Mart Toet: een grote vriendelijke reus
Bij ons laatste gesprek bovenin de dienst, bewonderde ik zijn uitzicht. De Laurenskerk en de kramen op de Binnenrotte. En ik bedacht dat ik mijn hele leven al de Rotterdamse betekenis ken van ‘mart’. Want ik kom uit Ridderkerk. ‘Mart’ is waar je moeder kibbeling voor je koopt. Waar je gulden een daalder waard is. Waar je waar voor je geld krijgt. En gezelligheid toe. ‘Gaat jij met mammas naar de mart?’
Ik ben nu 45. Toch ken ik nog maar twee jaar de échte Rotterdamse betekenis van het woord ‘Mart’. Geen kibbeling, maar een goed glas wijn. En waar voor je geld. En liefde. Liefde voor het vak, liefde voor het openbaar bestuur en liefde voor de mensen om hem heen.
‘Mart’ is een woord dat tot ver buiten Rotterdam met respect wordt uitgesproken. In Amsterdam bijvoorbeeld, waar hij ’s nachts met Amsterdamse collega’s ’s in de kroeg werd gesignaleerd, terwijl hij de Zuiderzee-ballade stond te zingen. Diplomatie is hard werken. Maar het werkt. ‘Wat goed genoeg is voor 020 is ook goed genoeg voor 010’, zou Mart later zeggen.
Veel Divosa-leden zouden eigenlijk best wat meer op Mart willen lijken. Zo warm en geïnteresseerd in mensen. En zo helder over de inhoud. Je ziet Mart eigenlijk nooit zijn best doen om gelijk te krijgen. Hij heeft het gewoon. En iedereen weet dat eigenlijk ook wel. Een klassieke ambtenaar, die vindt dat politici, bestuurders en collega’s recht hebben op zijn mening. Omdat ze er wat aan kunnen hebben.
Voor mij geldt dat ook. Bij lastige dingen, is het geruststellend om die diepe bromstem te horen. Mart doet voorstellen, slecht conflicten en houdt de vaart erin.
Je hoort hem bijna zijn afscheidsreceptie regelen: niet te veel sprekers, en hooguit drie minuten.
Laat niemand zich verkijken op ‘sociale zaken’. Achter dat predikaat gaat een harde wereld schuil. Een wereld vol posities en belangen. Vol spelletjes en competentiegevechten. In zo’n wereld is het weldadig als iemand het spel begrijpt, maar kiest voor de inhoud. Kiest voor mensen. Mart dus. In de programmaraad. In de commissie grote gemeenten. In het bestuur en in de onvermijdelijke Commissie Toet.
Als zo iemand afscheid neemt, slaat dat een krater. In Rotterdam, maar ook bij ons. We kunnen ons nog geen Divosa voorstellen zonder Mart. En dat willen we ook niet. We hopen dat we van zijn afscheid een schijnbeweging kunnen maken. Een mooi moment om ‘dank je wel’ te zeggen, zonder te bedanken.
Sinds ik Mart ken, zijn er meer jeugdherinneringen op hun plaats gevallen. Kabouters bestaan niet, dat weet ieder kind. Over Sinterklaas verschillen de meningen, zeker de komende weken. Maar niemand twijfelt aan het bestaan van reuzen. Rein Rijnhout bijvoorbeeld was 2 meter 37. Hij werd in de jaren ‘50 bekend als ‘De Reus van Rotterdam’. Beroemd tot ver voorbij Ridderkerk. Bewonderd als gigant. Maar geliefd omdat hij zo aardig was. Reusachtig en menselijk. Wij kennen ook zo iemand. Had Roald Dahl Mart Toet gekend, dan had hij zijn mooiste boek gesitueerd in Rotterdam. Het boek waarvan iedereen meteen weet dat het eigenlijk over Mart gaat. Een man om van te houden. Een man om er bij te houden. Want Mart is een reus. Een grote, vriendelijke reus.

Mooie ontroerende toespraak !
Maar het zegt mij ook iets over dhr. Paas.
Tussen de regeltjes door lees ik : u heeft het helemaal begrepen, het roer moet inderdaad om.
Meer interesse in mensen, meer transparant en open.
Juist op onderdelen als warmte, hartelijkheid en wederzijds respect voor elkaar valt er enorm veel te verdienen.
U allen staat aan het begin van een roerige tijd !
Anders denken en een andere manier van uitvoeren zal zich uit noodzaak de komende tijd gaan profileren.
Andere strategien en aanpak zullen dan heel welkom zijn.
Mensen als Mart zijn dan broodnodig en o zo belangrijk .
JP Poppeliers
Helmond
JP Poppeliers 28 oktober 2011 | 18:33 uur