Uw browser ondersteunt geen scripts, bepaalde functionaliteit van de website is daardoor niet beschikbaar!
Contact -  Pers -  Medewerkers -  Index -  Sitemap -  Zoeken

Divosa Home > Actueel > Paaslog

Paaslog

 

 

Een man voor 74 miljoen

Donderdag 4 februari 2010

Vorig jaar was ik in Denemarken. De aanleiding was zakelijk, maar we bezochten ook een museum: een oude verbouwde villa met uitzicht op zee. Daar stonden nogal veel beeldjes van iemand die alleen maar ruwe, dunne mensfiguren maakte. Ze stonden met heel grote voeten aan de aarde vastgekleefd. Bijna allemaal helden ze licht voorover. Het leek daardoor alsof ze hun uiterste best deden om hun voeten vooruit te slepen. Ik vond ze mooi en ik zag er van alles in: De crisis. Het bestaan. De instituties en onze moeite om echt iets te veranderen. Maar de naam van de kunstenaar was ik meteen weer vergeten.

Tot vandaag. Vandaag weet ik dat een oude Deense villa extra zwaar beveiligd gaat worden. Want in de krant staat dat een beeldhouwwerk van de Zwitserse kunstenaar Alberto Giacometti (1901-1966) gisteren op een veiling in Londen 65 miljoen pond (ruim 74 miljoen euro) heeft opgebracht. Volgens het veilinghuis Sotheby's gaat het om een recordbedrag voor een kunstwerk op een veiling. De koper blijft anoniem. 

74 miljoen voor een beeld. In mijn gevoel voor verhoudingen past dat niet meer. Het is bijna net zoveel als de gemeente Utrecht in 2010 denkt te besteden aan het begeleiden van werkloze stadsgenoten naar al dan niet gesubsidieerd werk. Het is bijna net zoveel als de televisie-actie voor Haïti opbracht, nadat Minister Koenders de oogst met belastinggeld had verdubbeld.

Maar zo mag je waarschijnlijk niet denken…

 

 

 

De Pers: ‘Er zitten 425.000 werklozen thuis, terwijl er volop vacatures zijn’

Dinsdag 2 februari 2010

Ongerust begin ik te lezen in De Pers. ‘Er is genoeg (vuil) werk’ , luidt de opening. “Er zitten 425.000 werklozen thuis, terwijl er volop vacatures zijn. Maar die zijn niet sexy genoeg”. Lees meer op bladzijde 8. Gealarmeerd blader ik door. Tot nu toe begrijp ik uit alle cijfers dat het steeds moeilijker is om werk te vinden. Meer werkzoekenden en minder vacatures. Hebben de journalisten van de beste gratis krant van Nederland een skoop waarin ze bevestigen wat zoveel mensen al denken?

Welke banen zijn dat dan, waar bijstandsgerechtigden hun neuzen voor ophalen? Klopt het vooroordeel dan toch dat werklozen best kunnen werken, maar gewoon niet willen? Ook de binnenkant van de krant is ronduit alarmerend. Bovenaan het verhaal staat deze 'lead':

 

Het is overduidelijk. Maar om het nog eens extra in te peperen, staat pontificaal rechtsboven in een kloek lettertype een imposante 'streamer':

Na zulke klaroenstoten staat het vast: dit is een grensverleggend artikel. Genadeloos zal worden aangetoond dat hardwerkende Nederlanders al die tijd premie hebben betaald om werkschuwe landgenoten van een inkomen te voorzien. De conclusie is onontkoombaar, na het lezen van deze teksten. Werkloos? Eigen schuld, dikke bult! Had je maar genoegen moeten nemen met minder mooi werk. Het artikel zal het aantonen. Gewoon aanpakken, die luie bliksems.
Maar de anticlimax begint meteen. Want nergens in het verhaal vind je voorbeelden van concreet werk voor wie zich vandaag werkloos inschrijft op een Werkplein. De Pers polste een privékliniek, een bedrijf in de aluminium-industrie en een hamburgerbakker. Maar de resultaten van die onderzoeksjournalistiek overtuigen niet echt.

De mevrouw van de privékliniek plukt de vruchten van de crisis: ‘Mensen vragen zich wanhopig af ‘behoud ik mijn baan nog wel?’. Door deze onzekerheid en angst raken ze uit balans en krijgen ze stemmingsklachten.’ Meer klanten dus. En zo ontstaat er ineens vraag naar zeven ervaren psychotherapeuten. Overigens klaagt de privékliniek niet over onvoldoende sollicitanten.
De aluminium-industrie doet dat wel. Eerlijk is eerlijk. Maar voordat de werkpleinen massaal leegstromen naar deze metaalsector nog maar even lezen wat ze vragen. Dertig ‘HTS-plussers’ met specifieke technische deskundigheden. Die zijn vast niet makkelijk te krijgen. En hoewel de baas van het bedrijf zegt dat hij marktconform betaalt, verzucht hij: “Ik leg het natuurlijk af tegen Shell en Exxon”. En een probleempje is natuurlijk ook dat het even duurt voordat je je hebt laten omscholen tot ‘HTS-plusser’ …
De laatste hoop is dus de hamburgerbakker? Daar kan immers iedereen aan de slag? De woordvoerder van McDonalds bevestigt tevreden dat de hamburgergigant nog regelmatig filialen opent. Zelfs in recessietijd. En als dat gebeurt levert dat al gauw ‘zeventig tot tachtig vacatures’ op. Maar ook hier geen woord over het feit dat McDonalds die vacatures niet vervuld kan krijgen, hoewel de bakken vol werklozen zitten.

Ik heb het artikel uit. En ik voel dat ik boos word. Wat een stemmingmakerij. Het is zo makkelijk om te doen alsof werkloosheid allemaal onwil en eigen schuld is. En er zijn altijd mensen die graag bereid zijn om dit soort populisme te geloven. Als je de krant en het artikel opent met zulke heftige koppen, dan zou je op zijn minst een poging mogen doen om het in het artikel waar te maken. Maar De Pers doet zelfs geen poging. Ik leg hem weg. “Gratis, maar niet goedkoop” staat er op…

 

 

Politieke junkie

Maandag 17 januari 2010

Ik ken iemand die net is gestopt met roken. Als je hem tegenkomt, houdt hij een stuk zoethout tussen zijn wijs- en middelvinger. Losjes, als een echte sigaret. Het ziet er bespottelijk uit. Maar alleen zo kan hij zich beheersen. Verslavingsdeskundigen noemen het 'craving': er is iets dat je herinnert aan je verslaving. En dan barst in je hersenen een chemisch pandemonium los. Je hele lijf anticipeert al op de kick... Zo komt het dat verslaafden soms maanden clean blijven, maar ineens voor de bijl gaan. Craving.

Ik ben een politieke junkie. Een aparte verslaving, maar ik ken meer slachtoffers. Bij het zien van de eerste verkiezingsborden word ik onrustig. En ik leef op nu de gemeenteraadscampagnes beginnen. Heerlijk: eerst de acties van Balkenende, Bos en Pechtold. En nu het harde werk van raadsleden, wethouders en mensen die dat willen worden.

Bij mijn weten zijn werk en bijstand nooit echt een thema bij de gemeenteraadsverkiezingen. Toch is dit het moment voor wethouders om toekomstvisies te ontvouwen. Rotterdam wordt werkloosheidsvrij. En Zaanstad wil een koudetoeslag. Weer andere lijsttrekkers komen met zwembadregelingen, kinderopvang of computers voor minima. Sinds het begin van dit jaar telt Nederland 431 gemeenten. En net zoveel soorten minimabeleid. In 2008 was er een nationale ‘kerstgratificatie’ voor lage inkomens. Maar zelfs die kende allerlei lokale varianten. Gemeenten mogen het toch beslissen? Nou dan! Helaas hebben al die lokale vondsten één ding gemeen: ze zijn duur. Elke lokale maatregel moet worden bedacht, uitgewerkt, besloten en uitgevoerd. Soms kost elke euro voordeel voor minima een euro aan uitvoeringskosten.

Slecht besteed geld, in een tijd waarin het op prestaties aan komt. De nieuwe gemeenteraden zullen willen dat hun ambtenaren meer mensen helpen met minder geld. Dat kan alleen als de vers benoemde politici hun dadendrang richten op meer eenheid tussen gemeenten. Natuurlijk: elk mens is uniek. Maar bijstandsgerechtigden in verschillende dorpen en steden verschillen niet zo erg van elkaar. Moeten alle gemeenten hun eigen minimabeleid maken omdat het mag? Of zou iedereen beter af zijn bij meer eenheid en minder uitvoeringskosten?

Ik doe een beroep op onze politieke bazen. Een beroep op hun zelfbeheersing. Ook als je de krant kunt halen met een nieuwe, sympathieke regeling voor minima: doe het niet. Als elke gemeente zelf het wiel wil uitvinden, zijn bijstandsgerechtigden slechter af. Werk liever aan regionale en landelijke afspraken. Wat goed genoeg is voor de buren, is misschien ook goed genoeg bij ons.
Het scoort vast minder tijdens de campagne. En als politieke junkie begrijp ik dat dat pijn doet. Maar ach, op het minimabeleid worden zelden gemeenteraadsverkiezingen gewonnen. Het is misschien even afkicken. Maar het is beter voor iedereen. Want na het genot komt meestal de kater! 

