Sociale dienst onder vergrootglas
Donderdagavond 28 april zond de Human de documentaire ‘Sta me bij’ uit. In de uitzending werden twee klantmanagers van de gemeente Zutphen gevolgd in hun pogingen klanten terug te leiden naar de arbeidsmarkt. De documentaire is op initiatief van Divosa gemaakt in het kader van het 75-jarig bestaan. ‘Sta me bij’ brengt haarfijn in beeld met welke de dilemma’s klantmanagers dagelijks worstelen en laat ook zien dat er ruimte is voor verbetering.
De film toonde de gesprekken die klantmanagers Bruno en Debbie hebben met klanten. Stuk voor stuk mensen die door een combinatie van problemen niet aan de slag komen. Bruno kiest daarbij voor een aanpak vanuit een hechte persoonlijke betrokkenheid. Debbies werkwijze is strenger en probeert dichter bij de letter van de wet te blijven. Beiden lopen in hun aanpak aan tegen de vraag hoever je moet gaan in de ondersteuning van klanten. Ook wordt duidelijk dat zij in hun werk uitgaan van hun persoonlijke ervaring. En beiden met wisselend resultaat.
Ruimte voor verbetering
Volgens Divosa-voorzitter René Paas is de werkelijkheid minder zwart-wit. Voor de documentaire zijn niet de meest voorkomende mensen en situaties in beeld gebracht. “Maar uiteindelijk gaat het daar niet om. Wat ik goed vond, is dat de documentaire geen van beide methoden romantiseert of veroordeelt, maar mensen aan het denken zet.” Paas vindt ook dat de documentaire laat zien dat er veel ruimte voor verbetering is in de manier waarop de sociale dienst mensen aan het werk probeert te helpen. De noodzaak daartoe wordt alleen maar groter nu gemeenten met de invoering van de Wet werken naar vermogen (Wwnv) meer klanten met complexere problemen moeten gaan helpen. Gelijktijdig verliezen zij tweederde van hun re-integratiebudgetten. “De druk om professioneel en effectief te handelen neemt daardoor enorm toe. Goed gefundeerd wetenschappelijk onderzoek en solide vakontwikkeling zijn meer dan ooit broodnodig.”
Wetenschappelijk onderzoek
Paas vindt dat sociale diensten beter moeten onderzoeken welke soort hulp past bij welke mensen. “Klantmanagers moeten goede instrumenten hebben om snel en betrouwbaar een diagnose te stellen: wat zijn het karakter en de vaardigheden van de cliënt en wat belemmert hem de toegang tot werk?” Wat Divosa betreft moeten methoden hiervoor meer worden gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.
Psychologenwerk
De Wet Werk en Bijstand, en straks de Wwnv, vraagt van klantmanagers dat zij klanten kunnen activeren. “Tot voor enkele jaren werd van klantmanagers voornamelijk gevraagd dat zij als uitvoeringsambtenaren de regels toetsten. Nu lijkt hun werk deels op dat van psychologen”, aldus Paas. “We proberen die enorme omslag o.a. met bijscholingen op te vangen maar we zijn nog niet waar we moeten zijn.”
Samenwerking
Volgens Paas moeten sociale diensten zelf ‘aan de bak’ om zichzelf te verbeteren maar is samenwerking met het ministerie onmisbaar. “Het zou van onschatbare waarde zijn als het Rijk universiteiten zou stimuleren om samen met sociale diensten meer onderzoek te doen naar manieren om mensen effectiever aan het werk te helpen. Voor individuele gemeenten is onderzoek geen haalbare kaart. Met die kennis kunnen wij dan klantmanagers beter opleiden.” Paas benadrukt dat samenwerking ook in het belang van het Rijk is. “De beste manier van bezuinigen is immers mensen aan het werk te helpen.”
