Divosa Najaarscongres 2013

Mensenwerk! De uitvoering aan zet.

René Paas: "Deze week nog vroeg iemand me: 'En als je het nou helemaal zelf mocht beslissen, met alles wat je er nu van weet, zou je dan nog steeds kiezen voor de drie decentralisaties?' Ik hoefde geen moment na te denken. Ja, zei ik. Natuurlijk is er enorm veel gedoe en onzekerheid rondom de decentralisatie van een flink stuk van de AWBZ, de jeugdzorg en de invoering van de Participatiewet. En het is de vraag of we genoeg geld zullen hebben om kwetsbare inwoners voldoende te bieden. Maar ik zei ja. Want gemeenten zijn niet voor niets de 'eerste overheid'. De ervaring leert dat gemeenten na de eerste onzekerheid meestal een weg vinden om voor hun inwoners van betekenis te zijn. En dat blijkt keer op keer voldoende stimulans om bergen te verzetten. Ik zei ja, omdat het MENSENWERK is. De uitvoering is niet van Haagse beleidsmakers, maar van de uitvoerders bij gemeenten en SW-bedrijven. Het zijn onze prestaties waarover zij opscheppen. Wij moeten het anders gaan doen. Slimme verbindingen aanbrengen waardoor we mensen centraal stellen en niet de regelingen. Wij staan voor de uitdaging om vertrouwde taken uit te voeren op een nieuwe manier. Dichtbij en doelmatig. Het rijk trekt zich terug. De uitvoering is aan zet."

Andrée van Es

Nooit meer liefdeloze verwaarlozing

Andrée van EsAndrée van Es is wethouder werk, inkomen en participatie in Amsterdam, en tevens voorzitter van de Werkkamer. Zij opent het congres met een pleidooi richting Den Haag om het wantrouwen jegens uitkeringsgerechtigden en jegens de lokale overheid los te laten. De sociale professionals moeten een afweging kunnen maken tussen doelmatigheid en rechtmatigheid. Alleen dan kunnen de decentralisaties vrucht afwerpen.

De medewerkers van de hoofdstedelijke Dienst Werk en Inkomen (DWI) maken dagelijks gewetensvolle afwegingen tussen rechtmatigheid en doelmatigheid en zoeken het evenwicht tussen regels en moraliteit, aldus Van Es. De opdracht is en blijft volgens haar een sociale: mensen ondersteunen. Dat gebeurt in een steeds hardere wereld, waarin hogere eisen worden gesteld en de wetgeving rigide wordt. Daarmee wil Van Es niet pleiten voor een softe benadering, integendeel. Veel te lang is de bijstand in haar ogen een valkuil geweest waardoor mensen gevangen bleven in inactiviteit. Dat is liefdeloze verwaarlozing, en daar moeten we vanaf.

Werklozen, vooral jongeren, zullen alles moeten doen om aan de slag te komen. Maar Van Es heeft grote bedenkingen bij de lijn die het kabinet kiest met de aanpassingen in de WWB. De basis is volgens haar wantrouwen jegens de gehele groep uitkeringsgerechtigden. Beter dan verplicht vrijwilligerswerk als een soort boetedoening omdat men geld van de overheid krijgt is werken aan terugkeer op de arbeidsmarkt. Een sanctie van drie maanden tast de fundamenten en de legitimiteit van de bijstandsverlening aan, aldus de wethoudster. Verlaat die weg, adviseert zij het kabinet.

In de drie decentralisaties ziet zij graag dat werk veel centraler zou staan. Werk is een belangrijke sleutel, het verschaft zelfstandigheid, inkomen, een goed voorbeeld voor kinderen, zelfvertrouwen. Gemeenten kunnen de doelen van de decentralisaties realiseren. Maar dan is wel meer geld nodig, en meer ruimte. Op dit moment is er teveel wantrouwen. Dat ervaart Van Es ook in de Werkkamer. Haar pleidooi is: heb vertrouwen in de lokale bestuurders, regel niet alles dicht en vooral: nooit meer liefdevolle verwaarlozing.