 

 

 

Beperkte buikbewaking

Maandag 11 januari 2010

Er moet bij mij tien kilo af. Hoe moeilijk kan het zijn? Gewoon wat meer bewegen en een beetje minder eten. Een eitje! Er is maar één addertje onder het gras: ik heb het mezelf bij de oliebollen beloofd. En statistisch is daarmee de kans vrijwel verkeken dat het lukt. Tot overmaat van ramp deel ik mijn voornemen met half Nederland. Uit onderzoek blijkt dat zes van de tien landgenoten al voor de kerst vastbesloten waren om in 2010 meer te gaan bewegen. En de helft wilde gezonder gaan eten. Maar aan het eind van dit jaar zal blijken dat hun gemiddelde gewicht met minstens een kilo is toegenomen. De houdbaarheid van goede voornemens is drie weken. Dus wij spreken elkaar in februari opnieuw…

Het is verdacht druk bij de fitness. Je ziet de vastbesloten lotgenoten: ‘Vandaag begint de rest van mijn leven’. Helaas zijn goede voornemens geen partij voor een diep ingesleten levensstijl. Vaste gewoonten en alledaagse problemen zijn enorme obstakels. Eén glaasje dan? En waarom eigenlijk vandaag al sporten, terwijl ik het zo druk heb? De weg naar de hel…, inderdaad.

Gelukkig zijn de deskundigen het er aardig over eens wat wel helpt. Een check aan de voorkant bijvoorbeeld: ‘Yes we can!’, maar is het echt zo? Zijn er inspirerende voorbeelden waarin het lukte? Bij beperkte buikbewaking zeker. Maar er zijn veel meer voornemens. 2010 is namelijk een verkiezingsjaar. Simon Carmiggelt schreef daarover ooit “Politici beloven nu eenmaal meer dan ze ooit waar kunnen maken. Dat is hun vak en de kiezer weet het. Ze roepen: 'Jullie krijgen allemaal een Mercedes' en dan draait het uit op een dinky-toy.” Literaire overdrijving. Voor de meeste gekozenen maakt belofte schuld. En dat lijkt me een extra reden voor een reality check. Klinkt mooi, maar kunnen we het ook uitvoeren? Sommige programteksten kun je maar beter inleveren bij de collegeonderhandelingen!

Wat ook helpt bij goede voornemens, is een beeld van de obstakels. Wie weet dat hij in de kroeg steevast weer gaat roken, kan maar beter afspreken in een rookvrije tent. Zoiets geldt ook voor politici. Wie vraagt om een koudetoeslag vanwege het barre weer, moet weten dat de uitvoeringskosten net zo hoog zijn als het voordeel voor de getroffen minima. Wie moppert dat gemeenten te weinig re-integreren, moet even nadenken hoe het wordt als het rijk het allemaal weer gaat beslissen. Een kabinet dat voor 35 miljard aan ‘taboeloze’ bezuinigingsvoorstellen laat voorbereiden, moet bedenken dat de voorstellen voldoende politiek dynamiet zullen bevatten om een heel kabinet definitief uit het veld te slaan.

Een laatste tip van de deskundigen op het gebied van goede voornemens: blijf positief, ook in je voornemen. Zeg dus: ‘ik wil er deze zomer aan het strand uitzien als een jonge god’, of ‘ik wil voortaan zonder hoofdpijn en gekuch wakker worden’. Een positief beeld helpt je bedenken waar je het voor doet. Het is dus goed om aan het begin van 2010 te zeggen: ‘Ik wil een land waarin we niemand laten vallen vanwege de crisis’, of ‘Iedereen doet mee’.  De weg er naartoe wordt nog lastig genoeg.

 

 

 

Zoenen!

Vrijdag 18 december 2009

Ik denk niet dat ze het hebben uitgezonden. Maar ik fantaseer wel eens dat ik bij veertig miljoen Koreanen op TV was. En dat ze me een erg on-Aziatisch antwoord zagen geven: ‘Well, at that time I was fifteen, and kissing my first girlfriend’. De Zuid-Koreaanse televisie wilde weten wat ik deed bij het Akkoord van Wassenaar. Ze waren een beetje geschokt over mijn antwoord.

Ik zei er maar niet bij dat het daarna nog minstens vijftien jaar duurde voordat ik voor het eerst hoorde van het Akkoord van Wassenaar. Het was niet bijzonder genoeg om te vertellen aan scholieren of studenten van mijn generatie.

Soms moet je kijken door de ogen van anderen – bijvoorbeeld buitenlandse filmploegen – om te zien dat iets bijzonder is. Zoals een werkbezoek aan Afrikaanse vakbonden en ondernemers ook helpt om Nederlandse dingen in proportie te zien. We zijn hartstikke rijk. En we hebben een paar goede gewoonten. Overleggen hoort daarbij.
Wij vechten elkaar niet de tent uit. Wij buiten elkaar niet uit. Wij staken elkaar niet kapot. Maar wij drinken koffie, desnoods tot we er buikpijn van krijgen. Wij wisselen standpunten uit op basis van gelijkwaardigheid. En we voeden zo de mythe over het poldermodel: ‘Wij maakten ons eigen land en dat was vanaf het begin democratisch’.
In Holland waren geen horigen of lijfeigenen. De edellieden onderhandelden met zelfbewuste keuterboeren die zelf hun eigen dijken onderhielden en hun eigen waterschapsbesturen kozen.
Onzin natuurlijk. Toen het CNV honderd jaar geleden werd opgericht, dachten sommigen dat je zelfs klassenstrijd nodig had om op voet van gelijkheid te kunnen praten met hereboeren en fabriekseigenaren.

De overlegeconomie kwam er niet vanzelf. Het is een huzarenstukje dat wij er in de afgelopen decennia in slaagden om de grootste tegenstellingen aan één tafel te krijgen. Aan de overkant van de tafel zit niet de klassevijand, maar een potentiële bondgenoot, die het hoogstens nog even niet begrijpt.
Natuurlijk is het niet altijd gezellig. Laat staan dat er bij gezoend wordt. Maar overleggen helpt. Het voorkomt revolutie. Veel van de nationale consensus over ingewikkelde kwesties, werd geboren tussen sociale partners. En als politici opscheppen over hun grote hervormingen, dan is in de meeste gevallen in dit huis het vloertje daarvoor gelegd. In de SER en in de Stichting. Door vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers die wisten wat hun verantwoordelijkheid was. En door een kundig secretariaat dat de lastigste compromissen prachtig kon opschrijven.

Met de wind in de rug is iedereen een hardrijder. Als je vol in de wind rijdt, dan wordt het menens. En dan komt het aan op stayerskwaliteiten. Op techniek, op kracht en karakter. De recessie zet de economie, dus ook de overlegeconomie vol in de wind.
Aan uitdagingen geen gebrek. De werkloosheid loopt op en blijft dat voorlopig nog wel even doen. Sociale diensten krijgen het druk, weet ik uit ervaring. Maar sociale partners ook. We weten allemaal nog hoe het ging bij het laatste najaarsoverleg en bij het sociaal akkoord van dit jaar. Het ging om vertrouwen. Herwonnen vertrouwen, dat we nodig hadden om de crisis samen te lijf te gaan. Een half jaar na het voorjaarsakkoord is die stemming ver te zoeken. En dat is een groot verlies voor iedereen die hoopt dat sociale partners opnieuw het fundament zullen leggen onder moeilijke, maar broodnodige besluiten.

Dat fundament kunnen we moeilijk missen. Want er is meer tegenwind. In Nederland is langzamerhand een enorme vertrouwenscrisis gegroeid. Een cynische kijk op het politiek bestuur. En dat is schadelijk. Ook als we over een paar jaar de kredietcrisis al lang achter ons hebben gelaten, blijft het wantrouwen in politici maar ook in de vertegenwoordigers van ongeveer alle instituties. Veel Nederlanders hebben niet het gevoel dat bestuurders en opinieleiders serieus, met toewijding en met succes bezig zijn met het oplossen van hun problemen. Ik ben er van overtuigd dat het helpt als we er meer werk van maken om dat te laten zien. Niet even, maar permanent: voor wie doen we het eigenlijk?
Getallen zeggen niet alles. Maar het is bijna kerst. Vandaag is de derde en laatste SER-vergadering van 2009. Vergadering nummer 668, staat op de uitnodiging. De SER bestaat sinds 1950. De snelle rekenaars weten dus dat dat meer dan elf vergaderingen per jaar zijn. Je zou toch zeggen dat de problemen zo groot zijn dat we een beetje sociaal economische raad wel kunnen gebruiken!

Ik ben er van overtuigd dat sociale partners in Nederland altijd weer terugkeren naar de vergadertafel. Domweg omdat hun verantwoordelijkheidsgevoel te groot is om het overleg te mijden. En omdat ze weten dat er geen alternatief is.
Maar ik ben er niet van overtuigd dat het snel gaat. En snelheid is geboden. Bij de aanpak van de vertrouwenscrisis. Om erger te voorkomen in recessietijd. En om draagvlak te krijgen voor maatregelen die nodig zijn om de overheidsfinanciën op een nette manier weer in balans te krijgen. Dat kun je overlaten aan de politiek. Maar wij hebben gelukkig de SER…

Kissing my first girlfriend… Beste vrienden, beste Alexander, beste Bernard, beste Agnes. Het zou – zoveel jaren na het Akkoord van Wassenaar – een prima motto voor 2010 zijn. Doe je het niet voor jezelf, doe het dan voor het vaderland! Verzoenen kan geen kwaad. Een gelukkig Nieuwjaar al vast! En graag tot zoens!

 (k)

(toespraakje dat ik vandaag hield bij mijn afscheid uit de SER)

 

 

 

IJsvrij?

