de cijfers is net zo belangrijk. Waarom zijn de cijfers van een individuele gemeente hoger of lager dan het benchmarkgemiddelde? Wat is het verhaal van jouw organisatie? In dit hoofdstuk vertellen drie gemeenten hun verhaal achter de cijfers.

Gemiddeld daalde de bijstand van de benchmarkende gemeenten in 2017 met 1,4%. Maar in Veenendaal bijvoorbeeld daalde de bijstand nog veel sneller: met maar liefst 7,8%. Al voor de Participatiewet werd de basis hiervoor gelegd. Medewerkers vanuit werk, inkomen en participatie werken samen in clusters met een eigen verantwoordelijkheid.

Als het gaat om parttime werk in de bijstand scoort Werksaam Westfriesland, die de uitvoering van de Participatiewet uitvoert voor de gemeenten Hoorn, Medemblik, Enkhuizen, Opmeer, Stede Broec, Drechterland en Koggenland, ongeveer hetzelfde als het benchmarkgemiddelde (8%). Maar Werksaam heeft de ambitie om meer bijstandsgerechtigden aan parttime werk te helpen.

In de gemeente Oss werken veel mensen met loonkostensubsidie. Afgezet tegen het bijstandsbestand is het percentage mensen met een loonkostensubsidie in Oss 11,6%. Landelijk is dat 2,1%.

Lees de drie interviews met Veenendaal, Werksaam Westfriesland en Oss in de volgende paragrafen:

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

‘Samen bepalen wat een klant nodig heeft’

Veenendaal over hoge uitstroom

De groei van de bijstand is gekeerd. Gemiddeld daalde de bijstand van de benchmarkende gemeenten in 2017 met 1,4%. Maar in sommige gemeenten gaat die daling nog veel sneller. In Veenendaal bijvoorbeeld is het BUIG-volume met maar liefst 7,8% gedaald. En die daling zette al in voordat de conjunctuur aantrok. Hoe krijgt Veenendaal dit voor elkaar? Een belangrijke succesfactor zijn clusters met een eigen verantwoordelijkheid: teams van medewerkers vanuit verschillende disciplines bepalen samen wat klanten nodig hebben.

Vanaf 2015 werd de basis voor de hoge uitstroom gelegd. Edward van Leeuwen, afdelingsmanager Economie & Werk en Carola Versteeg, teamcoördinator bijstand, re-integratie en participatie gaan terug naar het begin. ‘Voor de Participatiewet wilden we onze klanten en hun werkfitheid systematischer in beeld brengen met een diagnosesysteem’, vertelt Van Leeuwen. ‘De poort was al op orde. Voor het vervolg vormden we interdisciplinaire clusters met inkomen, re-integratie, participatie en werk. Elk cluster kreeg de verantwoordelijkheid voor het eindresultaat van een groep klanten; van tijdige uitkeringsuitbetaling en begeleiding naar participatie tot handhaven. Samen bepalen we wat elke klant nodig heeft. Dat zorgt voor dynamiek, snel schakelen en eigenaarschap.’

Edward van Leeuwen en Carola Versteeg

Rust voor klanten en clusters

Maar er zijn meer succesfactoren. Versteeg: ‘We verdelen klanten niet over de clusters naar plaats op de participatieladder, maar naar hun meest stabiele kenmerk: hun achternaam. Dat voorkomt allerlei overdrachtsmomenten. Afzien van specialismen is ook voor onszelf handig. Regelmatig staat een andere doelgroep in de schijnwerpers, zoals statushouders of vijftigplussers. Daarin meebewegen geeft onrust. Wij proberen wel aparte dingen voor zo’n groep uit, maar uiteindelijk moet het landen in het reguliere proces.’

Sterke keten naar werk

De sterke keten klantmanager-jobmatcher-accountmanager-werkgever helpt ook om klanten aan het werk te krijgen. De Veenendaalse jobmatcher kent alle kandidaten persoonlijk en vormt het schakelpunt tussen clusters die werkfitte mensen voordragen en accountmanagers die mensen uitplaatsen en reageren op de vraag van werkgevers uit de regio. De gemeente neemt niets over wat mensen zelf kunnen, dus sommige kandidaten moeten zelfstandig op zoek naar werk. Maar soms kan de jobmatcher ook hen helpen.