René Paas

'Stoppen is geen alternatief'

Rene PaasGemeenten zitten niet stil. Ze wachten niet af tot de precieze inhoud van de Participatiewet naar buiten komt. Dat kan ook niet volgens Divosa-voorzitter René Paas. Tijdens het Divosa Najaarscongres in Amsterdam hield hij de zaal voor dat gemeenten de handschoen samen hebben opgepakt. "Meer dan de helft van de gemeenten werkt officieel samen bij de wet werk en bijstand." En ook: "De trend zet door. Wij verwachten dat zeven de tien gemeenten de Participatiewet samen zullen invoeren. Steeds vaker ook samen met sw-bedrijven."

Het is volgens Divosa-voorzitter René Paas noodzakelijk dat gemeenten nu al stappen zetten. Wachten op de wet, die per 1 januari 2015 moet worden ingevoerd in het kader van de drie decentralisaties, is ook geen optie. En stoppen al helemaal niet. "Er is geen alternatief." De Divosa-voorzitter vertelt dat er ook één regeling moet komen omdat Nederland al heel lang een reservebank heeft van anderhalf miljoen mensen. Eén regeling dat is ook waar Divosa samen met Cedris al eerder op heeft ingezet. "Ook als het geen crisis is, zitten veel te veel mensen thuis met een uitkering, omdat we ze geen kans geven op werk. En dat is een schande."

Er is haast geboden. Maar verbazing is er bij Paas wel over de timing van alle veranderingen die voor de deur staan. Eerst is er de invoering van de WWB-maatregelen per 1 juni 2014. Op zich al een majeure operatie. En dat een half jaar voor de invoering van de Participatiewet (en van de drie grote decentralisaties). "We kennen de tekst nog niet. Maar veel van de inhoud wel. En wij mogen het uitvoeren."

Aan ons

Mensenwerk is het thema van het najaarscongres. Dat sluit mooi aan met de vele veranderingen en de decentralisaties die voor de deur staan. "Als een bestuurslaag ingewikkelde dingen kan, dan is het de gemeente."

Volgens René Paas begint het in de regio. Niet uitstellen helpt ook, want de opgave voor gemeenten is enorm. Vandaar dat het fijn is dat gemeenten steeds meer samen optrekken. Dat is ook noodzakelijk. "Samen staan we sterk. De uitvoering is aan ons. Dat brengt ons vandaag hier", zei de Divosa-voorzitter tijdens het congres. "Wij weten dat alles afhangt van onze professionaliteit. Onze transparantie stelt rekenkamers gerust. Ons vakmanschap geeft mensen hun leven terug."

Albert Jan Kruiter

Albert Jan Kruiter en Ruben Maes

Maatwerk blijft nodig

Als de decentralisaties niet goed worden opgepakt, komt in 2018 de 'recentralisatie'. Onderzoeker Albert Jan Kruiter wil tijdens het Divosa Najaarscongres zeker niet pessimistisch klinken. Het is zeker mogelijk dat gemeenten een succes maken van de decentralisaties die vanaf 2015 worden doorgevoerd. "Maar dan moeten de uitvoerders (bij gemeenten) wel oog hebben voor betrokkenheid en de zelfredzaamheid van klanten en ook de efficiency is belangrijk. Anders gaat ons land failliet."

Albert Jan Kruiter is oprichter van het Instituut voor Publieke Waarden en Sociaal Hospitaal. Hij is docent en onderzoeker en spant zich al vele jaren in voor gemeenten, provincies, ministeries en uitvoeringsorganisaties. Tijdens het Divosa Najaarscongres houdt hij zijn toehoorders voor dat de verzorgingsstaat van de toekomst op lokaal niveau herontworpen moet worden. Efficiency is daarbij onontbeerlijk, maar dat betekent niet dat er geen ruimte is voor maatwerk. "Het is mijn inschatting dat 20 procent van het klantenbestand van sociale diensten maatwerk nodig heeft. Dat is geen loze kreet."

Herkenbaar

Een voorbeeld (en waarschijnlijk voor velen herkenbaar). Is het nodig om met een groep medewerkers van de gemeente uren te vergaderen om na te gaan of iemand bijzondere bijstand nodig heeft? De feiten: een vader heeft een auto nodig om zijn twee gehandicapte dochters naar school te brengen en weer op te halen. Speciaal vervoer is vele malen duurder. Kruiter: "Dus zorg samen met betrokkenen voor oplossingen die efficiënter – en dus goedkoper zijn." In dat soort termen moeten uitvoerders bij gemeenten denken. Net als sociale wijkteams. Regels zijn belangrijk. Maar is het niet nog belangrijker om tot efficiënte en goedkopere oplossingen te komen?