Dinsdag 15 december 2009

Prachtig koud vriesweer. Ik hoop op schaatsen. Maar het KNMI zet de kop 'kwakkelweer' boven zijn officiële voorspelling, al geven ze in hun temperatuurtabellen weer vorst aan. Ik word blij bij de gedachte aan ijs. Prachtig nieuws voor heel veel kinderen (en sommige grote mensen :-) die volgende week kerstvakantie hebben. Koek en zopie! Krassende kinderschaatsen op bevroren meren. Het zou toch wat zijn...

Maar ik durf me er nog niet erg op te verheugen. Weer voorspellen is een vak. En elke Nederlander weet dat voorspellingen van het eerbiedwaardige instituut in De Bilt er regelmatig naast zitten. Noem het bijgeloof: maar ik laat de schaatsen nog even in het vet! Het kan vriezen, het kan dooien.

Een lange neus gaat deze week ook naar die andere rijksvoorspellers. Die van het CPB. Honende reacties kregen ze op hun nieuwste cijfers. Ze hadden het lekker al weer mis: de werkloosheid zou volgend jaar oplopen tot 8%, maar het wordt maar 6,5%. Scheelt toch maar mooi 100.000 werklozen. Het CPB verklaart de meevallende werkloosheid uit verstandig beleid (de deeltijd-WW) en uit het gedrag van werkgevers. Die realiseerden zich dat hun personeel kostbaar was en deden hun uiterste best om ontslagen te voorkomen. Ze ontdeden zich trouwens wel van hun flexibele schil: ZZP-ers en mensen met flexcontracten. En die melden zich nu bij de gemeente voor een uitkering.

De voorspelde economische krimp blijkt ook gematigder. En de wereldeconomie klimt sneller uit het dal dan het CPB ons eerder vertelde. Vanaf volgend jaar groeit de Nederlandse economie zelfs al weer een beetje. Een lichte dooi treedt in. ‘Maar er is nog veel onzekerheid’, zei CPB-directeur Coen Teulings. Kwakkelweer dus. Het kan vriezen, het kan dooien.

Ik wil de feestvreugde niet bederven. Maar ik vind 6,5% werkloosheid nog steeds een heleboel. En het ziet er naar uit dat een groter deel van de mensen zonder werk straks moet aankloppen bij het gemeentelijke bijstandsloket. En voor wie dat overkomt is dat echt zuur. Als ik sommige commentaren hoor, lijkt het haast alsof de badpakken en de zonnebrand al vast klaar worden gelegd. Maar het is nog lang geen zomer. De nieuwjaarsduik wordt ijzig koud. Brrr!

 

 

 

Bouwplannen bij Ground Zero

Vrijdag 27 november 2009

'Misschien leggen we hier wel de fundering voor de sociale zekerheid van morgen.' De Trouw-journalist die met ons meereist, schrijft mijn voorspelling lachend op. We lopen bij Ground Zero. Acht jaar geleden knalden hier twee vliegtuigen in de torens waar ik ooit ook zelf bovenop stond. De wereld veranderde in twee klappen.


Ground Zero ligt op de weg naar het Center for Employment Opportunities. Een saai kantoor op een spannende plek: Broadway. Het werk is nog spannender: hier helpen ze ex-gedetineerden. In Amerika is dat bijna onbegonnen werk. Elk jaar komen meer dan 700.000 mensen uit de gevangenis. Twee van de drie worden snel weer gearresteerd. De helft keert terug in de gevangenis. Wie uit de bak komt, komt meestal niet aan de bak. Wie opnieuw gepakt wordt, was bijna altijd werkloos. Als je dus ex-gedetineerden uit de gevangenis wilt houden, moet je ze werk geven. Maar ja, er zijn leukere werknemers: laag opgeleid, onervaren, verplicht om zich op rare momenten te melden en opgezadeld met tal van beroepsverboden. En bovendien: wie wil een crimineel in zijn winkel?

De feiten zijn om depressief van te worden. Maar Jessica wordt dat niet. Ze is een dertiger die doorzet. Elke dag opnieuw maakt zij werk van haar idealen. En desnoods ook midden in de nacht: haar telefoon staat aan. Ze sjort en belt. Ze dreigt en verleidt. En ze registreert elke moeilijke stap van haar klanten in haar computer. Ik maak een grap over haar enorme administratie. De groep lacht, maar ik krijg de wind van voren. 'Als je de maatschappij wilt veranderen, heb je meer nodig dan verhaaltjes. Het gaat om feiten.' Harde feiten. Zoals het kale feit dat je in de VS meestal met schulden uit de gevangenis komt. Wie een kind heeft, moet aan de staat de kosten van bijstand terugbetalen. Die alimentatieschuld loopt al gauw op tot een ton. Waarvan moet je dat betalen? Bijstand krijg je niet eens, als alleenstaande man. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: alleen zeer gemotiveerden blijven uit de criminaliteit.

We bezoeken een JobCenter in Brooklyn. Lange rijen zwarte werklozen melden zich voor foodstamps, werk en bijstand. Jonge vrouwen met dikke buiken. Oudere mannen met gelooide gezichten. De manager schept op over de snelle doorlooptijden. Maar hij begint pas te rekenen als zijn klanten de balie hebben bereikt. En ze staan al op straat te wachten…

We kwamen naar New York om ideeën op te doen. Maar met veel wil ik niet ruilen. En het laaghangende fruit is hier al lang is geplukt. ‘Work first’ in Nederland heet niet voor niks zo. Toch raken we hier onder de indruk van de gedrevenheid van de Amerikanen om ook de zwaksten op de arbeidsmarkt aan werk te helpen. Werk is de enige manier om vooruit te komen. Wie werkt, krijgt van de overheid extra geld. Hij is verzekerd. Het maakt voor velen letterlijk het verschil tussen een geregeld leven of het slaaphuis of de gevangenis.

Het systeem is knetterhard. Niemand van ons wil ruilen. Maar we praten geïmponeerd over de daadkracht van onze gastheren en gastvrouwen. Tijdens het eten, in de bus, de trein en het vliegtuig komen de ideeën los over Nederland. We discussiëren verhit. En wie zal het zeggen? Misschien leggen we bij deze puinhopen echt het fundament voor een betere sociale zekerheid in Nederland.

 

 

Het land van de harde heelmeesters

Maandag 23 november 2009

‘Je hebt drie verplichtingen aan je land. Je moet het verdedigen tegen aanvallen, je moet zorgen voor nageslacht en je moet werken’. Ik luister en verbeeld me dat de Nederlandse leeuwen op het ambassade-porcelein voor de gelegenheid nog wat strenger kijken. Jason Turner spreekt. Hij is de geestelijk vader van het Wisconsin-model en de goeroe van de New Yorkse aanpak. Zijn visie is glashelder en knetterhard. ‘Bijstand is verslavend. Extra geld leidt zelfs tot armoede. Pas als we duidelijk maken dat je alleen geld krijgt als je werkt, gaan mensen werken. En werk is een morele plicht. Een jonge vrouw die een baan kreeg, begreep dat precies. Ze vroeg: ‘Does this mean I’m a citizen now?’


Terwijl we door een regenachtig Washington lopen, belt een journalist uit Nederland. Ze wil weten wat ik vind van de TV-documentaire 'De Onrendabelen' van Marcel van Dam. Zijn mensen zonder kansen op de arbeidsmarkt nou daders of slachtoffers? En wat vind ik van Van Dams kritiek op de PvdA? Ik grijns naar een PvdA-wethouder in de delegatie en zeg dat ik niet de aangewezen persoon ben voor kritiek op de PvdA. En ik vertel wat ik vind van slachtoffers en daders. Natuurlijk moet de overheid mensen kansen geven. Maar ze moeten ze zelf ook grijpen. Het gaat immers over je eigen leven?  

De lunch bij Gerard van der Wulp hebben we te danken aan een echte staatssecretaris in onze groep. Daarnaast zijn er wethouders en directeuren uit de vier grootste gemeenten. Wat we zien is dus belangrijk. Maar zeker zo belangrijk zijn de gesprekken die we daarna samen hebben. Nederland staat aan de vooravond van een grote heroverweging. Welke ideeën uit de VS zijn bruikbaar bij ons? En ook: welke niet?

Vandaag Washington. De wereld van beleid en statistieken. Er zijn overeenkomsten: Nederland en Amerika geven even veel uit aan sociale zekerheid. De werkloosheid loopt in beide landen op. Ongeveer evenveel kinderen hebben werkloze ouders. En we hebben in de afgelopen jaren al veel van de VS-methoden in Nederland geïmporteerd. Ook bij ons staat niet je uitkering, maar je werk centraal.

Frappant is hoe hier in alle discussies huidskleur een rol speelt. Werklozen zijn heel vaak zwart. Vaak wonen ze in wijken waar onze prachtwijken prachtig bij zijn. Er zijn hier zeven keer zoveel tienermoeders als in Nederland. Meestal zwart. En van elke tien zwarte jongens verlaten er vier de school zonder diploma. En van deze drop-outs zit 60% (!) voor zijn dertigste al in de gevangenis. Niet voor niets is moord de tweede doodsoorzaak onder zwarte jongeren.

De statistieken van de beleidsmakers zijn imponerend. Grote problemen, maar ook grote successen. In de afgelopen vijf jaar is het aantal gezinnen met een bijstandsuitkering met twee derde gedaald. Dat komt doordat ook jonge moeders ineens moeten werken voor de kost. De staat betaalt liever geen bijstand, maar geeft een aanvulling op het loon. Hoe meer je werkt, hoe meer je verdient. Daar houden Amerikanen wel van.
De enthousiaste verhalen bij de grafieken nemen één zorg niet weg. Sinds 1994 zijn er drie keer zoveel alleenstaande moeders zonder werk en zonder uitkering. ‘Disconnected’ heten die hier. Hoe zijn die er aan toe? De ambtenaren weten het niet. Dat vergt meer onderzoek, zeggen ze.