Edward van Leeuwen en Carola Versteeg

Handhaving is noodzaak

Met alle disciplines in huis kunnen clusters goed volgen hoe klanten zich gedragen en of ze er echt wel alles aan doen om werk te vinden. Ze checken feiten en gaan zo nodig op huisbezoek. Zo sporen ze degenen op die minder bereidwillig zijn. ‘De cirkel is rond: we bieden maatwerk voor gemotiveerde mensen’, licht Versteeg toe. ‘Maar voor wie niet wil, wordt het minder leuk. Ook omdat we alleen een betrouwbare partner kunnen zijn voor werkgevers als kandidaten het contact niet frustreren.’

De bezwaarschriften vliegen ons soms om de oren, maar we kunnen onze aanpak goed onderbouwen.

Onwil doorbreken

Versteeg merkte dat die strengheid hen niet altijd in dank wordt afgenomen. ‘De bezwaarschriften vliegen ons soms om de oren, maar we kunnen onze aanpak goed onderbouwen. Het allermooiste is wel dat als je daar doorheen bent, iemand goed kunt helpen bij het zoeken van een baan. Het gebeurt regelmatig dat iemand ons dan komt bedanken. Op de lange termijn worden ze toch blijer als ze uitkeringsonafhankelijk zijn.’

Ruimte voor professionals

De keuze om de professional ruimte te geven pakte goed uit. ‘Iedereen heeft een beeld van waar klantmanagers zich op moeten richten. Wij wilden dat ze zelf de beste antwoorden vinden. Niet alles ging direct goed; dat kostte tijd. Soms zetten we even externen in of namen we voor lief dat het resultaat wat later kwam. Toen het beeld van de klanten compleet was en de dienstverlening goed georganiseerd, ging het begin 2017 opeens hard met de uitstroom.’

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ruim baan voor parttime werk in de bijstand

Werksaam Westfriesland over parttime werk

​‘Voor sommige mensen is parttime werk het hoogst haalbare.’ Met die insteek startte Werksaam een nieuw project op om parttime werken in de bijstand te stimuleren. Het aandeel bijstandsgerechtigden met een deeltijd baan bij Werksaam is ongeveer gelijk aan het benchmarkgemiddelde (8%), maar er zijn waarschijnlijk meer mensen die parttime aan de slag kunnen.

De uitstroom in Werksaam Westfriesland, een samenwerking van de gemeenten Hoorn, Medemblik, Enkhuizen, Opmeer, Stede Broec, Drechterland en Koggenland, is iets hoger dan het landelijk gemiddelde. ‘We helpen mensen snel aan werk’, vertelt beleidsmedewerker Karin Vogelpoel. ‘Maar de cliënten bij wie dat niet lukt, kunnen vaak niet fulltime werken. Dat kan liggen aan nare omstandigheden, ze zijn mantelzorger of hebben psychische of lichamelijke belemmeringen.’

Karin Vogelpoel

Hoe meer uren, hoe beter

Vogelpoel heeft de indruk dat gemeenten vroeger weinig deden om cliënten aan parttime werk te helpen, want dan moesten ze investeren in begeleiding terwijl mensen toch in de uitkering bleven. Dat is veranderd. ‘We zien dat parttime werk een opstapje kan zijn naar een volledige baan. Onze inzet is dus dat iemand zo veel mogelijk uren werkt. En daar bij voorkeur financieel op vooruit gaat.’

Wettelijke mogelijkheden benutten

‘We onderzoeken hoe we de randvoorwaarden kunnen verbeteren’, gaat Vogelpoel verder. ‘In 2019 willen we 10% meer cliënten bemiddelen naar deeltijdwerk.’ Vogelpoel wil bijvoorbeeld doorlopend onderzoeken welke cliënten een medische urenbeperking hebben. De Participatiewet laat namelijk structureel toe dat deze personen een deel van het verdiende inkomen kunnen houden. Normaal duurt die inkomensvrijlating maximaal een halfjaar.

Ruim de helft van de cliënten die hun inkomsten moeten opgeven, krijgt hun uitkering niet op tijd uitbetaald

Aannames controleren

‘We weten dat ruim de helft van de cliënten die hun inkomsten moeten opgeven, hun uitkering niet op tijd krijgt uitbetaald’, vertelt Vogelpoel. De reden: de loonstrook komt te laat. Een verlate uitbetaling kan bij cliënten leiden tot geldproblemen. Om die aanname te checken, deed Werksaam een steekproefonderzoek naar de ervaring van cliënten. Van de 20 ondervraagden had één persoon problemen door de verrekening. Vogelpoel: ‘Daar gaan we samen een oplossing voor zoeken.’

