Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Deze publicatie printen Downloaden als pdf

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

De belangrijkste bijstandscijfers 2016

Divosa Benchmark 2016 Groei bijstandDivosa Benchmark 2016 Uitstroom bijstand
Divosa Benchmark 2016 ArbeidsontheffingenDivosa Benchmark 2016 Instroom bijstand
Divosa Benchmark 2016 LoonkostensubsidieDivosa Benchmark 2016 Parttime werk
Divosa Benchmark 2016 Uitstroom naar werkDivosa Benchmark 2016 Uitstroom naar scholing
Divosa Benchmark 2016 Uitstroom handhaving

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Divosa Benchmark

Samen met haar partners Stimulansz en BMC Onderzoek beheert Divosa de Benchmarks Werk & Inkomen en Armoede & Schulden. Deze benchmarks geven het meest volledige en actuele beeld van de uitvoeringspraktijk en bieden gemeenten de mogelijkheid zich te vergelijken met collega-gemeenten. Deze jaarrapportage bevat een selectie van een aantal basisgegevens die de uitvoering van de Participatiewet in 2016 in beeld brengen.

We presenteren die op landelijk niveau en naar gemeentegrootteklasse. Waar mogelijk hebben we ook data toegevoegd uit eerdere benchmark jaarrapportages om ontwikkelingen in beeld te brengen. Zie ook: www.divosa-benchmark.nl

Benchlearnen

Er is veel aandacht voor benchlearnen, of wel het verhaal achter de cijfers. Daarom zijn er individuele gesprekken en bijeenkomsten op landelijk en regionaal niveau waar veel ruimte is voor verwondering, duiding en analyse. Ook kunnen deelnemers praktijkvoorbeelden uitwisselen. Zo ondersteunen de Divosa Benchmarks gemeenten bij het proces van leren en verbeteren.

Divosa Benchmark Werk & Inkomen: meer dan 200 deelnemers

Waarom meedoen met de Divosa Benchmark

Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Volume-ontwikkeling bijstand

Bijstand groeit met 4%

In 2016 groeide het aantal bijstandsuitkeringen bij de deelnemers aan de Divosa Benchmark Werk & Inkomen met 4% ten opzichte van het jaar ervoor. Ondanks de opleving van de economie, blijft de bijstand dus groeien. Meer over de oorzaken van de groei en de prognoses in deze factsheet: De bijstand: volume en uitstroom en samenstelling In kleinere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners was de groei hoger, namelijk 7%.

Jaarlijkse ontwikkeling bijstand (bijstand, IOAW, IOAZ) 2013-2016
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

In- en uitstroom in de bijstand

Instroom 36%

Het instroompercentage is het aandeel nieuw toegekende bijstandsuitkeringen ten opzichte van het totale bestand. In 2016 was dat aandeel 36%. In gemeenten met minder dan 50.000 inwoners was het instroompercentage het hoogste. Vergeleken met 2014 en 2015 daalde het instroompercentage.

Instroom in de bijstand in % van bestand 2013-2016

Uitstroom 33%

Het uitstroompercentage is het aandeel stopgezette bijstandsuitkeringen ten opzichte van het totale bestand. In 2016 was dat 33%. Net als bij de instroom, was het uitstroompercentage in gemeenten met minder dan 50.000 inwoners het hoogste. Vergeleken met 2014 en 2015 daalde het uitstroompercentage. Daarmee volgt het uitstroompercentage het instroompercentage. Een hoge instroom correleert namelijk met een hoge uitstroom.

Uitstroom uit de bijstand in % van bestand 2013-2016

Helft van de uitstroom zit een jaar of minder in de uitkering

Bij 55% van de stopgezette bijstandsuitkeringen ging het in 2016 om uitkeringen die één jaar of korter duurden. Sinds 2013 heeft er een kleine verschuiving plaatsgevonden: er zijn iets vaker uitkeringen stopgezet die twee jaar of langer duurden.

Uitstroom naar verblijfsduur 2013-2016
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Reden van uitstroom

Uitstroom vooral naar werk

Bij 35% van de stopgezette bijstandsuitkeringen in 2016 is het vinden van werk de reden van uitstroom. Ook zelfstandigen die een eigen bedrijf starten, vallen onder deze groep. Bij 4% gaat het om jongeren die (terug) naar school gaan en in aanmerking komen voor studiefinanciering. Bij 6% om uitstroom vanwege handhavingsactiviteiten. Bij deze groep heeft de gemeente vastgesteld dat er geen recht meer is op een bijstandsuitkering.