 

 

Zijn we nou helemaal versmurft?

Vrijdag 13 november 2009

Op het congres praat iedereen over smurfen. Dat komt ervan als je er ‘s morgens mee in de Volkskrant staat: ‘Als gemeentes als smurfen achter de Haagse politici aan blijven lopen, weet ik zeker dat we over twee jaar, als de economie weer aantrekt, het verwijt krijgen: waarom hebben jullie eigenlijk niks voor de ouderen gedaan?’

De grappen over smurfen zijn niet van de lucht. De kwestie is trouwens ernstig genoeg: de Divosa-monitor 2009 laat zien dat niet de jeugdwerkloosheid het grootste probleem is, maar dat ouderen de verloren generatie worden.
Tijd dus voor een flink congres. De Flint puilt uit. Elk hoekje, elke kleedkamer is gevuld met workshops. Klantmanagers, lijnmanagers en topmanagers benutten de dag om met elkaar over het vak in crisistijd te praten.

UVA-professor Paul de Beer spreekt. Hij geeft iedereen er van langs. Politici en polderaars zijn net konijnen die bewegingloos naar de koplampen van een aanstormende auto kijken. Ze vechten al een half jaar over de vraag hoe lang mensen met zware beroepen in 2026 moeten doorwerken. Maar volgend jaar al loopt de werkloosheid enorm op. Waarom doen ze daar niks mee? De Beer bepleit een scherpe keuze: laat oudere werklozen maar zitten. ‘Voor deze groep verlagen we de AOW-leeftijd tijdelijk naar 55 jaar’. Alle ballen op de jongeren. Concentreer je op de kansrijken. Dat geeft zichtbare resultaten en je bespaart op uitkeringen.

Au! Paul de Beer als Grote Smurf? Het wringt in elk geval flink met mijn pleidooi. En de professor onderbouwt het grondig. Hij toont grafieken, waarin de effecten van de vergrijzing stukken kleiner zijn dan de voorspelde extra werklozen. We zitten dus nog jaren met een hogere werkloosheid, voorspelt hij. Dat kansarmen daardoor niet meer aan werk komen, noemt hij ‘de realiteit van een crisis’.

Ik ben blij met iedereen die de roze brillenbrigade te lijf gaat. Leve de realiteitszin. Ik krijg een sik van iedereen die uitlegt dat ‘crisis’ is afgeleid van het Griekse woord voor ‘kans’, alsof we er blij mee moeten zijn. En ik wantrouw iedereen die licht aan het eind van de tunnel ziet zodra de aandelen het weer een beetje gaan doen. De grote klappen moeten echt nog komen. De koopkracht loopt straks terug. Het rijk gaat enorm bezuinigen. En de werkloosheid gaat het komende halfjaar met sprongen omhoog.

En daarom alleen al, moet elke wethouder, elke directeur van een sociale dienst grondig nadenken wat bij hem thuis de beste benadering is. Soms is dat een flinke inzet op jongeren en verse werklozen. Die zijn nu nog goed inzetbaar.

Maar ‘de bakken leeg’ is niet het enige kunstje van sociale diensten. We hebben toch een bredere sociale opdracht? Jarenlang hebben we geïnvesteerd om in elke spreekkamer door te laten dringen dat we klanten van alle leeftijden moeten helpen. Stappen omhoog laten zetten. Hoe geloofwaardig is het als we dat bij de eerste tegenwind meteen opgeven?

Ik moet er niet aan denken hoe cynisch klantmanagers en hun klanten van dat soort zigzagkoersen worden. Zijn we nou helemaal versmurft?
 

 

 

Ontbijten tegen de jeugdwerkloosheid

Woensdag 29 oktober 2009

‘Ze zeggen dat al die gemeenten steeds lantaarnpalen kopen voor geld dat eigenlijk voor iets anders is. Merkt u dat ook?’ We stellen de vraag aan de juiste man. De bedrijfsleider van Industria in Emmen, één van de grootste fabrikanten van buitenverlichting. We zijn er vandaag op werkbezoek. De bus van staatssecretaris Klijnsma rijdt het hele land door om per regio aandacht te vragen voor de jeugdwerkloosheid. Vandaag wordt ze vergezeld door half bestuurlijk Drenthe.

We praten in een soort showroom vol ultramoderne led-lampen. Eén blik op de armaturen volstaat: de lampen in onze eigen straat zijn hopeloos verouderd. Maar de bedrijfsleider is onverbiddellijk: ‘Gemeenten kopen juist veel te weinig lantaarnpalen!’
Het zal wel. Maar voor dit antwoord komen we niet. We komen om te kijken hoe jongeren in zijn bedrijf een kans krijgen. We maken kennis met jonge orderpickers en afkitters die een jaar geleden nog op het werkplein stonden. Op zoek naar werk, of tenminste een uitkering. Het Werkplein in Drenthe slaagt er nog steeds in om jongeren rechtstreeks aan een baan te helpen.

De dag begint met een ontbijt tegen de jeugdwerkloosheid. Scholieren van ROC Drenthe maken een ontbijt voor ons. Ze bakken eieren met spek, midden op het werkplein in Emmen. Daar zitten we dan, samen met de Drentse prominenten. Het gaat best goed, vinden ze. Al vraagt de mevrouw van het werkplein zich af waarom nog steeds zoveel jongeren mogen kiezen voor een opleiding die je geen schijn van kans op werk geeft. Kunnen we ze niet – desnoods via hun ouders – beter voorlichten over opleidingen met kans?

De gemeentebestuurders hebben weer andere problemen. De wethouder uit Coevorden wil weten waarom in vredesnaam die vreselijke Wet Wij nodig was. We zijn het er toch allemaal over eens dat dat een gedrocht is? Hartstikke overbodig en het is een enorme bak werk, met nieuwe systemen en verordeningen. Jetta Klijnsma legt haar visie nog eens uit. Maar ze overtuigt de aanwezigen niet. ‘Geeft niks’, zegt de wethouder: ‘We redden ons er wel mee.’ Eenzelfde lot treft zijn collega uit Assen. Wie heeft er bedacht dat Assen, dat met Groningen één stadsregio vormt, voor de arbeidsmarkt ineens moet samenwerken met Emmen? Zijn collega uit Emmen valt hem bij. De indeling lijkt nergens op. Blijmoedig voegen ze er aan toe: ‘Maar we redden ons er wel mee’.

‘We redden ons er wel mee.’ Peinzend neem ik nog een hap tegen de jeugdwerkloosheid. En de wethouders tekenen een convenant. Steeds meer klanten komen binnen. Ze komen af op de geur van onze gebakken eieren. Verwonderd kijken ze naar het ontbijtende gezelschap. Het zijn oudere werkzoekenden. Geen jeugdwerkloze te zien, vanmorgen in Emmen.

 

 

 

De weg kwijt

Woensdag 21 oktober 2009

Het lijkt verdorie de sociale zekerheid wel!’ mompel ik, terwijl ik de lift instap. Ik ben in Arnhem al een minuut of twintig op zoek naar de eerste bijeenkomst van de Divosa-academie. Het stationsgebied is al jaren een bouwput. En het zalencentrum is aan een straat die duidelijk staat afgebeeld op mijn kaartje. Maar ze bestaat alleen op de eerste verdieping van een gloednieuw complex, boven de bussen. Het is nog half in aanbouw en het is groot.

Een minzaam glimlachende buschauffeur wijst me de weg naar een trappenhuis: een soort glazen dienstingang met daarachter een metalen trap. Als ik boven ben, loop ik een groot bedrijfsgebouw binnen. Een aardige mevrouw vertelt me dat ik bijna op de goede plek ben. Het is alleen de andere flat. ‘Als u weer naar buiten gaat, neemt u de trap aan uw linkerhand’. Die trap leidt rechtstreeks terug naar de buschauffeur, dus ik neem een andere.

Ik vraag de weg aan een man in een beveiligingsuniform. Hij staat buiten te roken en wil best helpen. Helaas heeft hij van mijn zalencentrum nog nooit gehoord. Ik kijk rond. We staan voor het World Trade Center en ik ga het daar maar vragen. Weer een nieuwe balie. Opnieuw een aardige mevrouw. Ja, ze is van het zalencentrum. Maar de ‘Divosa-academie? Nee, die zit hier niet.’ Hulpvaardig reikt ze suggesties aan: ‘Philips misschien? Het UWV dan?’ Ik aarzel. Zouden we ook hier samenwerken? Gelukkig zie ik het reddende Divosa-logo ergens op haar bureau liggen. We blijken bij de zalenverhuurder bekend te staan als ‘Universiteit Twente’. Logisch, als je het weet…

De cursisten lachen vergevingsgezind als ik ze vertel hoe het komt dat ik ze bijna niet had getroffen. Leuke, slimme mensen die in de discussie laten zien hoe betrokken ze zijn bij de sociale dienst en bij hun klanten. Ja, het was lastig te vinden, geven ze toe. Maar niemand had er zo’n moeite mee gehad als ik! 