Eerst parttime werk, dan bijstand

Uit de belronde met de 20 ondervraagden bleek ook dat de cliënten positief zijn over hun parttime werk: ze voelen zich nuttig omdat ze een deel van hun inkomsten zelf verdienen. Ook krijgen ze meer sociale contacten en zijn ze even uit huis, waar vaak veel problemen zijn. Vogelpoel sprak zelf met 5 cliënten. Zij willen graag meer werken om uit de uitkering te komen. Meestal lukt dat nu nog niet. De eyeopener voor Vogelpoel: ‘Ik nam aan dat wij iedereen aan het parttime werk hadden geholpen. Maar twee geïnterviewden werkten al parttime en kwamen daarna in de bijstand.’

Karin Vogelpoel

Banen zoeken

Meer mensen bemiddelen naar parttimebanen kan natuurlijk alleen samen met werkgevers. Vogelpoel is daar optimistisch over, want de regionale samenwerking met werkgevers is goed. En het helpt dat de economie aantrekt. ‘Het komt regelmatig voor dat niet iemand een-op-een bij een vacature past. Dan passen we jobcarving toe. Dat kan ook parttime werk opleveren. Werkgevers staan daar vaak voor open, ook omdat ze hun sociale kant willen laten zien. Een proefplaatsing kan werkgever én klant over de drempel helpen.’

Het is jammer als we een parttimer met rust laten als er meer in zit.

Parttime werk moet lonen

Zou het beter zijn als de inkomstenvrijlating structureel zou zijn? Vogelpoel pleit daar wel voor. ‘Natuurlijk moet er een prikkel zijn om meer te gaan werken. Het is jammer als we een parttimer met rust laten als er meer in zit. Dat willen we gaan voorkomen door coaches regelmatig te laten monitoren of iemands belastbaarheid is toegenomen. Dan moeten cliënten ook meer gaan werken. Anders kunnen er sancties volgen. Maar werk moet altijd lonen voor wie naar vermogen werkt.’

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Tweemaal vijftig procent is ook honderd procent

Oss over loonkostensubsidie

Oss is koploper bij het aan het werk helpen van mensen met behulp van loonkostensubsidie. Het geheim zit onder meer in een dienstverlenende instelling tegenover werkgevers. ‘Werkgevers willen niet constant bewijsstukken moeten aanleveren.’

Afgezet tegen het bijstandsbestand is het percentage mensen met een loonkostensubsidie in Oss 11,6%. Landelijk is dat 2,1%. Aan Nicole van der Aa, teamleider werk de vraag hoe dat komt. ‘Wij zijn er van meet af aan fanatiek mee aan de slag gegaan, want we zien loonkostensubsidie als goede opstap om klanten op den duur te laten uitstromen. We zetten het instrument in voor alle bijstandsgerechtigden met een loonwaarde-indicatie tussen de 30 en 80%. En voor nuggers uit de doelgroep kwetsbare jongeren en het doelgroepregister. Met het register zeggen we dat iemand niet zelfstandig voldoende kan verdienen. Dan is het raar om geen loonkostensubsidie te geven. Veel gemeenten doen dat wel. Dat is financieel gedreven.’

Nicole van der Aa

Verder kijken dan je eigen toko

Moet Oss dan niet naar de financiën kijken? ‘Natuurlijk, maar we geloven dat loonkostensubsidie uiteindelijk geld bespaart, al krimpt ons bestand nog niet. Vorig jaar kwamen we een paar ton tekort; ook omdat 18% van de mensen met loonkostensubsidie nugger is. Daar staat geen compensatie tegenover. Maar je moet niet alleen aan je eigen toko denken. Mensen die werken kosten de maatschappij minder geld én zijn gelukkiger. En werkgevers krijgen gemotiveerde werknemers. Daar heb je als gemeente ook baat bij.’

We geloven dat loonkostensubsidie uiteindelijk geld bespaart, al krimpt ons bestand nog niet.

Forfaitaire loonkostensubsidie

Van der Aa vertelt dat Oss nauw samenwerkt met het PrO- en Vso-onderwijs. ‘Leraren en stagecoördinatoren weten het best wat iemand aankan. De loonwaardemeting doen onze arbeidsdeskundigen vaak tijdens de stage. Of we starten met forfaitaire loonkostensubsidie. Dan werkt iemand een halfjaar tegen 50% loonwaarde en is daarna de definitieve meting. Wij zijn er als gemeente bij gebaat dat er snel een dienstverband komt.’

