Participatie en zelfredzaamheid

Hoe realistisch is het in deze tijd van bezuinigingen om als sociale dienst grote ambities te hebben op het terrein van participatie en zelfredzaamheid van burgers. Hoe zinvol is het om nu te willen investeren in de onderkant van je bestand? En hebben we, door de stijgende werkloosheid en slinkende budgetten, überhaupt nog wel de keuze om ons voor de onderkant van de arbeidsmarkt, voor participatie en zelfredzaamheid van deze doelgroep, in te zetten? Divosa vindt van wel! Juist nu!

Stand van zaken

Landelijk

De commissie Bakker ontwikkelde voorstellen om de arbeidsparticipatie in de toekomst structureel te verhogen naar 80%. In juni 2008 voorzag de commissie in haar advies ‘naar een toekomst die werkt’, op termijn een tekort op de arbeidsmarkt van ongeveer 350.000 mensen. Tot nu toe heeft niemand dit cijfer in twijfel getrokken: “Nederland heeft snel iedereen nodig en iedereen moet voortdurend inzetbaar zijn”.

De economische crisis heeft de grote nood misschien iets vooruit geschoven, maar dat geldt zeker niet voor alle sectoren. Het (voorspelde) tekort op de arbeidsmarkt maakt het dus hoe dan ook urgent om het arbeidspotentieel van de totale arbeidsmarktpopulatie op vol vermogen te benutten.

In oktober 2008 verscheen het rapport van de commissie de Vries dat voorstellen doet om meer mensen met een beperking aan het werk te helpen. Want de notie dat ‘iedereen nodig is’ betekent nog altijd niet dat de arbeidsmarkt iedereen in gelijke mate een kans geeft. Er staan naar schatting ongeveer 250.000 mensen met een beperking aan de kant. Zij zijn niet in staat om zelfstandig het wettelijke minimum loon te verdienen. Wel kunnen zij werken als ze de juiste ondersteuning krijgen. De commissie de Vries introduceerde de term ‘werken naar vermogen’.

Lokaal

Investeren in het zo snel mogelijk weer aan het werk helpen van mensen levert ons financieel gezien direct iets op. Gemeenten mogen de bespaarde uitkering immers zelf houden. Dat ligt anders als het om participatie en zelfredzaamheid gaat. Want mensen blijven vaak nog afhankelijk van de WWB. En het is tot nu toe niemand echt gelukt om hier met harde (positieve) cijfers over te komen. Ja, mensen zijn een beetje gelukkiger, minder ziek, hebben het gevoel er weer bij te horen, zien weer kansen voor zichzelf. Maar hoe vertaal je dit in geld? En voor sociale diensten nog veel essentiëler: hoe maken we aan het Rijk duidelijk dat, door in participatie en zelfredzaamheid te investeren, we het participatiebudget en met name het deel ‘re-integratiebudget van de WWB’ ook goed besteden? De ontwikkeling van de participatieladder onder aanvoering van de gemeente Utrecht en de VNG is daar onder andere uit voort gekomen.

Wijkgerichte aanpak

Eén van de echt grote ontwikkelingen de afgelopen tijd als het om participatie en zelfredzaamheid gaat, is de wijkgerichte aanpak. Niet dat we het voor het eerst doen, maar het fenomeen wijkgerichte aanpak is wel breder verspreid dan daarvoor en staat ook positiever te boek. Het blijkt wel degelijk effect te hebben als medewerkers van sociale diensten samen met partners zoals werkcoaches van het UWVWerkbedrijf, maar ook lokale partners op het terrein van maatschappelijke zorg als frontlijnteam of “erop-af” team de wijk in gaan. Er wordt ook gezocht naar werkzame methodieken en empowerment wordt daarbij steeds vaker genoemd: “wat ik aandacht geef, dat groeit”. En er wordt daarbij meer en meer naar alle leefvelden van mensen gekeken, dus ook bijvoorbeeld wonen/gezin, taal en opvoeding. De rol van de frontlinewerker of participatiecoach ontwikkelt zich tot een professie.

Brede participatiebevordering

Participatie en zelfredzaamheid wordt niet alleen door sociale diensten nagestreefd. Dat maakt het soms ingewikkeld, maar biedt ook kansen. Inburgering gaat over participatie, met nog de varianten 'inburgering op de werkpleinen', 'inburgering voor werkenden' en natuurlijk 'inburgering in de wijken'. De Wet maatschappelijke ondersteuning gaat over participatie: de overheveling van de begeleidende zorg van de AWBZ naar de WMO onderschrijft dit nog eens. Emancipatie (1001 Kracht) van met name allochtone vrouwen (en mannen) gaat over participatie.

En dan hebben we het alleen nog maar over overheidsinitiatieven. Maar ook bijvoorbeeld GGZ Nederland en Federatie opvang (dak- en thuislozen en vrouwenopvang) zijn bezig met participatie. En zij zijn beslist niet de enige belangenvertegenwoordiging.

Veel organisaties en veel aparte budgetten, allen met participatie als doelstelling. En daar liggen dus ook de kansen. Want uiteindelijk gaat het vaak om die ene ondeelbare burger, die we vanuit allerlei invalshoeken en om allerlei redenen willen laten participeren.

Wat vindt Divosa?