Dat gevoel heb ik vaker, sinds september. Ik dacht dat ik wel een aardige vooropleiding had: bijna negen jaar wethouder en een volle periode CNV-voorzitter. Toch weet ik veel minder van de wereld van sociale diensten dan ik had gedacht. En ik ben er regelmatig de weg kwijt. Alles wat ik er van meende te weten, klopt wel ongeveer, maar nooit precies. Als we in de sociale zekerheid iets doen, moet het meestal samen met anderen. Met sociale partners. Met de VNG. Met het departement. Met het UWV. Met Cedris. En dan vergeet ik nog een heleboel partijen die ook heel relevant zijn voor succes. Het ritselt dus van de stuurgroepen, werkgroepen en bestuurlijke overleggen. Steevast gevuld met mensen met ambitie en goede wil. Maar zo ingewikkeld samengesteld en met zo verschillende belangen dat het heel bijzonder is dat het nog behoorlijk vaak goed gaat. De wetten, de organisaties en de beslissingen die in dit soort gremia tot stand komen, kunnen al bijna niet meer eenvoudig zijn. Resultaat: zoekende klanten en ambtenaren die er maar weer het beste van maken.

De terugweg naar het station loop ik met een Divosa-collega mee. Ze wijst me een andere weg. Sneller, korter. Stom dat ik die niet meteen heb gevonden!

 

 

Hoera voor de Nationale Haringtest!

Woensdag 14 oktober 2009

Biologische producten, warmtepompen en zelfs Sinterklazen. We hebben voor alles een keurmerk. En bovendien verschijnt er elk jaar een lijst met de beste scholen, werkgevers en ziekenhuizen. En er is al jarenlang een heuse Nationale Haringtest. Waarin een klein land groot kan zijn!


Laten we niet doen alsof gemeenten aan die onzin niet meedoen. Ze zetten alles op alles om ‘Fietsstad 2010’, ‘Beste binnenstad’ of zelfs ‘Gemeente van het jaar’ te worden. En ‘transparant’ is in de mode als nooit tevoren. Het maakt niet uit of het gaat over processen, prestaties of declaraties.

Sinds september bemoei ik me intensief met sociale diensten. Hoe zit het eigenlijk met hun Nationale Haringtest? Wanneer zijn zij ‘goedgekeurd door de Nederlandse vereniging van Huisvrouwen’? Als ze mensen laten meedoen? Mensen aan werk helpen? Dat gaat de laatste jaren best goed. Het aantal bijstandsgerechtigden lag in de afgelopen tijd elk jaar lager dan de voorspellingen van het Centraal Planbureau en het departement. Iedereen blij dus?

Nou nee natuurlijk. Want werk en bijstand zijn veel te belangrijk om aan gemeenten over te laten, vinden ze in Den Haag. En zodra dus een sociale dienst lelijk in het nieuws komt, regent het kamervragen. Zo krijg je vanzelf een negatief beeld. Reïntegratie werkt niet! Roept dan een kamerlid. En niemand spreekt hem tegen.

Ik vind het een lastig onderwerp: wat is het resultaat van reïntegratie? Er is altijd iemand bereid om nare staartdelingen te maken: wat kost het en hoeveel mensen hebben er nu betaald werk gevonden? Die benadering deugt niet. Als je bedenkt hoeveel problemen sommige mensen hebben, dan is mag het de samenleving best wat waard zijn als je ze langzaam uit de kuil klimmen. Sociale contacten krijgen. Vrijwilligerswerk misschien.

Maar de lastigste vraag komt daarna: wat zorgt er eigenlijk voor dat iemand werk vindt of een mooie stap op de ladder maakt? Is het training? Of loonkostensubsidie? Is het die fantastische klantmanager die de juiste snaar weet te raken? Is het de komst van een bedrijf dat mensen nodig heeft? Als het goed gaat, zegt iedereen dat hij zelf werk heeft gevonden. Maar kwam het misschien ook door je moeder, je leraar of je vriendin?

De discussie over het succes van reintegratie is een wespennest. Toch ben ik er van geschrokken hoe moeilijk het voor gemeenten is om aan betrouwbare en vergelijkbare gegevens te komen. Dat is levensgevaarlijk. In de komende maanden bereidt het kabinet een giga-bezuinigingsoperatie voor. Hoe makkelijk willen we het maken voor snoeilustige cijferaars om verkeerde conclusies te trekken? Ranking the stars is meer dan ooit noodzakelijk. Als zelfs haringen nationaal getest worden, dan wij toch ook?


 

 

DSB: betrokken bij de samenleving

Maandag 12 oktober 2009

Het gebeurde twee jaar geleden in Diligentia in Den Haag. Ik liep nog een beetje uit te dampen van het 'Prinsjesdag-debat'. De degens gekruist met Loek Hermans in een theater vol Van Lanschot-relaties. Corpsballen-op-leeftijd sloegen me na afloop op de schouders: 'Ik ben het niet met je eens kerel, maar je bracht het aardig!'
Tussen de krijtstreepjes stond een lange man in een grijs pak. Hij stelde zich vriendelijk voor als Dirk Scheringa en we ruilden kaartjes. Hij legde uit dat zijn bank graag betrokken wilde zijn bij de samenleving. 'Als ik ooit iets voor jullie kan doen, hoor ik het graag!'

Ik heb zijn nummer nooit gebeld. Een vaag soort argwaan. Want er was wat met Frisia, Becam, DSB en al die andere Scheringa-bedrijven. Gedoe. Er leek altijd wel een Kassa, Radar of Nova-uitzending te gaan over mensen die zich door hem gepakt voelden. Mensen in grote financiële problemen.

Het ging van kwaad tot erger. En zo raakte de DSB-bank de laatste weken steeds meer betrokken bij de samenleving, maar anders dan Scheringa wilde. De samenleving kwam verhaal halen. Er was zelfs een heuse 'bankrun': spaarders die hun tegoeden weghaalden, legden de website lam. Vandaag gebeurde het onvermijdelijke: De Nederlandsche Bank greep in. En de DSB-bank is opgehouden een zelfstandige bank te zijn. Het is de vraag of de gedupeerden van de DSB daarmee geholpen zijn. En het is zeker een klap voor de tweeduizend mensen die voor de bank werkten. In het stukje Noord-Holland rondom Wognum wordt die werkgelegenheid node gemist.

Vandaag trad ik opnieuw op in een zaaltje. UWV Werkbedrijf had al zijn managers samengebracht in een oude fabriek in Utrecht. X-factor-coryfee Henkjan Smits interviewde me. Of ik ook vond dat UWV Werkbedrijf zich de laatste negen maanden zo positief had ontwikkeld? Ik vertelde de managers dat ik de werkpleinen nog belangrijker vind dan het werkbedrijf. Want op de werkpleinen worden mensen echt geholpen. En het indrukwekkende is dat dat te danken is aan medewerkers van UWV en gemeenten die van de samenwerking een succes willen maken. De succesverhalen waar de UWV-top of de Divosa-voorzitter over opscheppen, zijn gemaakt door medewerkers van UWV en gemeenten die weten hoe belangrijk hun werk is. Ik moedig ze aan om vooral veel te durven. ‘Wacht niet op instructies uit Amsterdam, maar doe het zelf.’

De zaal zat goed vol. Iedereen was er. Behalve de vestigingsmanager uit de buurt van Wognum. Die was druk met een maatschappelijke kwestie. In zijn regio viel namelijk vandaag een bank om. Op zijn werkplein is het de komende weken alle hens aan dek.

 


 

Dwangarbeid voor Schoffelberrie

Maandag 5 oktober 2009

Ze noemen hem 'Schoffelberrie'. Hij is een veertiger uit Arnhem. En hij vecht tegen het onrecht dat we bijstandsgerechtigden aandoen. De gemeente noemt het ‘work first’. Maar hij weet wat het echt is: dwangarbeid.

Berrie vertikte het dus om zinloos te schoffelen bij het Arbeidstrainingscentrum. De gemeente kortte hem op zijn uitkering. Berrie stapte naar de rechter. Die vond het geen dwangarbeid, maar de gemeente had beter moeten motiveren. Berrie kreeg zijn uitkering terug.

Maar voor Berrie is dwangarbeid een principezaak. Hoger beroep dus. Vandaag maakte de Centrale Raad van Beroep de uitspraak bekend. Een anticlimax: Schoffelberrie was niet ontvankelijk, want hij had immers weer een uitkering? Gelukkig voor de principiëlen: over een dikke maand speelt er een nieuwe dwangarbeidzaak. Deze keer tegen de gemeente Amsterdam.
Keuze genoeg. In negen van de tien gemeenten krijg je werk als je een uitkering aanvraagt. En onder werktijd krijg je trainingen en alle hulp die je nodig hebt om aan een baan te komen. Vaak helpt het.

‘Ik heb zitten huilen bij het intakegesprek’, zei vorige week een man van rond de dertig tegen me. Ik sprak hem samen met twee collega’s bij Apprenti in Utrecht. Work first, inderdaad. ‘Ik was helemaal opgelucht dat ze zo respectvol met me omgingen.’
Zijn collega – een voormalige meubelverkoper – beaamt dat: ‘Ik heb hier ontdekt wat ik echt wil: jongeren helpen’. Hij vertelt dat hij bijna werk heeft: een opleidingsplek bij een zorginstelling. ‘Dat werk hier aan de lopende band heb ik nu wel gezien, maar ik steek veel tijd in trainingen en solliciteren.’

Uitzonderingen? Nee. Ook in Arnhem vonden Berries collega’s de ‘dwangarbeid’ twee keer zo vaak prettig als vervelend. Drie van de vier deelnemers vond de training respectvol. En de meerderheid vond de begeleiding goed.
Binnenkort verschijnt een onderzoek van Divosa en de Inspectie voor werk en inkomen naar Work first. Het beeld is vergelijkbaar: de meeste deelnemers hebben plezier in hun werk. Ze vinden dat er goed wordt gelet op wat ze kunnen. Het overgrote deel vindt het logisch om iets terug te doen voor een uitkering.