Mensen laten doorgroeien

Veel werkgevers zitten te springen om gemotiveerd personeel, al presteert iemand minder. In het Osse bestand heeft het gros een loonwaarde tot 80%, maar ze kunnen wel werken. ‘Tweemaal vijftig procent is ook honderd procent. We zien wat verloop, maar ook mensen die doorgroeien in loonwaarde en zelfs uit de loonkostensubsidie gaan.

We zien mensen doorgroeien in loonwaarde en zelfs uit de loonkostensubsidie gaan.

Oss benadert werkgevers via het WSP en is met 11 gemeenten in de regio een partnership aangegaan met voormalig sw-bedrijf IBN. Dat moet klanten in twee jaar minstens 20% laten groeien in loonwaarde. En van de ontwikkelbare klanten moet de helft uitstromen naar reguliere werkgevers. Van de 319 loonkostensubsidie-plaatsen zijn er 31 beschut. Veel te weinig, maar de toelatingscriteria zijn te hoog. Degenen die het wel krijgen, kunnen soms niet eens loonvormende arbeid doen.’

Nicole van der Aa

Maak het makkelijk voor werkgevers

Oss doet er alles aan om loonkostensubsidie voor werkgevers aantrekkelijk te maken. ‘De crux is dat je goed voorlicht, zodat de verwachtingen bij beide partijen goed zijn. En ontlast werkgevers: op tijd je beschikking sturen en je loonkostensubsidie betalen. Werkgevers willen niet constant bewijsstukken moeten aanleveren, dus we hebben een administratief luw proces. We willen aan het begin het contract hebben en de loonwaarde weten, dan kunnen we het recht vaststellen. Aan het eind van het contract controleren we pas opnieuw. Als we inschatten dat iemand een laag ontwikkelpotentieel heeft, komen we eens per twee jaar meten.’

In onze regio zijn de meeste werkgevers tegen loondispensatie.

Loondispensatie als straf op een beperking

Van der Aa krijg grijze haren van het overgaan op loondispensatie. ‘Mensen die gaan samenwonen zijn hun aanvulling kwijt, straks moeten ze voor 450 euro 40 uur werken. Het is al erg zat dat ze door hun beperking niet voldoende kunnen verdienen, daar worden ze dan ook nog voor gestraft. Ik geloof niet dat je dan gemotiveerde werknemers houdt. Sommige werkgevers vinden het makkelijk dat werknemers alle lasten dragen. Maar als die daardoor schulden krijgen, heeft de werkgever daar ook last van. In deze regio zijn de meeste werkgevers tegen het plan. Wie al loonkostensubsidie heeft houdt dat gelukkig, dus ik denk dat we voor 1 juli nog heel veel plaatsingen krijgen. Werkgevers die zeggen: laat die proefplaatsing maar zitten, ik neem ‘m meteen in dienst.’

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Verantwoording

De gegevens in deze rapportage zijn afkomstig van 223 gemeenten (stand 1 januari 2018). Zij vertegenwoordigen 57% van het totaal aantal van 380 gemeenten in 2018. Afgemeten naar het bijstandsbestand is de dekking 87% omdat veelal grotere gemeenten meedoen aan de Divosa Benchmark Werk & Inkomen. Omdat CBS-cijfers over de bijstand van eind 2017 bij het verschijnen van deze rapportage nog niet op gemeenteniveau openbaar waren, is zijn voor de berekening van het dekkingspercentage de cijfers van 31 december 2016 gehanteerd.

In de vergelijking tussen de jaren, gaat het grotendeels, maar niet volledig om dezelfde gemeenten.

Gemeenten in deze rapportage naar gemeentegrootte

Gemeentegrootte Aantal gemeenten
< 50.000 inwoners 153
50.000-100.000 inwoners 40
>100.000 inwoners 30
Totaal 223

Gewogen gegevens

De Divosa-monitor presenteert de gegevens van de benchmarkgemeenten naar gemeentegrootte en op landelijk niveau. De gegevens in deze rapportage zijn gewogen. Dat betekent dat gemeenten meetellen naar rato van hun bijstandspopulatie. Dit is anders dan de werkwijze die Divosa op het benchmarkplatform hanteert waar gemeenten zich met individuele gemeenten willen vergelijken. Op het platform wordt dus gewerkt met ongewogen resultaten.

