Beter afzetten
Drie jaar geleden lag er op nieuwjaarsdag ineens ijs. Ik had sinds mijn studietijd niet meer geschaatst, maar ineens stond ik op roestige noren tussen mijn kinderen. Ik vond het enger dan zij. Zwabberend, met knikkende enkels en maaiende armen, zocht ik mijn weg over het gescheurde ijs. Ik was bang om te vallen en toen ik een paar keer gemeen was terechtgekomen, besloot ik dat het niet erg was als ik de rest van mijn leven niet meer zou schaatsen. Zo vaak vriest het nou ook weer niet.
Twee strenge winters later ben ik bekeerd. Ik heb nieuwe schaatsen met hoge, stevige schoenen. Die fixeren mijn enkels en geven wat zelfvertrouwen. En ik zit sinds kort op les, om te voorkomen dat mijn kroost me binnenkort voorbijschaatst. Met een klein klasje volwassenen, even wankel als ik, schaats ik 's avonds laat over de Vechtse Banen. Nou ja, schaats... Terwijl ik onzeker pootje over probeer, halen schaatsers in snelle pakken me in. Schijnbaar moeiteloos vliegen ze over het ijs.
Aan de inspanning ligt het niet. Want ik schaats op vol vermogen. Het verschil, legt de instructeur geduldig uit, zit in de afzet. Neem Marianne Timmer. Die heeft echt spillebeentjes. Maar wat haar aan de top bracht, is dat ze al haar kracht op het ijs overbrengt. Op de techniek, op de afzet komt het aan.
De les van de Vechtse Banen. Goede bedoelingen en inspanning zijn niet genoeg. Wie maximaal vermogen wil, moet hard werken, maar vooral goed afzetten. Je kunt het leren, maar – zo weet ik inmiddels – dat gaat met vallen en opstaan.
0 reacties
Er zijn nog geen reacties.