Divosa vindt dat we in deze tijd wel degelijk kunnen kiezen voor het investeren in participatie en zelfredzaamheid. Uiteindelijk zullen we over een aantal jaren iedereen weer nodig hebben. Niet alleen de mensen die recent werkloos zijn geworden. Als we nu niets doen, missen grote groepen mensen straks definitief de aansluiting. Het loont dus om juist nu te investeren in deze mensen.

Verder heeft Divosa als missie dat iedereen aan de samenleving kan deelnemen, bij voorkeur door te werken. Niet de wetten staan centraal, maar de mensen waarvoor ze zijn geschreven. Dat is ook de reden dat wij ons volledig inzetten om tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt te komen en daarmee de huidige Wwb, Wsw en Wajong op te heffen. ‘Werken naar vermogen’ is daarbij het uitgangspunt en ook uiteindelijke doel. Dat is niet alleen goed voor mensen zelf. Het levert ook nog eens meer geld op om iemand gedeeltelijk ‘naar vermogen’ te laten werken en dit aan te vullen tot het minimum loon, dan om iemand voor 100% in de bijstand of een andere uitkering/verzekering te laten. De gedachtegang, zie ook de heroverwegingen, om de uitvoering van een dergelijke regeling bij gemeenten onder te brengen is o.a. door de VNG flink gestimuleerd.

Wijkgerichte aanpak is een ontwikkeling die volgens Divosa onomkeerbaar is en vooral gestimuleerd moet worden. Zorg en aandacht dicht bij die burgers brengen die het nodig hebben en zo de brug slaan naar zelfredzaamheid, participatie en werk. Er liggen kansen voor mensen als partners gezamenlijk optrekken in het belang van deze participatie en zelfredzaamheid, als we budgetten gaan bundelen, van elkaars expertise gebruik maken en kennis delen. Dat laatste niet alleen met elkaar, maar ook buiten de grenzen van het eigen werkveld en de eigen gemeente.

Ontwikkelingen rond professionalisering op de werkpleinen, in de wijkgerichte aanpak maar ook bij Welzijn Nieuwe Stijl zouden bijvoorbeeld naadloos op elkaar kunnen aansluiten.

Wat doet Divosa?

Voor 2010 heeft Divosa één duidelijk speerpunt: draagvlak creëren voor “één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt” in plaats van de huidige WWB, Wsw en Wajong en de kans grijpen om met leden en andere partijen een uitwerking te geven aan onze voorstellen hierover. De opening ligt bij de Heroverwegingen. De landelijke verkiezingen en de keuzes die het nieuwe kabinet gaat maken bepalen het succes. Divosa zal hiervoor een stevig lobbytraject inzetten.

Divosa zet zich inhoudelijk ook op diverse terreinen in als het gaat om participatiebevordering en zelfredzaamheid van burgers. Bijvoorbeeld door:

  • Gemeenten gericht te ondersteunen bij het vormgeven van hun participatiebeleid. Hiervoor heeft Divosa in samenwerking met “Atlas voor Gemeenten” de Participatiewijzer ontwikkeld.
  • De ontwikkelingen rond het participatiebudget en de uitwerking hiervan bij gemeenten nauwlettend te volgen en waar nodig en mogelijk kennis hierover te verspreiden. Dit doen we bijvoorbeeld middels artikelen in de Sprank, regiobijeenkomsten, maar ook via Erop af!: Doen en delen.
  • De ontwikkeling van de Participatieladder te bevorderen. Divosa heeft het streven dat eind 2010 alle gemeenten de participatieladder hebben ingevoerd of van plan zijn om in te voeren. Kijk voor meer informatie bij dossier Transparantie of op www.participatieladder.nl.
  • De betrokkenheid bij 'inburgering in de wijken', een samenwerking van Vrom/WWI, SZW, VNG, UWV en Divosa. Inburgering is steeds meer een onderdeel van de wijkgerichte aanpak. Hoe zijn de ervaringen en wat betekent dit voor inburgering in het algemeen.
  • De betrokkenheid bij 'inburgering op de werkpleinen'. Het beheersen van de Nederlandse taal is essentieel voor participatie en aangehaakt blijven op de arbeidsmarkt. Mensen met weinig opleiding en een lage taalbeheersing zijn als eerste de dupe als het economisch minder gaat. Het herkennen van taalachterstand en vervolgens actie daarop ondernemen (hetzij zelf, hetzij als signaleringsfunctie) kan voor werkzoekenden het verschil maken voor de toekomstige mogelijkheden.
  • De betrokkenheid bij 'inburgering voor werkenden'. Vrom/WWI heeft voor dit jaar 30 accountmanagers bij de (over het algemeen) +vestigingen van de Werkpleinen ondergebracht. SZW, UWV, VNG en Divosa zijn hier nauw bij betrokken.
  • Het nauwlettend volgen van wijkgerichte activiteiten. Divosa is bijvoorbeeld in het kader van IPW 2008 actief betrokken geweest bij de wijkgerichte aanpak in Arnhem en Leeuwarden en bij de opzet van het onderzoek van TNO over de effecten van wijkgerichte aanpak op burgers en hun omgeving.
  • Gesprekspartner te zijn voor andere partijen en organisaties die maximale participatie voor hun doelgroep of achterban als streven hebben. Kennis uitwisseling, over eigen grenzen kijken, leren van elkaar en samenwerking daar waar nodig en mogelijk is daarbij de insteek.

Achtergrondinformatie