Data

De gegevens in de Divosa Benchmark zijn gebaseerd op de gegevens die gemeenten aanleveren voor de CBS-statistieken (BUS, SRG, BDFS). De bewerkingen zijn voor rekening van de Divosa Benchmarkorganisatie.

Literatuur

De gegevens zijn op meerdere onderdelen verrijkt met kennis uit andere onderzoeken. In de voetnoten zijn daarvoor de gehanteerde bronnen opgenomen.

Verantwoording 2013-2016

Voor deze Divosa Benchmark Werk en Inkomen Jaarrapportage zijn de cijfers over de periode 2013-2016 opnieuw berekend. Er kunnen verschillen zijn met eerder gepubliceerde cijfers. Deze afwijkingen zijn te verklaren door:

  • Een andere selectie van gemeenten: in de afgelopen jaren hebben meer gemeenten gegevens aangeleverd voor de benchmark. Ook hebben zij daarbij historische gegevens aangeleverd. Daardoor zijn de gegevens gebaseerd op de cijfers van meer gemeenten. In 2013 gaat het bijvoorbeeld om meer dan honderd extra gemeenten. Hierdoor kunnen afwijkingen ontstaan in de percentages.
  • Een hogere kwaliteit van de data: de Divosa Benchmarkorganisatie geeft deelnemers de gelegenheid om verbeterde data aan te leveren over eerdere periodes. Ook voert de Divosa Benchmarkorganisatie zelf lichte kwaliteitschecks uit. Hierdoor kunnen verschillen ontstaan met eerdere gepubliceerde cijfers.
  • Afronden: in de jaarrapportage worden cijfers regelmatig afgerond op hele getallen. Maar als een cijfer verandert van 20,4% naar 20,5%, levert dat in de rapportage een verschuiving van 20% naar 21%.
  • De in- en uitstroompercentages in 2013 wijken sterk af van de oorspronkelijk gepubliceerde percentages, omdat in dat jaar een andere definitie is gebruikt om de in- en uitstroom te berekenen. De instroom is in 2013 afgezet tegen het volume aan het einde van 2013. In deze publicatie is het afgezet tegen het volume aan het begin van 2013, zoals dat ook in de andere jaren is gedaan.
  • De uitstroomredenen ‘handhaving’ en ‘andere inkomsten’ zijn t/m 2016 per abuis met elkaar verwisseld. Dat is in deze rapportage hersteld.
  • Voor de indicator ‘ontheffingen’ is per 2017 een andere definitie gekozen. Voorheen keken we naar het gemiddeld aantal ontheffingen in een jaar. Nu kijken we naar de eindstand in een jaar. Hierdoor wijken eerder gepubliceerde percentages af van de percentages in deze publicatie.

De gegevens zijn gebaseerd op de grootst mogelijk beschikbare groep van gemeenten met gegevens over dat jaar in de benchmark. Dat betekent dat per jaar de selectie van gemeenten iets kan verschillen.

Gemeentegrootte 2013 2014 2015 2016 2017
< 50.000 inwoners 147 148 160 159 153
50.000-100.000 inwoners 36 35 37 40 40
>100.000 inwoners 28 31 30 30 30
Totaal 211 214 227 229 223
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Definities

De Divosa Benchmark Werk & Inkomen wordt gemaakt op basis van de data die gemeenten ook aan het CBS leveren. Er zijn wel wat verschillen. Zo krijgt de Divosa Benchmark geen BSN-nummers van gemeenten. Ook vinden er minder correcties plaats op de gegevens in de benchmark. Gemeenten kunnen zelf nieuwe gegevens aanleveren, maar doen dat niet altijd.

De data-verzameling gebeurt op basis van de richtlijnen van de CBS-statistieken. Het gaat daarbij om de Bijstands Uitkeringen Statistiek (BUS), de Statistiek Re-integratie Gemeenten (SRG) en de Bijstands Debiteuren en Fraude Statistiek (BDFS). De richtlijnen voor deze statistieken zijn te vinden op de site van het CBS.

Hierna volgt per indicator een beschrijving van hoe deze indicator is berekend. Bij elke indicator in de Divosa Benchmark Jaarrapportage Werk & Inkomen gaat het om gewogen cijfers.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontwikkeling bijstand

De ontwikkeling van de bijstand is de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen ‘algemene bijstand’, IOAW, IOAZ en Bbz voor uitkeringsgerechtigden tot aan de pensioengerechtigde leeftijd in een kalenderjaar.