Kruiter voorspelt dat het niet lang duurt voordat gemeenten failliet gaan als ze decentralisaties niet goed worden opgepakt. Eerst zullen door incidenten een paar kleine gemeenten in de problemen komen, gevolgd door een paar van de G32 of wellicht de G4. "Omdat er niet voldoende ruimte is voor gemeenten om het plan te laten slagen." Tip aan de uitvoerders: "Het is van belang om jullie frustraties in positieve zin om te zetten. Ga dingen zelf doen. Daar wil ik tot oproepen."

Plenaire afsluiting met Jetta Klijnsma en Job Cohen

Meer kans op werk voor Wajongers? En welke ruimte hebben gemeenten?

Staatssecretaris Jetta Klijnsma vindt dat Wajongers in 2014 en 2015 voorrang zouden moeten krijgen bij werkgevers als ze op zoek zijn naar werk. Vanwege de decentralisaties naar gemeenten en de invoering van de Participatiewet komt er een herkeuring voor Wajongers. Dit geeft veel onzekerheid. Een deel van de huidige – bijna 230 duizend - Wajongers vreest het recht op een uitkering te verliezen. Door de kans op werk te vergroten, kan dit probleem deels ondervangen worden, verwacht Klijnsma. “Als de Participatiewet openbaar is, zal ik daar helderheid over kunnen geven.”

Maximale vrijheid

De staatssecretaris onderschreef tijdens een rondetafelgesprek met Cedris-voorzitter Job Cohen en Divosa-voorzitter René Paas dat de overheveling van Wajongers zorgvuldig moet gebeuren. De discussie draaide verder vooral om de ruimte die gemeenten willen hebben of krijgen bij het uitvoeren van de Participatiewet. Zij hebben immers het voortouw als het gaat om de decentralisaties. De grote lijnen zijn bekend, maar niet de details. René Paas: “De conclusie was dat veel taken beter bij ons af zouden zijn. We krijgen er taken bij, maar hopelijk onder maximale vrijheid. Sociale diensten zijn er om mensen aan het werk te helpen. Het zou helpen als daar geen toegevoegde bureaucratie bij komt.” Daar staat volgens de Divosa-voorzitter tegenover dat er ook sprake moet zijn van transparantie als het gaat om prestaties van gemeenten.

Losjes organiseren

Ook Cedris-voorzitter Job Cohen juicht het toe als er ruimte blijft bestaan voor gemeenten en werkbedrijven om zelf invulling te geven aan de decentralisaties en de gevolgen daarvan. “Ik zie binnen werkbedrijven zoveel creativiteit. Hoe ze bezig zijn om mensen aan het werk te krijgen, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ik merk dat werkbedrijven daar verdomd goed in zijn. Je ziet al in veel gemeenten samenwerking tussen werkbedrijven en sociale diensten. Ik denk dat daar veel kansen liggen als we dat nu een beetje losjes organiseren.”

De staatssecretaris beloofde dat nog voor het kerstreces met de details van de Participatiewet naar buiten komen.

Plenaire afsluiting met Jetta Klijnsma en Job Cohen

College Overdracht Wajong aan gemeenten

Wajong: de zin van een goede overdracht naar gemeenten

Zorgen dat de dienstverlening aan Wajongers op peil blijft tijdens de overdrachtsperiode van Wajongers naar gemeenten. Dat is de komende jaren een van de grootste uitdagingen, volgens Fred Paling van de Raad van Bestuur van UWV.  "Het is belangrijk dat mensen uit deze groep niet tussen wal en schip gaan vallen."

Vanaf 1 januari 2015 gaat waarschijnlijk groot deel van de huidige Wajong-doelgroep onder de Participatiewet vallen. Alleen zij die geen arbeidsvermogen hebben, blijven bij het UWV. Fred Paling schat dat het dan om acht tot negen procent van het totaal gaat. Verreweg de grootste groep zal de overstap naar gemeenten maken. "Samenwerking was al belangrijk, maar zal zeker in de overgangsperiode nog belangijker zijn." Los van de continuïteit van de dienstverlening en zorgvuldige overdracht, gaat het ook om het behoud van kennis (over deze doelgroep).