Reden van uitstroom uit de bijstand 2016
 
Categorie Uitstroom vanwege
Werk 'arbeid in dienstbetrekking' of 'zelfstandig beroep of bedrijf'
Scholing 'gaan volgen onderwijs met studiefinanciering'
Inkomsten 'uitkering arbeidsongeschiktheid' of 'alimentatie', 'vermogensopbrengsten', 'ander inkomen' of 'uitkering werkloosheid'
Handhaving 'overschrijden maximale verblijfsduur buitenland', 'geen inlichtingen', 'niet verschenen op herhaalde oproep inlichtingenplicht', 'niet verschenen op herhaalde oproep re-integratiegesprek' of 'kunnen volgen van onderwijs maar dit niet doen'
Verloop 'bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd', 'overlijden', 'detentie', 'verhuizing naar andere gemeente', 'verhuizing naar buitenland' of 'aangaan relatie'
Overig 'andere oorzaak' of 'oorzaak partner'
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Bestandssamenstelling bijstand

Lichte groei van ouderen en jongeren

De leeftijdsopbouw van het bijstandsbestand is al jaren redelijk stabiel. Eind 2016 is 10% jonger dan 27 jaar. 49% is 55 jaar of ouder.

Sinds 2015 ontstaat er een lichte verschuiving. Het aandeel jongeren tot 27 jaar en het aandeel 55-plussers groeit licht in verhouding tot de andere leeftijdsgroepen. In deze cijfers zijn niet de mensen met een IOAW- en een IOAZ-uitkering meegenomen. Het aantal IOAW-uitkeringen is in de afgelopen jaren sterk gestegen. Op het totaalbestand van de bijstand, blijft het vooralsnog een kleine groep. Het aandeel jongeren groeit tussen 2013 en 2016 met 1%. Het aandeel 55-plussers met 2%.

Leeftijdsopbouw bijstandsbestand eind 2016

Veel langdurige uitkeringen

Meer dan de helft van de mensen met een bijstandsuitkering zit eind 2016 drie jaar of langer in de bijstand. Een derde langer dan vijf jaar. In het eerste uitkeringsjaar is de kans op uitstroom het hoogste. Door afrondingsverschillen tellen de percentages in het diagram op tot 102%

Verblijfsduur in de bijstand eind 2016
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Ontheffingen van de arbeidsplicht

12% heeft ontheffing arbeidsplicht

Voor 12% van de personen met een bijstandsuitkering hadden gemeenten eind 2016 een ontheffing van de arbeidsplicht geregistreerd. De betrouwbaarheid van deze indicator is niet honderd procent omdat een aantal (ook grotere) gemeenten opvallende schommelingen vertoont in het geregistreerde percentage ontheffingen. Mensen met een ontheffing zijn vrijgesteld van de plicht om werk te zoeken, werk te aanvaarden en werk te behouden. Personen die geen geregistreerde ontheffing hebben, krijgen niet per definitie te maken met een sollicitatie- en arbeidsplicht. Uit onderzoek van de Inspectie (2013) bleek eerder dat het mogelijk is dat mensen een ‘informele ontheffing’ krijgen. Het aantal ontheffingen vertoont bij de meeste gemeenten tussen 2015 en 2016 een dalende trend. Door veranderingen in de statistiek per 1 januari 2015, zijn de cijfers over 2015 en 2016 vooralsnog niet vergelijkbaar met de cijfers van de jaren er voor. Nader onderzoek is nodig.

% bijstandsgerechtigden met een ontheffing van de arbeidsplicht eind 2015 en 2016

Vooral ontheffingen om ‘dringende redenen’

De overgrote meerderheid (88%) van de mensen met een ontheffing heeft die eind 2016 om een ‘dringende reden’. Het gaat hier om mensen die tijdelijk niet kunnen werken, bijvoorbeeld vanwege persoonlijke omstandigheden zoals mantelzorg of ziekte. 9% van de ontheffingen is voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, 3% voor alleenstaande ouders met een kind onder de vijf jaar.

Reden ontheffing van de arbeidsplicht eind 2016
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Inkomsten uit tijdelijk en parttime werk

8% krijgt bijstand als aanvulling op inkomsten uit werk

Gemiddeld 8% van de bijstandsgerechtigden had in 2016 inkomsten uit werk naast hun bijstandsuitkering. Het gaat meestal om een kleine deeltijdbaan. Omdat deze bijstandsgerechtigden met dit werk niet het sociaal minimum verdienen, vult de sociale dienst hun inkomsten aan tot de bijstandsnorm. De Participatiewet geeft gemeenten de mogelijkheid om inkomen uit arbeid gedeeltelijk vrij te laten als het werk naar de mening van de gemeente bijdraagt aan arbeidsinschakeling. De vrijlating mag zes maanden duren en bedraagt 25% van het verdiende inkomen met een plafond. Voor alleenstaande ouders en personen met een medische urenbeperking gelden aparte regels. In gemeenten met minder dan honderd duizend inwoners is dit percentage sinds 2013 gedaald.

% Bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk 2016

Gemiddelde inkomsten 519 euro per maand

Bijstandsgerechtigden met inkomsten uit werk verdienden daarmee in 2016 gemiddeld 519 euro per maand. In gemeenten tot honderdduizend inwoners hebben bijstandsgerechtigden niet alleen vaker inkomsten uit werk; hun verdiensten zijn gemiddeld genomen ook hoger. Over de jaren heen schommelen de inkomsten uit werk die gemeenten kunnen verrekenen.

Gemiddelde maandelijkse inkomsten parttime werkende bijstandsgerechtigden
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Inzet loonkostensubsidies

Aantal personen met loonkostensubsidie nog laag

Het percentage personen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet is eind 2016 nog laag. Afgemeten aan het bijstandsbestand gaat het om 1%. Deze betalen gemeenten uit het bijstandsbudget. Er zijn ook (vooral tijdelijke) loonkostensubsidies betaald uit het participatiebudget, maar die zijn in dit cijfer niet meegenomen. Dit is een verhoudingsgetal dat de omvang van het aantal mensen met een loonkostensubsidie afzet tegen het aantal mensen in de bijstand. In kleinere gemeenten ligt dat percentage iets hoger. Onder de mensen met een loonkostensubsidie vallen ook mensen die beschut aan het werk zijn.

% personen met loonkostensubsidie afgezet tegen het  bijstandsbestand eind 2016

Gemiddelde loonwaarde is 52%

De gemiddelde loonwaarde van personen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet is eind 2016 52% van het wettelijk minimumloon. Er zijn weinig verschillen naar gemeentegrootteklasse.

Gemiddelde loonwaarde van personen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet als percentage van het wettelijk minimumloon eind 2016

Meestal is de loonwaarde tussen 50 en 75%

Bij ongeveer de helft van de mensen met een loonkostensubsidie in het kader van de Participatiewet ligt de loonwaarde tussen de 50 en de 75% van het wettelijk minimumloon. Omdat het aantal mensen met een loonkostensubsidie nog klein is, is het goed mogelijk dat hier nog verschuivingen in optreden.

Onderverdeling personen met een loonkostensubsidie naar loonwaarde als percentage van het wettelijk minimumloon eind 2016
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Maatregelen en sancties

Maatregelen en sancties vooral in grotere gemeenten

Als bijstandsgerechtigden de aan hun opgelegde verplichtingen niet nakomen, kunnen gemeenten hen korten op hun uitkering. Dit heet een maatregel of een sanctie. Gemiddeld genomen pasten gemeenten op 4,7% van de bijstandsuitkeringen in 2016 een maatregel toe. Het gaat hier om het totaal aantal betalingen in een jaar waarop een maatregel is toegepast, gedeeld door het gemiddelde volume in een jaar. Omdat een persoon meerdere maanden een maatregel opgelegd kan krijgen, zal het percentage personen dat een maatregel heeft gekregen lager zijn.

Over het algemeen zijn er in gemeenten met meer dan honderd duizend inwoners iets meer of meer langdurige maatregelen opgelegd. Landelijk gezien is het aantal maatregelen in 2016 licht gestegen ten opzichte van het jaar ervoor, maar de ontwikkeling verschilt per gemeentegrootteklasse. De gegevens over 2015 en 2016 zijn niet te vergelijken met de cijfers over 2014 en 2015 omdat er een verandering heeft plaatsgevonden in de statistiek per 1 januari 2015. Het niet nakomen van de inlichtingenplicht valt sinds die datum niet meer onder het maatregelenbeleid. In december 2014 werd nog 18% van de maatregelen opgelegd vanwege het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De maatregelquote is daardoor lager dan voorheen. Het effect van het invoeren van de geüniformeerde verplichtingen voor mensen met een bijstandsuitkering per 1 januari 2015 loopt daar nog eens doorheen.

% Uitkeringen waarop een maatregel is toegepast

Vooral maatregelen voor niet voldoen aan de arbeidsplicht

De overgrote meerderheid van de maatregelen (92%)wordt opgelegd voor het niet voldoen aan de arbeidsplicht. 6% gaat om gerelateerde verplichtingen zoals het niet nakomen van de afspraken die gemeenten en bijstandsgerechtigden hebben gemaakt in het plan van aanpak. Of het niet zoeken naar werk of scholing in de verplichte zoekperiode voor jongeren tot 27 jaar. In gemeenten met meer dan honderd duizend inwoners worden meer maatregelen opgelegd en een groter aandeel van die maatregelen wordt opgelegd voor het niet voldoen aan de arbeidsplicht.