De algemene bijstandsuitkeringen vormen ongeveer 95% van het uitkeringenbestand.

Specificatie:

  • Algemene bijstand: reguliere bijstandsuitkering.
  • IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers): bijstand voor oudere langdurig werklozen die 50 jaar of ouder waren op het moment dat zij werkloos werden en voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen, ongeacht hun leeftijd.
  • IOAZ (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen): bijstand voor mensen van 55 jaar of ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte ex-zelfstandigen (ongeacht hun leeftijd) die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moesten beëindigen. Uitvoering door gemeenten.
  • Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen): uitkering levensonderhoud voor startende ondernemers.

De ontwikkeling van de bijstand geeft de groei van het aantal betalingen weer en wordt berekend door het aantal betalingen voor deze uitkeringen in december van het kalenderjaar te delen door het aantal betalingen in december van het jaar daarvoor. In formule: Ontwikkeling bijstand = (volume bijstand december jaar t / volume bijstand december t-1) x 100%. Dit cijfer geeft dus de groei of daling van het aantal betalingen weer.

Het volume is gemeten aan de hand van het aantal betalingen. Het aantal betalingen is lager dan het aantal personen met een uitkering omdat echtparen gezamenlijk één uitkering (betaling) krijgen. Het meten van betaalde uitkeringen maakt het mogelijk om al een maand na een uitkeringsperiode de volume-ontwikkelingen tussen gemeenten te vergelijken. Dat is een groot voordeel bij benchmarken.

Nabetalingen tellen niet mee in het totaal. Nulbetalingen wel.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Instroom in de bijstand

Instroom betekent dat een uitkering in de maand ervoor niet in het bestand aanwezig was. Het instroompercentage is het aantal nieuwe uitkeringen algemene bijstand in een kalenderjaar in relatie tot het volume algemene bijstand aan de start van het kalenderjaar. Dit is inclusief herinstroom.

In formule: Instroompercentage = (Instroom januari t/m december in jaar t / volume algemene bijstand december t-1) * 100%

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Uitstroom uit de bijstand

De uitstroom is een berekende indicator. Per maand is berekend wat de uitstroom is waarna de maanden januari t/m december bij elkaar zijn opgeteld. In formule: Uitstroom = (((de ontwikkeling van het volume in maand 1 – de instroom) + idem maand 2 t/m 12) / volume bijstand december t-1) * 100%

Het uitstroompercentage is het aantal stopgezette uitkeringen algemene bijstand in een kalenderjaar in relatie tot het volume algemene bijstand aan de start van het kalenderjaar.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Uitstroomredenen

De uitstroomredenen zijn geteld over het aantal beëindigde uitkeringen algemene bijstand van personen in een kalenderjaar. Daarbij zijn de 21 beschikbare categorieën van het CBS in de benchmark samengevoegd tot 6 categorieën.

Categorie Uitstroom vanwege (BUS-code)
Werk 'verkregen inkomsten uit arbeid in dienstbetrekking/uitkering ziekte' (34/11)
'zelfstandig beroep of bedrijf' (34/13)
Scholing 'gaan volgen onderwijs met studiefinanciering' (34/01)
Inkomsten 'uitkering werkloosheid' (34/14)
'uitkering arbeidsongeschiktheid' (34/15)
'alimentatie' (34/17)
'vermogensopbrengsten' (34/18)
'ander inkomen' (34/19)
Handhaving 'overschrijden maximale verblijfsduur buitenland' (34/07)
'geen inlichtingen' (34/31)
'niet verschenen op herhaalde oproep inlichtingenplicht' (34/34)
'niet verschenen op herhaalde oproep re-integratiegesprek' (34/35)
'kunnen volgen van onderwijs maar dit niet doen' (34/06)
Verloop 'aangaan relatie' (34/02)
'bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd' (34/03)
'overlijden' (34/04)
'detentie' (34/05)
'verhuizing naar andere gemeente' (34/32)
'verhuizing naar buitenland' (34/33)
Overig 'oorzaak bij partner' (34/97)
'andere oorzaak' (34/98)
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Uitstroom naar verblijfsduur

De uitstroom naar verblijfsduur is de uitsplitsing van alle de beëindigde uitkeringen van personen met algemene bijstand in een kalenderjaar naar verblijfsduur in de uitkering. Daarbij is de tijd gemeten tussen de datum van het toekenningsbesluit (de aanvangsdatum uitkering persoon) en de datum van beëindiging van de uitkering.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Leeftijd bestand

