Weinig visie op het vak

maandag 16 juli 2012 | 22:26 uur | 1 reacties

De inspectie voor de volksgezondheid inspecteert met het mes tussen de tanden. Dus stel je voor wat het betekent als in een inspectierapport over je eigen streekziekenhuis staat dat er weinig oog is voor professionaliteit, weinig visie op het vak, weinig aandacht voor kennisontwikkeling, weinig borging daarvan in de organisatie. En dat er weinig draagvlak is voor methodisch werken met bewezen effectieve methoden.

Het huis zou te klein zijn. De kranten schrijven over kwakzalverij. Patiënten dienen schadeclaims in en zorgverzekeraars willen geen nieuwe contracten. De bestuursvoorzitter kan op zoek naar ander werk (en vindt dat waarschijnlijk ook), de raad van toezicht blijft aan in afwachting van nader onderzoek, maar moet ook vertrekken als de onvermijdelijke Commissie Lemstra een inktzwart vonnis velt. En afhankelijk van de mensenlevens die zoveel gebrek aan professionaliteit inmiddels gekost heeft, volgt sluiting van het ziekenhuis of overname door de professionelere buren.

Gelukkig staan deze dingen niet in een rapport over streekziekenhuizen. Het is de kritische kern van de ‘nulmeting’ vakmanschap bij sociale diensten, die Regioplan in opdracht van het Ministerie van SZW heeft verricht. Gek genoeg veroorzaakt zo’n rapport in onze wereld geen rel. Tenminste: ik heb geen verhalen gehoord over wethouders die moesten aftreden vanwege dit rapport, of van hoge ambtenaren die alles in het werk moesten stellen om de publieke verontwaardiging te keren.

Het voert te ver om te doen alsof het allemaal kommer en kwel is, in onze sector. Mensen bij sociale diensten zijn praktisch ingesteld en doen meestal geen domme dingen. Wie werkt bijeen sociale dienst, is meestal goed opgeleid, gretig om nieuwe dingen te leren en ambitieus in zijn werk. En in de afgelopen jaren kwam er steeds meer erkenning voor het belang van methodisch werken en voor de waarde van onderzoek. Dat belooft dus wat!

Maar ondertussen is er reden voor bezorgdheid. En er is ook schade. Hoe denken we eigenlijk dat het komt dat er zo snel politieke overeenstemming ontstond om zo zwaar te bezuinigen op het participatiebudget? Eén van de redenen is dat te veel Haagse politici er van overtuigd zijn dat re-integratie weinig oplevert. Meer systematische aandacht voor bewezen effectieve werkwijzen had kunnen helpen. En wat hebben we eigenlijk te bieden aan onze klanten, die rekenen op onze professionaliteit en daarvoor geen enkel alternatief hebben? En tenslotte: als we trots zijn op ons werk, is dat dan vanwege ons vakmanschap?

Ik denk dat we het samen kunnen verbeteren. Door tips en trucs uit te wisselen, zoals in dit boekje gebeurt. Professionals houden elkaar scherp. En terecht: een vak is gedeeld eigendom van vakmensen samen. Zij bepalen wat een professional moet kunnen. Samen bepalen we de standaards. Zeggen we wat ons vakmanschap voorstelt. Dat moeten we. Dat willen we. Want het wordt tijd om een vak te leren.

(Voorwoord voor het boekje 'Tijd voor een vak!' dat deze maand werd meegestuurd met de *Sprank en dat mooie lectuur is onder een natte voortent of zonovergoten parasol)

1 reacties

  1. Het werk van klantmanager wordt inderdaad nogal onderschat. Het is een intensieve baan, waar veel wordt gevraagd van organisatietalent, je passie voor netwerken en je vermogen om te stimuleren en te activeren. Het takenpakket en de verantwoordelijkheden verschillen nogal per sociale dienst, heb ik gemerkt in de ruim 15 jaar dat ik in die wereld rond loop (onder andere veel via detachering, van grote dienst zoals DWI Amsterdam tot kleine afdelingen sociale zaken in Harlingen, Schagen of de Wieringermeer). Kritische factoren voor het succes van de klantmanager zijn de procedures (alsjeblieft zo weinig mogelijk!), de caseload (over omvang en zwaarte zijn ook veel dicussies mogelijk, interessant is het experiment in Tilburg: géén vaste caseload meer), kennis van de lokale arbeidsmarktsituatie, het gebruik van een goed cliëntvolgsysteem (gekoppeld aan een grondige analyse of goede "foto" bij de intake) en een duidelijk participatiebeleid vanuit de gemeente of de dienst. Zo noem ik maar even dingen die nu even snel in me opkomen. Het boekwerkje van Roeland van geunds en Peter Wesdorp moet ik nog lezen, maar ik denk dat er wel een duidelijke overeenkomst is met de discussies over het vakmanschap van de sociaal werker, zoals die zijn voortgekomen uit het RMO-rapport "Burgerkracht" en de conferenties en bijeenkomsten van Stichting Eropaf! Het gaat om de netwerkende sociaal generalist, die niet belemmerd wordt door tijdsregistraties, protocollen en procedures. Het kaat op de vakman en vakvrouw die er op af gaat en de cliënt of burger terug zet in z'n eigen kracht!

    Sebastiaan 17 juli 2012 | 15:24 uur

Publiceer een reactie

René PaasRené Paas
voorzitter
030 - 23 32 337