Reden opgelegde maatregelen 2016
Categorie Reden vermindering naar aanleiding van afstemming
Niet nakomen plicht tot arbeidsinschakeling op het vlak van plicht tot arbeidsinschakeling
Niet nakomen van andere verplichtingen ‘niet nakomen tegenprestatie’, ‘niet nakomen verplichtingen plan van aanpak’, ‘niet (voldoende) zoeken naar werk in zoekperiode van 4 weken’ en ‘niet (voldoende) zoeken naar scholing in zoekperiode van 4 weken’
Agressie Agressie
Niet voldoen aan wet taaleis niet (voldoende) nakomen van afspraken i.h.k.v. de Wet taaleis
Oorzaak partner Oorzaak bij partner
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Onrechtmatige uitkeringen

Bij 7% van de uitkeringen onrechtmatigheden geconstateerd

In 2016 hebben gemeenten bij gemiddeld 7% van hun bijstandsbestand geconstateerd dat de bijstandsgerechtigde de inlichtingenplicht heeft overtreden. Het gaat om het totaal aantal geconstateerde onrechtmatigheden in een jaar, gedeeld door het gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen in hetzelfde jaar. Bij één persoon kunnen meerdere onrechtmatigheden worden geconstateerd.

Het gaat bijvoorbeeld om het verzwijgen van inkomsten, een onjuiste opgave van het woonadres of een onjuiste opgave van de samenstelling van het huishouden. Hierdoor hebben deze mensen onterecht een uitkering ontvangen of een te hoog bedrag ontvangen. Een overtreding van de inlichtingenplicht gebeurt niet altijd met opzet en is dus niet per definitie fraude.

Gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners constateren vaker onrechtmatigheden dan gemeenten met minder inwoners. In de loop van de jaren verandert er weinig aan het percentage geconstateerde onrechtmatigheden.

% Uitkeringen waarbij onrechtmatigheden zijn geconstateerd

Gemiddelde vordering is 2.600 euro

De gemiddelde vordering op een persoon na het overtreden van de inlichtingenplicht is gemiddeld 2.630 euro. Deze indicator is ook bekend onder de naam ‘gemiddeld fraudebedrag’. Omdat het bij het overtreden van de inlichtingenplicht niet altijd om een bewuste overtreding gaat, wordt deze term sinds begin 2016 niet meer in de statistiek gebruikt. Het gaat hier om de gemiddelde vordering van nieuw geconstateerde overtredingen in 2016. In gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners is de gemiddelde vordering lager. Het gemiddeld bedrag van de vordering zegt weinig over de kwaliteit van de uitvoering. Een hoge vordering kan te maken hebben met een sterke sociale recherche, maar kan ook veroorzaakt worden doordat een gemeente minder nauwgezet controleert waardoor overtredingen makkelijker kunnen ontstaan en langer kunnen voortduren. Landelijk gezien is dit getal over de jaren heen stabiel.

Gemiddelde vordering bij overtreding inlichtingenplicht 2016
Divosa Benchmark Werk & Inkomen | Jaarrapportage 2016

Verantwoording

Gemeenten in deze Divosa-monitor

De gegevens in deze rapportage zijn afkomstig van 215 gemeenten. Zij vertegenwoordigen 55% van het totaal aantal gemeenten in 2016 en 79% van het bijstandsbestand eind 2016.

In de vergelijking tussen de jaren, gaat het grotendeels, maar niet volledig om dezelfde gemeenten.

Gemeenten in deze Divosa-monitor naar gemeentegrootte

Gemeentegrootte Aantal gemeenten
< 50.000 inwoners 151
50.000-100.000 inwoners 35
>100.000 inwoners 29
Totaal 215

Gewogen gegevens

De Divosa-monitor presenteert de gegevens van de benchmarkgemeenten naar gemeentegrootte en op landelijk niveau. De gegevens in deze rapportage zijn gewogen. Dat betekent dat gemeenten meetellen naar rato van hun bijstandspopulatie. Dit is anders dan de werkwijze die Divosa op het benchmarkplatform hanteert waar gemeenten zich niet met het landelijke beeld maar met individuele gemeenten willen vergelijken. Op het platform wordt dus gewerkt met ongewogen resultaten. Een voorbeeld: landelijk gezien groeide de bijstand in 2016 met 4%. Het ongewogen gemiddelde is echter 6%. Dat komt omdat het bijstandsbestand in kleinere gemeenten in 2016 harder groeide en zij in een ongewogen gemiddelde even zwaar wegen als een grote gemeente.

Data en definities

De gegevens in de Divosa Benchmark zijn gebaseerd op de gegevens die gemeenten aanleveren voor de CBS-statistieken (BUS, SRG, BDFS). De bewerkingen zijn voor rekening van de Divosa Benchmarkorganisatie.

Colofon

Divosa

Koningin Wilhelminalaan 5 | 3527 LA Utrecht
Postbus 2758 | 3500 GT Utrecht

T 030 - 233 23 37
E info@divosa.nl
www.divosa.nl

Auteurs

Marije van Dodeweerd, Divosa
Waling Koning, Stimulansz

Versie

6 juli 2017