De leeftijd van het bestand is de onderverdeling van de personen met een uitkering algemene bijstand naar verschillende leeftijdscategorieën. Dit is gemeten in december van het betreffende kalenderjaar.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Verblijfsduur bestand

De verblijfsduur van het bestand is de onderverdeling van de personen met een uitkering algemene bijstand naar hun verblijfsduur in de uitkering. Dit is gemeten in december van het betreffende kalenderjaar.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Parttime werk

Het percentage klanten dat parttime werkt is het gemiddelde aandeel van personen met inkomsten uit (deeltijd) arbeid in dienstbetrekking in een kalenderjaar op het gemiddeld totaal aantal personen met algemene bijstand in een kalenderjaar. Dit wordt berekend door voor de maanden januari t/m december in het desbetreffende kalenderjaar het aantal personen met parttime werk met een algemene bijstandsuitkering te delen op het aantal personen met algemene bijstand. Vervolgens wordt dat bij elkaar opgeteld en door twaalf gedeeld.  

Onder inkomsten uit werk, vallen inkomsten uit loondienst. Maar de CBS-statistiek ziet inkomsten uit de WW of de Ziektewet ook als inkomsten uit werk. In het geval iemand met een dergelijke uitkering niet boven het minimumniveau uitkomt, is het mogelijk om een aanvulling te krijgen vanuit de bijstand.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Gemiddelde maandelijkse inkomsten uit parttime werk

De gemiddelde inkomsten uit parttime werk zijn de gemiddelde maandelijkse inkomsten van personen met algemene bijstand met inkomsten uit parttime werk die verrekend zijn met de uitkering.

Vrijgelaten inkomsten uit (deeltijd) arbeid uit dienstbetrekking zijn daarmee buiten beschouwing gelaten. Ook de inkomsten uit werk die achteraf teruggevorderd worden, blijven buiten beschouwing. Het gaat hier bijvoorbeeld om inkomsten uit werk die mensen niet hebben opgegeven bij de gemeente, maar die pas later boven water komen na onderzoek van de gemeente.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Ontheffingen van de arbeidsplicht

Aantal personen met een bijstandsuitkering met een ontheffing van de arbeidsverplichting als percentage van het volledige bijstandsbestand in personen. Dit is gemeten in december van het betreffende kalenderjaar. Het gaat om personen met een uitkering algemene bijstand en om personen met een IOAW of IOAZ-uitkering.

De ontheffing van de arbeidsverplichting heeft betrekking op de plicht tot het verkrijgen, aanvaarden en behouden van werk. De re-integratieplicht staat hier los van.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Reden van ontheffing

Er zijn verschillende redenen waarom een persoon een ontheffing van de arbeidsplicht kan krijgen:

  • Alleenstaande ouder (Artikel 9a Participatiewet): een tijdelijke ontheffing op eigen verzoek voor alleenstaande ouders met de volledige zorg voor een kind tot 5 jaar.
  • Dringende reden (Artikel 2, lid 9): een tijdelijke ontheffing wegens ‘dringende redenen’. Dit is ter beoordeling van de gemeente.
  • Arbeidsongeschikt: volledige ontheffing vanwege duurzame arbeidsongeschiktheid.
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Loonkostensubsidie

Het aantal personen met een loonkostensubsidie afgezet tegen het bijstandsvolume. Dit is gemeten in december van het desbetreffende kalenderjaar.

Het bijstandsvolume is het aantal uitkeringen algemene bijstand, IOAW, IOAZ en Bbz.

Let op: Het bijstandsbestand is voor deze indicator gebruikt als een verhoudingsgetal om het aantal mensen met een loonkostensubsidie in gemeenten onderling te kunnen vergelijken. Het bijstandsbestand is daarbij als verhoudingsgetal gebruikt omdat het een indicatie is van de omvang van de groep die voor loonkostensubsidie in aanmerking zou kunnen komen. Deze indicator laat dus niet zien hoeveel mensen in de bijstand een loonkostensubsidie hebben. Mensen met een loonkostensubsidie zijn immers aan het werk en hebben over het algemeen geen uitkering meer nodig.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Loonwaarde

De gemiddelde loonwaarde van personen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet als percentage van het Wettelijk Minimumloon aan het einde van het desbetreffende kalenderjaar.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Onderverdeling loonwaarde

Bij de onderverdeling naar loonwaarde is gekeken welk aandeel van de personen met een loonkostensubsidie een loonwaarde heeft in één van de drie categorieën: 0-50%, 50-75%, 75-100%. Dit is gemeten aan het einde van het kalenderjaar.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Maatregelquote