Tevreden klanten dus. Mensen met betere kansen op werk dan thuiszitters. In Utrecht houdt het na drie maanden op. Ook als je dan nog geen baan hebt. Een van de mannen ziet de bui hangen. Hij vertrouwt me toe dat hij als een berg opziet tegen zijn vertrek. Hij zal het missen, het werk, het ritme, de collega’s en de aandacht. Dwangarbeid? Onzin!

 

 

 

Zou je hier geholpen willen worden?

Donderdag 1 oktober 2009

En ineens is het herfst. Kliedernat. Ik mag in een loodgrijs Almere een vlag helpen heisen op een werkplein. Maar een stormbal was passender geweest. Als een verzopen kat kwam ik vanmorgen weer thuis toen ik mijn kinderen naar school had gebracht. Mijn pak druipt nog boven het bad. In pak nummer twee neem ik de trein naar Almere.

Dat doe ik met plezier. Niet alleen is een goede vriendin er wethouder, de voorzitter van de VNG is er burgemeester en de penningmeester van Divosa bestiert er de sociale dienst. Kortom: Almere is een belangrijke stad in mijn leven.

Dat komt niet door het stadhuis. Architectuur voor liefhebbers, zal ik maar zeggen. Een wonderlijke mix van beton en ongezellig glas. En bij nader inzien is hier wel een opening, maar helemaal nog geen werkplein. Er hangt een 'werkplein'-vlag, maar ze moeten eerst verbouwen voordat je hier iets anders kunt doen dan kinderen aangeven en paspoorten halen. En verklaringen omtrent het gedrag. Ik vraag me tijdens de toespraken af of ik hier geholpen zou willen worden.

Als je nou zelf zonder werk zit. Zou je dan hier geholpen willen worden? Ik vraag het de aanwezige medewerkers van UWV en sociale dienst. Het wordt steeds minder moeilijk om het je voor te stellen dat het moet. De crisis laat zich van haar lelijke kant zien. De aandelen stijgen weer, maar de werkloosheid ook. Bijna iedereen heeft nu wel een familielid, een vriend of een buurvrouw die geen werk heeft, hoewel ze dat graag had gewild. ZZP-ers zonder klus. Flexwerkers zonder contract. Schoolverlaters zonder perspectief. The worst is yet to come.

Al die Almeerders die de komende tijd zonder werk komen te zitten. Zouden die hier geholpen willen worden? Dat hangt er van af. Ze komen niet voor de architectuur, maar voor hulp. Het begrip ‘werkplein’ is een goed teken. Het betekent dat gemeente en UWV vastbesloten zijn iedereen zo snel en kordaat mogelijk naar werk te helpen. Samen. Nooit van het kastje naar de muur. Altijd schakelen en verbinden. Het werkplein maakt er werk van. Jouw kansen. Jouw werk.

Ik denk dat ik hier wel geholpen wil worden. En gek genoeg helemaal niet omdat alles hier al perfect is geregeld. Maar omdat het bijzonder is om uitgerekend in deze tijd een werkplein te beginnen. De crisis maakt UWV en sociale dienst immers al druk genoeg. Integraal samenwerken? Nou even niet! Het getuigt dus van grote ambitie dat ze het in Almere juist nu van de grond willen trekken. Hier willen ze je helpen als je pech hebt. Niet alleen de bestuurders, maar ook de cliëntmanagers van gemeente en UWV. Het kán in Almere. Maar het gaat niet vanzelf! Vanaf vandaag hangt er een vlag. De rest is buffelen en volhouden. Maar ondanks de loodgrijze wolken: ik denk dat het hier gaat lukken. Het kán in Almere.

 


 

Met je boerka in de bijstand

Maandag 28 september 2009

‘Persoonlijk vind ik het verschrikkelijk om een vrouw in boerka te zien lopen. Maar of ik het al dan niet leuk vind, is geen criterium om het te verbieden. Het wordt anders in situaties waar contact nodig is: op school, of op het werk. Dan moet die boerka af. En ik ben het ermee eens dat als je geen werk kunt vinden door die boerka, dat je dan ook niet langs moet komen om een uitkering aan te vragen.’  zegt Job Cohen, vanmorgen in Trouw.


Hij pookt het sluimerende boerkadebat weer flink op. Ook voor een totaalverbod zijn in de politiek wel voorstanders te vinden. Het kabinet gaat niet verder dan een boerkaverbod op scholen en voor ambtenaren. Godsdienstvrijheid blijft lastig. Waar ligt de grens? Bij hoofddoekjes? Bij keppeltjes? Kettingen met kruisjes?

Cohen herhaalt een oud pleidooi van Wethouder Aboutaleb. Later, toen Aboutaleb staatssecretaris was, schreef hij dat gemeenten al lang mogen korten op de uitkering van boerkadraagsters: ‘In individuele gevallen kan de belemmering die een bepaalde kledingswijze vormt voor de arbeidsinschakeling van een bijstandsgerechtigde gevolgen hebben voor het recht op bijstand.’
Maar sinds vandaag willen ook CDA en PvdA boerkadraagsters uit de bijstand. De VVD, de SP en de PVV wilden dat al eerder. Cohen maakt dus vandaag een monstercoalitie tegen alle boerka’s in de bijstand. (Ik ben trouwens wel benieuwd hoeveel boerkadraagsters eigenlijk een bijstandsuitkering hebben!)

Blijven we wel een beetje zuiver redeneren? In de bijstand gaat het niet om boerka’s, maar om banen. Wie een uitkering wil, moet zijn best doen om werk te vinden. We vinden het normaal dat we mensen verplicht trainen om zich beter te presenteren. Gaan ze niet? Dan kunnen we ze korten op hun uitkering. Je kunt ook gekort worden als je je zo gedraagt of kleedt dat het moeilijk wordt om werk te vinden.
Het dragen van een boerka is dus ook nu al een serieuze stap naar een sanctie. In Utrecht gebeurt dat bijvoorbeeld al jarenlang. Er is namelijk veel werk dat niet kan in een boerka. Omdat het onveilig is. Of omdat je elkaar wilt aankijken, al was het maar tijdens een sollicitatiegesprek. Maar er is ook werk dat je prima kunt doen met een boerka aan. Het blijft dus maatwerk. En dat vind ik eigenlijk een prima recept: dat medewerkers van een sociale dienst zelf beoordelen of iemand hard genoeg werkt om werk te vinden. Hoe heet het boerkadebat ook wordt.

 

 

 

Een keurmerk is geen levertraan.

Woensdag 23 september 2009

‘Het is alsof René Paas zegt: we proberen taxichauffeurs te verleiden om een rijbewijs te halen. Maar we stellen niks verplicht.’ De zaal lacht. Kick van der Pol, de voorzitter van de branche-organisatie van reïntegratiebedrijven, kan het leuk brengen. Hij geeft een recensie van mijn eerste publieke optreden als Divosa-voorzitter. We zijn het niet eens…

De stemming is er niet minder uitgelaten om. Een diploma-uitreiking. In de Fokker-hangar in Den Haag hangt de akoestiek van een middeleeuwse kerk. De zaal is groter. En zo kunnen tientallen feestelijk gedekte tafels er toch nog een beetje verloren bijstaan. Er is eten en er zijn sprekers. Het feestje om bedrijven te feliciteren met hun ‘blik op werk’-keurmerk wordt flink benut om de eisen van de branche kracht bij te zetten: verplicht die gemeenten en het UWV nou eindelijk eens om reïntegratie alleen toe te vertrouwen aan bedrijven met een ‘Blik op werk-keurmerk’. Zo gaat het niet langer, vindt Van der Pol. ‘Gemeenten en het UWV gebruiken de crisis om hun eigen positie te versterken. Ze zijn niet transparant. Er zijn zelfs al kamervragen gesteld over het leggen van tarotkaarten in het kader van de reïntegratie!’ De boodschap is helder: de zweep erover.

Hij trekt aan het verkeerde eind van het touw, vind ik. Hij heeft natuurlijk hartstikke gelijk dat we duidelijk moeten maken hoe we met belastinggeld omgaan. ‘Transparantie’ heet dat tegenwoordig. En keurmerken kunnen daarbij helpen: bedrijven die zich laten certificeren doen moeite om te laten zien dat ze kwaliteit willen leveren. Ik wil graag met sociale diensten in gesprek om te kijken of het keurmerk hen kan helpen bij hun werk. Misschien maakt ze dat ook minder kwetsbaar voor politieke aanvallen op de reïntegratie.

Maar hoe kom je op de gedachte dat het slim is om je klanten te dwingen tot afname van je keurmerk als ze dat niet vrijwillig doen? Er zijn altijd kamerleden te vinden die gemeenten goedbedoelde regels willen opleggen. Maar we kunnen ze missen als kiespijn. Gemeenten moeten hun inwoners met een uitkering zo goed mogelijk weer aan werk helpen. Dat kan met of zonder keurmerk: als ze maar kwaliteit leveren. En of dat zo is, wordt bepaald door rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers: de gemeenteraad.

Wettelijk regelen? Een bureaucratische vergissing. Ik twijfel geen moment aan de goede bedoelingen van de mensen die hun keurmerk willen pushen. Maar dwingen is geen teken van zelfvertrouwen. Goede waar verkoopt zichzelf. Een goed keurmerk is geen levertraan: ‘Slikken of stikken, want het is goed voor je.´

 


 

Zet de hoedjes maar weer op!