Dossiers

Gemeenten kunnen, volgens UWV-bestuurslid Paling, een overdrachtsdocument over Wajongers tegemoet kunnen zien in de periode dat de overdracht van UWV naar gemeente gaat spelen. Gemeenten zullen geen compleet dossier ontvangen. "Gemeenten zeggen soms wij willen hele dossier. Dat is uitgesloten, het gaat om medische informatie." Het moet wel duidelijk zijn wat iemand wel of juist niet kan. Volgens Paling wordt er en format ontwikkeld waar de benodigde informatie over de betreffende Wajonger in komt te staan.

Participatie is het uitgangspunt. Dit betekent ook dat werkgevers nog meer dan nu hun steentje moeten bijdragen. Het aantal werkgevers die een of meerdere Wajongers in dienst hebben staat op 4,8 procent. Dit betekent dat er sprake is van een stijgende lijn. Het percentage stond eerder op 4,6. Maar het betekent ook dat er nog voldoende ruimte is voor groei, volgens Paling. Sectoren waar Wajongers vooral werk vinden zijn de publieke sector, de detailhandel, de groenvoorziening en de horeca en het hotelwezen. Paling hoopt dat er vooral binnen arbeidsmarktregio's afspraken gemaakt gaan worden om Wajongers aan het werk te krijgen. Op het moment ontvangen 230 duizend mensen een Wajong-uitkering.

Symposium Het toekomstig regionaal werkbedrijf

Gebrek aan kaders schept ruimte voor invulling regionaal werkbedrijf

Hoe groot is de verwarring over het hoe en waarom van het regionaal werkbedrijf, geïntroduceerd door het sociaal akkoord? Groot, want de Werkkamer komt maar niet met een nadere invulling van het concept. Maar tegelijk klein, want in vele regio’s zijn reeds samenwerkingsvormen en ontwikkelingen die zich heel goed laten bestempelen als regionaal werkbedrijf. Het gebrek aan richtlijnen vanuit ‘Den Haag’ schept ruimte voor een eigen regionale invulling, en dat is nu juist de bedoeling van decentraliseren.

De zaal is overvol en de deelnemers zitten vol vragen. “Ik heb een vermoeden van synergievoordeel, maar waar zit dat nu precies?” “Wat is de relatie tussen werkbedrijf en werkgeversservicepunt?” Wordt het een regionaal werkbedrijf een nieuw instituut, of een virtuele organisatie?”Gaat het werkbedrijf in de plaats komen van het SW-bedrijf?” Een greep uit de vragen die naar boven komen. De meest kernachtige: “Is het eigenlijk al duidelijk wat voor ding dat regionaal werkbedrijf nu gaat worden?”

Christien Bronda, directeur DWI Amsterdam en vice-voorzitter van Divosa, weet dat eigenlijk ook niet. Er komt zelfs in haar richting nauwelijks informatie door vanuit de Werkkamer. “Eigenlijk is het heel raar dat we zo weinig weten”, zegt ze. “Daardoor kunnen we als Divosa en als uitvoeders ook veel te weinig meedenken.” Dat vindt ze bezwaarlijk als het gaat om de participatiewet, maar helemaal wat betreft de veranderingen in de WWB. Tegelijk is het een voordeel dat we zo weinig weten, vindt ze, dan kunnen we zelf vorm geven aan het werkbedrijf.

Lex van Geffen is algemeen directeur van Ability en bestuurslid van Cedris. De Werkkamer is nog volop in discussie, weet hij, maar wat in ieder geval duidelijk is: het regionaal werkbedrijf wordt geen groot gebouw. Hij ziet het eerder als zoektocht naar goede manieren van samenwerken. En naarmate er minder centrale lijn is, kunnen de samenwerkende partijen het meer zelf invullen. “Natuurlijk mag je er één organisatie van maken, maar waarom zou je daar energie aan verspillen?”

Leida Rasing, directeur Arbeidsmarkt en Sociale Zaken in Den Bosch en tevens transitiemanager werk-ontwikkelbedrijf in die gemeente, wil beginnen bij de inhoud en niet de structuur. “Die is volgend. De essentie is dat we werkgevers bedienen en helpen bij het invullen van banen. Dat regelen we door aan te sluiten bij wat er al is en dat uit te bouwen.” Hou daarbij als gemeente niet alles bij jezelf, waarschuwt ze. Werk samen. Daarbij helpt het om bij elkaar te gaan zitten en elkaar beter te leren kennen, want er zijn nu eenmaal (cultuur)verschillen.

Presentaties