Dit is de optelsom van alle uitkeringsbetalingen voor algemene bijstand, IOAW, IOAZ en Bbz waarop een maatregel is toegepast gedeeld door het gemiddelde bijstandsvolume in een jaar. Dit cijfer geeft weer hoe vaak een gemeente gemiddeld genomen een maatregel toepast. Het cijfer is slechts bij benadering een percentage van het aantal bijstandsgerechtigden dat een maatregel opgelegd heeft gekregen. Op eenzelfde uitkering, kunnen immers meerdere maatregelen worden toegepast. Ook kan eenzelfde maatregel langer dan een maand duren waardoor deze meerdere maanden wordt meegeteld. Een maatregel van 3 maanden telt bijvoorbeeld als 3 keer als een maatregel.

Vanaf januari 2015 zijn de richtlijnen in de BUS aangepast. Daarvoor konden gemeenten een maatregel opgeven ‘op het vlak van de inlichtingenplicht’. Na 2015 niet meer. Dat betekent dat de cijfers over het totaal aantal maatregelen tot 2015 en na 2015 niet met elkaar te vergelijken zijn.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Onderverdeling maatregelen

De reden voor de maatregelen zijn geteld over alle maatregelen in een kalenderjaar. Daarbij zijn de beschikbare categorieën van het CBS in de benchmark samengevoegd tot 5 categorieën.

Categorie Reden (BUS-code)
Niet nakomen plicht tot arbeidsinschakeling ‘op het vlak van plicht tot arbeidsinschakeling’ (28/01)
Niet nakomen van andere verplichtingen ‘niet nakomen tegenprestatie’ (28/05)
‘niet nakomen verplichtingen plan van aanpak’ (28/06)
‘niet (voldoende) zoeken naar werk in zoekperiode van 4 weken’ (28/07)
‘niet (voldoende) zoeken naar scholing in zoekperiode van 4 weken’ (28/08)
Agressie Agressie (28/03)
Niet/onvoldoende nakomen afspraken wet taaleis niet (voldoende) nakomen van afspraken i.h.k.v. de Wet Taaleis (28/09)
Oorzaak partner Oorzaak bij partner (28/98)
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2017

Overtreden van de inlichtingenplicht

Het percentage uitkeringen waarbij de inlichtingenplicht is overtreden is berekend door alle nieuw opgeboekte vorderingen voor het overtreden van de inlichtingenplicht in een kalenderjaar op te tellen en te delen op het gemiddelde bijstandsvolume in datzelfde kalenderjaar.

Het cijfer is slechts bij benadering een percentage van het aantal bijstandsgerechtigden dat de inlichtingenplicht heeft overtreden en moet vooral bezien worden als een verhoudingsgetal zodat gemeenten zich onderling kunnen vergelijken. Er kunnen bij één uitkering immers meerdere vorderingen ontstaan voor het overtreden van de inlichtingenplicht. Ook kan het voorkomen dat het recht op bijstand al is beëindigd en er achteraf nog een vordering ontstaat.

Het overtreden van de inlichtingenplicht is een term uit de Participatiewet. Voor veel mensen is het woord fraude duidelijker.

Er zijn verschillende vormen van het overtreden van de inlichtingenplicht samengevoegd. Het gaat in de BDFS om de volgende categorieën:

  • verzwijgen witte inkomsten
  • verzwijgen zwarte inkomsten
  • verzwijgen vermogen en of inkomsten uit vermogen
  • onjuiste opgave woonadres
  • onjuiste opgave samenstelling huishouden
  • andere overtreding inlichtingenplicht

Colofon

Divosa

Koningin Wilhelminalaan 5 | 3527 LA Utrecht
Postbus 2758 | 3500 GT Utrecht

030 - 233 23 37
info@divosa.nl
www.divosa.nl

Auteurs

Marije van Dodeweerd, Divosa
Waling Koning, Stimulansz
Laura Kirchner, BMC Onderzoek
Anneke Nunn (interviews gemeenten)

Redactie

Marije van Dodeweerd, Divosa
Laura Kirchner, BMC Onderzoek
Waling Koning, Stimulansz
Chrisje Meima, Divosa
Angid Pons, BMC Onderzoek

Webredactie

Jasja van Moorsel, Divosa

Foto's

Annelies van 't Hul

Versie

7 augustus 2018