Donderdag 17 september 2009

Twee dagen na prinsjesdag. Het debat in de Tweede Kamer kabbelt voort. Veel meer spektakel dan de 'Kopvoddentax' van Geert Wilders (hoeveel minachting kun je stoppen in één woord) en het debatje over de blote billen van Pieter van Geel levert het niet op. Nu de gouden koets weer in de schuur staat en de hoedjes weer in hun doos zitten, zijn gemeenten aan het rekenen geslagen. In ieder geval worden ze de komende jaren ruim vierhonderd miljoen gekort op het geld om werkloze inwoners aan nieuw werk te helpen.

Het vergt nogal wat acrobatiek om met minder geld het werk te moeten doen. Sociale diensten moeten de komende jaren al meer mensen helpen. Vaak veel langduriger dan in de afgelopen jaren. Het CPB voorspelde dit voorjaar dat het aantal bijstandsgerechtigden de komende twee jaar met 48 duizend zal stijgen. Eind 2012 zitten er dan 315 duizend mensen in de bijstand.

De logica lijkt ver te zoeken. Een bezuiniging is wel het laatste wat sociale diensten nu kunnen gebruiken. In het eerste crisisjaar 2008 gaven gemeenten gemiddeld al meer uit aan reïntegratie dan zij ontvingen. Een aantal gemeenten heeft de spaarpot al omgekeerd. 

Het lijkt alsof het rijk bezuinigt op gemeenten. Maar het berooft mensen van een nieuwe kans op werk. En het gaat hard. Divosa liet onderzoek uitvoeren onder sociale diensten. De helft van het geld investeren ze rechtstreeks in werk: met gesubsidieerde banen en loonkostensubsidies. Met de andere helft van het geld verhelpen ze de problemen van honderdduizenden mensen die eerst scholing, trainingen, vrijwilligerswerk, kinderopvang of schuldhulpverlening nodig hebben voordat ze aan het werk kunnen.

We willen toch voorkomen dat mensen langdurig in de bijstand blijven hangen? Dan moeten we investeren in mensen. Bezuinigen op de reïntegratiegeld is dus de omgekeerde wereld. Ik ben bang dat we een groep mensen maken die heel lang aan de kant blijft staan. En daarmee doemen de spookbeelden uit de jaren tachtig weer op, toen honderdduizenden uitkeringsgerechtigden voor altijd werden afgeschreven.

In al die gemeenten zal na het rekenwerk van deze dagen een discussie opborrelen: hoe gaan we om met een onmogelijke keuze? Sophies choice: welke werklozen help je wel? En welke niet? Ik ben bang dat de recessie er hard in gaat hakken voor ouderen en mensen met een beperking. Zij mogen weer achteraan aansluiten.

Geld is altijd belangrijk. Maar cruciaal is dat we mensen nieuwe kansen geven. Dat heet reïntegratie. Wie daarop bezuinigt, heeft het niet begrepen. Kunnen we die koets niet weer van stal halen, de hoedjes nog eens opzetten en het opnieuw proberen met die miljoenennota? Wij zijn ruimhartig als sociale diensten: ook het kabinet krijgt van ons een nieuwe kans.

 

 


 

Zacht, aaibaar, groot en warm  

Maandag 14 september 2009

‘Ik zag je nog stralend in het journaal!’ SMSt een vriendin die het te druk had om de fles wijn persoonlijk te komen brengen. Hopelijk vindt ze binnenkort tijd om hem samen te legen. Het feest is voorbij. De Buurkerk in Utrecht bevatte een middag lang veel poldertypes die zich op mijn afscheidssymposium bezighielden met mijn favoriete onderwerp: plezier in werk.

De vrolijke journaalbeelden vormden het decor voor een item over de SER-onderhandelingen over de AOW. Muurvast zitten ze, volgens de verslaggever. Maar Agnes en Bernard benadrukken allebei dat oplossingen in de Nederlandse polder altijd op het laatste moment komen. In de nissen van de kerk praten de onderhandelaars over de laatste ontwikkelingen.

 

Leeg voel ik me nu. Emoties maken moe. Een paar honderd enthousiaste handdrukken, schouderklopjes en korte gesprekjes verder. Warme woorden, aardigheidjes en aankondigingen dat we elkaar natuurlijk binnenkort weer zullen zien.

 

Joost, mijn jongste zoon neemt de bloemen in ontvangst die eigenlijk voor zijn moeder zijn. Tenauwernood weten we te voorkomen dat hij het boeket gebruikt als knuppel. Jannes, onze oudste, voert een vreemd dansje uit met de cheque ten behoeve van de vakbond in Togo. En Eline, onze jongste, analyseert een actiefoto van mij met een giraffe. ‘Papa denkt dat hij de giraffe kan besturen, maar dat is niet zo.’ De analyse van mijn dochter leen ik voor mijn slottoespraakje. Want iedereen snapt dat giraffes eigenlijk simpeler zijn dan vakcentrales. Maar allebei zijn ze aaibaar, zacht, groot en warm.

 

Mijn afscheid als CNV-voorzitter voelt definitief.

 

 

 

Hysterisch  

Zaterdag 12 september 2009

‘Dit is pure hysterie’, zegt topeconoom Sweder van Wijnbergen voor het NOS Journaal. 'Ze zijn in de stress geschoten in Den Haag. Er is geen reden om zulke draconische maatregelen te nemen. Hij reageert op de uitgelekte miljoenennota, waarin het kabinet aankondigt het volgende kabinet zo’n 35 miljard per jaar moet bezuinigen. Van elk tientje dat het rijk uitgeeft, moeten twee euro af. ‘Op die manier krijg je die tien procent krimp wel, maar dan heb je het wel zelf gedaan’, waarschuwt Van Wijnbergen. 

Onno Ruding - oud minister van financiën - vindt de bezuinigingen juist gebakken lucht. De moeilijke keuzes schuiven ze door naar hun opvolgers.
De heren reageren op de uitgelekte Miljoenennota. Dankzij RTL en de NOS en een enkel loslippig kamerlid hebben dit weekend toch iets te lezen. Teksten als: ‘Als elke baby die dit jaar geboren wordt de onbalans van dit jaar (30 miljard euro) zou moeten dragen, bedraagt de rekening 160 duizend euro per baby’. Hysterisch, inderdaad. Want zo gaat het niet met de staatsschuld. Die is het probleem van 16 miljoen Nederlanders. Natuurlijk is het zuur dat we sinds Ruding hebben betaald aan aflossing, om nu te ontdekken dat de schuld in één jaar weer net zo hoog is als in zijn tijd. Maar dat is geen reden om als slagers te werk te gaan. Een bezuiniging van een vijfde van de rijksbegroting is een doffe dreun voor de economie. De overheid trapt het voorzichtige herstel dood als ze in één kabinetsperiode alle schade wil herstellen.

Ondanks alle daadkrachtige woorden denk ik ook niet dat het gaat gebeuren. Een volgend kabinet zou knap stom zijn om zoveel schade aan te richten. Gebakken lucht dus? Dat zou het zijn als Bos en Balkenende alle narigheid over zouden laten aan hun opvolgers. Maar dat doen ze niet. Ze accepteren dat de staatsschuld deze twee jaar oploopt, onder de voorwaarde dat iedereen weet hoe daarna bezuinigd wordt. Dus als CDA, PvdA en ChristenUnie het eens kunnen worden, dan gaan de verkiezingen over dat bezuinigingspakket.

Prinsjesdag gaat over de begroting voor volgend jaar. Het nieuws daarover is niet zo schokkend. Het is niet echt een donderslag als onze koopkracht gemiddeld een kwart procentje achteruit gaat. Tientjeswerk dus. Dat overleven we wel. De NOS en RTL melden dat de laagste inkomens worden ontzien en dat meer wordt gevraagd van mensen die meer verdienen. Eerlijk delen dus. Het grote probleem zit natuurlijk bij de honderdduizenden mensen die het komende jaar hun baan verliezen. Die gaan er veel meer op achteruit dan een paar tientjes. Zij komen flink in de problemen. Het is dus van levensbelang dat zo veel mogelijk mensen snel nieuw werk vinden. Wie kan er dan begrijpen dat het de overheid juist nu op de reïntegratie van werklozen honderden miljoenen wil bezuinigen? Dat is toch om hysterisch van te worden?

 

 


 

Extra beveiligd

Donderdag 10 september 2009    

‘Prinsjesdag dit jaar streng beveiligd’, melden de kranten. Na de aanslag op de koninklijke bus in Apeldoorn worden publieke optredens van de majesteit extra beveiligd. Geruststellend schrijven ze erbij dat ‘het open karakter van de hoogtijdag van het parlementaire jaar behouden blijft’. Maar de toeschouwers zullen veel extra politie zien. En speciale lakeien met oortjes naast de koets. Jammer, maar zo moet het soms.

Prinsjesdag wordt ook in een ander opzicht strenger beveiligd. Voor mij begint prinsjesdag meestal op de vrijdag ervoor. Dan kunnen namelijk de dozen met miljoenennota’s worden gehaald. Met strenge instructies en embargostickers. Maar als je belooft dat je je mond houdt, kun je na een weekendje hard doorwerken een verstandig commentaar geven, meteen als de koningin is uitgesproken.

Zo ging het normaal, maar twee jaar geleden maakte het kabinet – getergd door de successen van Frits Wester - een eind aan de embargoregeling. Eerst een persconferentie. Dan de koningin. De pers en maatschappelijke organisaties mochten onmiddellijk daarna reageren op stukken waarvan ze de inhoud niet echt kenden. Vorig jaar probeerde het kabinet het nog één keer met embargo, maar dat werd een pijnlijke vertoning. Behalve RTL koos ook NRC Handelsblad voor vrije nieuwsgaring. De miljoenennota stond vroeg op het internet.

En dus wordt prinsjesdag dit jaar weer extra beveiligd. Een persconferentie op prinsjesdag, geen embargoregeling. Een dubbele ring rond de koningin. En een extra slot op de rijksbegroting. Ik hoop voor lobbyisten en journalisten dat het mooi weer wordt, dit vrije weekend. Dan kunnen we dinsdag zongebruind en voor de vuist weg reageren.

 

 

 

Broodjes kaas-eters

Maandag 7 september 2009

Waarom keek ik eigenlijk? Want eigenlijk vind ik het weinig opwekkend, dit geloer in andermans declaraties. Ik had na de eerste WOB-verzoeken over de ministers-declaraties al het gevoel dat sommige kranten wel erg krampachtig probeerden om nieuws te maken dat er niet is. En vandaag was er de tweede golf. De ministeriële creditcards.

Maar een linkje is toch wel heel makkelijk. En dus was ik binnen een paar tellen voyeur vanavond. Ongetwijfeld wordt er in redactielokalen nog vlijtig doorgelezen. Maar het beeld is wel duidelijk. Wie fantaseerde over een ruige levensstijl op kosten van de belastingbetaler, komt bedrogen uit. En van Britse toestanden aan het Binnenhof is al helemaal geen sprake. Dat hadden we natuurlijk al moeten weten na de eerste golf nieuws over declaraties. Wouter Bos kwam er sneu vanaf met publiciteit over zijn zonnebril (overigens rechtmatig geclaimd). Maar verder was er niks te melden. We herkenden onze kabinetsleden als tamelijk brave broodjes kaas-eters.

Letterlijk. Vlak voordat ik de de gescande kassabonnen weer wegklikte, ontwaarde ik nog een bon van Balkenende. ‘Broodjeslunch in dienstauto tijdens werkbezoek minister-president’. Zeeuws tot in zijn tenen, die Jan Peter. Geen cent te veel hoor!

 

 

 

Volgens de Oeso breekt de zon door…

Vrijdag 4 september 2009

 

Nee, lachebekjes zijn het niet, de officiële economievorsers. En het maakt eigenlijk niet zoveel uit of je te rade gaat bij ons eigen Centraal Planbureau, de Nederlandse Bank of bij internationale somberaars als IMF of OESO. Zelden hebben ze leuk nieuws. En dus was het eigenlijk best opzienbarend dat de OESO gisteren aankondigde dat de zon weer gaat schijnen. De wereldwijde economische recessie eindigt snel. Waarschijnlijk groeit de wereldeconomie zelfs al weer. Het was hevig, maar kort.

Het past in het beeld. De Chinezen groeien weer alsof er niks gebeurd is. Obama spreekt al over hoop zo lang we hem kennen, maar de afgelopen maand was hij wel heel positief over de Amerikaanse economie. En ook de zwaar geplaagde Fransen en Duitsers sloten hun laatste kwartaal positief af. Nederland zakt nog weg, maar dat mag de wereldwijde pret niet drukken: we krabbelen weer uit de kuil. De economie trekt vooral aan doordat de rente laag is en doordat overheden fors investeren.

Speciaal voor Nederland houdt de NOS een recessieblog bij, met de meest recente cijfers van het CBS, het UWV en de makelaars. Je kunt er bijvoorbeeld plaatjes maken van de groei van de economie, het consumentenvertrouwen, en de huizenprijzen. Bijna alle grafieken vormen een glimlach: een flauwe bocht omhoog aan het eind.

 

… maar ik houd mijn hart vast

Ik ben een zonnig mens. Waarom dus zwartkijken? Toch kost het me moeite om de zonnige weersverwachtingen te volgen. Natuurlijk komt dat ook doordat mijn hoofd is gaan staan naar slecht nieuws, twee jaar lang. Goed nieuws is dan even wennen: eerst zien en dan geloven. Maar het komt ook door iets anders. Want wat is het allerergste aan recessie? Wat mij betreft niet de beurskoersen. Ook niet de staatsschuld of bezuinigingsplannen, al zet ik me schrap voor Prinsjesdag. Zelfs niet de huizenprijzen, hoe ongemakkelijk dat ook is als je net je huis wilt verkopen. Het allerergste aan de crisis is dat mensen hun werk verliezen. Of met geen mogelijkheid aan de bak komen. De werkloosheid loopt nog helemaal niet spectaculair op. Maar dat zegt niks. Werk volgt de economie met een flinke vertraging. Het eerste kwartaal van 2009 was een snoeiharde klap voor de economie. Ik houd mijn hart vast voor de werkloosheid die het komende jaar ontstaat.

 

 

Aan tafel!

Woensdag 2 september 2009.

 ‘Moeten we nou allemaal opstaan en je feliciteren, René?’ André Rouvoet voorkomt met deze vraag dat ik stilletjes aanschuif aan de vergadertafel. Als iedereen is uitgelachen, zeg ik terug: ‘Nee, maar ik wil best een rondje schelden op de spoorwegen.’ Tien minuten stonden we te wachten op een conducteur die wat later kwam. Daardoor miste ik een aansluiting. En zo kwam ik royaal te laat voor de installatie van het ‘Sponsorteam Actieplan Jeugdwerkloosheid’. Stiekem gaan zitten was er sowieso niet bij: aan de ronde vergadertafel met twee staatssecretarissen, een minister en een handvol vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties is nog precies één stoel leeg. De mijne.

 

 

Jeugdwerkloosheid is een schrikbeeld. Maar eerlijk gezegd nog niet veel meer dan dat. De hoeveelheid mensen in de bijstand groeit, maar de meeste mensen die zich nu melden bij de Sociale dienst, zijn zelfstandigen zonder werk en mensen met tijdelijke contracten die niet verlengd werden. Geen jongeren. Er zijn wel al plannen gemaakt. Er is geld klaargelegd. Er zijn plechtige verklaringen afgestoken en mooie convenanten ondertekend. Maar de grote golf jongeren zonder werk moet nog komen. Veel schoolverlaters hebben een formulier ingevuld waarin ze aangeven of ze al weten wat ze volgend jaar gaan doen. Hebben ze werk? Staan ze ingeschreven voor een nieuwe school? Maar van veel te veel jongeren weten we het nog steeds niet. ‘Privacyproblemen’ zeggen sommige scholen. Mij doet het niks.

 

We hebben wel grotere problemen dan privacy. Of beter: we verwachten grotere problemen. Want we zitten vanmorgen met onze kraag omhoog om een Haagse vergadertafel. We zetten ons schrap voor de storm die nog moet komen. Dertig grote gemeenten hebben plannen ingeleverd. En in de metaal en in de bouw hebben werkgevers en werknemers geprobeerd de handen ineen te slaan om jongeren extra kansen te geven. Met wisselend succes. We praten ook over de jongeren die het moeilijkst aan werk kunnen komen. Jongeren die hun school niet hebben afgemaakt. Jongeren die een hele kluwen van problemen met zich meesjouwen. Wat kunnen we doen om in moeilijke tijden voor hen iets extra’s te betekenen?

 

Vanmiddag lukt het me sowieso om voor een paar jongeren wat extra’s te betekenen. Onze dochter is vier jaar geworden. En ons huis is het toneel van een zuurstokroze prinsessenfeestje. Ik maak me verdienstelijk als lakei: fristi serveren en pannenkoeken bakken. Tevreden consumeren de prinsessen mijn baksels. Aan hen zal de jeugdwerkloosheid van deze recessie nog wel voorbij gaan.

 

 

 

 

Inwerken

Dinsdag 1 september 2009.

Hoe lang duurt inwerken? Tot je uitgewerkt bent, denk ik. Als het goed is, leer je elke dag op je werk iets nieuws. Maar inwerken is het zwaarst en het meest geconcentreerd op de dag dat je de meeste namen en verhalen voor het eerst hoort. Voor mij was dat vandaag, mijn eerste dag als Divosa-voorzitter. Het grootste deel van de dag bracht ik door met luisteren en vragen stellen. Er waren bloemen. En er was veel hartelijkheid. En daarna werd er gewerkt. Ingewerkt, om precies te zijn.

 

Speciaal voor mij worden in de komende weken workshops georganiseerd op de werkterreinen waar Divosa zich mee bezig houdt. Maar vandaag al maakte ik kennis met een paar van de Divosa-collega’s die zorgen voor de inhoud daarvan. ‘Procesmanagers’ heten ze hier. Ze vertellen me wat er in hun werk het belangrijkste is. Waar ik op moet letten. Wat er goed gaat en wat nog niet. En zo komen er in één dag meer verhalen dan er ooit in een weblog passen. Maar dat is niet erg: de meeste kwesties komen vast nog wel een keer terug.

Kennismaken is wederkerig. En daarom alleen al vind ik het leuk om regelmatig iets te schrijven over de dingen die ik bij Divosa (en daarbuiten) meemaak. Dingen die me opvallen.

 

Vandaag blijft bij mij de vraag hangen voor wie Divosa er vooral is. In de vakantie heb ik een aardige stapel Divosa-publicaties gelezen (allemaal elders op deze website te vinden). We zijn een vereniging van mensen die leiding geven aan gemeentelijke sociale diensten. Maar we zijn wel streng voor ze: veel van de Divosa-boekjes gaan er over dat sociale diensten beter hun best moeten doen. Beter samenwerken met anderen. En de behoeften van cliënten nu eindelijk eens echt centraal moeten stellen.

 

Zo lang onze boodschap blijft inspireren, is het prachtig. Maar kan het zijn dat we de lat soms zo hoog leggen dat geen sociale dienst-ambtenaar er meer overheen komt? Ik ben benieuwd en vastbesloten het de komende weken uit te vinden.

 

 

 

.